H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Homilie over de Moeder Gods 2, 93-145 ; CSCO 363 et 364, 52-53 (vert. Evangelizo)
“De Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan” (Lc 1,49)
Mijn geliefden, aanschouw Maria, en zie hoe de engel Gabriël bij haar binnenkwam en haar vraag: “Hoe zal dat gebeuren?” De dienaar van de Heilige Geest antwoordde haar: “Dat is eenvoudig voor God; voor Hem is alles eenvoudig”. Schouw hoe ze het gehoorde woord geloofde en zei: “Zie de dienstmaagd des Heren”. Op dat moment is de Heer nedergedaald op een wijze die Hij alleen kent. Hij heeft zich in beweging gezet en is gekomen zoals Hij wilde. Hij is bij haar gekomen zonder dat zij dat voelde en ze heeft Hem ontvangen zonder lijden te ondervinden. Ze droeg Degene, waarvan de wereld vervuld was, in haar als een kind. Hij is nedergedaald om het voorbeeld te zijn, dat het oude beeld van Adam vernieuwde.
Wees daarom stil als men je de geboorte van God aankondigt. Dat het woord van Gabriël in je geest aanwezig is, want niets is onmogelijk voor deze glorieuze Majesteit die zich voor ons vernederd heeft en die geboren is uit onze mensheid. Op deze dag is Maria voor ons de hemel geworden die God draagt, want de verheven Godheid is nedergedaald en heeft in haar zijn verblijf gevestigd. In haar heeft God zich klein gemaakt – maar zonder haar natuur te verkleinen – om ons groter te maken. In haar heeft Hij voor ons een kleed geweven waarmee Hij ons zou redden. In haar zijn alle woorden van de profeten en de rechtvaardigen vervuld. Vanuit haar is een licht opgegaan die de duisternis van het heidendom heeft verjaagd.
Dagelijks evangelie.org

