Heiligenleven
De Heilige Carileff

De heilige Carileff was een monnik in Menat, een klooster in het diocees Clermont. Daar trad ook de heilige Avitus in, maar deze voelde zich niet thuis in de bedrijvigheid van zo’n groot klooster en trok weg. De gelijkgezinde Carileff ging met hem mee. Ze gingen naar de befaamde bisschop van Miscy bij Orleans, de heilige Maximus. Deze wijdde Carileff tot priester, maar het vriendenpaar zocht naar een meer teruggetrokken leven en trok naar een van de grote wouden die Frankrijk overdekten na de verwoesting van het boerenland door de volksverhuizing. De oude landerijen waren met ondoordringbaar gewas van doornstruiken overdekt, en zo ontstonden uitgestrekte woestijnen, die in de loop der eeuwen door geduldig monnikenwerk weer in vruchtbaar land werden veranderd.
Zo begonnen ook zij de grond te ontginnen in de buurt van een bron die zij hadden gevonden. Ze bouwden een cel en anderen voegden zich bij hen, zodat er op den duur toch weer een klooster ontstond en de lucht vervuld was met het geluid van bijlslagen en het werk van de monniken.
Opnieuw trok Carileff weg, met een nieuwe vriend, Danmer. Zij vonden in de buurt van Le Mans de ruïnes van een oude romeinse villa, waar zij zich vestigden.
Toen hij eens in de gloeiende hitte de oude wijngaard aan het snoeien was, had hij zijn kap aan een boom gehangen omdat het te heet was om daarin te werken. Toen hij die weer wilde opzetten, had een winterkoninkje er een ei in gelegd. Dat vond hij zo leuk dat hij de kap liet hangen voor het vogeltje. Ook voor andere dieren had hij een goed hart. Er leefden in de bossen nog enkele buffels, en een daarvan had vriendschap gesloten met Carileff die hem krauwde tussen zijn horens en langs de zware vetkwabben aan zijn nek.
Toen koning Childeric hoorde dat er een buffel gezien was, organiseerde hij een jachtpartij. Het dier werd opgejaagd en vluchtte naar de cel van zijn vriend, en zo vonden de jagers hen naast elkaar, terwijl Carileff aan het bidden was. De koning was woedend omdat zijn jachtpartij bedorven was en wilde beide monniken verjagen uit zijn domein. Maar Carileff wist hem te kalmeren en schonk hem een kroes van de wijn die hij van zijn herstelde wijngaard gewonnen had. En al was de koning niet enthousiast over de kwaliteit ervan, hij schonk de beide kluizenaars het omliggende gebied, zoveel grond als hij op een dag met zijn ezel kon rondrijden.
Bij het bewerken van die grond vonden zij een pot met romeinse munten, en met dat geld werd een klooster gebouwd, waar al spoedig vele monniken kwamen, en dat uitgroeide tot de stad Calais. Daar is Carileff gestorven in 540.
Heiligenlevens voor elke dag – orth.klooster Den Haag
