De heilige Simeon, de Dwaas om Christus
De heilige Simeon, de Dwaas om Christus, was afkomstig uit Edessa. Hij was rijk, had een goede opvoeding genoten, en na afloop van zijn studie ging hij met zijn vriend Joannes op reis naar het Heilige Land. Zij namen deel aan het feest van Kruisverheffing in Jeruzalem, en op de terugweg bezochten zij uit nieuwsgierigheid de kloosters bij Jericho. Ze werden zo gegrepen door het vurige leven van de monniken daar, dat ze zelf intraden in het klooster van de heilige Gerasimos, onder de toenmalige abt, de heilige Nikon. Zij maakten zulke goede vorderingen in zelfbedwang en ijver in het gebed, dat zij al spoedig zegen kregen om zich als kluizenaar te vestigen in de woestijn achter de Dode Zee.
Negenentwintig jaar leefden zij daar in strenge askese, en met hulp van de Heer overwonnen zij de heftige aanvallen van de satan. Toen kwam bij Simeon de gedachte op dat dit leven toch wel erg op zichzelf was gericht en dat hij zou moeten werken aan de redding van anderen. Joannes bracht hem onder het oog dat hij door zijn leven van boete en gebed een belangrijke taak vervulde voor het heil van de wereld, maar in Simeon groeide steeds sterker de overtuiging dat God hem riep om zich meer rechtstreeks tot anderen te richten.
Over Jeruzalem keerde hij terug naar Homs (Emesa in Syrië), zijn geboortestad. Daar wijdde hij zich aan de zorg voor de meest verachten en verworpenen, vooral voor de gevallen vrouwen. Hij wilde zich niet boven hen stellen en zelf ook in de ogen der mensen verachtelijk zijn. Daarom deed hij zich voor alsof hij krankzinnig was, en hij werd al spoedig een openbare figuur die de Gek genoemd werd. Hij was hierin zo radikaal dat de meeste mensen hem werkelijk voor waanzinnig hielden. In lompen gehuld zwierf hij door de straten van de stad en mengde zich in de woeste spelletjes van troepen jongens. Hij deed mee met de openbare rondedansen en zocht in cafés het gezelschap van bedelaars en dronkaards, at van alles, zelfs vlees op vastendagen, terwijl hij daarna dagen en soms weken liet voorbijgaan zonder ook maar enig voedsel te gebruiken. Hij maakte pret met publieke vrouwen en bood ze geld aan, maar verschillenden van hen bekeerden zich en traden soms zelfs in een klooster.
Een dienstmeisje dat zich had laten verleiden, beschuldigde Simeon ervan de oorzaak te zijn van haar zwangerschap, om haar minnaar te beschermen. Simeon sprak dit in het geheel niet tegen, maar hield haar gezelschap. Toen de tijd van de geboorte was aangebroken, bleef haar schoot gesloten, en zij moest zulke heftige weeën verduren, dat zij zich gedwongen voelde de waarheid bekend te maken. Pas toen werd zij verlost.
Een andere keer liep hij met een zweep en sloeg daarmee de kolommen van alle grote gebouwen, roepend: Houd je vast, binnenkort moet je dansen! Iedereen was het erover eens dat Simeon nu toch wel echt gek was geworden, maar toen kort daarop de stad getroffen werd door de buitengewoon zware aardbeving van het jaar 550, die grote verwoestingen aanrichtte, kwam men tot de overtuiging dat het een profetische handeling was geweest. En er werd gezegd dat juist de kolommen die hij had aangeraakt, overeind waren blijven staan.
Hij was bevriend geraakt met een andere Joannes, de diaken van de kathedraal. Die was getuige van zijn vurig gebedsleven, en aan hem heeft hij ook zijn levensgeschiedenis verhaald. Joannes heeft het na Simeons dood – waarschijnlijk tijdens het bewind van keizer Justiniaan – bekend gemaakt.
Heiligenlevens voor elke dag.Orth.klooster Den Haag

