De heilige Gregorios, hegoumen van het Chandztelski- en Sjambert- klooster in Georgië;

De heilige Gregorios, hegoumen van het Chandztelski- en Sjambert- klooster in Georgië

GEEN ICOON BESCHIKBAAR

gestorven in 861. Hij was de zoon van een Georgische edelman en werd opgevoed door zijn vrome tante aan het prinselijk hof. Hij werd door haar geadopteerd toen zijn vader gestorven was, in de slag tegen de Hazaren in 764, toen Tbilisi (Tiflis) in hun handen viel; terwijl de vorst in Bagdad gedurende drie jaar de gevangene was van de Shah. De tijden waren moeilijk door de onderdrukking door de islam, en al wankelden sommigen onder de zware druk van armoede, hongersnood en verpletterende belastingdruk, de meerderheid van de bevolking bleef trouw aan Christus en aan hun land. Gregorios bleek reeds als kind bijzonder begaafd te zijn. Door het zingen in de kerk kende hij de psalmen reeds uit het hoofd voordat hij had leren lezen. En toen hij eenmaal kon lezen had de leergierige jongen alle geschriften van de kerkvaders‚ voor zover die in het Georgisch waren vertaald, in het hoofd. En spoedig beheerste hij zowel het Grieks als het Arabisch‚ dat in het Oosten en ook in West-Europa de rol vervulde van het Engels in de huidige wereld.

Zijn moeder had hem reeds voor zijn geboorte aan de dienst van God gewijd. Hij kreeg daarom nooit vlees te eten of wijn te drinken, droeg monastieke kleding en had weinig omgang met leeftijdgenoten die hem daarom “de kluizenaar” noemden. Dit alles gebeurde met zoveel harmonie en vond ook zulk een weerklank in zijn eigen aard dat Gregorios opgroeide tot een indrukwekkende persoonlijkheid, groot van gestalte en in stralende gezondheid.
Ofschoon hij zichzelf nog te jong vond, werd hij toch priester gewijd, tot grote vreugde van het volk want Gregorios was reeds toen geliefd, en men stroomde in drommen toe om het kostbaar Lichaam en Bloed van de Heer te mogen ontvangen uit zulke heilige handen. De bisschop zei met de woorden van het Boek der Wijsheid: “Een vlekkeloos leven staat gelijk met rijpe ouderdom” (429).
Toen Gregorios echter vernam dat ook zijn bisschopswijding werd voorbereid, ontvluchtte hij met enkele gelijkgezinden de stad en trok naar Zuid-Georgië waar in het Opiza-klooster nog slechts enkele monniken woonden. De hegoumen ontving de vier begaafde vurige jonge mensen met grote vreugde en wilde hun zelfs het bestuur overdragen. Gregorios maakte snelle vorderingen in het monastieke leven en hij bezocht ook geregeld de kluizenaars die in grotten verbleven in het omringende bergland.
Na twee jaar kregen de vrienden verlof, en ook de middelen, om een nieuwe gemeenschap te stichten in de buurt van Chandzta‚ op een plek die Gregorios in een visioen had gezien. Zij bouwden daar een houten kerkje en aparte cellen voor de broeders, om er als kluizenaar te leven in onophoudelijk gebed.
Met volkomen overgave wijdden zij zich aan de taak om hun menselijk bestaan te vergoddelijken door zich alles te ontzeggen wat het leven veraangenaamt, door het ogenblikkelijk bestrijden van iedere gedachte die van God afdwaalde‚ door het gebruik van voedsel terug te dringen tot het levensnoodzakelijke minimum, door steeds meer tijd aan de nachtrust te onttrekken voor het gebed, gemeenschappelijk en persoonlijk. Vooral Gregorios kwam tot een stralende heiligheid die een grote aantrekkingskracht uitoefende en waardoor het getal der broeders bijna dagelijks toenam. Uit heel Georgië kwam men naar Chandzta, maar er werd een strenge selectie toegepast. “Alleen wie kwamen met een onschuldig hart, zonder bijbedoelingen, en die zich graag onderwierpen in nederigheid en zachtmoedigheid, terwijl zij vol ijver waren om voortgang te maken, werden door hem met vreugde opgenomen”, zegt de kroniek. “Men volgde de martelaren na door onvoorwaardelijke gehoorzaamheid”.
Uitzonderlijk voor deze feodale tijd met de daaraan verbonden strikte standsverschillen, was de volkomen gelijkheid binnen het klooster. Gregorios zelf was van adel, maar zijn leerling, de hegoumen Basili, was de zoon van een bediende; en bisschop Zacharia van Ancha was een boerenzoon die in zijn jeugd schaapsherder was geweest.
Grondbezitters uit de omgeving begonnen landgoederen aan te bieden om er een kloosterte stichten. Later werd Gregorios uitgenodigd om kennis te komen maken met het koninklijk gezin. Deze vorst had Georgië bijna geheel bevrijd van de druk der Arabieren en het land in staat van verdediging gebracht. Gregorios vertelde hem over de woeste schoonheid van de Chandzta-streek die het oog verrukt, maar waar op de steile hellingen van het warnet der ravijnen geen landbouw mogelijk is. De vorst schonk hem toen bezittingen voor het klooster in het landbouwgebied, zodat de monniken in hun levensonderhoud konden voorzien.
ln de eerste decaden van de 9e eeuw was in Griekenland weer de iconenstrijd uitgebroken onder keizer Leo V (813-820); dit verhoogde de positie van de Georgische Kerk binnen de Orthodoxie, zodat daar zelfs orthodoxe bisschoppen werden gewijd voor Byzantium. Gregorios gebruikte het typikon van het Sabbas-klooster in Palestina voor de liturgische en kloosterhervormingen in Georgië. Ook maakte hij reizen om in contact te komen met de verschillende kerken in het oosten. En steeds meer werd hij belast met het toezicht op een twaalftal andere kloosters in Zuid-Georgië. Hij was de liefdevolle vader maar tegelijk de veeleisende leermeester van talrijke monniken. Zijn sterk geheugen, dat alles vasthield wat daarin eenmaal was opgenomen, gaf het juiste antwoord op ‚alle kwesties van Heilige Schrift, zang, gang van het jaar. En met grote wijsheid wist hij de moeilijkheden op te lossen die altijd weer oprijzen in menselijke betrekkingen. Steeds opnieuw werd er daarom aandrang op hem uitgeoefend om zich bisschop te laten wijden en aan het hoofd te staan van de kerkelijke hiërarchie, maar Gregorios wilde alleen maar archimandriet blijven: “want de kloosters, de heilige kerken in de wildernis, zijn van even groot belang als de bisschopszetels in de wereld”.
Wel oefende hij door zijn gezag een ‚grote invloed uit bij de keuze van de nieuwe Katholikos, en hij wist ook de vorst te overtuigen zijn keuze te steunen en de Kerk vrij te laten in. haar eigen aangelegenheden. De nieuwe katholikos, Arsenii, bracht de wens van Gregorios ten uitvoer dat de heilige diensten niet meer in het Grieks maar in het Georgisch zouden gebeuren. Zo heeft de heilige Gregorios grote invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van Georgië, zowel kerkelijk als nationaal. Hij heeft veel kloosters gesticht maar was ook de voorvechter van de nationale eenheid en onafhankelijkheid. Deze kloosterstichtingen luidden een geestelijke bloeiperiode in zodat de groepering ervan in zuid-west-Georgië bekend stond als de Georgische Sinaï. Daar werd ook een groot vertaalprogramma ten uitvoer gebracht van de kerkvaders en de liturgische boeken. Er werden literaire werken geschapen van grote kunstzinnige waarde, in het bijzonder een rijke liturgische hymnenschat. Gregorios zelf kopieerde de hele serie van de menea.
Intussen was de heilige 102 jaar geworden. Hij zond nu kaarsen aan al zijn kloosters met de opdracht ze voor hem te ontsteken op de 5e oktober. Zo begrepen de monniken wanneer hun vader ging sterven, en in groten getale kwamen zij naar Chandzta voor een laatste onderricht. Hij ontving hen met blijdschap en gaf hun de zegen met de woorden: “Moge de Heer die gezegd heeft: het u vergelden. Zie, ik verlaat nu de gevangenis, het vlees, en word uit mijn ziekte bevrijd door de genade van God die de dood door het Kruis heeft vertreden”. Zijn gelaat werd stralend door een bovenaards licht dat door alle broeders werd gezien, en sommigen hoorden ook een stem die hem uitnodigde om binnen te treden in de eeuwige vreugde en heerlijkheid. Het was de 5e oktober van het jaar 861.
Er bestaan nog een zeventigtal werken in het oud-Georgisch uit de 5e tot 12e eeuw. Daaronder neemt de levensbeschrijving van de heilige Georgios (10e eeuw) een ereplaats in.

Heiligenlevens voor emlke dag.Orth.klooster Den Haag

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie