25e zondag na Pinksteren
“Rijkdom en dwaasheid”

LEZINGEN:
Efesiërs 4,1-7:
Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt, 2in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. 3Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: 4een lichaam en een Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. 5Een Heer, een geloof, een doop. 6Een God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen. 7Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave.
Evangelie
Lucas 12,16-21 :
16Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het land van een rijk man had een grote oogst opgeleverd. 17Daarom overlegde deze bij zichzelf: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen. 18En hij zei: Dit ga ik doen: ik breek mijn schuren af en bouw grotere; daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren bergen. 19Dan zal ik tot mijzelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren, rust nu uit, eet en drink en geniet ervan! 20Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? 21Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’
