
Maand: oktober 2018
Kinderen inwijden tot het gebed
Kinderen inwijden tot het gebed
Door : Olga VICTOROFF
Het gebed aanleren aan een kind lijkt een uitdaging, want gebeden uit het hoofd leren en ze opzeggen, is nog geen gebed. Zelfs de gebeden die men organiseert in familieverband kunnen overkomen als een zeer sympathiek gebeuren, of wellicht niet zodanig, omdat ze niet hun eigen initiatief zijn, het wordt hen opgelegd, en in het beste geval wordt het hun voorgesteld, en dat is niet voldoende.
Wat nodig is, is dat de catechese ertoe komt om God in fasen te leren kennen, het is nodig dat het kind de aanwezigheid van God kan voelen, dat hij in zichzelf de tegenwoordigheid van God kan identificeren. De aanwezigheid van de Heilige Geest in ons wordt dikwijls uitgedrukt door de vreugde die in ons leeft. Wanneer wij deze vreugde gewaarworden, dan betekent dit dat God daar is, in ons en met ons, maar het kind beseft het niet meteen.
heilige Remigius
Heiligenleven
Heilige Remigius, bisschop van Reims

De heilige Remigius, bisschop van Reims, stamde uit een adellijke familie te Laon. Zijn moeder was de heilige Cilinia en zijn broer was de heilige Principius, de vader van de heilige Lupus. Hij werd geboren rond 435, midden in de roerige tijden van de volksverhuizingen. Na een alzijdig wetenschappelijke opleiding trok hij zich terug in een kluis in de buurt van Laon. Zijn heilig leven trok zozeer de bewondering dat hij reeds op 22-jarige leeftijd tot aartsbisschop gekozen werd van Reims, toen in de donkere kathedraal een zonnebundel tijdens de verkiezing juist op zijn hoofd viel en het met een stralen-nimbus omgaf. Hij werd later vooral geroemd om het hoge geestelijk en wetenschappelijk gehalte en de meeslepende kracht van zijn prediking. Zijn preken werden uitgeschreven en geestdriftig gekopieerd zodat ze door heel Frankrijk verspreid raakten. Ook werden veel wonderen verhaald die op zijn gebed waren geschied.
Heilige Johannes Kukuzelis
Heiligenleven
De heilige Johannes Kukuzelis
Heilige Johannes Kukuzelis
De heilige Johannes met de bijnaam Kukuzelis, omdat hij uitsluitend van rauwe bonen leefde. Hij was afkomstig uit Bulgarije maar nadat zijn vader gestorven was, werd hij opgevoed in Konstantinopel. Daar werd hij om zijn muzikale begaafdheid dirigent van het koor van het keizerlijk paleis doch hij weigerde het voordelige huwelijk te sluiten dat de keizer voor hem had gearrangeerd, omdat zijn verlangen uitging naar het monnikschap.
Joh.Chrysotomos. 3e homilie…..
H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407)priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar

3e Homilie over het schrijven van de Handelingen van de Apostelen; PG 51,87
De evangelist Lucas schreef: “Het leek mij goed om alles … voor u op schrift te stellen” (1,3)
Het lezen van de heilige Schrift is een geestelijke weide en een paradijs vol heerlijkheden, veel aangenamer dan het paradijs van vroeger. Dit paradijs heeft God niet op aarde geplant, maar in de zielen van de gelovigen. Hij heeft het niet in Eden geplaatst, noch op bepaalde plaatsen in het Oosten (Gn 2,8), maar Hij heeft het overal op aarde uitgespreid en het ontvouwd tot aan de uiteinden van de bewoonde aarde, luister naar de profeet die zegt: “Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal” (Ps 19,5; Rom 10,18)…
Het legioen van duivels
21e zondag na Pinksteren
“Legioen van duivels”

Eerste lezing :
Galaten,2,16-20
[16] Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden.[17] Als* wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! [18] Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder. [19] Want staande* onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. [20] Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon*van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.
Jakobus 1,5

H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het Evangilie 5, 17
“Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?”
Onze Heer heeft Mattheus, de belastinginner, gekozen om zijn collega’s aan te moedigen om ook met Hem mee te komen. Hij heeft de zondaars gezien, Hij heeft ze geroepen en hen dichtbij Zich laten zitten. Wat een wonderlijk schouwspel: de engelen staan rechtop en beven, terwijl de tollenaars zitten en zich verheugen. De engelen zijn vol vrees door de grootheid van de Heer en de zondaars eten en drinken met Hem. De schriftgeleerden stikken van haat en teleurstelling, en de tollenaars jubelen om zijn barmhartigheid. De hemelen hebben dat schouwspel gezien en zijn vol bewondering; de hellen hebben het gezien en zijn gek geworden. Satan heeft het gezien en is woest geworden; de dood heeft het gezien en is ingestort; de schriftgeleerden hebben het gezien en zijn er zeer verward door geworden.
Er was vreugde in de hemel en blijdschap bij de engelen omdat de opstandelingen overtuigd waren, omdat de dwarsliggers wijs werden en de zondaars verbeterden, en omdat die tollenaars gerechtvaardigd werden. Zoals onze Heer geen afstand deed van de schande van het kruis ondanks de waarschuwingen van zijn vrienden (Mat 16,22), zo is Hij het gezelschap van de tollenaars niet uit de weg gegaan ondanks de spot van zijn vijanden. Hij minachtte de spot en verachtte de roem, en deed zo alles wat het beste is voor de mensen.
Uit : Dagelijks Evangelie.org
.
Heiligenleven : de heilige Leodegar
Heiligenleven
De heilige Leodegar van Autun

De heilige Leodegar (Leger), 616 – 679, en zijn broeder Gerinus, die door de wraakzucht van Ebroin eveneens ter dood was gebracht en daarom in Frankrijk als martelaar wordt vereerd. Leodegar, van vorstelijke afkomst, was van jongsaf bestemd voor een kerkelijke loopbaan. Op 20-jarige leeftijd was hij diaken bij zijn oom, de bisschop van Poitiers, en toen hij 35 jaar oud was, werd hij aangesteld tot abt van het klooster van de heilige Maxentius aldaar. Hij was een bekend geleerde, vooral op juridisch gebied, en docent van canoniek recht. Ook het klooster bestuurde hij op strikte en tegelijk verstandige wijze.
Vaders zevende oecumenisch concilie
20e zondag na Pinksteren
Zondag van de Vaders van het 7e Oecumenisch concilie

Eerste lezing :
Titus 3,8-15
8Op dit woord kunt ge bouwen, en ik wil dat me moedig voor uw overtuiging uitkomt. Zij die in God geloven, moeten zij beijveren de eersten te zijn bij elk goed werk. Dat is voor hen een ereplicht en de wereld zal er wel bij varen.
9Maar houd u niet op met onzinnige kwesties, genealogieën, discussies en twistpunten aangaande de wet; deze dingen zijn nutteloos en hebben geen zin.
10Een ketter moet ge na een eerste en een tweede waarschuwing afwijzen.
11Ge kunt er zeker van zijn dat zo iemand op de verkeerde weg is en met zijn zonde zichzelf veroordeelt.
12Kom, als ik Artemas of Týchikus naar u gezonden heb, zo spoedig mogelijk bij mij in Nikópolis, want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
13Neem alle maatregelen voor de reis van Zenas, de rechtsgeleerde, en Apollos; het mag hun aan niets ontbreken.
14Ook de onzen moeten leren zich met eerlijke arbeid bezig te houden en het hunne bij te dragen ter voorziening in allerlei behoeften; dan maken zij zich nuttig.
15Allen die bij mij zijn, groeten u. Groet alle vrienden in het geloof. De genade zij met u allen.
Evangelie :
Lucas 8,5-15 :
8Nog een ander gedeelte viel op goede grond; het schoot op en bracht honderdvoudige vrucht voort.’ En met luider stem voegde Hij eraan toe: ‘Wie oren heeft om te horen, hij luistere.’
9Zijn leerlingen vroegen Hem, wat die gelijkenis wel betekende.
10Hij antwoordde: ‘Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen, maar de overigen ontvangen ze in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet begrijpen.
11Welnu, de betekenis van de gelijkenis is deze: Het zaad is het woord van God.
12Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben. Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg, opdat ze niet door te geloven gered worden.
13Die op de rots, zijn zij die het woord met blijdschap ontvangen wanneer zij het horen, maar zij hebben geen wortel, zij geloven voor een ogenblik, maar ten tijde van de beproeving vallen zij af.
14Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstrikt raken en niet tot rijpheid komen.
15Het zaad in de goede aarde zijn zij, die het woord dat Zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.
Romanos de Melode
Heiligenleven
De heilige Romanos de Melode

De heilige Romanos de Melode‚ monnik en diaken. Hij was van joods bloed, afkomstig uit Emesa (Rome) in Syrië en werd diaken in de kerk van Beyroet. Hij was een beroemd zanger en door keizer Anastasios I werd hij in 496 verbonden aan de kerk van de Moeder Gods van Kyros, in Konstantinopel‚ waar hij zich geheel wijdde aan de beschouwing, welke hij dan weer uitdroeg in zijn gezangen. Hij is misschien wel de grootste van de christelijke dichters: diepe theologische gedachten onder woorden gebracht met grote kracht en rijke beeldspraak. Dit wordt in zijn levensverhaal toegeschreven aan het feit dat, toen hij zich lange tijd vergeefs had ingespannen om een preek samen te stellen voor de Geboorte des Heren, hem in een droom de heilige Moeder Gods verschenen was, waarna hij de volgende morgen als een engel het Kerstkondakion zong: “De Maagd baart heden Hem Die is voor alle Zijn…”. Dit werd het begin van zijn dichterschap.
Het beginkondakion en de 1e ikos van zijn grote feestzangen (die eveneens Kondakion heten) worden nog altijd in de orthodoxe kerk gebruikt. Meer dan duizend kondakia (waarvan er echter slechts een tachtigtal behouden zijn gebleven) en ook de beroemde Akathist van de heilige Moeder Gods worden aan hem toegeschreven. Hij stierf als diaken tegen het jaar 500.
Heiligenlevens voor elke dag.Uitg.orthodox klooster Den Haag
Augustinus over Pinksteren
“De dag van pinksteren omsluit een mysterie. Terwijl zevenmaal zeven negenenveertig is, wordt het aantal van vijftig dagen bereikt, doordat men weer het begin herhaalt en de eerste dag – die ook de achtste is – eraan toevoegt. Deze vijftig dagen vieren wij na ’s Heren verrijzenis, nu niet meer (zoals de veertig dagen vóór pasen) ten teken van moeizame inspanning, maar integendeel van rust en vreugde. Vandaar dat in die periode het vasten achterwege wordt gelaten, en wij staande bidden, hetgeen wijst op de verrijzenis. Ook wordt in die dagen het alleluia gezongen om aan te geven, dat in de eeuwigheid onze enige taak bestaan zal in het loven van Gods majesteit.”
Augustinus, Brief 55, 15 (Jean Daniélou, Bijbel en liturgie, Brugge/Utrecht,1964, p. 465)
Psalm 23

Efrem de syriër :Waarom eet uw Meester….
H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het Evangilie 5, 17
“Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?”
Onze Heer heeft Mattheus, de belastinginner, gekozen om zijn collega’s aan te moedigen om ook met Hem mee te komen. Hij heeft de zondaars gezien, Hij heeft ze geroepen en hen dichtbij Zich laten zitten. Wat een wonderlijk schouwspel: de engelen staan rechtop en beven, terwijl de tollenaars zitten en zich verheugen. De engelen zijn vol vrees door de grootheid van de Heer en de zondaars eten en drinken met Hem. De schriftgeleerden stikken van haat en teleurstelling, en de tollenaars jubelen om zijn barmhartigheid. De hemelen hebben dat schouwspel gezien en zijn vol bewondering; de hellen hebben het gezien en zijn gek geworden. Satan heeft het gezien en is woest geworden; de dood heeft het gezien en is ingestort; de schriftgeleerden hebben het gezien en zijn er zeer verward door geworden.
Opwekking van de jongeling uit Naim
2 Korintiërs : 11,31-12,9

73 1God, de Vader van onze Heer Jezus gezegend is Hij in eeuwigheid! weet dat ik niet lieg. 32Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad bewaken om mij te vangen; 33en om aan zijn greep te ontsnappen moest ik in een mand worden neergelaten door een venster in de stadsmuur.
1 Moet er geroemd worden? Het dient wel nergens toe, maar dan kom ik nu tot visioenen van openbaringen van de Heer. 2Ik ken een mens in Christus, die veertien jaar geleden, in het lichaam of buiten het lichaam, ik weet het niet, God weet het… die mens werd weggerukt naar de derde hemel. 3Van die mens weet ik dat hij met het lichaam of zonder het lichaam, ik weet het niet, God weet het, 4dat hij werd weggerukt naar het paradijs en onzegbare woorden vernam, die geen mens mag uitspreken. 5Op zo iemand


