H. Leo de Grote (? – ca 461)
paus en Kerkleraar
6e sermon voor Kerstmis
Leo de Grote
“Wie een van zulke kinderen opneemt in mijn Naam, hij neemt Mij op”
De verheven staat van de Zoon van God keek niet neer op de staat van het kind-zijn. Het kind groeide met de jaren tot het beeld van de volmaakte mens; daarna, toen Hij de triomf van zijn lijden en zijn opstanding had vervuld, werden alle handelingen van de nederige staat die Hij aangenomen had uit liefde voor ons, verleden tijd. Desalniettemin vernieuwt het feest van de geboorte voor ons de eerste ogenblikken van Jezus, geboren uit de Maagd Maria. En als we de geboorte van onze Verlosser vieren, dan vieren wij onze eigen oorsprong.
Als Christus ter wereld komt, dan begint immers het christelijke volk: de geboorte van het hoofd, dat is de verjaardag van het lichaam. Ongetwijfeld zijn allen die geroepen zijn het op hun beurt, en de kinderen van de Kerk verschijnen in verschillende perioden. Toch zijn de gelovigen in hun totaliteit, geboren uit de bron van de doop, gekruisigd met Christus in zijn Lijden, verrezen met zijn Verrijzenis, gezeten aan de rechterhand van de Vader, ook met Hem geboren bij zijn geboorte.
Iedere gelovige, uit welk werelddeel dan ook, die uit Christus geboren wordt, na de weg van de zonde, die hij oorspronkelijk aanhield, verlaten te hebben, wordt een nieuwe mens door zijn tweede geboorte. Hij behoort niet meer tot de afstamming van zijn biologische vader, maar tot het ras van de Verlosser, want Hij is Mensenzoon geworden, opdat wij kinderen van God worden.
Bron : dagelijks evangelie.org
