Homilie toegekend aan H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Homilie
“Als Ik van de aarde opgeheven ben, trek Ik allen tot Mij” (Joh12, 32)
Inmiddels zijn de schaduwen door het kruis verdwenen en de waarheid rijst op, zoals de apostel Johannes ons zegt: “De oude wereld is voorbij, Ik maak alles nieuw” (Ap 21, 4-5). De dood is afgedaan, de hel laat zijn gevangen vrij, de mens is vrij, de Heer regeert, de schepping is vol van vreugde. Het kruis overwint en alle naties, stammen, talen en volkeren (Ap 7,9) komen Hem aanbidden. Met Paulus die uitroept: “Het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus” (Gal 6,14), vinden wij onze vreugde in dit kruis. Het kruis geeft licht aan het gehele universum, zij verjaagt de duisternis en verzamelt de landen van het Westen, van het Oosten, van het Noorden en van de zee in één enige Kerk, één enig geloof, één doop in de liefde. Ze richt zich naar het centrum van de wereld, dat op de Calvarie ligt.
De apostelen gaan gewapend met het kruis, prediken en ze verzamelen het gehele universum om Hem te aanbidden, alle vijandige machten worden vertrapt. Door het kruis hebben de martelaren met vrijmoedigheid het geloof beleden en ze vreesden de sluwheid van de tirannen niet. De monniken hebben het kruis vreugdevol op zich genomen, en ze hebben van de eenzaamheid hun verblijf gemaakt.
Bij de terugkomst van Christus zal het kruis het eerst aan de hemel verschijnen, het is de kostbare, levende, waarachtige en heilige scepter van de Grote Koning: “Dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des Mensen verschijnen” (Mt 24,30). Wij zullen het kruis zien, het wordt door engelen begeleid, het verlicht de aarde van de ene naar de andere kant van het universum, het is stralender dan de zon en het kondigt de Dag des Heren aan.
Bron : dagelijks evangelie

