Feest van de geboorte van de Alheilige Moeder Gods en altijd Maagd Maria

Lezingen
Galaten 6,11-18
11Zie met hoe grote letters ik u nu eigenhandig schrijf. 12Het zijn lieden die in de wereld een goed figuur willen slaan, die u de besnijdenis trachten op te dringen, alleen maar om niet vervolgd te worden om het kruis van Christus. 13Want die mensen van de besnijdenis onderhouden zelf niet eens de wet, maar ze willen we dat gij u laat besnijden, om zich daarop te kunnen beroemen. 14Mij moge God er voor bewaren op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. 15Het komt niet aan op besnijdenis of onbesnedenheid maar op de nieuwe schepping. 16Vrede en barmhartigheid kome over allen die naar dit beginsel leven en over het Israël van God! 17Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam. 18Broeders, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.
Evangelie :
Johannes 3,13-17
13 Nooit is er iemand naar de hemel geklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des Mensen. 14En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, 15opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben. 16Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. 17God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered
Verklaring :
De canonische Evangeliën vertellen niets over de geboorte van de Moeder Gods. De eerste schriftelijke overleveringen over de kinderjaren van maria zijn afkomstig uit de 2e eeuw. Ze zijn te vinden in het prote-evangelie van Jacobus, dat in het grieks werd opgetekend. Deze geschriften kennen nog altijd een grote populariteit, maar zowel in het oosten als in het westen als niet-canonisch beschouwd. Het proto-evangelie van Jacobus is zonder twijfel het uitgangspunt voor de uitbeelding van de geboorte van Maria. Anna en Joachim, de ouders van Maria, worden daarin afgeschilderd als een voornaam, vermogend en vroom echtpaar. De icoon toont het moment na de geboorte van Maria. Anna (Hanna = de begenadigde)zit op haar bed en wordt omringd door dienaressen. De vroedvrouw staat voor het bed van Anna, zodat deze alles goed kan overzien. Op haar ene arm houdt zij Maria, met de andere controleert zij de temperatuur van het water, dat een dienares in de wastobbe giet.Geheel rechts staat Joachim, de handen in dankbaarheid opgeheven..In het Jakobusevangelie wordt verteld : “…en Anna vroeg de vroedvrouw :’is het een jongen?’ De vroedvrouw zei :”een meisje” Dan spreekt Anna :”Het geluk is met mij op deze dag. Mijn ziel looft de Heer” Aanvankelijk werd het feest alleen in het oosten gevierd. Op het einde van de 7e eeuw introduceerde de roomse paus Sergius I, die van Griekse afkomst was, het tijdens zijn pontificaat (687-701) ook in het Westen.
