H. Petrus Damianus (1007-1072)
kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar
Opuscule 11 « Dominus vobiscum », 6

“Opdat ze één mogen zijn, zoals Wij”

Toen Christus aan ons gelijk werd, dat wil zeggen mens werd, heeft de Heilige Geest Hem gezalfd en gewijd, hoewel Hij van nature God is… Hij heiligt zelf zijn eigen lichaam, en alles in de schepping wat het waard is om geheiligd te worden. Het mysterie dat in Christus gebeurde, is de oorsprong en de weg van onze deelname aan de Heilige Geest.
Hoewel gescheiden door de individuele verschillen van onze zielen en lichamen, heeft de Eniggeboren Zoon, dankzij zijn eigen wijsheid en naar de raad van zijn Vader, een middel gevonden en voorbereid om ons bijeen te brengen, ten einde ook ons te verenigen en te laten versmelten in de eenheid van God en met elkaar. Door één enig lichaam, zijn eigen lichaam, zegent Hij hen die in Hem geloven, in een mystieke vereniging maakt Hij er één lichaam van met Hem en onder hen.
Wie zou ons dus kunnen scheiden, wie zou de fysieke eenheid kunnen ontnemen van degenen, die door dat heilige lichaam en door Hemzelf alleen verenigd zijn in de eenheid van Christus? Als wij eenzelfde brood delen, vormen wij allen één enig lichaam (1 Kor 10,17). Want Christus kan niet verdeeld worden. Daarom wordt, volgens de leer van Paulus (Ef 5,30), de Kerk ook het lichaam van Christus genoemd, en wij zijn leden. Allen verenigd in één Christus door zijn heilig lichaam ontvangen we Hem, één en ondeelbaar in ons eigen lichaam. Wij moeten ons eigen lichaam beschouwen als niet meer aan ons toebehorend.
Bron : Dagelijks Evangelie
