H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 258

tekst Augustinus2

“En God zei: “Er zij licht” (Gn 1,3)

“Zie, deze dag schept de Heer” (Ps 118,24). Herinner u de toestand van de oorspronkelijke wereld: “De duisternis lag over de afgrond en de Geest van God zweefde over de wateren. En God zei: Er zij licht!, En er was licht. En God scheidde het licht van de duisternis en Hij noemde het licht Dag en de duisternis Nacht” (Gn. 1,2 v)… “Zie, deze dag schept de Heer.” Het is de dag waarover Paulus zei: “Vroeger was u duisternis, nu bent u licht in de Heer” (Ef 5,8).
Was Thomas niet een mens, een van zijn leerlingen, een man uit het volk om het zo te zeggen? Zijn broeders zeiden tot hem: “Wij hebben de Heer gezien”. En hij: “Zo ik in zijn handen de wonden der nagelen niet zie, en mijn vinger niet leg in de plaats van de nagelen, en mijn hand niet in zijn zijde steek, dan geloof ik het niet”. De evangelisten brengen je het nieuws, en je gelooft het niet? De wereld heeft het geloofd en een leerling gelooft het niet?… Het was nog niet de dag die de Heer heeft geschapen; de duisternis lag nog op de afgrond, in de diepten van het menselijk hart, dat in duisternis was. Dat dus degene komt die het ochtendgloren van de dag is, dat Hij komt en dat Hij, die geneest met geduld, zachtheid en zonder boosheid, zegt: “Kom. Kom en raak Me aan en geloof. Jij hebt verklaard: ‘Zo ik in zijn handen de wonden der nagelen niet zie, en mijn vinger niet leg in de plaats van de nagelen, en mijn hand niet in zijn zijde steek, dan geloof ik het niet’. Kom, raak Me aan, leg je vinger hier en wees niet langer ongelovig, maar gelovig. Ik kende je wonden, maar voor jou heb Ik mijn lidteken bewaard”.

Door met zijn hand te naderen, kon de apostel zijn geloof volledig maken. Wat is immers volheid van geloof? Niet geloven dat Christus alleen mens was, en ook niet geloven dat Christus alleen God is, maar te geloven dat Hij mens en God is… Zo heeft de leerling aan wie de Heer zijn ledematen en lidtekens toonde om aan te raken, uitgeroepen: “Mijn Heer en mijn God”. Hij heeft de mens aangeraakt en hij heeft God herkend. Hij heeft het vlees aangeraakt en hij heeft zich naar het Woord gekeerd, want “het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Joh 1,14). Het Woord heeft geleden toen zijn vlees aan het kruis hing…; het Woord heeft geleden toen zijn vlees in het graf werd gelegd. Het Woord heeft het vlees laten verrijzen, Hij heeft het aan de ogen van de leerlingen getoond, Hij heeft geleden om aangeraakt te worden door hun handen. Zij raakten aan en riepen uit: “Mijn Heer en mijn God!”.
Zie, dit is de dag die de Heer heeft gemaakt.
bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie