Nu is de mensenzoon verheerlijkt…

H. Leo de Grote (? – ca 461)
paus en Kerkleraar
Sermon 58, 7e over het Lijden, § 3-4 ; SC 74 bis

Leo de Grote heilige

Heilige Leo de Grote

“Nu is de Mensenzoon verheerlijkt en God is verheerlijkt in Hem”

Met de woorden “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een van u zal mij overleveren” (Joh 13,21), toonde de Heer aan dat Hij op de hoogte was van de bedoelingen van degene die Hem zou gaan verraden. Hij weerhoudt de boosdoener niet met harde en openbare afkeuring, maar tracht hem te bereiken met een zachte en verdekte waarschuwing, opdat hij die door geen verbod zou zijn weerhouden, zich wellicht door berouw zou verbeteren.

Waarom, o onzalige Judas, maak je geen gebruik van zoveel goedheid? Zie toch hoe de Heer ten volle bereid is om je misstap te vergeven, Christus verraadt jou aan niemand, behalve aan jezelf. Niet je naam noch jouw persoon worden bekendgemaakt, maar met deze woorden van waarheid en mededogen wordt alleen het geheim geraakt dat je in je hart verbergt. Noch jouw eervolle titel van apostel, noch jouw deelname aan de sacramenten wordt je geweigerd. Keer terug van deze weg, verlaat je dwaling en kom tot inkeer. Zie hoe de aankondiging van deze misdaad je medebroeders, die puur en zonder zonden zijn, angst aanjaagt, en hoe ieder van hen vreest voor zichzelf omdat de dader niet ontmaskerd wordt. Zij worden ondergedompeld in verdriet, niet omdat hun geweten hen beschuldigd, maar omdat de menselijke wankelmoedigheid hen verontrust: zij zijn bang dat wat ieder weet over zichzelf minder waar zal blijken dan wat de Waarheid in eigen persoon reeds voorziet. En temidden van deze angst der heiligen misbruik jij het geduld van de Heer, je denkt dat jouw moed jouw geheim verbergt…
Toen de Heer zag dat Judas in al zijn denken gericht bleef op zijn gruweldaad, sprak Hij: “Wat gij te doen hebt, doe dat spoedig” (Joh 13,27) en in deze woorden lag geen bevel, maar een stille toestemming. Dit is niet het woord van een man in angst, maar van een man die bereid is. Hij die over alle tijden kan beschikken, toont dat hij zijn verrader de vrije hand geeft en dat hij de wil van zijn Vader navolgt ter verlossing van de wereld, zonder het door zijn tegenstanders voorbereide onheil tegen te werken, noch daarvan terug te schrikken.

bron : Dagelijks Evangelie


 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie