
Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.



‘Want Gij zijt de onzegbare, onzichtbare, ondoorgrondelijke God, de onveranderlijke Zijnde :Gij en uw eengeboren Zoon, en Uw Heilige Geest’ (uit de eucharistische canon’)Over God spreken is niet gemakkelijk. Alles wat we met het verstand kunnen begrijpen en alles wat we met onze wil kunnen bereiken of wat we met onze verbeeldingskracht kunnen voorstellen staat oneindig ver af van wat God eigenlijk is. God is het ‘niets’, de onkenbare, de duisternis. In de Bijbel vinden we voldoende uitspraken die dit verduidelijken. Zo staat er bij Isaïas : Wat hebt ge aan God gelijk kunnen maken ? Of welk beeld hebt ge dat op Hem gelijkt ? Kan de ijzergieter misschien een beeld van Hem maken ? Of kan de goudsmit Hem uitbeelden in goud of de zilversmit op bladen van zilver ?. Toen Mozes God vroeg (Ex.33,20) hem Zijn wezen te tonen zei God dan ook tot hem : ‘Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal mij zien en leven’. Toen de kinderen van Israël dachten God te kunnen zien, of dat zij God of de engel gezien hadden, vreesden zij daarom te sterven zoals we kunnen lezen in datzelfde boek Exodus (20,19). Met andere woorden : God is zo oneindig, ongrijpbaar, dat we dit niet zouden kunnen overleven moesten wij Hem zien. En in Psalm 39,6 lezen wij : ‘Er is niets aan Hem gelijk’. In


De heilige Paulos de eenvoudige (de simpele) was een van de eerste leerlingen van de grote Antonios. Hij was een onwetende boer uit de Thebaïde‚ reeds zestig jaar oud, en eigenlijk op de vlucht omdat zijn vrouw een verder samenleven onhoudbaar maakte. Hij liep de woestijn in en kwam na acht dagen bij Antonios om zijn leerling te worden. Maar deze vond hem veel te oud, raadde hem aan naar huis terug te keren, zijn beroep te blijven uitoefenen en zich te heiligen door zich met volharding te richten op God. Daarna sloot hij zijn deur en liet hem dagenlang buiten staan zonder eten.
Maar Paulos aanvaardde dit alles als een eenvoudige beproeving en hij bleef geduldig bij de deur tot Antonios na vier dagen, door de behoefte der natuur gedreven, naar buiten kwam en hem na deze geduldproef maar binnenliet. Maar hij bleef hem op de proef stellen: hij liet hem matten vlechten en die weer uithalen, hij dekte de tafel en borg dan het brood weer op, zeggend dat het kijken ernaar hun honger maar moest stillen. En toen Paulos dit alles als vanzelfsprekend aanvaardde, nam Antonios hem aan als monnik.
H. Maximilianus van Turijn (?-ca. 420)
bisschop
Sermon 99 ; PL 57, 535

Terecht kan Johannes de Doper met de Heer onze Verlosser zeggen: “Hij moet groter worden, en ik kleiner” (Joh 3,30). Deze uitspraak verwerkelijkt zich op dit huidige moment: bij de geboorte van Christus verlengen de dagen zich; bij die van Johannes korten ze weer… Als de Verlosser verschijnt neemt de dag duidelijk toe; hij neemt weer af op het moment dat de laatste profeet sterft, want er staat geschreven: “De Wet en de profeten hebben geheerst tot aan Johannes” (Lc 16,16). Het was onvermijdelijk dat het naleven van de Wet verduistert op het moment dat het Evangelie begint te stralen in de duisternis; het Oude Testament wordt opgevolgd door de glorie van het Nieuwe Testament.


Josef of Volokolamsk
De heilige Josef van Volokolamsk, het dorp waar hij geboren is in 1440 uit een bojarengezin. Op 20-jarige leeftijd werd hij monnik in het strengste klooster van de streek. Hij had zulk een overtuigingskracht dat ook zijn ouders en zijn broer, de latere bisschop van Rostov, in het klooster traden. Na zijn monnikswijding werd Josef belast met ziekenverzorging, en verpleegde hij ook gedurende 15 jaar zijn zieke vader.
“Wij moeten een beeld van Christus zien in het symbool van de schoof, die het eerstelingenoffer is van de korenaren en de vertegenwoordiger van de nieuwe oogst. Christus is immers de eerstgeborene uit de doden, de weg die ons tot de verrijzenis voert, Degene die alles vernieuwt. Het oude heeft afgedaan: ziet, alles is nieuw geworden, zoals de Schrift zegt. De korenschoof werd vóór het aanschijn des Heren gebracht; zo is ook de uit de doden verrezen Emmanuel – nieuwe en onbederfelijke vrucht der mensheid – ten hemel opgeklommen, om in Zichzelf ons allen vóór het aanschijn van de Vader te voeren.”
(Jean Daniélou, Bijbel en liturgie, Brugge/Utrecht,1964, p. 456)

H. Leo de Grote (? – ca 461)
paus en Kerkleraar
Sermon 58, 7e over het Lijden, § 3-4 ; SC 74 bis

Heilige Leo de Grote
Met de woorden “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: een van u zal mij overleveren” (Joh 13,21), toonde de Heer aan dat Hij op de hoogte was van de bedoelingen van degene die Hem zou gaan verraden. Hij weerhoudt de boosdoener niet met harde en openbare afkeuring, maar tracht hem te bereiken met een zachte en verdekte waarschuwing, opdat hij die door geen verbod zou zijn weerhouden, zich wellicht door berouw zou verbeteren.

Je bezit maar het echte leven, indien je in alles wat je doet Christus ziet !

De heilige Theofanes de Belijder, kluizenaar, eind 3e eeuw. Hij was geboren uit heidense ouders, maar had, waarschijnlijk door zijn voedster, als kind Christus leren kennen en liefhebben. Toen hij eens in de winter een kleine jongen zag, bibberend van de kou en bijna zonder kleren, trok hij zijn eigen warme kleding uit om die aan de ander te geven. Thuis vroeg zijn vader hem verbaasd wat hij met zijn kleren gedaan had, en zijn zoontje antwoordde: “Die heb ik aan de kleine Christus gegeven”. Hij vond bij zijn ouders waarschijnlijk niet veel begrip voor deze houding, en later liep hij van huis weg en vond onderdak bij een kluizenaar die op de Diabenum-berg in een spelonk woonde. Verschillende malen werd hij daaruit gehaald wanneer er weer een vervolging woedde, maar in die afgelegen streken ging het blijkbaar minder fanatiek toe. Theofanes werd heftig gefolterd, maar de keizer kreeg respect voor de moed waarmee hij de kwellingen doorstond, en hij werd daarna weer losgelaten. Hij sleepte zich weer naar zijn grot, waar hij nog 17 jaar in zijn ascese volhardde. Tenslotte is hij gestorven tegen het jaar 260, in de ouderdom van 75 jaar, nadat hij 57 jaar in de eenzaamheid had geleefd.
uit heiligenlevens voor elke dag.orth.klooster Den Haag


Marcus de Evangelist
Door: Koen Brinkman
Het Nieuwe Testament zoals we dat vandaag de dag in de Bijbel vinden verschilt niet van de canon zoals die werd vastgesteld tijdens de Synode van Rome in het jaar 382. De boeken waaruit deze bundel werd samengesteld waren echter al sinds het jaar 100 in circulatie. Over de vraag welke boeken wel en welke niet in de Bijbel thuishoorden is er wat een aantal daarvan betreft wel enige discussie geweest. Het gaat dan met name over de brief aan de Hebreeën, de brief van Jacobus, II Petrus, de 2e en 3e brief van Johannes, Judas en de Openbaringen (van Johannes).
