

De drie heilige zusters Menodora, Metrodora en Nymfodora, maagd-martelaressen in Bithyni ter dood gebracht in 305. Zij leefden teruggetrokken in de buurt van de hete bronnen en stonden goed bekend. Er werd tijdens de vervolging over hen gesproken bij de gouverneur en deze liet hen voor zich brengen. Hij stond verrast over hun aantrekkelijke verschijning en begon ze vaderlijk toe te spreken dat hij wel voor hen zou zorgen en dat de goden hen zouden beschermen. De meisjes bedankten voor zijn vriendelijkheid maar konden zijn aanbod niet aanvaarden. Ze verzochten slechts. omdat ze altijd zo eendrachtig hadden samengeleefd nu ook samen te mogen lijden en sterven, en in een gemeenschappelijk graf te worden neergelegd.
Nadat alle vleierij tevergeefs was geweest vond de gouverneur dat dan het recht maar zijn loop moest hebben. Hij nam Menodora, de oudste, apart en zij werd met stokken geslagen tot haar rug bont en blauw zag. Opnieuw sprak hij op haar in, maar Menodora antwoordde zo onverschrokken dat hij beval haar op het gezicht te slaan. Een slag met een knuppel brak haar kaken. Toen vroeg zij zuchtend aan Christus haar tot Zich te nemen. Haar lichaam viel slap, zij bleef met de polsen hangen aan de geselpaal en zij was gestorven.
Vier dagen later werden de andere twee in het gerechtshof gebracht Daar zagen ze haar zuster liggen, naakt op het zand, zwart-blauw en met gapende wonden. Maar zij werden door deze ontzettende aanblik niet afgeschrikt, zij wilden juist des te krachtiger deel te hebben aan haar lot. Toen werden ook zij onder steeds heftiger folteringen ter dood gebracht.
