
De heilige Salvius van Albi
De heilige Salvius, bisschop van Albi, 574-584. Hij stamde uit een adellijke Gallische familie en werd monnik, daarna abt, en tenslotte recluus na een plechtig afscheid van zijn broeders. Na enige tijd werd hij ziek en raakte zo volkomen bewusteloos dat de broeders oordeelden dat hij gestorven was, en zij begonnen hem af te leggen. Maar plotseling keerde de kleur op zijn wangen terug, hij opende de ogen en begon met zijn gewone handwerk. Gedurende drie dagen at hij niets. De nieuwsgierigheid van de broeders groeide natuurlijk tot grote hoogte. Zijn moeder kwam hem bezoeken en haalde hem over om te vertellen wat er met hem gebeurd was.
Salvius riep toen de monniken bijeen en verhaalde dat hij in de hemel was aangeland en een onzegbaar heerlijk licht aanschouwde. Maar plotseling riep een stem: “Laat hem terugkeren naar de aarde want hij is nog nodig voor de Kerk”. En toen bevond hij zich weer in zijn lichaam. Nu begon echter zijn tong op te zwellen en raakte vol zweren, en Salvius was er van overtuigd dat dit de straf was omdat hij niet gezwegen had over wat hem overkomen was. Deze geschiedenis heeft de heilige Gregorius van Tours opgetekend uit Salvius eigen mond.
Tegen het einde van 574 werd Salvius tot bisschop van Albi gekozen. Tijdens de pest-epidemie diende hij zijn volk met de grootste toewijding, en altijd spande hij zich in om slaven vrij te kopen wanneer hij zulke ongelukkigen ontmoette.
Gedurende 10 jaar was hij zo een weldoener van allen die in nood verkeerden, totdat hij voor de tweede maal stierf in 584.
