
Olivier Clément : Het lege graf
De komst van de vrouwen naar het graf van Jezus wordt bevestigt door de vier evangelies , Het schijnt dat ze hierover rappoteren vanuit zeer oude tradities, Het evangelie van Marcus, in het bijzonder , dat geschreven is rond de jaren ’60, blijkt over de ontdekking van het lege graf door de vrouwen te getuigen, Hun getuigenis is geciteerd door de pelgrims van Emmaüs, in een episode welke de kritiek aanziet als origineel en die ongeveer ontdaan is van een literaire omkleding,Maar er is meer : het lege graf lijkt bevestigd door de belijdenis die Paulus heeft ontvangen van de gemeenschap van Damascus, kort na de tijd van de gebeurtenis met Pasen Bevestigen dus, niet alleen dat ‘Christus dood is’, maar ook dat hij in het graf is gelegd en dat hij verrezen is op de derde dag sluit ook in dat de Verrijzenis vanaf het begin werd begrepen als de enige uitleg van het feit dat ‘het graf leeg was’
Sommigen onder ons zijn naar het graf gegaan en hebben de dingen gevonden zoals de vrouwen het hadden gezegd’, voegen de pelgrims van Emmaüs eraan toe, in het bijzonder Petrus en ‘de andere leerling, ’t is te zeggen Johannes,
Zij hebben vastgesteld dat de doeken die rond het lichaam van Christus waren gewikkeld ter plaatse waren achtergebleven en dat ze nog gevouwen waren, en dat de ‘lijkwade die Hij over zijn hoofd had op een andere plaats op de grond lag opgerold’
De evangeliën geven eerst een indruk van verwarring betreffende het aantal vrouwen en de verschijningen van de engelen,Nochtans uit het essentiële schijnt zich een origineel gegeven te bevestigen: op het einde van de nacht, wanneer het licht nauwelijks nog schijnt, zijn de vrouwen naar het graf gegaan, onder wie Maria Magdalens ( ook beschrven door Johannes als door de synoptische evangelies), de steen die het graf sloot was weggerold, het graf was leeg, Er was een verschijning van engel(en), De vrouwen hadden schrik, zij waren ontsteld,
Het lijkt dat men hier drie opmerkingen kan maken het lege graf bevestigt een historisch feit, het gaat hier nochtans niet om een bindend ‘bewijs’, men kan beter zeggen dat het een ‘teken’ is, in de zin van Johannes, enerzijds negatie en vol symbolisme of de uitdrukking van de waarheid van de zijnden en de dingen,
De historicus moet erkennen, doorheen de belijdenis van het geloof door Paulus (die teruggaat tot 33-35) en de zeer oude getuigenissen gebruikt door Marcus en Lucas (namelijk in de episode van de
pelgrims van Emmaüs) het feit van het lege graf, het gaat hier niet zodanig om een bewijs, omdat Maria Magdalena, zegt Johannes, dacht dat men het lichaam had weggenomen uit het graf, Volgens Matteüs, ging het gerucht onder de Joden dat de leerlingen het gestorven lichaam van Jezus hadden weggenomen ( de episode van de wacht lijkt een naïve apologetische verfraaiing te zijn om dit gerucht teniet te doen) Anderen, vandaag, suggereren een vervroegde ontbinding van het lijk! De evangelieteksten weten het mysterie te respecteren, Als wij het vergelijken met het apocriefe evangelie van Petrus, dat ongeveer in dezelfde tijd als de evangelies van Mattheüs en Lucas (vers 80)is geschreven, dan zien wij dat het apocriefe evangelie de details vermenigvuldigt om een indruk te geven van het weten en de kracht van ‘deze ‘ wereld, In het bijzonder het pretendeert te beschrijven en een beeld te geven, in zekere mate van de verrijzenis zelf zo wordt het getransformeerd ,verbazingwekkend, binnenin deze wereld, een fenomeen dat de vrouwen kunnen observeren en dat hen fascineert, Deze misvatting zal hernomen worden, vooral in de Westen,door een décadente iconografie die er niet aan twijfelt Christus voor te stellen die uit het graf komt,,
De evangelies tonen alleen de weggerolde steen, het ledige graf, de vertwijfelde vrouwen, de leerlingen die eerst dit weigerden te geloven zonder het te begrijpen, en Petrus in nadenken verzonken bleek het maar niet te begrijpen, Alleen de episode van de wachters, bij Marttheüs,lijkt aan te sluiten bij het mysterie als een wonder, een wonder dat dwingt om te geloven méér dan dat het het geloof opwekt. Nochtans zagen de wachters de verrijzenis niet : integendeel, de komst van de engel, de kosmische schok veroorzaakt door de opening van het graf wierpen hen bijna in een soort verstijving, een blindheid van elk zijnde: ‘Ze waren als doden'(Matth,28);
Het lege graf is een dieptepunt, een teken van een mysterieuze afwezigheid, dat veeleer een gedaanteverwisseling is dan een aanwezigheid, voortaan niet meer omvat maar omvattend in verhouding tot de ruimte en tijd, of veeleer in de verhouding tot zijn gevallen – gescheiden zijn.
Alles suggereert eigenlijk een Levende, meer dan ons leven vermengt met de dood, De windsels op de grond zijn intact zoals een cocon waaruit de vlinder is ontsnapt, Voor de ouderen : van Griekenland tot Egypte symboliseer de metamorphose de overgang naar de onsterfelijkheid – maar het is slechts een symbool, de mummies bleven slechts een cocon in afwachting :’De Egyptenaren hielden ervan mummies bij zich te hebben gedurende de ‘feestelijkheden’ en vooral tijdens familiefeesten’
‘Het is slechts wanneer alles voltooit zal zijn dat wij zullen binnentreden in de oneindige liefde, in het supreme feest waar wij zullen drinken en eten,En onze wijn zal onuitputtelijk zijn en onze dranken zachter dan alle dranken van hier beneden, want het zal de zuivere liefde zijn en tegelijk materieel, reëel maar enig gemaakt door de zonnestralen, aromatische schitteringen, en van de essentie van bloemen van overzijds, Want indien bloemen bestaan , dan is het aan de overzijde van het graf,
Hemelse rozen !
Hemelse rozen 8 en de Egyptenaren droegen een mummie (V.Rozanov, L’apocalypse de notre temps,PARIS 1930. P281,
Het ongeschonden linnen contrasteert met dat van Lazarus die uit het graf komt ‘de voeten en de handen met doeken samengebonden en het gezicht omwikkeld met een lijkdoek’, terwijl het gezicht van Jezus volledig vrij was, een iconische plaats volgens de homilieeën van Macarius, zelfs niet het gelaat VAN Christus, dat vervult met de Heilige Geest , maar het gelaat IN Christus, de mens die verlicht, het Licht, Zijn ganse gelaat, gans aanschijn.T’is te zeggen er is niets meer ‘duisternis, maar Hij is gans ‘licht’ en geest’, zijn gelaat wordt getoond lans alle zijden (Homilies spirituelles de saint Macaire)
De opgewekte Lazarus maakt nog deel uit van onze wereld, hij is voorbeschikt om nogmaals te sterven.Christus is niet teruggekeerd in deze wereld, Hij is niet begraven in de tijd die vernietigt, in een wereld die gesymboliseerd is door zijn duister aspect, het graf. Het is deze toestand zelf waar hij over triomfeert, Hij is niet zichtbaar maar ‘alles’ is vervuld met licht, de hemel, de aarde, en zelfs de hel, en het is het graf dat jubelt van licht, De ronde steen ,die door de engel was weggerold betekent de vernietiging van de ‘muur der scheiding’ tussen de ‘hemelse’ doorzichtigheid van het geschapene en ons bestaan waarvan de ‘hel’ en de dood onvermijdelijk zijn geworden ‘integraal’ (in de zin dat de angst in ons even fundamenteel is als ons actuele biologische einde, die zich zonder ophouden manifesteeert) De ‘hel’ symbool van het graf is overwonnen, zijn hengsels zijn verbroken, de engelen zijn daar , de hemel heeft er zijn plaats ingenomen, de ochtend straalt op, de eeuwige dag, de Achtste.
Zoals de hemel voortaan in het graf is, zo is de hemel voortaan in de tijd, Daarom is ons de eerste dag gegeven, een tuin – paradès in het hebreeuws – strekt zich uit rond het graf :’Hemelse rozen’!
De grot, symbool van onze ondoorgrondelijkheid, concentratie van onze zwaartekracht, is een ‘huwelijkskamer geworden’, om een bewonderingswaardige uitdrukking te gebruiken uit de Byzantijnse liturgie : vruchtbare aaarde, maar voor de eeuwigheid, voortaan is het graf open, de hemel dringt door in de lagere regionen van de aarde, en transformeert het graf in een baarmoeder van een getransfigureerd universum, Christus is onzichtbaar, maar deze bevrijdende opening, niet voor een vlucht (in tegenstelling met het platoonse graf)maar voor de metamorfose, het is Christus zelf, ‘God met ons’ ,die voortaan, zonder ophouden ons de opening geef naar de Verrijzenis. Het graf is leeg, niet verlaten maar gevuld met het Hemelse, Het is het teken van het cosmisch voortbestaan van het lichaam.
Wanneer er sprake is van de twee engelen (bij Lucas) dan zijn zij het die deel hebben aan de schékinah, aan de aanwezigheid zoals de ‘Chéroubs’ die de essentie uitstralen van de leeuwen aan weerszijde van de arc, zo ook de mannen gehuld in een wit kleed worden door de aanwezigheid als het ware ‘pneumatisch’ zoals Christus bij zijn hemelvaart.
Maar wanneer er bij Mattheüs en Marcus sprake is van de Engel des Heren, dan is het de tussenkomst van het transcentente zelf die wordt weergegeven, want de engel van de Heer, wij zien het goed in Genesis (16,7) of exodus (3,2) , het is de rechterhand zelf van God, deze vinger die dikwijls de Geest in de brede zin van de Aanwezigheid symboliseert. Ten slotte zou men hier van een bijna aards Pinksteren kunnen spreken, Het graf geopend maar niet leeg maar vol van de uitbarstingen van ‘licht’ en ‘sneeuw’ zoals de kledingstukken van Christus op de berg van de Transfiguratie, het is reeds de open wereld van de Transfiguratie, geopend voor de vlammen en de adem van Pinksteren, Door de ommekeer van de ‘kenosis’ is het niet meer een hoge plaats, het is de meest lage plaats, het is niet meer de geconsacreerde plaats maar de vervloekte plaats waar God zich manifesteert en zichzelf geeft, De sneeuw en het licht schitteren niet meer op een berg maar in het symbolisch centrum van de aarde, teneinde de aantrekkingskracht zelf van de zwaartekracht wordt tot aantrekkingskracht van het hemelse, ‘de pracht bij uitstek daalt uit de hemelen op aarde en de aarde doet andere zonnen scijnen naar de Zon van rechtvaardigheid : alles is ondergedompeld in het licht'(Nicolas Cabasilas, La vie en Jésus-Christ, p 158), De aarde van de doden wordt de aarde van de levenden béchora ton zonton zegt de oude kerk van Karies, te Constantinopel op de inscriptie op het mosaïk van de Verrezene,
Zo is, tenslotte, de grote icoon van pasen in het Oosters Christendom : niet meer de voorstelling van het onvoorstelbare, ’t is te zeggen van de verrijzenis zelf die de huidige condities doen opstralen
van ruimte-tijd en dus van ons kennen, maar het lege graf, het cocon van de linten, de Engel in een groot gebaar van de boodschap aan de vrouwen, aan de zielen, tonende de afwezigheid-aanwezigheid, de dood is gedood, de duisternis samenvallend met de ‘translumineuze duisternis’ van de levende God. In deze breuk van de scheidingen ,het nieuws verkondigt door de Engel aan de mens zelf van het graf, alsof de Engel stem gaf aan deze mond,
Bij Marcus verkondigt de Engel de verrijzenis, en dan, alleen daarna, geeft hij het teken ‘Het is Jezus de Nazareeër die gij zoekt, de gekruisigde, Hij is verrezen, Hij is niet hier, ziehier de plaats waar men Hem heeft neergelegd'(Mc.16,6)
In het evangelire van Mattheus zegt Mattheus, het geloof voorbereidend :’Gij zoekt Jezus de gekruisigde, Hij is niet hier want Hij is Verrezen zoals Hij heeft gezegd'(Matth.28,5-6)
Bij Lucas zien we de beslissende antithese, deze van de levenden en de doden, deze doden zijn ook zij die wij de levenden noemen : ‘Waarom zoekt gij tussen de doden de Levende(Luc.24,5) ?een onvermoeibaar woord dat hernomen wordt in de verrijzenishymnen van de byzantijnse liturgie,
Johannes tenslotte maaktt van het lege graf, zonder voorbereiding door de engelen, de drempel van de verschijning van de Verrezene, Het volstaat alleen één woord, de naam van diegene die zoekt en weent : ‘Maria ! Zij zegt ,zich richtend tot Jezus in het hebreeuws : Rabbouni , dit wil zeggen : Meester’
(Jn.2016), De naam of de persoon vallen hier samen Zijn naam. ‘ een ommekeer, Metanoia
bekering, Zij geloofde, Zij leeft,
uit : Olivier Clément, Le Christ terre des vivants – essais théologique
vertaling Christ,Biesbroeck
