.
Maand: oktober 2017
Isaak de Syriër : “Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen”

Izaak de Syriër (7e eeuw)
monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr.2

Isaak de Syrier
“Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen”
Doe jezelf geweld aan (cf Mt 11,12), doe moeite om de nederigheid van Christus na te volgen, zodat het vuur dat Hij in je heeft geworpen, steeds meer zal opvlammen. Dat vuur waardoor al die impulsen van deze wereld verteerd worden, die de nieuwe mens vernietigen en de verblijven van de heilige en machtige Heer besmeuren. Ik bevestig met Paulus dat “wij de tempel van God zijn” (2Kor 6,16). Laten we zijn tempel reinigen, zoals “Hijzelf rein is” (1Joh 3,3), opdat Hij verlangt om er te wonen; laten we Hem heiligen, zoals Hijzelf heilig is (1P1,16); laten we ons versieren met goede en waardige werken.
Laten we de tempel van de rust vullen met zijn wil, als met parfum, door het zuivere gebed, het gebed van het hart, dat onmogelijk te verwerven is als men zich overgeeft aan de voortdurende impulsen van deze wereld. Dan zal de wolk van zijn heerlijkheid je ziel bedekken, en het licht van zijn grootheid zal in je hart schitteren (cf 1Kon 8,10). Allen die wonen in het huis van de Heer zullen met vreugde vervuld zijn en zullen zich verheugen. Maar de arroganten en de laaghartigen zullen verdwijnen in de vlam van de heilige Geest.
http://www.dagelijksevangelie.org




20e zondag na Pinksteren

20e zondag na Pinksteren
“Het legioen van duivels”


LEZINGEN
Eerste lezing :
Galaten 1,11-19
11 Ik verzeker u, broeders; het evangelie dat door mij is verkondigd is geen produkt van mensen. 12Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus. 13Gij hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel heb vervolgd en haar trachtte uit te roeien; 14en hoe ver ik het bracht in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders. 15Maar toen Hij die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, 16besloot zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, 17zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar weer teruggekeerd naar Damascus. 18Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken en ik ben maar veertien dagen bij hem gebleven. 19Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broeder des Heren.
Evangelie :
Lucas,8,26-39
Genezing van een bezetene
[26] Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. [27] Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. [28] Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ [29] Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. [30] Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. [31] Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. [32] Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. [33] De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. [34] Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. [35] De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. [36] Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. [37] De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen. [38] De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. [39] ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan.




Heiligenleven
Maximiliaan van Turijn : “Aan hen die zijn zoals zij, behoort het Rijk der hemelen”

H. Maximilianus van Turijn (?-ca. 420), bisschop
Homilie 58, over Pasen ; PL 57, 363
“Aan hen die zijn zoals zij, behoort het Rijk der hemelen”

Maximiliaan van Turijn
Wat een prachtig en bewonderingswaardig geschenk heeft God ons bereid, mijn broeders [en zusters]! In zijn Paasmysterie …, door de opstanding van Christus, wordt wie gisteren wegkwijnde in zonde, herboren in de onschuld van de allerkleinsten. In zijn eenvoud omarmt Christus de kinderlijkheid. Het kind is zonder wrok, kent geen bedrog, waagt het niet te slaan. Evenzo trekt de christen, die kind geworden is, zich niets aan van beledigingen, hij verdedigt zich niet als men hem besteelt, hij slaat niet terug als hij geslagen wordt. De Heer vraagt hem zelfs om te bidden voor zijn vijanden, om hemd en mantel af te staan aan dieven, om de andere wang toe te keren (Mt 5,39v).
Deze kinderlijkheid van Christus overstijgt de simpele menselijke kinderlijkheid. Deze laatste kent geen zonde, de eerste heeft er afkeer van. De laatste heeft zijn onschuld te danken aan zijn kwetsbaarheid, de eerste aan zijn deugdzaamheid. Hij verdient zelfs nog meer lofprijzing: zijn haat voor het kwaad komt voort uit zijn wil, niet uit zijn hulpeloosheid… Natuurlijk, je ontmoet kinderen met de wijsheid van een ouderling, en de onschuld van de jeugd vind je bij personen op leeftijd. En de juiste en ware liefde kan jongeren tot volwassenen maken, want, zegt de profeet: “Het aanzien van de ouderdom berust niet op een lang leven en wordt niet afgemeten naar het aantal jaren, … maar naar verstandigheid”. (Wijsh 4,8) Maar toch zegt de Heer tot de reeds volwassen apostelen: “Als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan” (Mt 18,3). Hij stuurt hen terug naar de bron van hun leven; Hij moedigt hen aan om hun kinderlijkheid weer te hervinden, opdat deze mannen, wiens krachten al aan het afnemen zijn, herboren worden in de onschuld van hun hart. “Als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan” (Joh 3,5).
http://www.dagelijksevangelie.org




heilige Dunstan aartsbisschop van Canterbury

Heiligenleven
De heilige Dunstan, Aartsbisschop van Canterbury

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.
heilige Pulcheria

Heiligenleven
De heilige Pulcheria

Heilige Pulcheria (rechts)
De heilige keizerin Pulcheria. Het bestuur werd in haar handen gelegd in 414, toen zij nog slechts 16 jaar oud was. Maar zij was zeer begaafd en bezat een grote geestkracht: een ware erfgenaam van de grote keizer Theodosios. Zij moest waarnemen voor haar 13-jarige broer, de eveneens heilige Theodosios (zie 29 juli).
.
heilige Theodora van Alexandrië

Heiligenleven
De heilige Theodora van Alexandrië

De heilige Theodora van Alexandrië, boetelinge 5e eeuw. Zij was de vrouw van de prefect van Egypte, en tijdens zijn afwezigheid was zij in zonde gevallen. Door een diepe schaamte bevangen, durfde zij haar man niet meer onder ogen komen. Zij pakte wat oude mannenkleren en liep weg, steeds verder weg, tot zij in de Thebaïde-woestijn volkomen uitgeput in een klooster opgenomen werd. Zij bleef daar en vroeg als monnik te mogen intreden. Zij werd aanvaard in de veronderstelling dat men met een eunuch van het hof te doen had, wat in die dagen wel vaker voorkwam. Van 10 vrouwen is het bekend dat zij als man in een mannenklooster hebben geleefd en juist daardoor de heiligheid hebben verworven. Theodora leefde zo 17 jaar, van 474 tot 491. Zij legde een grote ijver aan de dag, nam steeds het moeilijkste en het laagste werk op zich, en bracht hele nachten door in gebed, wenend om haar zonde, en werd zo een voorbeeld voor de anderen.
Vele jaren na haar intrede werd zij met enkele kamelen naar Alexandrië gezonden, waarbij zij enkele zaken moest afleveren aan het huis van de prefect. Tot haar ontsteltenis herkende deze zijn diepbetreurde vrouw in de armzalige kameeldrijver. Zij liet zich echter niet overhalen om tot haar vroeger leven terug te keren. Zij had nu de geloften afgelegd en wilde daaraan tenminste trouw blijven. Zo keerde zij naar de woestijn terug. Eerst toen zij stervende was, verhaalde zij de werkelijkheid over zichzelf en vroeg een boodschap te sturen aan haar man. Hij kwam ogenblikkelijk, maar Theodora was reeds gestorven, en hij kon slechts haar begrafenis bijwonen.
Enkele spreuken zijn uit haar mond overgeleverd. Zo vertelde zij over een broeder die zich beroerd en koortsig voelde en bij zichzelf dacht: “Ik ben veel te ziek om te bidden”. Maar na een tijdje kwam de gedachte: “Ik kan maar éénmaal doodgaan”. Toen kwam hij uit zijn bed en begon het officie te bidden. Toen hij dit klaar had, was de koorts verdwenen.
En over een kluizenaar die zei: “lk word hier van alle kanten omringd door alle mogelijke bekoringen. Dat is niet uit te houden, ik moet ergens anders heen”. Hij ging dus uit zijn cel en trok zijn sandalen aan. Toen zag hij zichzelf naast zich staan, die ook sandalen aandeed en zei: “Waar je ook heen gaat, daar ben ik ook”.
En tegen een volgeling van Valentinianos, die geweldige kritiek had op de wet, want het Evangelie heeft ons vrijgemaakt van alle dwang. Theodora zei toen: “De Wet die het lichaam bedwingt schenkt dat lichaam terug aan zijn Schepper”.
En over het vasten, het nachtwaken en de eenzaamheid: “De duivel eet noch drinkt, slaap is hem onbekend, de eenzaamheid is zijn geliefkoosde verblijfplaats. Maar hij vlucht voor de deemoed.”
Bron : heiligenlevens voor elke dag .Orth.Klooster Den Haag



Xenia van St.Petersburg

Heiligenleven
De heilige Xenia van St. Petersburg

De heilige Xenia van Sint Petersburg (Leningrad) was gehuwd met een briljante kolonel van het Russische leger, verbonden aan het hofkoor. Zij leidde het op plezier gerichte mondaine leven van de aristocratie in de hoofdstad. Toen zij 26 jaar was, stierf plotseling haar man en Xenia kwam met een schok tot het bewustzijn van de vergankelijkheid van het aards geluk. Dit bewustzijn veranderde haar leven totaal.
Zij wilde zich nu geheel aan de dienst van God wijden, maar deed ook dit op de meest radicale manier door de ascese van het Dwaas zijn om Christus op zich te nemen, een manier die aansloot bij haar gevoelens van totaal verlies en van rouw.
Zij begon met het wegschenken van haar bezittingen aan de armen en trok het uniform van haar man aan. Zo probeerde ze zijn persoonlijkheid in stand te houden en zij liet zich ook noemen met zijn naam. Maar weldra was zij nog slechts in lompen gehuld. Blootsvoets zwierf zij door de straten van het armenkwartier, ook in de winter, en zonder onderdak. Wanneer iemand haar geld gaf, deelde zij dat ogenblikkelijk uit aan de bedelaars. Zij at slechts af en toe, wanneer zij bij kennissen was uitgenodigd. ‘s Nachts ging zij buiten de stad en bleef in het open veld knielend bidden tot zonsopgang.
Oplettende gelovigen kwamen langzamerhand tot het inzicht dat er zich een heilige in hun midden bevond. Haar raadselachtige woorden hadden vaak een diepe zin, en soms bleek zij nog toekomstige gebeurtenissen te hebben voorspeld. Ook bracht zij merkbare zegen waar zij kwam. Zelfs op stoffelijk gebied. Winkels of koetsiers deden goede zaken wanneer zij er was geweest. Zieke kinderen die zij kuste herwonnen snel hun gezondheid. Zo veranderde in de loop der jaren het medelijden dat men voor haar voelde in een algemene verering, en men zag haar als de beschermengel van de stad. Nadat zij 45 jaar dit onmenselijk zware leven had geleid, ontsliep Xenia in de Heer in de ouderdom van 71 jaar, rond het jaar 1800.
Haar graf werd vanaf het begin bezocht en werd in steeds sterker mate een bedevaartsplaats waar wonderen, genezingen voorspellingen en verschijningen nog steeds voortduren. Over haar graf werd een kerkje gebouwd dat nu midden in een van de grote kerkhoven (met de naam: Smolensk) van St.-Petersburg staat. Door de Sovjets werd dit gesloten en bouwvallig verklaard. Toen de gelovigen toch bleven komen werd er een grote schutting omheen geplaatst, maar de spleten daarvan dienden als bevestiging voor de briefjes met gebeds-intenties, die de mensen daar kwamen brengen. De eigenlijke kerk van de begraaf-plaats herbergt een vurige gemeente die zeer actief aan de kerkelijke getijden deelneemt.
In het kader van de duizendjarige viering van de Doop van Rusland, is het grafkerkje vrijgegeven, en je geheel gerestaureerd. Haar officiële heiligverklaring vond plaats tijdens de grote millennium-herdenking in de zomer van 1988.
Op haar graf is nog het oorspronkelijk inschrift te lezen: In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hier rust het lichaam van de dienaresse Gods, Xenia Grigorievna, echtgenote van de keizerlijke koorzanger Kolonel Andrei Theodorowitsj Petrov. Zij werd weduwe op de leeftijd van 226 jaar; was een pelgrim gedurende 45 jaar, en zij leefde in het geheel 71jaar. Zij stond bekend onder de naam Andrei Theodorowitsj. Laat ieder die mij gekend heeft bidden voor mijn ziel opdat uw eigen ziel moge worden gered. Amen
bron : heiligenlevens voor elke dag. uitg Orth.klooster Den Haag



Barnabas : Christus roept ons op de weg te kiezen die lijdt naar zijn Koninkrijk (Mt 7,13)

Epistel toegekend aan Barnabas (ca 130)
§19

Christus roept ons op de weg te kiezen die lijdt naar zijn Koninkrijk (Mt 7,13)
Er bestaan twee wegen van leren en handelen: die van het licht en die van het duister. Het verschil tussen deze twee is groot. Op de ene zijn de engelen van God, dragers van het licht, geposteerd, op de andere de engelen van de duivel.
Zie hier de weg van het licht. Wie deze weg wil gaan tot het beoogde doel, zal volledig toegewijd moeten zijn aan zijn opdracht. En dit is de kennis die ons gegeven is om deze weg te gaan: Gij zult Hem liefhebben die u geschapen heeft, gij zult Hem vrezen die u gevormd heeft, gij zult Hem eren die u ontrukt heeft uit de dood, gij zult eenvoudig van hart zijn en rijk van geest. Gij zult u niet verbinden met hen die de weg gaan die ten dode voert… Gij zult uzelf niet verhogen maar immer nederig zijn. Gij zult u nergens op beroepen. Gij zult over uw naasten geen roddels verspreiden… Gij zult anderen niet aanvaardbaar maken door hun fouten over te nemen. Gij zult zachtmoedig en geduldig zijn, en gij zult in angst zijn voor de woorden die u gehoord heeft. Gij zult geen haat koesteren jegens uw broeder.
Gij zult u niet afvragen wat morgen brengen zal. Gij zult de naam van de Heer niet ijdel gebruiken. Gij zult uw naaste liefhebben boven uw eigen leven. Gij zult geen abortus plegen en pasgeborenen niet ombrengen… Gij zult al hetgeen gebeurt in uw leven ontvangen als daden van goedheid, wetend dat niets gebeurt buiten God om.
Gij zult alles delen met uw naaste, zonder iets uw eigendom te noemen, (Hand 4,32) want zo gij samen deel hebt aan het onvergankelijk goede, hoeveel te meer dan aan het vergankelijke… Gij zult het kwaad haten tot het einde toe. Gij zult rechtvaardig oordelen. Gij zult geen verdeeldheid zaaien maar vrede herstellen en tegenstanders verzoenen. Gij zult uw zonden biechten. Gij zult niet met een slecht geweten ter gebedsdienst gaan.
http://www.dagelijksevangelie.org




