.
Maand: september 2017
18e zondag na Pinksteren

18e zondag na Pinksteren
“Opwekking van de jongeman uit Naïn”

LEZINGEN :
2 Kor. 9,6-11 :
9, 6 Bedenkt: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. 7Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. 8En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. 9Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven. 10Hij die de zaaier zaad verschaft en voedsel om te eten, zal ook u zaaigoed verschaffen en het vermenigvuldigen en de oogst van uw milddadigheid doen gedijen. 11Zo wordt gij in ieder opzicht verrijkt en kunt gij alle soort vrijgevigheid beoefenen. En deze is op haar beurt, door onze bemiddeling, oorzaak van dankbetuiging aan God.
Evangelie : Lucas 7,11-16
Opwekking van de zoon van een weduwe uit Naïn
Naderhand ging Jezus naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, de enige zoon van een weduwe. Een talrijke menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, was Hij ten diepste met haar begaan. ‘Huil niet’, zei Hij tegen haar. Hij liep naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij zei: ‘Jongeman, kom overeind, zeg Ik je!’ En de dode ging rechtop zitten en begon te praten, en Hij gaf hem aan zijn moeder. Ontzag vervulde allen en ze prezen God. Ze zeiden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft naar zijn volk omgezien


Johannes van Damascus : Uw geboorte, moeder van God..

H. Johannes van Damascus (ca 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Homilie over de Geboorte van de Maagd

Joh. van Damascus
“Uw geboorte, maagdelijke Moeder van God, heeft vreugde verkondigd aan de gehele wereld, want vanuit u is de Zon van gerechtigheid opgegaan” (Openingsantifoon)
Vandaag verschijnt een maagdelijke poort, door haar moet God, die voorbij alle wezens is, ‘lichamelijk’ ter wereld komen, volgens de uitdrukking van Paulus (He 1,6; Kol 2,9). Vandaag ontspruit uit de stam van Jesse een twijg (Jes 11,1), van waaruit een bloem die door zijn natuur verenigd is met de goddelijkheid, zal openbloeien voor de wereld. Vandaag is een hemel op aarde gevormd vanuit de aardse natuur, door Degene die vroeger het firmament solide maakte door het te scheiden van de wateren en deze op te heffen tot in de hoogten. Maar het is een veel verrassender hemel dan de eerste, want Degene die in de eerste hemel de zon schiep, is zelf als een Zon van Gerechtigheid opgegaan aan die nieuwe hemel (Mal 3,20)… Het eeuwige licht, geboren vóór de eeuwen van het eeuwige licht, het niet-materiële en onlichamelijke wezen neemt een lichaam aan door deze vrouw, en als een bruidegom komt Hij uit de bruidskamer (Ps 19,6)…
Vandaag “heeft de zoon van de timmerman” (Mat 13,55), het overal actieve Woord van Hem, die alles door de machtige arm van God gedaan heeft…, een levende ladder gemaakt, waarvan de basis op aarde geplant is en waarvan de top tot in de hemelen gaat. Op haar rust God, zij is het waarvan Jacob het beeld heeft aanschouwd (Gn 28,12), door haar is God in zijn onveranderlijkheid afgedaald, of liever, heeft Hij zich met welwillendheid neergebogen, en zo “is Hij op aarde zichtbaar geworden en heeft met de mensen gesproken” (Bar 3,38). Want de symbolen vertegenwoordigen zijn komst hier beneden, zijn nederdaling uit pure genade, zijn aardse bestaan, de ware kennis die Hij van zichzelf geeft aan hen die op aarde zijn. De geestelijke ladder, de Maagd, is op aarde geplant in de aarde, want haar oorsprong is van de aarde, maar haar hoofd gaat tot in de hemel… Door haar en door de Heilige Geest is “het Woord vlees geworden en het heeft onder ons gewoond” (Joh 1,14). Door haar en door de Heilige Geest wordt de eenheid van God met de mensen volbracht.
http://www.dagelijksevangelie.org

Isaak de Syrier : Wie zich vernedert zal verheven worden

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Overweging 58, 1ste serie

“Wie zich vernedert, zal verheven worden”
Er is een nederigheid die komt van de vrees voor God, en er is een nederigheid die van God zelf komt. Je hebt degene die nederig is omdat hij God vreest en iemand die nederig is omdat hij de vreugde kent. De ene, die nederig is omdat hij God vreest, ontvangt zachtheid in zijn lichaam, evenwicht in zijn gevoel en een voortdurend gebroken hart. De ander, die nederig is omdat hij de vreugde kent, ontvangt een grote eenvoud en een opgeheven hart dat door niets meer wordt tegengehouden.
Augustinus : “Ik wil liever barmhartigheid dan offers”

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Commentaar op de eerste brief van Johannes, § 8,10

Augustinus
“Ik wil liever barmhartigheid dan offers”
Wanneer je je vijand liefhebt, wens je dat hij je broeder was. Niet om wat hij is heb je hem lief, maar om wat je wil dat hij zou zijn. Stellen wij ons onbewerkt eikenhout voor. Een kundig beeldhouwer ziet dit hout, gekapt in het bos; het hout bevalt hem. Ik weet niet wat hij er van maken wil, maar het is niet opdat het blijft wat het nu is, dat het hout de kunstenaar bevalt. Zijn kunstzinnigheid laat hem zien wat het hout zou kunnen worden. Zijn liefde gaat niet uit naar het ruwe hout, hij houdt van wat hij daaruit zou kunnen maken, niet van het ruwe hout.
Op deze wijze had God ons lief toen we nog zondaars waren. Hij zei dan ook: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken”. Heeft Hij ons liefgehad als zondaars, opdat wij zondaars zouden blijven? De goddelijke beeldhouwer zag ons als ruw hout, afkomstig uit het bos maar wat Hij heeft gezien is het beeldhouwwerk dat Hij daaruit maken kon, niet het hout uit het bos.
Zo ook jij: je ziet jouw vijand zich tegenover jou opstellen, je bestoken met bijtende woorden, je ruw beledigen, je met zijn haat vervolgen. Maar jij hebt alleen oog voor het feit dat hij een mens is. Je ziet alles wat hij jou heeft aangedaan, én je ziet dat hij door God geschapen is. Dat hij mens is, is het werk van God. De haat die hij jou toedraagt, is het werk van hemzelf. En wat zeg je tot jezelf? “Heer wees hem genadig, vergeef hem zijn zonden, schenk hem ontzag voor U, verander hem.” Niet om wat hij is heb je hem lief, maar om wat je wil dat hij zal zijn. Dus, als je je vijand liefhebt, dan heb je je broeder lief.
http://www.dagelijksevangelie.org




De zeven jongelingen van Efese

Heiligenleven
De zeven Jongelingen van Efese

De heilige zeven jongelingen van Efese: Antoninos (Serapion), Dionysios, Exakoustodianos (Konstantinos), Jamblichos (Malchos), Joannes, Martinianos en Maximilianos. Als zonen van vooraanstaande burgers waren zij in de officiersopleiding van het leger. Tijdens de vervolging van Decius begrepen zij dat zij weldra opgeroepen zouden worden om hun trouw aan de afgoden te betuigen of terecht te staan. Zij wilden zich daarop voorbereiden door gemeenschappelijk gebed en trokken zich daarom enige dagen terug in een grot, die zij tijdens oefeningen in de omgeving hadden gevonden. Dit was echter ook aan anderen bekend en zo kwam de zaak de keizer ter ore. Deze liet nu de ingang van de grot door zware rotsblokken versperren, opdat de ingeslotenen van honger zouden omkomen.
Ongeveer 170 jaar later, hoorde keizer Theodosios de Jongere dit verhaal. Hij liet de grot opzoeken en openbreken om de relieken te bergen, maar men vond geen gebeenten doch 7 slapende jongemannen. Deze ontwaakten en vertelden wat hun overkomen was, als getuigen van de mogelijkheid van de opstanding. Enkele dagen later stierven zij in vrede, tussen 429 en 445.
Zij worden door de Kerk aangeroepen voor zwaar zieken die niet tot rust kunnen komen. Hun gedachtenis wordt ook wel gevierd op 27 juli.
Heiligenlevens voor elke dag : orth klooster Den Haag – met toestemming




.
Oswald Koning heilige

Heiligenleven
De heilige Oswald , prins uit het heidense Noord Engeland

De heilige Oswald, geboren in 605, was een prins uit het heidense Noord- Engeland, maar had 17 jaar als balling geleefd onder de reeds gechristianiseerde Schotten. Met een kleine legergroep keerde hij toen terug naar zijn onderdrukt vaderland. Op de grens richtte hij een groot houten Kruis op en hij nodigde zijn legeraanvoerders uit neer te knielen om de zege af te smeken tegen een overmachtige vijand. In de nacht had hij een visioen van de heilige Columbanus, de krijgshaftige overste van Iona, die 36 jaar tevoren overleden was. Hij verscheen in stralende schoonheid, strekte zijn luisterrijke mantel uit over de schamele troepen der ballingen en beloofde zijn bescherming. Toen Oswald zijn droom vertelde, beloofden de anderen zich te laten dopen wanneer zij de overwinning zouden behalen.
Met hernieuwde moed stortten zij zich die morgen op de grote menigte der tegenstanders, die onaantastbaar schenen na een serie van 40 achtereenvolgende overwinningen, en brachten hun een beslissende nederlaag toe. Dit was het uitgangspunt van de kerstening van Northumbrië en alle noordelijke staten, die elkander steeds vijandig waren geweest, maar onder koning Oswald tot een hechte natie werden samengebundeld.
Oswald deed een beroep op Iona en dit zond zijn vurigste monniken, onder wie de heilige Aidan, met wie hij een bijzondere vriendschap sloot, om het nieuwe gebied te missioneren. Maar hij spande zelf ook al zijn krachten in om zichzelf te vormen tot het ideaal van een christen-vorst. Hij besteedde een belangrijk deel van zijn tijd aan het gebed, schonk rijkelijk van zijn goederen aan de armen en behoeftigen met wie hij een liefdevol contact onderhield. Zelf vertaalde hij de preken van de Ierse bisschop Aidan voor zijn edelen, zolang deze het Angelsaksisch niet machtig was. Het was juist deze innige vriendschap tussen deze heilige bisschop en de koning, die zulk een weldoende invloed uitoefende op alle gebieden van het leven.
Toen de vijanden opnieuw het land binnenvielen, kwam Oswald om in de slag, 38 jaar oud, in de bloei van zijn leven, in het jaar 642. Zijn lijk werd geschonden maar na een jaar door zijn broeder Oswy veroverd en naar de abdij van Lindisfarne gebracht, waar het door zijn heilige vriend Aidan werd opgewacht. De oprechte toewijding van deze koning, zijn edelmoedigheid en vurige vroomheid maakten dat hij reeds spoedig als heilige werd vereerd en aangeroepen. Zijn verering verbreidde zich tot in Midden-Europa, vooral in Zuid- Duitsland en Noord-Italië, onder andere door de Schotse monniken die hun missietochten tot deze gebieden uitstrekten. Vooral de plattelandsbevolking eert hem, als de patroon van de maaiers en veehoeders. Hij wordt ook herdacht op 9 augustus.




heilige Oswin

Heiligenleven
De heilige Oswin, koning van de Deirans in Northumbrie

de heilige Oswin
De heilige Oswin, koning van de Deirans in Northumbrie. Hij was een aantrekkelijke persoonlijkheid, zowel van uiterlijk als van innerlijk. Zachtmoedig en zorgzaam voor allen die zijn hulp vroegen. Hij was zo toegankelijk, hoffelijk en edelmoedig dat er bijna getwist werd om de eer aan zijn hof te mogen dienen.
In de jaren van zijn ballingschap onder de Saksen was hij christen geworden, en hij was zeer bevriend met de heilige bisschop van Lindisfarne, Aidan, afkomstig van Iona. Aidan volbracht al zijn missietochten te voet, maar Oswin schonk hem zijn beste paard zodat hij tenminste droogvoets de vele rivieren kon oversteken. Terwijl Aidan zo gebruik maakte van het rijk getuigde rijdier, ontmoette hij een arme boer die bij hem zijn nood klaagde. Zonder aarzelen gaf de bisschop hem het kostbaar geschenk in handen.
Toen hij daarna weer eens bij Oswin op bezoek was, vroeg deze hem waarom hij zijn gave zo van de hand had gedaan. Aidan vroeg hem verbaasd: ‘Maar koning, is de zoon van een merrie dan meer waard dan een kind van God?’ Terwijl Oswin zich bij het vuur stond te warmen vóór hij aan tafel ging, dacht hij over deze woorden na. Plotseling deed hij zijn zwaard af, knielde neer voor de voeten van Aidan en vroeg vergeving, terwijl hij zei: ‘Nooit zal ik meer spijt hebben over iets van mij dat aan Gods kinderen gegeven wordt’.
Vol vreugde zat de koning daarna aan tafel, maar de gezellen van Aidan zagen hoe er tranen vloeiden langs zijn gegroefde wangen. Een van hen vroeg in het Keltisch, dat de koning niet verstond, waarom hij treurig was. ‘Omdat ik zie dat zulk een edele koning niet lang zal leven: zijn oproerig volk is hem niet waard’. Het duurde ook niet lang of Oswin werd door de huurmoordenaars van zijn rivaal gedood, in 651.
heiligenlevens voor elke dag – Uitg.orth.klooster Den Haag



Byzantijnse liturgie : “Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. Hij zal voor Hem uit gaan … om voor de Heer een volk in gereedheid te brengen” (Lc1,16-17)

Byzantijnse Liturgie
Grote Vespers van het feest van Johannes de Doper

“Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. Hij zal voor Hem uit gaan … om voor de Heer een volk in gereedheid te brengen” (Lc1,16-17)
Vandaag komt de grote Voorloper,
voortkomend uit de onvruchtbare schoot van Elizabeth.
Hij is de grootste onder de profeten,
en geen ander is geboren zoals hij,
want hij is de lamp
die van nabij de hoogste Helderheid voorgaat
en de stem die aan het Woord vooraf gaat.
Hij leidt Christus naar de Kerk, zijn bruid,
en bereidt voor de Heer een uitverkoren volk,
zuivert het door water met het oog op de heilige Geest.
Uit Zacharias wordt deze jonge plant geboren,
de mooiste onder de woestijnzonen,
de boodschapper van het berouw,
hij die zij die dwalen, door water zuivert,
die als voorloper het bericht van de opstanding draagt
tot in het dodenverblijf,
en die bemiddelt voor onze zielen.
Vanaf de schoot van zijn moeder,
was jij, zalige Johannes de profeet
en de voorloper van Christus:
je bent opgesprongen van blijdschap
toen je de Koningin zag komen bij de dienares,
en Hem voor je droeg die de Vader verwekte
zonder moeder in eeuwigheid.
Jij die uit een onvruchtbare moeder
en een oude man bent geboren,
volgens de belofte van de Heer,
bid Hem om onze zielen in zijn medelijden op te nemen.
(Bijbelse referenties : Mt 11,11 ; Joh 5,35 ; Mt 3,3 ; Joh 3,29 ; Lc 1,17 ; 3,16 ; Mc 6,28 ; Lc 1,40 ; 1,13)


heiligenleven : de heilige Afra

Heiligenleven
De heilige Afra van Augsburg

heilige Afra
De heilige Afra was een publieke vrouw in Augsburg die daar leefde in het begin van de 4e eeuw. De heilige Narcissus, bisschop van Gerona in Spanje ( zie 18 maart ), waar hij verdreven was door de vervolging van Diokletiaan, kwam tot in Augsburg en vond onderdak in het huis van Afra. Zij en haar moeder kwamen zozeer onder de indruk van zijn innerlijk leven dat zij zich bekeerden en zich door hem lieten dopen.
Na een tijd van vrede, waarin de bisschop en zijn diaken naar Gerona terugkeerden, brak in Rhetia de vervolging uit. Afra, die nu als christin bekend stond, werd voor de rechter geleid. De oude akten vermelden de volgende dialoog:
Rechter Gaius: “Offer aan de goden, het is beter voor je om te leven dan de folterdood te sterven”.
Afra antwoordde: “Ik heb al voldoende in mijn onwetendheid gezondigd dan dat ik er mij nog die, welke u van mij vraagt, aan zou toevoegen”.
Rechter: “Ga naar het Kapitool en offer.”
Afra: “Christus is mijn Kapitool, Hem houd ik steeds voor ogen, Hem belijd ik dagelijks mijn misstappen, aan Hem bied ik mijzelf aan als een vrijwillig offer.”
Rechter: “Ik hoor dat je een slechte vrouw bent. Offer dus, want je hebt geen deel aan de God der christenen.”
Afra: “Mijn Heer Jezus Christus heeft gezegd dat Hij uit de hemel is neergedaald omwille van zondaars.”
Rechter: “Offer, dan krijg je weer minnaars en geld op zak.”
Afra: “Nooit meer zal ik zulk smerig geld aannemen. Het geld dat ik had heb ik als vuilnis weggegooid.”
Rechter: “Je kunt geen christen zijn, je bent een slechte vrouw.”
Afra: “Mijn enig recht op de naam christen is dat God barmhartig is.”
Rechter: “Hoe kun je nu weten dat Christus je aanvaardt?”
Afra: “Doordat Hij toestaat Hem te belijden voor uw rechterstoel.”
Rechter: “Dat zijn toch allemaal maar verhaaltjes. Vooruit, offer!”
Afra: “Christus is mijn verlossing: toen Hij aan het Kruis hing, heeft Hij het paradijs beloofd aan de rover die Hem beleed.”
Rechter: “Houd me niet zolang op met je praatjes, houd op met die dwaasheid en offer, anders laat ik je folteren en levend verbranden.”
Afra: “Laat dit lichaam, dat zo gezondigd heeft, maar lijden.”
Toen velde de rechter zijn vonnis. De beulen grepen haar en sleepten haar naar een eiland in de Lech, rukten haar de kleren van het lijf en bonden haar vast aan de paal van de brandstapel. Toen sloeg zij haar ogen naar de hemel en bad wenend: “Heer Jezus Christus, almachtige God, Gij zijt toch gekomen om de zondaars te roepen en niet de rechtvaardigen, om ze te bekeren. Aanvaard nu de boete voor mijn hartstocht, en red mij door dit tijdelijke vuur dat mijn lichaam moet verteren, van het eeuwige vuur dat zowel het lichaam als de ziel verbrandt.”
En uit het vuur kwam nog steeds haar stem: “lk dank U, Heer Jezus Christus”. En zo gaf zij de geest, in het jaar 304.
uitg. orthodox klooster Den Haag – met toelating


Haar graf in de crypte van st.Ulrich in Augsburg

Haar marteling


Simeon de nieuwe thheoloog : “Jezus raakte hem aan, en sprak: Ik wil het; word gereinigd”

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymne 30

Simeon de nieuwe theoloog
“Jezus raakte hem aan, en sprak: Ik wil het; word gereinigd”
Voordat het goddelijk licht brandde, kende ik mezelf niet.
Ik zag mezelf toen in de duisternis en in de gevangenis,
opgesloten in een modderpoel,
bedekt met vuil, gewond, mijn lichaam opgezwollen…,
ik ben aan de voeten gevallen van Degene die me verlicht heeft.
En Degene die me had verlicht, raakt met zijn handen
mijn hechtingen en mijn wonden aan;
daar waar zijn hand en waar zijn vinger komt,
vallen weldra mijn hechtingen,
de wonden verdwijnen, en alle vuil.
Het vuil van mijn lichaam verdwijnt…
zodat Hij het gelijk aan zijn goddelijke hand maakt.
Merkwaardig wonder: mijn vlees, mijn ziel en mijn lichaam
nemen deel aan de goddelijke heerlijkheid.
Vanaf mijn reiniging en de bevrijding van mijn hechtingen,
is Hij het die me een goddelijke hand reikt,
Hij trekt me geheel uit de modderpoel,
Hij omhelst mij, Hij werpt zich om mijn nek,
Hij bedekt me met kussen (Lc 15,20).
En ik, die totaal uitgeput was
en die al kracht had verloren,
wordt door Hem op de schouders genomen (Lc 15,5),
en Hij neemt me mee uit mijn hel…
Het is het licht dat me meeneemt en me ondersteunt;
ze neemt me mee naar een groot licht…
Hij laat me schouwen door welke vreemde omvorming
Hij mij heeft omgevormd (Gn 2,7)
en mij aan de vergankelijkheid heeft onttrokken.
Hij heeft mij de gave van een onsterfelijk leven gegeven
en heeft mij bekleed met een onsterfelijk en lichtend kleed
en heeft mij sandalen, een ring en een kroon gegeven
die onvergankelijk en onsterfelijk zijn (Lc 15,22).
http://www.dagelijksevangelie.org



de heilige Markianos en zijn vrouw Pulcheria

Heiligenleven
De heilige Markianos met zijn vrouw Pulcheria

De heilige Markianos met zijn vrouw Pulcheria, de zuster van Theodosios de Jongere die in 438 de relieken van de heilige Johannes Chrysostomos met grote praal naar Constantinopel had teruggebracht. Ook Pulcheria had bij de kist vergeving gevraagd voor de misdaad van hun ouders. Markianos regeerde als keizer van het byzantijnse rijk van, 450 tot 457. In 451 vond het 4e oecumenische concilie plaats te Chalcedon, waar de ketterij van Eutyches veroordeeld werd (zie 16 juli).
Pulcheria was na de dood van de zwakke Theodosios de erfgename van de troon. Zij had van jongsaf de gelofte afgelegd als maagd te leven, maar omdat ze inzag dat de grote problemen van het rijk een sterke bestuurder nodig maakten, trad ze in het huwelijk met Markianos, die eveneens de kuisheidsgelofte had afgelegd. Ze zouden hun geloften niet breken en toch samen regeren.
Het door hen bijeengeroepen concilie kon in het begin niet tot overeenstemming komen. Zij wilden geen druk uitoefenen, zoals in Efese gebeurd was, en besloten toen een duidelijk teken van God te vragen. In die tijd werd de heilige Eufemia hoog vereerd. Men bracht de kist met haar relieken in de vergaderzaal, en daarin werden twee rollen met de verschillende geloofsbelijdenissen neergelegd. De kist werd verzegeld, en men bleef daarbij gedurende drie dagen en nachten onder vasten en gebed. Daarna werd de schrijn geopend. De rol met de monofysitische belijdenis lag toen onder haar voeten, maar de geloofsbelijdenis van Nicea hield zij in haar hand. Hierdoor werden allen overtuigd, en de orthodoxie werd plechtig bezegeld.
Zo keerde eindelijk de rust terug in de kerk en ook de andere moeilijkheden konden ter hand worden genomen. De Hunnen, die onder Atilla waren binnengevallen, werden verdreven. Er werden ziekenhuizen ingericht en kerken gebouwd, onder andere de beroemde kerk van de Moeder Gods van Blacherna. Daar werd onder andere de gordel van de heilige Moeder Gods bewaard en de niet met handen gemaakte icoon van de Verlosser (mandilion). Markianos en Pulcheria namen deel aan de noden van het volk en vergezelden hen te voet bij de processies en gaven zo in elk opzicht het voorbeeld van een christelijke regeerder. Pulcheria stierf reeds in 453 (10 september), en Markianos op deze dag in 457.
uitg.orthodox klooster Den Haag



Koor uit Helsinki in de orthodoxe kerk van Gent
Papias van Hierapolis

Heiligenleven
De heilige Papias van Hierapolis

De heilige Papias, bisschop van Hiërapolis, behoort tot de apostolische vaders. Hij was een leerling van de apostel Johannes en een vriend van de heilige Polykarpos. Er zijn slechts enkele brokstukken van zijn geschriften bewaard gebleven in de kerkgeschiedenis van Eusebios: vermeldingen van de Evangelies van Mattheos en Markos; de vier Maria’s en de broeders des Heren, en een deel van een commentaar over de Woorden van de Heer. Hij is gestorven rond 130. Papias beroemt zich erop dat hij aan elk van de apostelen die hij ontmoette, telkens heeft gevraagd wat zij van de Heer hadden gehoord, om dat op te schrijven. Helaas is zijn boek niet bewaard gebleven.
Uitg.orth.klooster Den Haag .Met toestemming
Athanasios de Belijder

De heilige Baradat

De heilige Baradat (Varadat) leefde in de woestijn van Syrië, in een kuil die hij nooit verliet. Hij was gekleed in enkele dierenvellen en beoefende het onophoudelijk gebed. Hij had een zwak gestel, maar liet zich daardoor niet weerhouden een even strenge ascese te onderhouden als de andere kluizenaars. De brandende liefde tot God die hem doorgloeide, maakte het mogelijk dat hij de beperktheden van zijn lichaam overwon, en hij liet daardoor zien dat het meer aankomt op moed dan op kracht om iets te bereiken in het geestelijk leven.
Evenals Simeon de Styliet werd hij geraadpleegd door keizer Leo, en zijn antwoord is gevoegd bij de documenten van het concilie van Chalcedon. Hij is gestorven rond 460.
uitg.orthodox klooster Den haag. Met toestemming



