Caesarius van Arles : “Het koninkrijk van God … is gerechtigheid, vrede en vreugdeor de heilige Geest” (Rm 14,17) do

border 76UA.gif

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop
Sermon 166

 

caesarius van arles.jpg

“Het koninkrijk van God … is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest” (Rm 14,17)

Wat is de ware vreugde, zusters en broeders, als het niet het Koninkrijk der hemelen is? En wat is het Koninkrijk der hemelen, als Christus niet onze Heer is? Ik weet dat alle mensen de ware vreugde willen hebben. Maar wie gelukkig wil zijn met de oogst zonder de akker te bewerken, misleidt zichzelf. Wie vruchten wil plukken zonder bomen te planten, vergist zich. Men bezit de ware vreugde niet zonder gerechtigheid en vrede… Door nu de gerechtigheid te respecteren en om de vrede te bezitten, werken we hard gedurende een korte tijd als gebogen over een goed werk. Maar vervolgens zullen we ons zonder einde verheugen over de vruchten van dit werk.

Luister naar wat de apostel Paulus over Christus zegt: “Hij is onze vrede” (Ef 2,14)… En de Heer zegt tegen zijn leerlingen: “Ik u zal weerzien, uw hart zal zich verheugen en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen”. Wat is deze vreugde die niemand u zal kunnen afnemen, behalve Hijzelf, uw Heer, die niemand ons kan ontnemen?

Onderzoek uw geweten, zusters en broeders; als de gerechtigheid er heerst, als u voor uzelf hetzelfde wilt, verlangt en wenst als voor allen, als de vrede in u is, niet alleen met uw vrienden, maar ook met uw vijanden, weet dan dat het Koninkrijk der hemelen, dat wil zeggen Christus de Heer, in u woont.

 Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

border 58.jpg

Heilige Jozef de hymnenschrijver

border hstr.jpg

Heiligenleven

De heilige Jozef de hymnenschrijver

 

Jozef de Hymnenschrijver.jpg

Jozef de Hymnenschrijver

De heilige Jozef de hymnendichter‚ was geboren op Sicilië maar toen het eiland in 830 bezet werd door de moslims vluchtte hij naar Thessalonika. Daar werd hij, 15 jaar oud, monnik in het klooster van Latoma, en daar is hij ook priester gewijd. Hij trok de aandacht door innige vroomheid en studiezin. Daarom werd hij naar de hoofdstad gehaald door de heilige Gregorios de Dekapoliet, in het klooster van de heilige Antipas te Constantinopel. De kerk van Constantinopel zond hem met Gregorios naar Rome om de kerk daar op de hoogte te brengen van het onheil dat door de iconoclasten werd gesticht. Onderweg werd hij echter door zeerovers gevangen genomen en als slaaf verkocht op Kreta.
Gedurende zes jaren verkeerde hij in slavernij maar tegelijk benutte hij de mogelijkheid om velen tot het geloof te brengen. Onder hen was waarschijnlijk ook zijn eigenaar, want hij herkreeg de vrijheid en trok opnieuw naar Constantinopel, waar de vervolging intussen geëindigd was. Hij stond daar in aanzien en genoot het vertrouwen van de heilige patriarch lgnatios en van diens opvolger de heilige Fotios, die hem tot geestelijke vader benoemde van de stadsgeestelijken, en met wie hij opnieuw in ballingschap ging.
Na de dood van Fotios werd hij weer teruggeroepen naar de keizerstad en hij besteedde verder zijn tijd aan het schrijven van hymnen, o.m. bijna 300 canons. Daarvan worden nog steeds enkele gebruikt in de liturgische diensten, maar ze maken slechts een klein deel uit van zijn uitgebreide geschriften. (De meeste van onze canons zijn echter van de hand van een andere Jozef‚ de broer van de heilige Nikolaas de Studiet.) Hij is gestorven op de vooravond van de Grote Donderdag, in 883.
Aan zijn dood is nog een merkwaardige legende verbonden. ln die dagen was een belangrijk burger van Constantinopel een voortdurende gebedsdienst aan het houden in de kerk van de noodhelper de heilige Theodoros, om hulp in een wanhopige positie. Hij was al drie dagen en nachten in de kerk gebleven zonder enig teken te ontvangen en wilde toen in uiterste ellende de kerk verlaten. Maar toen verscheen hem de heilige Theodoros en verontschuldigde zich dat hij de ander zo lang had laten wachten: hij was bezig geweest, samen met de andere door Jozef bezongen heiligen, diens ziel te begeleiden naar het paradijs, en daarom was hij zo lang weggeweest uit zijn kerk!

bron: heiligenlevens voor elke dag . Orth.klooster Den Haag

 

border muzieknoten.gif

 

border 105.jpg

Augustinus : “Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben”

1 (2).jpg

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon over het evangelie van Johannes, nr. 12

 

 

Augustinus.jpg

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben”

 

Christus heeft de dood aanvaard en hem aan het kruis bevestigd, opdat de sterfelijke mens verlost werd van de dood. De Heer herinnert ons hiermee aan iets wat ooit eerder op symbolische wijze plaatsvond: “Evenals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, zo moet ook de Mensenzoon omhoog worden geheven, zodat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven bezit” (Joh 3,14-15). Oh diep mysterie!… De Heer had Mozes namelijk opgedragen een bronzen slang te maken en deze, midden in de woestijn, op een paal te zetten en het volk van Israël op te dragen om, wanneer iemand van hen gebeten werd door een slang, zijn ogen te richten op deze, op een paal verheven slang. Zo werd gedaan en wie gebeten werd keek omhoog en was genezen (Num 21,6-9).

Waar staat de beet van een slang voor? Voor zonden, voortkomend uit de sterfelijkheid van het vlees. Waar staat de opgeheven slang voor? Voor de dood van de Heer aan het kruis. Want zoals de dood is gekomen door de slang (Gen 3), zo wordt zij gesymboliseerd door het beeld van een slang. De beet van de slang is dodelijk, de dood van de Heer is leven gevend. Men keek de slang aan, opdat de slang geen macht meer zou hebben. Wat wil dit zeggen? Men keek de dood aan, opdat de dood geen macht meer zou hebben. Maar wiens dood? De dood van het leven, zo men kan spreken over de dood van het leven, en daar men dat kan zeggen, hoe wonderbaarlijk is die uitspraak! Maar zal ik twijfelen te zeggen dat wat de Heer verwaardigde te doen voor mij? Is Christus niet het leven? En toch is Christus gekruisigd. Is Christus niet het leven? En toch is Christus dood. In de dood van Christus heeft de dood de dood gevonden…. De volheid van leven heeft de dood verzwolgen, de dood is tenietgedaan in het lichaam van Christus. Zo ook zullen wij spreken bij de verrijzenis wanneer wij zegevierend zingen: “Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?” (1Kol 15,55).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

tekst bijbel nederl 65.jpg

Alexander Nevsky

 

borders4 (5).jpg

 

Heiligenleven

De heilige Alexander Nevsky

nevsky alexander4.jpg

Alexander Nevsky

 

De heilige Alexander Nevski, de zoon van Jaroslav II, prins van Novgorod, was geboren in 1219. Het land verkeerde in grote ellende door de invallen van de Gouden Horde uit Mongolië. De steden waren verwoest, de inwoners waren in de wouden gevlucht, de kerken waren in brand gestoken en de priesters vermoord. Jaroslav moest onderhorigheid betuigen aan de Mongolen om zijn positie te kunnen handhaven. Nadat hij gestorven was in 1246, werd hij opgevolgd door de twee oudste zonen, lsjaslav, in 1248 gedood tijdens een schermutseling met de Litauers, en Andreas II, door de Khan uit het land verdreven in 1252. Nu werd de jongste broer, Alexander, prins van Novgorod. Deze had, in 1241, de Zweden bloedig verslagen aan de oevers van de Newa, en droeg sindsdien de bijnaam ‘Nevski’.
Ook had hij het volk aan zich verknocht door in 1231, tijdens de grote hongersnood, al zijn middelen ter beschikking te stellen, en zich persoonlijk in te zetten voor de Ieniging van de barre nood tijdens de buitengewoon strenge winter.
Van 1237 tot 1239 drongen de tataarse ruiterbenden Rusland binnen, alles verwoestend wat zij op hun weg vonden. Wladimir werd door hen ingenomen, maar op 100 km afstand van Novgorod bogen zij af naar het zuiden, verwoestten Kiev en vestigden zich in het zuid-westen van Rusland, in de streek langs de Zwarte Zee. Gedurende twee eeuwen legden zij de Russische volkeren onmetelijk zware belastingen op, onder bedreiging anders tot een verwoestende inval te zullen overgaan.
Hoewel Novgorod door de Horde met rust werd gelaten, moest Alexander steeds weer de strijd aanbinden met aanvallers uit het westen: zowel het Zweedse koninkrijk als Litauen en de Duitse ridderorde. Op 16 juli 1240 werd Alexander met zijn kleine leger geconfronteerd met een machtige Zweedse invasie. Gesterkt door een verschijning van de heilige Boris en Gleb op de Newa, behaalde hij een roemrijke overwinning. Maar het volk van Novgorod raakte opnieuw verdeeld en verdreef de jonge prins uit hun gebied. Toen het volgend jaar echter de Duitse orde zich meester had gemaakt van Pskov en het gevaar voor Novgorod dreigend werd, schreeuwden ze in hun nood weer om Alexander, die kwam aansnellen en een nieuwe overwinning behaalde bij het Peipusmeer. Nu werd hij in triomf Novgorod binnengehaald, en de volgende vier jaar werd hij in beslag genomen door de steeds hernieuwde invallen der Litauers.
Hij was ook grootvorst van Wladimir geworden, en de macht die in zijn handen lag door het beheer over de twee belangrijkste steden uit dit gebied, gebruikte hij om meer eenheid te brengen tussen de elkaar beconcurrerende vorsten. Want deze onderlinge verdeeldheid was de oorzaak van de Russische machteloosheid tegenover de tataarse legers.
Na de dood van zijn vader werd Alexander opgeroepen om voor de Gouden Horde te verschijnen voor de tataarse Khan, samen met de andere Russische prinsen. Ofschoon hij wist dat de doodstraf stond op het niet volgen van het afgodische begroetingsritueel, verklaarde Alexander: “Vorst, ik buig mij eerbiedig voor u neer, want God heeft u de oppermacht geschonken, maar uw goden kan ik niet vereren, want ik ben christen, en ik vereer de Ene God in Drie Personen, de Schepper van hemel en aarde”. De Khan bewonderde zijn moed en toen hij gehoord had welke heldendaden Alexander had verricht, nam hij hem op als een geëerde gast.
Van daar werd hij met zijn broer doorgezonden naar de Groot-Khan in de Karakorum, het uiterste grensgebied van Mongolië. Pas in 1251 kwam hij in Novgorod terug, ziek en uitgeput van de reis, maar als bevestigde prins van Novgorod en vertrouwde bondgenoot van de invallers.
Het volgende jaar kwam prins Andreas van Wladimir in opstand tegen de Tataren. Hij sloot een bondgenootschap met de Zweden, en lokte zo afgrijselijke represailles van de Mongolen uit. Opnieuw begaf Alexander zich naar de Gouden Horde, en hij wist het gevaar af te wenden, en met de laatste reserves van de staatskas kocht hij talrijke gevangenen vrij. Nu kreeg hij de macht toebedeeld over geheel Rusland. Nog tweemaal begaf hij zich naar de Khan, om tussenbeide te komen voor het opstandige volk en verlichting te verkrijgen van de verpletterende belastingdruk.
In diezelfde jaren kwam ook sterke druk uit het westen. Paus Innocentius IV zond missionarissen naar de Russische vorstenhoven om het orthodoxe volk te bekeren, en toen Alexander weigerde het oude geloof op te geven, werd een soort kruistocht georganiseerd: in 1256 trokken de Zweedse, Deense, Finse en Duitse legers op tegen Novgorod, maar Alexander versloeg de coalitie en bezette zelfs Finland.
In 1260 werd het tataarse tribuut weer opgeschroefd, terwijl tevens manschappen werden verlangd voor een mongoolse inval in Perzië. Opnieuw trok Alexander naar de Horde en wist in Iangdurige besprekingen beide gevaren af te wenden. Maar de nauwelijks 44-jarige was aan het einde van zijn krachten, hij had zich letterlijk versleten in dienst van zijn volk. Hij werd ziek, en op de terugweg stierf hij, op 14 november 1263, nadat hij op zijn sterfbed de monniksgeloften had afgelegd.
ln dit zeer kritieke tijdperk van de bewogen geschiedenis van het Russische volk, schitterde de heilige Alexander door zijn moed en staatsmanswijsheid, zijn energie en zijn ijver voor het geloof.

Bron : heiligenlevens : orth.klooster Den Haag

nevsky alexander2.jpg

Alexander Nevsky

Het concilie van Nicea

border  e5e42.jpg

VADERS VAN NICEA

 Vaders eerste oecumenisch concilie

Kondakion :

De Verkondiging der Apostelen, evenals de dogma’s van de Vaderen, bewaren de Kerk in eenheid van Geloof. Zij draagt het bruilofskleed der waarheid, geweven door de Theologie vanuit de hoge, om het grote geloofsmysterie recht te prediken en te verheerlijken

Prokimen :

Gezegend zijt Gij, Heer, God onzer Vaderen, en lofwaardig en heerlijk is Uw Naam in eeuwigheid. (Dan.3,26,55)

Gij zijt rechtvaardig in alles wat Gij aan ons hebt gedaan : al Uw werken zijn waarheid.

Gezegend zijt Gij dier zetelt op de troon der heerlijkheid van Uw Koninkrijk.

 

Het Concilie van Nicea

Op de 7e zondag na Pasen vieren wij de God-gewijde Vaders van het eerste Oecumenisch Concilie.

Lees verder “Het concilie van Nicea”

Nikon heilige priester uit Napels martelaar

Banner2 +.gif

Heiligenleven

De heilige  Nikon – priester Martelaar uit Napels

 

Nikon de napolitaan.jpgDe heilige Nikon, priester-martelaar, met zijn vele leerlingen. Hij was een Napolitaan, zoon van een heidense vader en een christen moeder, beroepssoldaat, knap en sterk. Na een zwaar gevecht was hij met zijn leger als overwinnaar naar Napels teruggekeerd en hij vertelde aan zijn moeder dat hij ook christen wilde worden. Hij nam daarvoor de boot naar Constantinopel, maar onderweg ging hij aan land op het eiland Chios. Daar zocht hij een eenzame plaats en bracht zeven dagen door in gebed om de consequenties van zijn stap te doordenken en er zich op voor te bereiden. Vervolgens trok hij naar de berg Ganos, waar zich een kluizenaars-kolonie bevond. Nikon werd gedoopt en sloot zich bij hen aan en werd drie jaar later priester gewijd, omdat hij tot overste was gekozen.
Langzamerhand kwamen er te veel leerlingen om het leven daar vol te kunnen houden en Nikon begon met negen van zijn leerlingen een zwervend bestaan. Zij gingen eerst naar Mytilene, dan weer aan de geheel andere kant van de Middellandse Zee naar Napels, waar Nikon zijn moeder bijstond in haar laatste dagen en haar begroet. Vervolgens gingen ze naar Sicilië waar ze een geschikte plek vonden op de berg Tauromenië, en het aantal van zijn leerlingen aangroeide tot 199.
De rust daar was echter slechts schijn, ze werden allen gegrepen en voor de rechter gebracht. De leerlingen werden onthoofd maar Nikon moest de volle maat van de woede der vervolgers verduren en hij werd op allerlei manieren gemarteld tot ook hij tenslotte met het zwaard werd gedood, in 260.

uit : heiligenlevens voor elke dag – orth klooster Den Haag

1-Petrus-221-22.jpg

aa.jpg

Nikon heilige van het Holenklooster in Kiev

border 7TRE.jpg

Heiligenleven

De heilige Nikon van het Holenklooster in Kiev

 

Nikon holenklooster Kiev21.jpgDe heilige Nikon van het Holenklooster in Kiev was een priester die de eerste volgeling werd van Antonios, de stichter van het Holenklooster, die hem belastte met de opname van de nieuwelingen. Toen hij eens de twee lievelingszonen van de grootvorst van Kiev, Warlaäm en Efraïm, had opgenomen, haalde hij zich de woede van hun vader op de hals, zodat zijn verblijf in het klooster onmogelijk werd. Hij trok zich toen terug op het schiereiland van Tamanj, waar hij de bouw van een kerk organiseerde.
Later keerde hij naar het Holenklooster terug, waar hij enthousiast werd opgenomen en later ook tot abt werd gekozen. Hij was artistiek begaafd en heeft het klooster met fresco’s en mozaïekwerk gesierd. Hij is gestorven in 1088.

uit : heiligenleven voor elke dag – uitg orth.klooster Den Haag

 

holenklooster Kiev25.jpg

Holenklooster Kiev

 

border 22ZZSS.gif

holenklooster Kiev25.jpg

cyprianos : Vragen in naam van Jezus

124d1898bc5b16b31b8594c0838cf685.jpg

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Gebed van de Heer 2,3  

 

Vragen in naam van Jezus

 

Cyprian heilige.jpgOnder de vele heilzame vermaningen en goddelijke voorschriften, waarmee de Heer zijn volk liefdevol leidt naar zijn heilsbestemming heeft Hijzelf ook een voorbeeld van gebed gegeven. Zelf heeft Hij ons aangemaand en onderwezen wat wij moeten bidden. Hij die ons deed leven, leerde ons ook bidden, met dezelfde mildheid waarmee Hij ook zijn andere gaven heeft willen delen. Zo kunnen wij, als wij tot de Vader spreken met het verzoek en het gebed dat de Zoon ons heeft geleerd, gemakkelijker gehoor vinden.. Vroeger had Hij al gezegd dat het uur ging komen waarop de ware aanbidders de Vader zouden aanbidden in geest en waarheid (Joh 4,24), en die belofte van toen heeft Hij vervuld. Zo kunnen wij die door zijn heiligmaking Geest en waarheid ontvangen hebben, door zijn onderrichting ook waarachtig en geestelijk bidden.

Welk gebed immers kan geestelijker zijn dan het gebed dat ons door Christus is gegeven, door wie ons ook de Heilige Geest is gezonden? Welk gebed is waarachtiger bij de Vader, dan het gebed dat door de Zoon die de waarheid zelf is, door zijn eigen mond is uitgesproken?

Laat ons daarom bidden, geliefde zusters en broeders, zoals de goddelijke Meester het heeft geleerd. Een welkom en vertrouwd gebed is het voor God, als wij Hem met zijn eigen woorden aanroepen, als wij het gebed van Christus tot zijn oren laten opstijgen. Laat de Vader de woorden van zijn Zoon herkennen, als wij bidden. Hij die in ons hart woont, moet ook in onze stem doorklinken. En daar wij Hem bij de Vader als voorspreker hebben voor onze zonden, laten wij daarom als wij, zondaars, voor onze fouten vergeving vragen, de woorden van onze voorspreker gebruiken. Want Hij heeft gezegd dat wat wij de Vader ook zullen vragen, Hij het ons zal geven in zijn naam (Joh 16,23).

http://www.dagelijksevangelie.org

border 7gE.jpg

 

 

heiligenleven : Servatius

border oaoa (7).jpg

Heiligenleven 

De heilige Servatius van Tongeren – Maastricht

 

servatius en Lambert.jpg

Lambertus en Servatius (rechts)

 

De heilige Servatius (Aravatus, Sabbatius, Servaas), bisschop van Tongeren, na de heilige Maternus. Zijn afkomst is geheel onbekend, maar later werd verhaald dat hij uit Armenië of uit Syrië afkomstig zou zijn, en na een wilde jeugd zich had bekeerd. Na een bedevaart naar het Heilig Land werd hij priester gewijd en als missionaris naar Gallië gezonden. Rond 335 was hij bisschop van Tongeren. Hij nam deel aan het Concilie van Keulen in 346, en gaf getuigenis tegen de ariaansgezinde bisschop van Keulen:

Ik weet volkomen zeker wat deze valse bisschop leert; ik weet het niet van horen-zeggen, maar doordat ik het met mijn eigen oren heb gehoord. Omdat onze diocesen aan elkaar grenzen, heb ik vaak met hem gedisputeerd wanneer hij de Godheid van Jezus Christus loochende. Dat heb ik gedaan, zowel onder vier ogen als in het openbaar, in de aanwezigheid van Athanasios, bisschop van Alexandrië. Mij advies luidt: hij mag niet langer een christen bisschop zijn, en zij die in gemeenschap met hem blijven, kunnen niet langer als christenen beschouwd worden.

Servatius had de heilige Athanasios tijdens diens ballingschap met grote eer ontvangen, en zich volledig achter hem gesteld. Hij had hem ook vergezeld tijdens diens ballingschap in Trier van 336 tot 338, Ook op het concilie van Sardica in 347, en dat van Rimini in 359, was Servatius een der voornaamste bestrijders van de Arianen. Toen Tongeren door de duitse Hunnen werd bedreigd, bracht Servatius de bisschopszetel over naar de vesting Maastricht, waar hij op deze dag, Pinkstermaandag, gestorven is in 384.

De heilige Gregorios van Tours verhaalt dat Servatius voorzegd had dat de Hunnen Gallië zouden binnenvallen, en onder tranen verdubbelde hij zijn gebeden, nachtwaken en vasten om Gods barmhartigheid af te smeken en Zijn toorn te doen wijken. In 366 ondernam hij daarom ook een bedevaart naar Rome, om ook de hulp van de apostelvorsten af te smeken voor zijn volk. Maar God openbaarde hem dat Hij de zonden van de Galliërs wilde straffen door de gesel van de oorlog, maar dat Servatius er geen getuige van zou zijn. Diep bedroefd keerde de heilige naar Tongeren terug. Niet lang na zijn dood werd de stad ingenomen, geplunderd en verwoest door de troepen van de beruchte Attila.

De naam van Servatius is verbonden aan het bezit van een grote zilveren sleutel, een kopie van de sleutel van de mamertijnse gevangenis waar de heilige Petros was vastgehouden, en waarin deeltjes van diens ijzeren boeien waren verwerkt. Zijn gebeente bevindt zich te Maastricht, sinds 1102 in een gouden schrijn: de huidige “Noodkist”, een van de schitterendste reliekschrijnen die uit de Middeleeuwen bewaard zijn gebleven. Zijn relieken worden speciaal vereerd tijdens de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart (de 54e was in 2011 – red.)

Volgens de legende heeft Attila op zijn rooftocht Maastricht niet kunnen vinden, door de gebeden van de heilige Servatius, terwijl de mensen van angst weggekropen waren in hun huizen. Toen de Hunnen afgetrokken waren en de mensen weer naar buiten durfden te komen, zagen zij hoe in heel de omgeving mensen en goederen waren geschonden en gebrandschat. Toen trokken zij met kruisen naar de kerk van Sint Servaas en zij loofden God. Dit is de oorsprong van de jaarlijkse processie op zijn feestdag.

In de Sint Servaaskerk in Maastricht bevinden zich de graven van de volgende bisschoppen: Agricola, Designatus, Eucharius, Eucharius, Felix, Quirillus, Renatus, Supplicius en Ursicinus.

heiligenlevens van elke dag – orth.klooster DenHaag

 

servatius reliek.jpg

Servatius reliek in de st.servaaskerk van Maastricht

 

servatius visioen.jpg

Visioen van de heilige Servatius

 

Joh. van Damascus : “Jezus begon te huilen, zodat de Joden zeiden: ‘Hij moet wel veel van hem gehouden hebben!’ “

2 (2).jpg

 

H. Johannes van Damascus (ca 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Triode van de Zaterdagmorgen gebeden van Lazarus, Odes 6-9

Johannes van Damascus.jpg

Joh. van Damascus

 

“Jezus begon te huilen, zodat de Joden zeiden: ‘Hij moet wel veel van hem gehouden hebben!’ “

Aangezien U waarlijk God zijt, o Heer, daarom wist U over de slaap van Lazarus en heeft U die reeds voorspeld aan uw discipelen… Aangezien U, die nochtans zonder einde bent, vlees zijt geworden, komt U naar Bethanië. Waarlijk mens, huilt U om Lazarus: waarlijk God wekt U hem, door uw wil, na vier dagen op uit de dood. Heb medelijden met mij, o Heer; talrijk zijn mijn zonden. Ik smeek U, lijdt mij weg van de afgrond van het kwaad. Naar U roep ik: verhoor mijn gebed, God van mijn heil.

Huilend om uw vriend, heeft U, In uw barmhartigheid, een einde gemaakt aan de tranen van Martha en door uw vrijwillig lijden heeft U elke traan gewist van het gezicht van uw volk.
Als behoeder van het leven heeft U een dode aangeroepen alsof hij sliep. Met een woord heeft U de buik van de hel geopend en hij die U hebt opgewekt begon te zingen: “Gezegend zij de Heer, de God van onze voorvaderen” (Ezra 7,27). Wek ook mij op, verstrikt als ik ben in de banden van het kwaad, en ik zal zingen: “Gezegend zij de Heer, de God van onze voorvaderen”.

In haar erkentelijkheid brengt Maria U, o Heer, een litra nardusbalsem als een vereffening voor haar broer (Joh 12,3), en zij zingt U toe in alle eeuwigheid. Als sterveling roept U de Vader aan, als God wekt u Lazarus op. Dit is waarom wij allen tot U zingen, o Christus, tot in de eeuwen der eeuwen… U wekte Lazarus op, een dode van vier dagen; U liet hem opstaan uit zijn graf waardoor U hem tot een waarlijke getuige maakte van uw opstanding op de derde dag. U loopt, U huilt, U praat, mijn Redder, en toont ons uw menselijke natuur; maar door Lazarus op te wekken uit de dood openbaart U ons uw Goddelijke natuur. Op onuitsprekelijke wijze heeft U, o Heer mijn Redder, volgens uw dubbele natuur, met koninklijke macht, mijn redding volbracht.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Lazarus.jpg

Lazarus

Isaak de Syrier : ik geloof kom mijn ongeloof te hulp

border 6UEN6 (2).jpg

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen, 1ste serie, 72

isaak de syriër 21.jpg

“Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp

Het geloof is de poort naar de mysteriën. Wat de ogen van het lichaam zijn voor de gevoelige zaken, is het geloof voor de ogen van de ziel. Daar we twee lichamelijke ogen hebben, hebben we ook twee geestelijke ogen van de ziel, zeggen de kerkvaders en een ieder heeft zijn eigen inzicht. Door één oog zien we de geheimen van de heerlijkheden van God, zoals deze verborgen is in de wezens van zijn schepping, te weten zijn kracht, zijn wijsheid, en zijn eeuwige voorzienigheid die ons omgeeft en die we begrijpen wanneer we de grootheid van de hoogte beschouwen vanwaar Hij ons leidt. Door hetzelfde oog schouwen we eveneens de hemelse orde, en de engelen, onze dienstgezellen (Ap 22,9).

Maar door het andere oog schouwen we de glorie van de heilige natuur van God, als Hij ons wil laten binnengaan in de geestelijke mysteriën en Hij de oceaan van het geloof opent voor onze intelligentie.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

547821_301301746634690_961571115_n.jpg

Cyrillus van Alexandrië : Om de verstrooide kinderen Gods bijeen te brengen

borders1458 (2).jpg

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar
Commentaar op de brief aan de Romeinen, 15,7

cyrillus van Alexandriê..213.jpg

Cyrillos van Alexandrië

 

“Om de verstrooide kinderen Gods bijeen te brengen

“Wij allen vormen tezamen in Christus één lichaam, en ieder afzonderlijk, zijn wij, evenals de ledematen van het lichaam, aangewezen op elkaar” (Rom 12,5). Christus heeft ons immers door de banden van de liefde tot een eenheid gemaakt. “Want Hij is het die de twee werelden één heeft gemaakt en de scheidsmuur heeft neergehaald, door de wet der geboden met haar verordeningen te vernietigen” (Ef 2,14). Dezelfde gezindheid moeten ook wij ten opzichte van elkaar hebben, Wanneer één lid lijdt, moeten alle ledematen in het lijden delen; de één wordt geëerd, dan moeten alle delen in de vreugde (1Kor 12,26). “Aanvaard daarom elkander,” zegt Paulus, “zoals Christus u in zijn gemeenschap heeft opgenomen, ter ere Gods” (Rom 15,7) Wij zullen elkaar aanvaarden, als wij maar eensgezind willen zijn, elkaars lasten willen dragen (Gal 6,2) en de “eenheid van de Geest door de band van vrede” (Ef 4,3) willen behouden. Zo heeft God ons in Christus opgenomen. Want Johannes spreekt de waarheid wanneer hij zegt dat onze God en Vader de wereld zo heeft liefgehad dat Hij zelfs zijn Zoon voor ons heeft gegeven (Joh 3,16), Hij is immers de losprijs die voor het leven van ons allen gegeven is. Wij zijn vrijgekocht uit de dood en daardoor zijn wij van dood en zonde verlost.

Het doen van de heilsbeschikking nu maakt Paulus duidelijk, wanneer hij zegt dat Christus ter wille van de trouw een dienaar van het joodse volk is geworden (Rom 15,8). Aangezien God de voorvaderen van de joden voorzegd had dat Hij hun geslacht zou zegenen en het zo talrijk zou maken als de sterren van de hemel, is Hij in het vlees verschenen en mens geworden. Hij was zelf God, Hij was het Woord dat de hele schepping omvat en hierdoor doet bestaan; juist omdat het woord God is, verschaft het de schepselen het welzijn. Christus is in deze wereld gekomen in het vlees niet om, zoals Hij zelf zegt, “gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen” (Mt 20,28).

http://www.dagelijksevangelie.org

 

tekst kkkk.jpg