Symeon de Nieuwe Theoloog : “Hij, die God heeft gezonden, spreekt de woorden van God”

border épa.jpg

Simeon de Nieuwe theoloog.jpg

Symeon de Nieuwe Theoloog

 

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik  :

 

“Hij, die God heeft gezonden, spreekt de woorden van God”

De Heer heeft tegen ons gezegd: “Doorgrond de Schrift” (Joh 5,39). Doorgrond het dus en onthoud met veel precisie en veel geloof wat de Schrift zegt. Op die wijze kent u duidelijk de wil van God en zult u in staat zijn om het goede van het kwade te onderscheiden, zonder u te vergissen, in plaats van te luisteren naar zomaar een geest en meegenomen te worden door schadelijke gedachten.

Wees er zeker van, zusters en broeders, dat niets zo gunstig voor uw heil is als het beoefenen van de goddelijke voorschriften van de Heer… We hebben altijd veel vrees, geduld en volharding in het gebed nodig, opdat ons de betekenis van een woord van de Meester geopenbaard wordt, opdat wij de grote verborgen mysteriën zullen kennen tot in de kleinste woorden, en opdat we klaar zijn om ons leven te geven voor een klein teken, een jota, van de geboden van God (cf Mt 5,18).

Want het woord van God is als een tweesnijdend zwaard (Heb 4,12) die de ziel bijsnijdt en elke begeerte en alle instincten van het vlees wegsnijdt. Nog meer dan dat wordt ze ook een brandend vuur (Jr 20,9) als ze het vuur in onze ziel oprakelt, als ze ons alle droefheden van het leven minacht en de beproevingen als vreugde beschouwt (Jac 1,2), als, tegenover de dood waar alle andere mensen beducht voor zijn, zij ons er naar laat verlangen en het leven laat omhelzen door ons het middel te geven om er te komen.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

5654501d51bab6160439b066e31f7c99.jpg

Justinus : De eerste historische getuigenis van de christelijke doop, in Rome in het midden van de tweede eeuw

 

border tsts (2).jpg

H. Justinus (ca. 100-160), filosoof, martelaar
Eerste Apologie )

 

justinus filosoof.jpg

Justinus filosoof

 

De eerste historische getuigenis van de christelijke doop, in Rome in het midden van de tweede eeuw

 

Als wij door Christus tot nieuwe mensen zijn geschapen, wijden wij ons aan God toe. Over het verloop van deze toewijding wil ik hier handelen. Allen die met vaste overtuiging geloven in de waarheid van onze christelijke leer en verkondiging, moeten de belofte doen dat zij daarnaar willen leven. Ter voorbereiding daartoe leren wij hen door gebed en vasten God om vergeving te vragen voor hun vroegere zonden, terwijl wij met hen mee bidden en vasten. Vervolgens worden zij door ons naar een plaats gebracht waar water is. Daar worden zij in een soort wedergeboorte, zoals ook wij zelf herboren zijn, opnieuw geboren. Want in de naam van God de Vader en Heer van het heelal, en van onze Zaligmaker Jezus Christus, en van de heilige Geest ondergaan zij daar de afwassing met water.

Christus heeft immers gezegd: “Als u niet herboren wordt, kunt u het rijk der hemelen niet binnengaan”. Dit kan onmogelijk betekenen dat wie eenmaal geboren is, in de schoot van zijn moeder moet terugkeren: dat is voor iedereen duidelijk. Door de profeet Jesaja is beschreven hoe zij die gezondigd hebben en boete doen, voortaan de zonden kunnen vermijden. Aldus heeft hij gesproken: “Wast u, reinigt u! Uit mijn ogen met uw misdaden! Houdt op met kwaad doen. Leer liever het goede te doen… Kom, laat ons de zaak afhandelen, zegt God de Heer. Zouden uw zonden die als scharlaken zijn, wit kunnen worden als sneeuw? … (Jes. 1,16v). Van de apostelen hebben wij hierbij de volgende verklaring gekregen. Bij onze natuurlijke geboorte zijn wij, buiten ons medeweten en buiten onze wil, verwekt uit menselijk zaad, door de gemeenschap van onze ouders. … Wij willen echter geen kinderen van dwang en onwetendheid blijven, maar kinderen van vrijheid en kennis worden en vergeving verkrijgen van vroeger bedreven zonden. Daarom wordt in het doopwater over de mens die gekozen heeft voor de wedergeboorte en berouw betoont over zijn zonden, de naam van God, de Vader en Heer van het heelal, uitgesproken. Alleen deze Naam wordt gebruikt door degene die de dopeling naar het badwater leidt. Want een andere naam voor de onnoembare God kan niemand uitspreken…

Dit waterbad wordt ‘verlichting’ genoemd, omdat zij die deze ervaring ondergaan, geestelijk worden verlicht. Ook in de naam van Jezus Christus die gekruisigd is onder Pontius Pilatus, en in de naam van de heilige Geest die door de profeten alles over Jezus vooraf heeft verkondigd, wordt de mens die verlicht wordt, gedoopt.

http://www.dagelijksevangelie.org

Gregorios van Narek

border bbed (2).jpg

H. Gregorius van Narek (ca. 944- ca. 1010), monnik en Armeens dichter : 

 

 Gregorius van Narek2.jpg

 Gregorius van Narek

 

U hebt met kracht gevochten voor mijn redding…

 

Barmhartige God, die vol medelijden bent en een vriend van de mensen (Wijsh 9,1)… Als U spreekt, is niets onmogelijk, zelfs datgene dat onmogelijk leek voor onze geest: U geeft een heerlijke vrucht terug in ruil voor de harde doornen van dit leven…

Heer Jezus Christus, adem van ons leven (Klaagl 4,20) en schittering van onze schoonheid…, licht en gever van licht, U hebt geen plezier in het kwade, U wilt niet dat een mens verloren gaat, U wenst nooit de dood (Ez 18,32). U bent niet onrustig door zorgen en ook niet onderworpen aan woede; U bent niet wisselvallig in uw liefde, noch veranderlijk in uw barmhartigheid; U verandert nooit in uw goedheid. U keert uw rug niet toe, U keert uw gelaat niet af, maar U bent geheel licht en welwillend om te redden. Als U wilt vergeven, kunt U dat; als U wilt genezen, bent U daartoe machtig; als U wilt bezielen, bent U daartoe in staat; als U genade wilt geven, bent U overvloedig; als U de gezondheid terug wilt geven, bent U bedreven… Wanneer U wilt vernieuwen, bent U de Schepper; wanneer U wilt verrijzen, bent U God… Wanneer, voordat we het U zelfs vragen, U uw hand uit zult reiken, U hebt geen enkel tekort… Als U me zekerheid wilt geven, wanneer ik wankel ben, bent U de rots; als U me te drinken wilt geven, bent U de bron; als U wilt openbaren wat verborgen is, bent U het licht.

U hebt met kracht gevochten voor mijn redding…, U hebt alle lijden van de straffen, die wij verdiend hebben, op uw onschuldig lichaam genomen, opdat, door het voorbeeld te worden, U door een barmhartige handeling toont dat U ons draagt.

 

Christus met TEKST.jpg

Gregorius de Grote : “Maar hun ogen waren bevangen, zodat ze Hem niet erkenden”

border123.jpg

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar 

Homilie 23 over het Evangelie

Gregorius de grote8.jpg

“Maar hun ogen waren bevangen, zodat ze Hem niet erkenden”

Beste broeders en zusters, zojuist hebt u gehoord dat twee leerlingen van Jezus onderweg waren en dat ze over Hem spraken zonder in Hem te geloven. De Heer is verschenen, zonder zich echter aan hen te tonen in een vorm waardoor ze Hem konden herkennen. De Heer heeft dus uiterlijk, voor de ogen van het lichaam gerealiseerd, wat zij slechts met de ogen van het hart konden waarnemen. Innerlijk hielden de leerlingen van Hem en tegelijkertijd twijfelden ze; uiterlijk verscheen de Heer aan hen zonder te tonen wie Hij was. Aan hen die met Hem spraken, bood Hij zijn aanwezigheid aan; maar aan hen die twijfelden over Hem, verborg Hij zijn bekende kentekenen, waardoor ze Hem hadden kunnen herkennen. Hij wisselde enkele woorden met hen, verweet hun traagheid van begrip, legde hun de mysteriën van de Heilige Schrift, die Hemzelf betroffen, uit. En toch bleef Hij in hun hart een vreemde, door het gebrek aan geloof; Hij deed dus of Hij verder ging… De Waarheid, die eenvoudig is, heeft niets gedaan met die dubbelhartigheid, maar heeft zich gewoon in zijn lichaam laten zien aan deze twee leerlingen, zoals de waarheid in hun geest was.

Door deze beproeving wilde de Heer zien of zij die nog niet van Hem als God hielden, tenminste in staat waren om van Hem te houden als vreemdeling. De Waarheid liep met hen mee; zij konden dus geen vreemdelingen blijven voor de liefde: zij hebben Hem hun gastvrijheid aangeboden, zoals men dat voor een reiziger doet. Waarom zeggen we overigens dat zij het aangeboden hebben, terwijl er geschreven staat: “Zij drongen sterk bij Hem aan”. Dat voorbeeld toont ons goed dat we niet alleen gastvrijheid moeten aanbieden aan de reizigers, maar moeten blijven aandringen.

De leerlingen maakten dus de tafel klaar, boden te eten aan; en God die ze niet hadden herkend bij de uitleg van de Heilige Schrift, herkenden ze aan het breken van het brood. Dus niet door het horen van de geboden van God werden ze verlicht, maar door ze in de praktijk te brengen

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Kopie van gebedenbundel2.jpg

Chrysostomos joh. : “Ga de vreugde van de Meester binnen “(Mt 25,23)

Jezus christos NICA.jpg

Een homilie toegekend aan H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), priester te Antiochië, daarna bissc hop van Constantinopel, kerkleraar

Orthodoxe Paasliturgie

yekst chrysostomos joh.jpg

“Ga de vreugde van de Meester binnen “(Mt 25,23) 

Dat ieder toegewijd mens en vriend van God zich verheuge over dit mooie en lichtende feest! Dat iedere trouwe dienaar met blijdschap de vreugde van zijn Heer binnen moge gaan! (Mt 25,23) Dat hij, die de zware last van het vasten heeft gedragen, nu komt om zijn beloning te ontvangen. Dat hij, die gewerkt heeft vanaf het eerste uur, het terechte salaris mag ontvangen (Mt 20,1v). Dat hij die vanaf het derde uur is gekomen, dit feest mag vieren met dankzeggingen. Dat hij die na het zesde uur is gekomen geen vrees moge hebben, hij zal niet achter worden gesteld. Als iemand getreuzeld heeft tot aan het negende uur dat hij zich niet zal schamen over zijn lauwheid, want de meester is gul, Hij ontvangt de laatste als de eerste…, Hij is barmhartig voor hem en vervult hem. Hij geeft aan de een en dankt de ander…

Ga dus zo binnen in de vreugde van de Meester! Eersten en laatsten…, rijken en armen…, waakzamen en luien…, u die gevast hebt en u die niet gevast hebt, verheug u vandaag. Het feestmaal is gereed, kom allen (Mt 22,4). Het vetgemeste kalf wordt opgediend, dat niemand hongerig de deur uitgaat. Verheug u allen over het geloofsmaal, kom putten uit de schat van barmhartigheid. Dat niemand zijn armoede betreurt, want het Koninkrijk is voor allen verschenen; dat niemand zich beklaagt over zijn fouten, want de vergiffenis is uit het graf opgesprongen; dat niemand de dood vreest, want de dood van de Verlosser heeft ons ervan bevrijd. Hij, die door de dood werd omhelsd, heeft de dood vernietigd. Hij, die in de hel was afgedaald, heeft de hel leeggeplunderd …

Jesaja had het voorzegd toen hij zei: “Het dodenrijk beneden is druk in de weer om u te ontvangen” (14,9). De hel is gevuld met bitterheid…, want hij werd overmeesterd; vernederd, want hij werd ter dood veroordeeld; hij viel in duigen, omdat hij werd vernietigd. Hij bemachtigde een lichaam en bevond zich tegenover God; hij heeft de aarde vastgegrepen en heeft de hemel ontmoet; hij nam wat hij zag, en hij is gevallen door de Onzichtbare. “O dood, waar is je angel? Hel, waar is je overwinning?” (1Kor 15,55). Christus is verrezen en jij werd overmeesterd! Christus is verrezen en de demonen zijn gevallen. Christus is verrezen en de engelen zijn vol vreugde! Christus is verrezen en zie dat het leven regeert! Christus is verrezen en er zijn geen doden meer in de graven, want Christus, die uit de doden is verrezen, werd de eerste van hen die zijn ingeslapen. Aan Hem de glorie en de kracht in de eeuwen der eeuwen! Amen.

http://www.dagelijksevangelie.org

be08ffcab2454977617e937fcb648d00.jpg

Grote Donderdag

Grote Donderdag

0360d26751a3f7307a403c63883e39b5.jpg

 

1e tropaar Grote Donderdag

 

Het laatste avondmaal of het verbond met de liefde

 

 

 

eucharistie2.jpg

 

 

Evangelielezing van grote Donderdag :

 

21] Tijdens de maaltijd zei Hij: ‘Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.’ [22] Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’ [23] Hij gaf hun ten antwoord: ‘Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren. [24] De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat, maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt. Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.’ [25] Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: ‘Ik ben het toch niet, rabbi*?’ Hij zei tegen hem: ‘Jij hebt het gez

egd.’ [26] Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood*, sprak de zegenbede uit, brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei: ‘Neem en eet, dit is mijn lichaam.’ [27] Ook nam Hij een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden: ‘Drink er allen uit, [28] want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden. [29] Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok, tot de dag waarop Ik met

jullie de nieuwe oogst zal drinken in het koninkrijk van mijn Vader.’ [30] Na het zingen van de psalmen* gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.

Ze zullen allemaal ten val komen
[31] Toen zei Jezus tegen hen: ‘Deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij, want er staat geschreven: Ik zal de herder treffen, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. [32] Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.’ [33] Petrus reageerde daarop en zei: ‘Al komen ze allemaal ten val vanwege U, ik zal nooit ten val komen.’ [34] Jezus zei Hem: ‘Ik verzeker je, in deze nacht,

nog voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.’ [35] Petrus zei Hem: ‘Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.’ In deze trant spraken alle leerlingen.

In Getsemane
[36] Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane* genoemd wordt, en Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’ [37] Hij nam Petrus* en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee en begon bedrukt en onrustig te worden. [38] Toen zei Hij tegen hen: ‘Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier, en blijf wakker met Mij.’ [39] Hij ging een eindje verder, wierp zich voorover en bad: ‘Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.’

 

Laatste avondmaal47.jpg

Laatste Avonmaal

 

voetwassing3.jpg

Voetwassing Coptisch

 

eucharistie7.jpg

Eucharistie

 

5d61da57e2917373e6761c0b6921e8b5.jpg

voetwassing

 

 

40998a07e69f3fe2eff001c3634c2b9b.jpg

Meliton van Sardes :Het mysterie van het Pasen van de Heer

8e397dad98902a238788ac390dd6f7fb.jpg

 

Meliton van Sardes (?-ca.195), bisschop
Paashomilie, 57-67

 

meliton van Sardes.jpg

Meliton van Sardes

 

Meliton van Sardes (?-ca.195), bisschop
Paashomilie, 57-67

 

Het mysterie van het Pasen van de Heer

Het mysterie van Pasen heeft zich voltrokken in het lichaam van de Heer. Hij had zijn eigen lijden al aangekondigd door de voorvaderen, de profeten en heel zijn volk. Hij had ze bevestigd door een zegel in de Wet en de profeten. Deze buitengewone en grootse toekomst werd lang van tevoren voorbereid; het werd al sinds lange tijd verbeeld, maar nu is het mysterie van de Heer zichtbaar gemaakt, want het mysterie van de Heer is oud en nieuw…

Wil je het mysterie van de Heer zien? Kijk naar Abel die net als Hem vermoord is, Izaak werd net als Hem geketend, Jozef werd als Hem verkocht, Mozes als Hem blootgesteld. David werd als Hem opgejaagd, de profeten werden als Hem mishandeld in de naam van Christus. Kijk tenslotte naar het geslachte schaap op de Egyptische grond, die Egypte sloeg en Israël redde door zijn bloed.

Door de stem van de profeten verkondigde het mysterie van de Heer zich ook. Mozes zei tegen het volk: “Voortdurend zal uw leven in gevaar zijn; dag en nacht zult u in angst zitten, omdat u uw leven niet zeker bent” (Dt 28,66). En David: “Waarom zijn de volken oproerig, gaan zinloos de natiën aan? Hoe posteren zich wereldse heersers, spannen samen de groten der aarde de Heer en zijn Gezalfde trotserend” (Ps 2,1). En Jeremia: “Ik was argeloos als een lam dat ter slachting geleid wordt; ik vermoedde niet wat ze tegen mij beraamden: ‘… We bannen hem uit het land van de levenden, zodat zijn naam niet meer worden genoemd’” (11,19). En Jesaja: “Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend. Wie denkt nog over zijn bestemming na?” (53,7)

Vele andere gebeurtenissen werden verkondigd door talloze profeten die aan het mysterie van Pasen, dat Christus is, raakten… Hij is het die ons bevrijd heeft uit de slavernij aan deze wereld zoals uit Egypte, en wij ontrukken ons uit de slavernij van de duivel, als uit de hand van de farao.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

71cd99ab7610cc59e1f06a81ca3180fc.jpg

Opstanding van Lazarus

81d008ac24b8da0a626e3386ac6ae029.jpg

Opstanding van Lazarus

Zaterdag voor Palmzondag

 

Christus en Lazarus.jpg

 

Lezingen : 

Hebreeen 12,28-13,8

12.28 Ons is een koninkrijk gegeven dat niet wankelt. Laten wij daarom God danken en Hem aanbidden zoals Hij het verlangt: met eerbied en ontzag. 29Want onze God is een verterend vuur.
13.1De broederlijke liefde hoort bij de dingen die altijd moeten blijven. 2En vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald. 3Denkt aan hen die gevangen zijn als waart ge met hen in de gevangenis, en aan hen die mishandeld worden, want ook gij hebt een lichaam. 4Het huwelijk is iets kostbaars; laten we het allen in ere houden en de trouw respecteren. Gods oordeel zal komen over ontuchtigen en echtbrekers. 5Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt. God zelf heeft gezegd. Ik laat u niet alleen, Ik zal u nooit in de steek laten. 6Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat kan een mens mij aandoen? 7Gedenkt uw leiders, die u het eerst het woord van God verkondigt hebben. Haalt u weer hun leven en de afloop van hun leven voor de geest; neemt een voorbeeld aan hun geloof. 8Jezus Christus is dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

Evangelie :

Joh.11,1-45 :

DE OPWEKKING VAN LAZARUS
1Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp van Maria en haar zuster Marta. 2Maria was de vrouw die de Heer met geurige olie had gezalfd en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. De zieke Lazarus was haar broer. 3De zusters stuurden Hem nu de boodschap: “Heer hij die Gij liefhebt, is ziek.” 4Toen Jezus dit hoorde, zei Hij: “Deze ziekte voert niet tot de dood, maar is om Gods glorie, opdat de Zoon Gods er door verheerlijkt moge worden.” 5Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus. 6Toen Hij dan ook hoorde dat hij ziek was, bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse, 7maar daarna zei Hij tot zijn leerlingen: “Laat ons weer naar Judea gaan.” 8De leerlingen zeiden: “Rabbi, nog pas probeerden de Joden U te stenigen en gaat Gij er nu weer heen?” 9Jezus antwoordde: “Heeft de dag geen twaalf uren? Overdag kan iemand gaan zonder zich te stoten, omdat hij het licht van deze wereld ziet. 10Maar gaat iemand ‘s nachts dan stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is.” 11Zo sprak Hij. En Hij voegde er aan toe: “Onze vriend Lazarus is ingeslapen, maar Ik ga er heen om hem te wekken.” 12Zijn leerlingen merkten op: “Heer, als hij slaapt, zal hij beter worden.” 13Jezus had echter van zijn dood gesproken, terwijl zij meenden dat Hij over de rust van de slaap sprak. 14Daarom zei Jezus hun toen ronduit: “Lazarus is gestorven, 15en omwille van u verheug ik Mij dat Ik er niet was, opdat gij moogt geloven. Maar laat ons naar hem toegaan.” 16Toen zei Tomas, bijgenaamd Didymus, tot zijn medeleerlingen: “Laten ook wij gaan om met Hem te sterven.”
17Bij zijn aankomst bevond Jezus dat hij al vier dagen in het graf lag. 18Betanië nu was dichtbij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadiën. 19Vele Joden waren dan ook naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten over het verlies van hun broer. 20Zodra Marta hoorde dat Jezus op komst was, ging zij Hem tegemoet; Maria echter bleef thuis. 21Marta zei tot Jezus: “Heer, als Gij hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22Maar zelfs nu weet ik, dat wat Gij ook aan God vraagt, God het U zal geven.” 23Jezus zei tot haar: “Uw broer zal verrijzen.” 24Marta antwoordde: “Ik weet dat hij zal verrijzen bij de verrijzenis op de laatste dag.” 25Jezus zei haar: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 26en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven. Gelooft gij dit?” 27Zij zei tot Hem: “Ja, Heer ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt.”
28Na deze woorden ging zij haar zuster Maria roepen en zei zachtjes: “De Meester is er en vraagt naar je.” 29Zodra zij dit hoorde, stond zij vlug op en ging naar Hem toe. 30Jezus was nog niet in het dorp aangekomen, maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had. 31Toen de Joden die met Maria in huis waren om haar te troosten, haar plotseling zagen opstaan en weggaan, volgden zij haar in de mening dat zij naar het graf ging om daar te wenen. 32Toen Maria op de plaats kwam waar Jezus zich bevond, viel zij Hem te voet zodra zij Hem zag en zei: “Heer, als Gij hier was geweest zou mijn broer niet gestorven zijn.” 33Toen Jezus haar zag wenen, en eveneens de Joden die met haar waren meegekomen, doorliep Hem een huivering en diep ontroerd 34sprak Hij: “Waar hebt gij hem neergelegd?” Zij zeiden Hem: “Kom en zie, Heer.” 35Jezus begon te wenen, 36zodat de Joden zeiden: “Zie eens hoe Hij van hem hield.” 37Maar sommigen onder hen zeiden: “Kon Hij, die de ogen van een blinde opende, ook niet maken dat deze niet stierf?” 38Bij het graf gekomen overviel Jezus opnieuw een huivering. Het was een rotsgraf en er lag een steen voor. 39Jezus zei: “Neemt de steen weg.” Marta, de zuster van de gestorvene, zei Hem: “Hij riekt al, want het is al de vierde dag.” 40Jezus gaf haar ten antwoord: “Zei Ik u niet, dat gij Gods heerlijkheid zult zien als gij gelooft?” 41Toen namen zij de steen weg. Jezus sloeg de ogen ten hemel en sprak: “Vader, Ik dank U dat Gij Mij verhoord hebt. 42Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort, maar omwille van het volk rondom Mij heb Ik dit gezegd, opdat zij mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.” 43Na deze woorden riep Hij met luider stem: “Lazarus, kom naar buiten!” 44De gestorvene kwam naar buiten, voeten en handen met zwachtels omwonden en met een zweetdoek om zijn gezicht. Jezus beval hun: “Maakt hem los en laat hem gaan.”
HET SANHEDRIN BESLUIT HEM TE DODEN
45Vele Joden, die naar Maria waren gekomen en zagen wat Hij gedaan had, geloofden in Hem.

 

Lazarus.jpg

 

heiligenleven : de heilige Taïsia

8f21bb4fe52288bfae72f6b26b526b0a.jpg

Heiligenleven

De heilige Taïsia

taisia_of_egypt.jpg

Heilige Taïsia

 

De heilige Taïsia, een vrouw van buitengewone schoonheid, leefde daarvan in Alexandrië, in de 4e eeuw. Het kwam vaak tot een hevige strijd tussen haar minnaars, en zij was verantwoordelijk voor verschillende doden. De oude kluizenaar Pafnutios hoorde in de woestijn de verhalen hoe zij de jeugd het hoofd op hol bracht, en hij kwam tot de overtuiging dat hij met haar moest spreken. Hij ging naar de stad, trok gewone kleren aan, ging naar haar huis en vroeg haar te spreken. Zij ontving hem in haar schitterend verblijf, uitgestrekt op een kostbare divan. Pafnutios stond voor haar en keek haar aan. Zijn ogen vulden zich met tranen en hij sprak slechts met moeite. Hij zei: “Laat iedereen weggaan”. “Maar er is hier niemand dan God”, antwoordde zij. “Wat,” riep hij, “weet je dan dat God bestaat?” “Ja, ik ben christelijk opgevoed en ik weet dat dit waar is.” “En weet je dan ook dat de hemel er is voor de gerechten maar de hel voor de goddelozen?” En zij stamelde: “Ja.” Toen brak hij in wenen uit en snikte: “O almachtige God, zij kent U en weet wat Gij gereed hebt voor wie U dienen en wat voor wie U beledigen; en toch heeft zij zoveel arme zielen tot val gebracht, die U hadden kunnen aanschouwen en in Uw heerlijkheid hadden kunnen rusten in alle eeuwigheid, en die nu moeten jammeren in eindeloze ellende”. 

Dit woord doorbrak de ijskorst van Taïsia’s hart. Zij begon te beven, sprong overeind en viel neer voor de oudvader, omklemde zijn voeten en smeekte: “Vader, vader, laat mij zien hoe ik eraan kan ontkomen. Leer mij hoe ik berouw moet hebben!”
Hij zei dat hij voor haar een plaats ging gereed maken in het vrouwenklooster. Intussen maakte zij een brandstapel van haar rijke gewaden en kwam in oude kleren naar de cel die Pafnutios voor haar had ingericht. Hij verzegelde de deur achter haar en vroeg de zusters haar water en droog brood aan te reiken door het kleine deurvenster. En aan Taïsia verbood hij om zelfs maar haar handen ten hemel te heffen of de naam van God over haar lippen te laten komen, doch zich slechts naar het Oosten te richten en te zeggen: “Gij Die mij geschapen hebt, heb medelijden met mij.”
Drie jaren gingen zo voorbij. Pafnutios had veel over Taïsia nagedacht en voor haar gebeden en hij had medelijden met haar. Hij ging naar Abba Antonios en vroeg hem of hij de gestrengheid van haar boete zou mogen matigen, en of God haar zonden vergeven had. Antonios vroeg toen aan de broeders om een dag te vasten en de nacht door te brengen in gebed om te weten te komen wat Gods wil was. Terwijl zij zo in zwijgend gebed bijeen waren, sloeg de oudste leerling van Abba Antonios, de heilige Paulos de Simpele, plotseling de ogen op en zag in een visioen een plaats vol heerlijkheid in de hemel. En hij zei: “Dat is zeker de plaats voor mijn vader Antonios”. Maar een stem antwoordde hem: “Neen, zo is het niet; die plaats is voor Taïsia, de boetelinge”.
In grote vreugde haastte Pafnutios zich nu naar het klooster. Hij brak de deur van de cel open en zei tot Taïsia: “Kom naar buiten, de Heer heeft uw zonden vergeven”. Zij antwoordde: “Sinds de dag dat ik hier binnentrad, drukten zij mij als een ondraaglijke last, dag en nacht” . Waarop Pafnutios zei: “Juist daarom heeft de Heer u vergiffenis geschonken.” Nadat zij uit haar cel gekomen was, leefde Taïsia nog twee weken en ging toen over naar de Heer.

uit : Heiligenlevens voor elke dag – orth.klooster Den Haag

 

20.jpg

Johannes van Damascus :

71cd99ab7610cc59e1f06a81ca3180fc.jpg

H. Johannes van Damascus (ca 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Triode van de Zaterdagmorgen gebeden van Lazarus, Odes 6-9

 

johannes van Damascus587.jpg

“Jezus begon te huilen, zodat de Joden zeiden: ‘Hij moet wel veel van hem gehouden hebben!’ “

Aangezien U waarlijk God zijt, o Heer, daarom wist U over de slaap van Lazarus en heeft U die reeds voorspeld aan uw discipelen… Aangezien U, die nochtans zonder einde bent, vlees zijt geworden, komt U naar Bethanië. Waarlijk mens, huilt U om Lazarus: waarlijk God wekt U hem, door uw wil, na vier dagen op uit de dood. Heb medelijden met mij, o Heer; talrijk zijn mijn zonden. Ik smeek U, lijdt mij weg van de afgrond van het kwaad. Naar U roep ik: verhoor mijn gebed, God van mijn heil.

Huilend om uw vriend, heeft U, In uw barmhartigheid, een einde gemaakt aan de tranen van Martha en door uw vrijwillig lijden heeft U elke traan gewist van het gezicht van uw volk.
Als behoeder van het leven heeft U een dode aangeroepen alsof hij sliep. Met een woord heeft U de buik van de hel geopend en hij die U hebt opgewekt begon te zingen: “Gezegend zij de Heer, de God van onze voorvaderen” (Ezra 7,27). Wek ook mij op, verstrikt als ik ben in de banden van het kwaad, en ik zal zingen: “Gezegend zij de Heer, de God van onze voorvaderen”.

In haar erkentelijkheid brengt Maria U, o Heer, een litra nardusbalsem als een vereffening voor haar broer (Joh 12,3), en zij zingt U toe in alle eeuwigheid. Als sterveling roept U de Vader aan, als God wekt u Lazarus op. Dit is waarom wij allen tot U zingen, o Christus, tot in de eeuwen der eeuwen… U wekte Lazarus op, een dode van vier dagen; U liet hem opstaan uit zijn graf waardoor U hem tot een waarlijke getuige maakte van uw opstanding op de derde dag. U loopt, U huilt, U praat, mijn Redder, en toont ons uw menselijke natuur; maar door Lazarus op te wekken uit de dood openbaart U ons uw Goddelijke natuur. Op onuitsprekelijke wijze heeft U, o Heer mijn Redder, volgens uw dubbele natuur, met koninklijke macht, mijn redding volbracht.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Christus lijden.jpg