5e zondag in de vasten : Maria van Egypte

6873d30c8e0d59803701eb13d4173d85.jpg

 

Vijfde zondag in de Vasten

De heilige Maria van Egypte

Maria van Egypte met vita.jpg

 

Lezingen :

Hebr.9,11-14,4

 

De eredienst van het nieuwe verbond [11] Maar* nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaakter tent, die niet gemaakt is door mensenhand – dat wil zeggen: ze behoort niet tot onze geschapen wereld – [12] eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. [13] Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, [14] hoeveel te meer dan het bloed* van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken, om de levende God te dienen.

Marcus : 10,32-45:

Onderricht aan de twaalf apart [32] Ze trokken verder op hun weg naar Jeruzalem; Jezus ging voor hen uit. Ze waren ontdaan. Ook de mensen die volgden waren bang. Weer nam Hij de twaalf apart en begon hun te vertellen wat Hem zou overkomen: [33] ‘Kijk*, we gaan op naar Jeruzalem en de Mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, en ze zullen Hem ter dood veroordelen en overleveren aan de heidenen, [34] en zij zullen Hem bespotten, op Hem spugen, Hem geselen en ter dood brengen, en na drie dagen zal Hij opstaan.’ [35] Toen kwamen Jakobus* en Johannes, de zonen van Zebedeüs, bij Hem: ‘Meester, we willen U vragen iets voor ons te doen.’ [36] Hij vroeg hun: ‘Wat wil je dan dat Ik voor jullie doe?’ [37] Ze zeiden Hem: ‘Dat een van ons rechts en de ander links van U mag zitten, als U in uw heerlijkheid gekomen bent.’ [38] Maar Jezus zei hun: ‘Je weet niet wat je vraagt*. Kunnen jullie de beker* drinken die Ik drink, of gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word?’ [39] Ze zeiden Hem: ‘Ja, dat kunnen wij.’ Jezus zei hun: ‘De beker die Ik drink, die zullen jullie drinken, en met de doop waarmee Ik gedoopt word, daarmee zullen jullie gedoopt worden, [40] maar rechts of links van Mij zitten – het is niet aan Mij om dat te vergeven. Dat wordt gegeven aan hen voor wie dat is weggelegd.’ [41] Toen de tien dat hoorden, ergerden ze zich aan Jakobus en Johannes. [42] Daarop riep Jezus hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat de erkende leiders van de volken heerschappij voeren over hen, en dat hun grote mannen hun gezag laten gelden. [43] Maar zo is het onder jullie zeker niet. Wie daarentegen groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar zijn; [44] wie onder jullie eerste wil zijn, moet slaaf van allen zijn. [45] Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

                       

maria van Egypte11.jpg

 Maria van Egypte en Zozima

Leven van Maria van Egypte

 

De heilige Maria van Egypte. Van haar wordt een uitvoerige levensbeschrijving gelezen in de Avonddienst van de 5e donderdag van de Grote Vasten (Triodion 3b, 283-305), geschreven door de heilige Sofronios, bisschop van Jeruzalem in de 7e eeuw. Het oudste bericht wordt aangetroffen in het leven van de heilige Kyriakos ( rond 500), die als eerste kluizenaar leefde in de overjordaanse woestijn. Twee van zijn leerlingen drongen eens diep in de woestijn door, en zagen de schim van een mens wegvluchten. Zij kwamen toen bij een grot waar een stem hen toeriep niet dichterbij te komen daar zij een vrouw was en geen kleren meer had. Op hun vragen noemde zij zich Maria, de grote zondares en publieke vrouw, die boete deed voor haar zonden.

De leerlingen vertelden het aan Kyriakos, keerden enige tijd later terug naar die grot en vonden haar gestorven. Zij haalden spaden om haar te begraven. Dit is een terloopse beschrijving binnen het leven van een andere heilige, maar het helpt ons om de tijd waarin zij leefde vast te stellen.

Haar eigen levensverhaal, dat we lezen in de Avonddienst van de 5e donderdag in de Grote Vasten, brengt natuurlijk veel meer bijzonderheden zoals zij die verteld had aan de monnik Zozima , nadat deze haar zijn kleed had afgestaan.

Maria was geboren op het platteland van Egypte, maar haar verhitte natuur dreef haar al op twaalfjarige leeftijd naar de grote stad, waar zij een onverzadigbaar wellustig leven leidde. Zij was niet berekenend en daardoor bleef zij arm, zodat zij in haar levensonderhoud moest voorzien door vlas te spinnen, de minst betaalde bezigheid. Na 17 jaar wilde ze daarom haar geluk elders beproeven en zij zag de kans naar Jeruzalem te komen. Ze kwam daar in september, de grote feesttijd van de Verheffing van het heilige Kruis, die daar natuurlijk met grote luister werd gevierd en uit nieuwsgierigheid wilde ze dat feest meemaken. Het was haar onmogelijk tussen de opdringende menigte de kerk binnen te komen, al liet zij zich heus niet zo gemakkelijk opzij duwen. Terwijl zij zich zo vergeefs uitputte, kwamen oude herinneringen in haar op, haar geweten ontwaakte en in een flits drong het tot haar door dat zij niet waard was het heilig Kruis te aanschouwen. Haar felle natuur kwam tegelijk tot een volledige ommekeer. Bij de icoon, die daar hing, smeekte zij de heilige Moeder Gods haar borg te zijn dat zij zich zou bekeren, als zij nu maar het kostbare levenschenkende Hout zou mogen aanschouwen. En toen dit inderdaad gebeurde, trok zij vandaar rechtstreeks naar de woestijn over de Jordaan om haar boeteleven aan te vangen.

Daar leefde zij 47 jaar onder de blote hemel, eerst van het weinige brood dat zij had kunnen meenemen, later van de planten die daar in het voorjaar groeien. Van haar kleren bleef langzamerhand niets over, zij ontmoette nooit enig dier, laat staan een mens. Zij had een harde strijd te voeren tegen haar ingeroeste gewoontes, zij snakte naar vlees, zij had een brandende behoefte aan wijn, maar had zelfs geen water te drinken. Ook de dubbelzinnige liedjes die zij gewoon was te zingen wilden maar niet uit haar gedachten. Maar dan weende zij van schaamte, sloeg zich op de borst en wendde zich uit alle macht tot de Moeder Gods die immers haar borg was geweest; en dan kwam zij langzaam tot kalmte en een mystiek licht omscheen haar van alle kanten.

Zo deed zij haar verhaal, ze baden samen en Zosima zag haar daarbij in de lucht zweven, zonder enige steun en los van de grond. Toen zond zij Zosima naar het klooster terug met de opdracht het volgend jaar, op de dag van het Laatste Avondmaal voor haar de heilige Communie gereed te houden. Terwijl hij die avond vol onrust op haar wachtte aan de oever van de Jordaan, zag hij haar over het water naar zich toelopen. Zij ontving de heilige Mysterieën en vroeg hem, haar het volgend jaar weer te komen opzoeken, diep in de woestijn. Zosima vond haar daar, gestorven, en hij begroef haar met behulp van een leeuw die plotseling was komen opdagen. Op de grond stond geschreven dat zij Maria heette en dat ze gestorven was op Goede Vrijdag, de 1e april, hetgeen wijst op het jaar 522 als het meest waarschijnlijke sterfjaar.

Maria van Egypte4.jpg

isaak de syrier : “Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”

 

clip christus.jpg

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel 

Geestelijke overwegingen, 1ste serie, nr. 58

 

isaak de Syrier.jpg

Isaak de Syriër

“Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”

 

Aan de ene kant barmhartigheid, aan de andere kant het gewone gerechtelijke oordeel; wanneer deze twee in één en dezelfde ziel verwijlen, zijn zij als een mens die God en de afgoden aanbidt in één en hetzelfde huis. Barmhartigheid is het tegendeel van het gewoon gerechtelijke oordeel. Het zuiver gerechtelijke oordeel veronderstelt immers een gelijke verdeling van eenzelfde regel over iedereen. Het geeft eenieder wat hij verdient, niet meer dan dat; het neigt niet naar de ene, niet naar de andere kant, maakt in de vergelding geen onderscheid. Maar de barmhartigheid wordt gewekt door de genade en neigt naar eenieder met een zelfde genegenheid, zij weerhoudt zich van eenvoudige vergelding voor hen die straf verdienen en vervult hen die het goede verdienen boven elke maat.

De barmhartigheid staat dus aan de kant van de gerechtigheid, het gewoon gerechtelijke oordeel staat aan de kant van het kwaad… Zoals een zandkorrel niet evenveel weegt als een grote hoeveelheid goud, zo weegt Gods gerechtigheid niet evenveel als Zijn barmhartigheid. De zonden van al het vlees zijn als een handvol zand die in de oceaan valt, in vergelijking met Gods’ voorzienigheid en mededogen. Zoals een overvloedig stromende bron niet verstopt kan raken door een handje stof, zo kan de barmhartigheid van de Schepper niet overwonnen worden door de verdorvenheid van zijn schepselen. Degene die in gebed zijn wrok behoudt, is als een mens die zaait in zee, hopend daar te kunnen oogsten.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Isaak de Syrier  TEKST.jpg

Profeet Jeremias

 

4f60f108360ab26e7f22b1377a1297e3.jpg

Heiligenleven

De heilige profeet Jeremias

jeremias profeet1.jpg

De heilige profeet Jeremia, een van de vier Grote Profeten. Hij was de zoon van de priester Chelkia uit Anatoth, geboren rond 650 vóór Christus, en profeteerde tijdens de regering van koning Josia en zijn opvolgers.
Tegen koning Jojakim profeteerde hij dat deze na zijn dood zou worden weggeworpen als een ezelsbegrafenis; daarom werd hij in de gevangenis geworpen, opdat het hem onmogelijk zou zijn om nog te schrijven. Maar toen dicteerde Jeremia zijn profetieën door de tralies heen aan Baruch, die ze optekende.
Naast het Boek der Profetieën schreef hij een bundel Klaagzangen. Ook schreef hij brieven naar de Joden die in slavernij verkeerden in Babylon‚ waarbij hij voorzegde dat het volk eerst na zeventig jaar zou terugkeren naar Jeruzalem.
Het leven van Jeremia toont op huiveringwekkende wijze het profetenlot: wat een mens die innerlijk verbonden is met God, op deze aarde moet ondergaan. Van nature was hij schuchter en teruggetrokken, maar door zijn goddelijke opdracht moest hij optreden tegen koningen, edellieden en opperpriesters. Terwijl er een oorlogssituatie bestond tussen lsraël en Babylon, moest Jeremia, in opdracht van God, onderwerping aan de vijand prediken, en aanvaarding van de nederlaag als straf van God voor de ontrouw waartoe het volk telkens opnieuw vervallen was. Het is niet verwonderlijk dat dit door zijn landgenoten werd gezien als defaitisme en verraad, en hij heeft daar dan ook telkens weer de gevolgen van moeten ondergaan: tegenwerking, mishandeling, gevangenschap en uiteindelijk de marteldood.
Maar tegelijk met zijn onheilsprofetieën heeft Jeremia ook het heil en de komst van de Messias verkondigd, waardoor de hoop levend bleef, óver het bittere lot van de ballingschap heen. Want het Verbond met de Gezalfde zal onverbrekelijk zijn, zoals de dag altijd weer volgt op de nacht.
Volgens een oude overlevering heeft hij, voordat de Tempel door koning Nabuchodonosor werd verwoest, de Ark van het Verbond verborgen in een spelonk van de berg Nabath‚ en deze is sindsdien onvindbaar gebleven. Jeremia werd gestenigd te Tafnis in Egypte, na de val van Jeruzalem in 587. De heilige Martelaar Batas, een perzische monnik, onthoofd te Nisibis in 364.

uit : heiligenlevens voor elke dag.orth.klooster Den Haag

 

0.jpg

cyprianos

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
De weldaden van het geduld, 15-16 ; SC 291

 

Cyprianus-de-Carthago 58.jpg

Cyprianus van Carthago

“Maar Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht

 

 

“Verdraag elkaar in liefde, doe alles wat in uw macht is om de eenheid van geest te bewaren in de band van vrede” (Ef 4,3). Het is niet mogelijk de eenheid noch de vrede te bewaren als de broeders en zusters elkaar niet bemoedigen door een stilzwijgende ondersteuning, door de band van een goede verstandhouding dankzij het geduld…

Vergeef je broeder die in jouw ogen dingen fout heeft gedaan, niet alleen zeventig keer zeven, maar absoluut al zijn fouten. Hou van je vijanden, bid voor al je tegenstanders en je vervolgers – hoe moet je er komen als men niet sterk is in geduld en welwillendheid? Dat zien we bij Stefanus…: in plaats van te vragen om wraak, vraagt hij vergiffenis voor zijn beulen door te zeggen: “Heer, reken hun deze zonde niet aan” (Hand 7,60). Zie wat de eerste martelaar van Christus heeft gedaan…, die niet alleen verkondiger van het Lijden van Christus is, maar navolger van zijn zeer geduldige vriendelijkheid.

Wat te zeggen van de woede, van de onenigheid, van de rivaliteit? Ze hebben geen plaats bij een christen. Het geduld moet in zijn hart wonen; men zal er ook niet een van deze kwaden vinden… De apostel Paulus waarschuwt ons: “Bedroef Gods heilige Geest niet… Alle wrok, drift, woede, geschreeuw en gevloek, kortom: alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen” (Ef 4, 30-31). Als de christen aan de dwalingen en de aanvallen van onze natuur ontsnapt, als aan een woeste zee, als hij zich vestigt in de haven van Christus, in de vrede en de rust, dan moet hij in zijn hart noch de woede, noch de onenigheid toelaten. Het is hem niet toegestaan om kwaad met kwaad te vergelden (Rm 12,17), noch om haat te koesteren.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

 

http://www.dagelijksevangelie.org

andreas van creta : “Ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader”

 

2cddca68bed61292b54a0e12e878c504.jpg

 

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop 

Grote canon van de orthodoxe liturgie voor de veertigdagetijd, 1ste ode

Andreas aartsbisschop van Creta.jpg

Andreas van Creta

 

“Ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader”

Waar moet ik beginnen mijn levenswerken te bewenen?

wat zullen de eerste tonen van dit treurlied zijn?
Ach Christus, schenk mij, in uw barmhartigheid, vergeving van zonden.

Zoals de pottenbakker de klei kneedt,
zo hebt U, mijn Schepper, mij vlees en botten, adem en leven gegeven.
Heer die mij hebt geschapen, mijn rechter en mijn Verlosser,
breng me vandaag naar U terug.

Ach, mijn Verlosser, voor u beleid ik mijn zonden.
Ik ben gesneuveld door de slagen van de Vijand,
en zie hier de verwondingen waarmee mijn moordende gedachten, als rovers,
mijn ziel en mijn lichaam hebben omgebracht.

Ik heb gezondigd, Verlosser, maar ik weet, U houdt van de mens.
U straft ons met uw tederheid
en uw barmhartigheid is verschroeiend.
U ziet mijn tranen en U komt naar me toe
zoals de Vader zijn verloren zoon verwelkomt.

Ach mijn Verlosser, vanaf mijn jeugd heb ik uw geboden geminacht.
in hartstocht en onwetendheid heb ik mijn leven doorgebracht.
Nu roep ik U aan: redt mij, voordat de dood komt…

Het erfdeel van mijn ziel heb ik verkwist in leegte
Ik beschik niet over de vruchten van ijver, maar ik heb honger.
Ik schreeuw: Vader vol van tederheid, kom tot mij, neem mij op in uw barmhartigheid.

Die door de rovers werd mishandeld,
dat ben ik, te midden van de dwalingen van mijn gedachten.

Ze slaan mij, ze verwonden mij.
Maar buig U over mij, Christus Redder, en genees me.

De priester zag me en keerde zich af.
De leviet zag me, naakt en lijdend, maar ging ook voorbij.
Maar U, Jezus geboren uit Maria, U blijft staan en U redt mij…

Ik werp me aan uw voeten, Jezus,
Ik heb gezondigd tegen uw liefde.
Verlos mij van deze te zware last
en ontvang me in uw barmhartigheid

Vonnis mij niet,
onthul niet mijn daden,
breng mijn motieven en verlangens niet aan het licht,
maar sluit, in uw ontferming, oh Almachtige,
uw ogen voor wat ik misdeed, en redt mij.

De tijd van berouw is gekomen. Ik kom tot U.
Verlos mij van de zware last van mijn zonden
en schenk mij, in al uw tederheid, tranen van berouw.

 

banner258.jpg

http://www.dagelijksevangelie.org

Heiligenleven : Polycarpus van Smyrna

banner47.jpg

Heiligenleven

Heilige Polykarpos van Smyrna

 

polycarpos.jpg

 

De heilige Polykarpos, bisschop van Smyrna, was samen met de Godsdrager Ignatios leerling van de apostel Johannes. Hij was geboren in de gevangenis van Efese, waar zijn ouders direct na zijn geboorte als christen ter dood werden gebracht. Een christen weduwe, Kallistis, voedde hem op en gaf hem de naam van zijn vader, Pankratios. Hij leerde van haar milddadig te zijn voor de armen, maar in jeugdige onbesuisdheid had hij eens de gehele wintervoorraad weggegeven. Niet onbegrijpelijk was zijn beschermster toen in alle staten, maar de jongen ging naar de ledige schuur, bad vurig tot God, en de volgende dag was de schuur weer gevuld als tevoren. Toen de weduwe dit wonder zag, noemde ze de jongen voortaan Polykarpos om de rijke vrucht die hij gebracht had.

Toen hij 25 jaar oud was, kwam de grote apostel Johannes in de stad wonen. Met zijn vrienden Ignatios en Boekolos ging hij naar hem toe om alles over Christus te horen, en zij bleven bij hem. Toen Johannes naar Patmos verbannen werd, wijdde hij Boekolos tot bisschop van Smyrna en gaf hem Polykarpos mee als metgezel, terwijl Prochoros met Johannes meeging.
Na de dood van Boekolos werd Polykarpos op zijn beurt bisschop van Smyrna. Ook hier toonde hij steeds opnieuw zijn oude vrijgevigheid en hij won de algemene liefde door zijn vaderlijke zorg voor armen en rechtenlozen‚ en daaronder vooral de martelaren. Toen de vervolging opnieuw in alle hevigheid losbrak, presten de gelovigen hun bisschop zich buiten de stad in veiligheid te brengen op een klein landgoed. Daar bad hij dag en nacht voor allen en voor alle kerken ter wereld, zoals hij gewoon was. In een droom voorzag hij dat hij de vuurdood zou sterven, en toen dan ook enkele jongens uit de omgeving aangehouden en gemarteld waren om zijn verblijfplaats te verraden, verschool hij zich niet langer maar ging naar de soldaten die gestuurd waren om hem gevangen te nemen. Dezen verbaasden zich dat zij uitgezonden waren tegen zulk een eerbiedwaardige grijsaard, want Polykarpos was 86 jaar en hij toonde een grote gemoedsrust. Hij liet de groep een maaltijd voorzetten en vroeg verlof om intussen zijn gebeden te doen.
Staande bad hij toen gedurende twee uur met luide stem voor allen die hij ooit gekend had, kleinen en groten, aanzienlijken en verachten‚ en voor heel de katholieke kerk over heel de wereld. Op een ezel werd hij daarna naar de stad gebracht. De vervolger kwam hem in een rijtuig tegemoet, liet hem naast zich plaatsnemen en poogde hem met allerlei argumenten over te halen om te offeren voor de goddelijke keizer, maar toen Polykarpos weigerde, werd hij uit de wagen geworpen, zodat hij met een gewond scheenbeen verder naar het stadion moest lopen.
Toen de proconsul er bij hem op aandrong Christus te vervloeken om vrijgelaten te worden, antwoordde Polykarpos: ‘Zes en tachtig jaar dien ik Hem en Hij heeft mij geen enkel onrecht aangedaan; hoe kan ik dan mijn Koning vervloeken?’ Daarna werd hij veroordeeld om verbrand te worden. Een heraut maakte dit in het stadion bekend, en heel het opgehitste volk trok erop uit om overal brandhout bij elkaar te grijpen uit badhuizen en werkplaatsen, zodat er in een minimum van tijd een grote brandstapel was opgericht. Op zijn verzoek werd Polykarpos niet aan de paal vastgespijkerd, omdat hij beloofde te zullen blijven staan; wel bond men hem de handen op de rug.
Nadat hij zich met een plechtig gebed aan God had opgedragen, werd het vuur aangestoken, dat onmiddellijk met een geweldige vlam omhoog schoot. De vlammen stonden echter als een zeil om hem heen, en Polykarpos scheen zelf ongedeerd. De beul kreeg toen opdracht hem met een lans te doorboren. Polykarpos stierf, maar de stroom van zijn bloed doofde het vuur.
Dit is een samenvatting uit een uitvoerig ooggetuigenverslag, misschien de oudste martelaarsakte die tot ons gekomen is. Daarin wordt aangegeven dat zijn dood zou hebben plaatsgevonden op de 23e februari, maar tegelijk wordt die dag de grote sabbath genoemd.

 

st.Silouan the  Athonite.jpg

Efrem de Syriër : “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon over de Transfiguratie (toegekend) 1,3-4)

 

efrem de Syrier7.jpg

Efrem de Syriër

“Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

Hij zal hen de berg op leiden om hen de glorie van zijn goddelijkheid te laten zien en om aan hen te openbaren dat Hij de Verlosser van Israël was, zoals zijn profeten dat onthuld hadden … Zij hadden Hem zien eten en drinken, zich zien vermoeien en rusten, zien indutten en slapen, Hem bang zien worden tot zijn zweetdruppels bloed werden, allerlei zaken die nauwelijks in overeenstemmming leken met zijn goddelijke natuur, maar slechts met zijn menselijke. Daarom zal Hij hen de berg op leiden, opdat de Vader Hem “mijn Zoon” noemt en hen toont dat Hij werkelijk zijn Zoon was en dat Hij God was.

Hij zal hen de berg op leiden en hen zijn majesteit laten zien alvorens te lijden, zijn macht alvorens te sterven, zijn glorie alvorens te worden beschimpt en zijn eer alvorens tot schande te worden gemaakt. Op deze wijze zouden zijn apostelen begrijpen dat Hij, wanneer Hij gegrepen en gekruisigd zal zijn, dit niet geweest is uit zwakte, maar uit vrije wil en ermee instemmend voor de redding van de wereld.

Hij zal hen de berg op leiden en hen, alvorens te verrijzen, de glorie van zijn Goddelijkheid laten zien. Opdat zijn discipelen zouden getuigen dat hij, wanneer Hij zou opstaan uit de dood in de glorie van zijn Goddelijkheid, deze glorie niet ontving als beloning voor zijn lijden, alsof Hij die nodig had, maar dat deze Hem al ver voor de eeuwen toebehoorde, met de Vader en in de Vader, zoals Hij dat zelf zegt bij het naderen van zijn vrijwillige lijdensweg: “Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond” (Joh 17,5).

http://www.dagelijksevangelie.org

Isaak de Syriër : “Toen verliet de duivel Hem”

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen 1ste serie, nr. 85
 
 

isaak de syrier5.jpg

 
“Toen verliet de duivel Hem”
    
 
 
  Evenals het verlangen naar het licht de gezonde ogen volgt, zo volgt ook het verlangen naar het gebed het vasten, dat gehouden wordt met onderscheidingsvermogen. Als een mens begint met vasten, wenst hij in de gedachten van zijn geest, één te worden met God. Het lichaam dat vast, verdraagt het immers niet om de hele nacht op bed te slapen. Als het vasten de mond van de mens verzegeld heeft, mediteert deze in een toestand van boetvaardigheid, zijn hart bidt, zijn gezicht is ernstig, de slechte gedachten verlaten hem; hij is de vijand van hebzucht en ijdele gesprekken. Men heeft nog nooit een mens, die beheerst werd door slechte verlangens, zien vasten met onderscheidingsvermogen. Het vasten dat met onderscheidingsvermogen geleid wordt, is een grote verblijfplaats dat al het goede beschermt…
      Want het vasten is een bevel, dat gegeven werd vanaf het begin van onze natuur, om het te beschermen tegen het eten van de vrucht van de boom (Gn 2,17), daar komt hetgeen ons misleidt vandaan… Daar is de Verlosser ook begonnen, Hij heeft zich aan de wereld geopenbaard in de Jordaan. Na de doop heeft de heilige Geest Hem de woestijn ingeleid, waar Hij veertig dagen en veertig nachten heeft gevast.
      Allen die op weg gaan om Hem te volgen, doen voortaan hetzelfde: op dat fundament zetten ze het begin van hun strijd, want dat wapen is gesmeed door God… En wanneer nu de duivel dat wapen in handen van een mens ziet, begint deze tegenstander en tiran bang te worden. Hij herinnert zich al snel dat hij verslagen werd door de Heer in de woestijn, hij herinnert het zich, en zijn kracht is gebroken. Hij kwijnt weg als hij het wapen ziet, dat ons gegeven is door Degene die ons in de strijd leidt. Welk wapen is het meest krachtig en doet het hart weer opleven in de strijd tegen de geesten van het kwaad?

 

zondag van de orthodoxie

ZONDAG VAN DE ORTHODOXIE

1e zondag van de Grote Vasten

H. Basiliosliturgie

 

 

zondag van de orthodoxie88.jpg

Zondag van de orthodoxie – herstel van de iconenverering

 

Eerste lezing : Hebr.11,24-26,32 – 12,2

Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao. Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde. Voor hem was de smaad van de Messias kostbaarder dan al de schatten van Egypte, want hij hield het oog gericht op de komende beloning

En wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten.

Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille* van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

EVANGELIE : Joh 1,43-51

. Jezus roept Filippus en Natanaël
De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen.Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.”Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.’