32e zondag na pinksteren

32e zondag na Pinksteren

“Het geloof van de kananese vrouw”

kananese vrouw3.jpg

LEZINGEN :

2 Kor. 3,10-15 :
10Wat eens heerlijkheid scheen, is eigenlijk geen heerlijkheid, vergeleken bij deze allesovertreffende heerlijkheid. 11Als het vergankelijke zich met glorie openbaarde, hoeveel te meer zal dit gelden van het blijvende. 12Toegerust met zulk een hoop, treden wij met grote vrijmoedigheid op, 13geheel anders dan Mozes, die zijn gelaat met een sluier bedekte, want de Israëlieten mochten het verdwijnen van de vergankelijke glans niet bemerken. 14En hun denken raakte verstard. Ja, tot op de huidige dag is diezelfde sluier gebleven, als zij lezen in de boeken van het Oude Testament. Hij wordt niet weggenomen, want alleen Christus doet hem verdwijnen. 15Tot heden toe ligt een sluier over hun geest, telkens wanneer Mozes wordt voorgelezen.

1 Timoteüs : 4,9-15 :
9Doe uw best om spoedig bij mij te Komen. 10Demas gaf de voorkeur aan de wereld en heeft mij in de steek gelaten. Hij is naar Tessalonica vertrokken. Crescens naar Galatië, Titus naar Dalmatië. 11Alleen Lucas is bij me. Ga Marcus halen en breng hem met u mee; ik kan hem goed gebruiken voor het werk. 12Týchikus heb ik naar Éfeze gezonden. 13Als gij komt, breng dan de mantel mee die ik in Troas bij Karpus, heb laten liggen, en ook de boeken, vooral de perkamenten. 14Alexander, de koperslager, heeft mij veel kwaad berokkend. De Heer zal hem vergelden naar zijn werken. 15Neem ook bij u voor hem in acht, want hij heeft onze woorden heftig bestreden.

EVANGELIE :Matteüs 15,21-28:

Jezus en een Kananese vrouw
Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’ Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’ Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’ Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’ Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen

 

De Kananese vrouw

 

Je was maar een gewone vrouw
je naam is nooit genoemd
Toch heeft de Heer je sterk geloof
met blijde stem geroemd

Je bent zomaar met dat geloof
naar Jezus toe gegaan
De Heer hield zich toen even doof
maar heeft je goed verstaan

Je knielde, smeekte: “Zoon van David,
Heer, helpt U mijn gestoorde kind
dat altijd ziek en bang moet zijn
dat nooit meer rust en vrede vindt…”

 

Hij wilde je gebed verhoren
Je was een werktuig in zijn hand
Je was een vrouw, door God verkoren
al kwam je uit een heidens land

Je vroeg alleen om kruimeltjes
Hij gaf je voedzaam brood
Je mag zijn lof nu zingen
want je geloof was groot

 

Je mag nu ook vertellen
wie Jezus voor je is
en dat je nu wilt leven
tot zijn gedachtenis

 

Je mag met je genezen kind
bij God aan tafel gaan
Hij laat een ieder die Hem vindt
nooit meer van verre staan…

(Matteüs 15: 21 – 28)

 

 www.gedichtensite.nl

heilige Nektarios

Heiligenleven
 
Heilige Nektarios
 

nektarios_egina_3.jpg

Nektarios van Egina

 
 
 
De Heilige Nektarios werd geboren uit arme ouders in 1846 in Thracië (nu Turkije). Reeds jong bleek bij hem naast liefde voor de kerk een echte studiezin, en zijn ouders deden daarom alles om hem voor zijn studie naar Constantinopel te kunnen sturen toen hij 14 jaar oud was. Daar verdiende hij de kost bij een ver familielid als magazijnbediende, en hij werd ook wel geholpen door welwillende christenen. Er leefde in hem een zendingsdrang. Op het pakpapier van de voorwerpen die hij verzenden moest, schreef hij spreuken van de Woestijnvaders, waardoor hij zelf getroffen was gewest. Elke dag schreef hij zoveel mogelijk van deze spreuken op deze vellen, in de hoop dat de klanten ze uit nieuwsgierigheid zouden lezen en er iets goed van zouden opsteken.

Reeds toen legde hij de grondslag voor zijn grote geleerdheid. Grote delen van de nacht en elk vrij ogenblik van de dag bestede hij aan het bestuderen van de Vaders. Toen hij 21 was, kreeg hij een betrekking als onderwijzer op het eiland Chios. Zijn geestelijk leven verdiepte zich, en hij wilde zich geheel aan Christus geven. Hij werd daarom monnik, toen hij 30 jaar oud was, in het beroemde klooster Nea-Moni, en ontving de naam Lazaros (zijn doopnaam was Anastasios), en later Nektarios. Zijn deemoed, gehoorzaamheiden en buitengewone zachtmoedigheid maakten hem al spoedig bemind bij heel de gemeenschap, die hij diende als diaken. De financiële hulp van enkele weldoeners stelde hem in staat in Athene zijn theologische studies te voltooien in 1885.

Nektarios was toen bijna 40 jaar en werd naar Alexandrië gezonden waar hij in 1886 priester gewijd werd, en korte tijd later, in 1889, metropoliet van Pentapolis (Opper-Libië). Hij kreeg de opdracht om te prediken en werd als vertegenwoordiger van de patriarch naar Caïro gezonden, waar hij al spoedig de genegenheid won van het volk. En de mensen zeiden onder elkaar: “Dat zou nu eens een waardige opvoiger zijn voor de patriarch!”

Juist dit werd hem echter noodlottig: jaloezie bracht sommige priesters ertoe hem te belasteren bij de patriarch. Zonder enig onderzoek zette deze hem toen in 1890 af als bisschop waarbij tegelijk zijn salaris werd ingehouden. Omdat Nektarios nooit gespaard had, maar steeds alles had weggegeven, kwam hij tot grote armoede. Na een jaar vergeefs wachten op eerherstel, moest hij naar Constantinopel terugkeren. Zijn oorspronkelijke gedachte om naar de Athos te gaan liet hij varen, omdat hij zich geroepen wist tot het werk onder de gewone gelovigen.

Na deze periode van honger lijden kreeg hij weer een opdracht als prediker in 1891. Zijn innige vroomheid en grote welsprekendheid maakten dat hij van alle kanten uitnodigingen ontving om te komen preken. Hierdoor werd hij ook in 1894 directeur van een opleidingsinstituut voor priesters in Athene. Deze school wist hij spoedig tot hoog moreel en intellectueel peil op te verheffen. Daarnaast bleef hij preken voor het volk. Zelf leidde hij daarbij het armoedige leven van een strenge monnik. Dit had invloed op een aantal jonge mensen, en tussen 1904 en 1907 stichtte hij met een aantal gelovige meisjes een klooster op het eiland Egina, waar hij zich later, toen hij gepensioneerd werd, zou gaan terugtrekken.

Door het ontbreken een financiële grondsiag kostte dit stichtingswerk ontzaglijk veel moeite, en het putte hem lichamelijk volkomen uit. Maar rondom hem begonnen allerlei wonderlijke dingen te gebeuren: plotselinge genezingen, regen gedurende een vernietigende droogte, troost in de moeilijkste omstandigheden. Zijn liefde tot God en zijn hartelijke liefde voor ieder die hij ontmoette, trok een menigte mensen onweerstaanbaar tot hem aan. In de moeilijke tijd na de eerste wereldoorlog verbood hij zijn monialen met de grootste nadruk om ook maar enige voorraad aan te leggen, maar alles wat zij ontvingen direct uit te delen aan de behoeftige.

In 1899 werd hij uitgenodigd zich kandidaat te stellen voor de patriarchale troon van Alexandrië. Nektarios ging erheen, maar toen hij bemerkte dat de geestelijkheid een andere kandidaat uit hun eigen rangen wilde pousseren, ging hij onmiddellijk terug naar Athene, want hij wilde in geen geval aanleiding geven tot strijd.

Naast al de taken die hij op zich nam, vond Nektarios nog tijd voor het schrijven van een groot aantal boeken over theologie, ethiek, kerkgeschiedenis en de plaats van de Vaders, vaak miskend door westerse beïnvloeding. Daarbij kwam ook nu weer dat er lasterpraat rondverteld werd over hem en zijn klooster. En altijd verdroeg hij dit met de grootste gelijkmoedigheid en hij sprak nooit een kwaad woord over hen die hem beschuldigden. Maar het taste wel zijn lichamelijke weerstandsvermogen aan, en hij werd getroffen door een pijnlijke ziekte die hem in anderhalf jaar naar het graf bracht. Hij stierf in het ziekenhuis, 8 november 1920. Zo is hij nog bijna een tijdgenoot van ons, in elk geval van de oudere generatie. Zijn graf is een der meest bezochte bedevaartsplaatsen van Griekenland. Want na zijn dood is de heilige Nektarios nog even geliefd als tijdens zijn leven. In 1961, 41 jaar na zijn dood, werd hij plechtig heilig verklaard. Hij is vooral de

 

 
Relikwie van Heilige Nektarios

nektarios relikwie.gif

Troparion, toon 1

Uit Sylivria afkomstig, en de herder van Egina, in de laatste tijden verschenen en een ware vriend van de deugd. Laat ons Nektarios vereren in geloof, als een door God gezonden dienaar van de Heer. Want genezingen stromen overal, voor wie met eerbied tot hem roept: eer aan Christus die u eert, eer aan Hem die door u wonderen doet, Eer aan Hem die door u, voor allen genezingen bewerkt,

beschermheilige van de zieken..

Domheid

Domheid

Dietrich Bonhoeffer

Domheid is een gevaarlijker vijand van het goede dan slechtheid…Het kwade draagt altijd de kiem van eigen ontbinding in zich, want het laat in de mens ten minste een gevoel van onbehagen achter. Tegen domheid zijn wij weerloos.Noch met protesten noch met geweld is hier iets te bereiken. Argumenten baten niets….Vaststaat dat domheid geen gebrek is, maar een moreel tekort. Er zijn mensen met een buitengewoon snel verstand die dom zijn, en mensen met een traag verstand allesbehalve dom zijn.

Lees verder “Domheid”

Augustinus : “Jezus kwam naar Johannes om gedoopt te worden… Johannes tegen Hem: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?” (Mt 3,13-14)

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 288

 

augustinus546.jpg

 

“Jezus kwam naar Johannes om gedoopt te worden… Johannes tegen Hem: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?” (Mt 3,13-14)

“Vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd om te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien” (Mt 13,17). Deze heiligen, die vervuld waren van de Geest van God om de komst van Christus te verkondigen, verlangden vurig om, als het mogelijk was, zijn aanwezigheid op aarde te genieten. Dat is de reden dat God het uitstelde om Simeon uit deze wereld te halen; Hij wilde dat Simeon Degene die de wereld had geschapen, zou schouwen in de vorm van een klein kind (Lc 2,25v)… Simeon heeft Hem dus gezien, maar als een kind. Johannes daarentegen heeft Hem gezien toen Hij reeds onderrichtte en zijn leerlingen uitkoos. Waar dan? Aan de oever van de rivier de Jordaan….

Daar zien we een symbool en een benadering van de doop van Jezus Christus in deze voorbereidende doop die voor Hem de weg opende, naar de woorden van Johannes: “Bereid de weg van de Heer, maak de paden recht” (Mt 3,3). De Heer zelf wilde gedoopt worden door zijn dienaar om hen, die zich laten dopen, te laten begrijpen dat ze in hun Heer genade ontvangen. Het is dus daar waar zijn heerschappij begint, om deze profetie te vervullen: “Moge Hij heersen van zee tot zee, van de Grote Rivier tot de einden der aarde” (Ps 72,8). Aan de oever van de rivier waar de heerschappij van Christus begint, heeft Johannes de Verlosser gezien; hij heeft Hem gezien, en Hem herkend en van Hem getuigenis afgelegd. Johannes heeft zich ten aanzien van de heerschappij van God vernederd, om te verdienen dat zijn nederigheid opgeheven zou worden door deze grootheid. Hij verklaart zich de vriend van de Bruidegom (Joh 3,29), en wat voor een vriend? Is hij een vriend die als gelijke naast zijn vriend loopt? Verre van dat. Op wat voor een afstand plaatst hij zich? “Ik ben zelfs niet waardig om me voor Hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken ” (Mc 1,7).

Bron : dagelijksevangelie.org

Grillaert Nel : De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)

De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)

door Nel Grillaert

nil_sorsky heilige.jpg

Nil Sorskij

De geschiedenis van het Russische christendom wordt gekenmerkt door een toenemende vervreemding tussen de kerk en haar gelovigen. De kloof tussen het kerkelijke instituut en de piëteit van haar gelovigen wordt bij uitstek geïllustreerd door de ontwikkeling van het hesychasme in Rusland. Het hesychasme is een gebedspraktijk en gerelateerde theologische beweging die diep is verankerd in de monastieke en ascetische traditie van het Oosterse christendom. Het werd in de veertiende eeuw door Gregorios Palamas verdedigd als officiële leer van de orthodoxe kerk en conciliair onderschreven. Hoewel het hesychasme onmiskenbaar een fundamenteel ingrediënt is van de typische spiritualiteit van de Oosterse kerk,2

Lees verder “Grillaert Nel : De opkomst van het Russische hesychasme: Nil Sorskij (1433-1508)”

Doop van Jezus in de Jordaan

(6 januari)
Feest van de Heilige Theofanie van onze Heer en Verlosser Jezus Christus

 Doop van Christus in de Jordaan

 

 

doop van jezus582.jpg

 

LEZINGEN :

Titus 2, 11-14;3,4-7

2,11 De genade van God, bron van heil voor alle mensen, is op aarde verschenen. 12Zij leert ons goddeloosheid en wereldse begeerten te verzaken en bezonnen, rechtvaardig en vroom te leven in deze tijd, 13terwijl wij uitzien naar de zalige vervulling van onze hoop, de openbaring van de heerlijkheid van onze grote God en Heiland Christus Jezus. 14Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van zonde, vol ijver voor alle goeds.
3,4Maar de goedheid en mensenliefde van God onze Heiland is op aarde verschenen, 5en hij heeft ons gered, niet omdat wij iets goeds gedaan zouden hebben, maar alleen omdat Hij barmhartig is. Hij heeft ons gered door het bad van wedergeboorte en vernieuwing door de heilige Geest. 6Want Hij heeft de Geest overvloedig over ons uitgestort door Jezus Christus onze Heiland. 7Zo zijn wij door zijn genade gerechtvaardigd en erfgenamen geworden van het eeuwige leven waar onze hoop op gericht is.

EVANGELIE :

Mattheüs 3,13-17 :

JEZUS DOOR JOHANNES GEDOOPT
13In die tijd kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen. 14Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: “Ik heb uw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?” 15Jezus antwoordde hem: “Laat nu maar; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen.” Toen liet hij hem toe. 16Nadat Jezus gedoopt was, steeg hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen; 17en een stem uit de hemel sprak: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”

Cyprianus van Carthago : Ons ware verblijf (over de dood)

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Over de dood; PL 4, 583v

Cyprianos van Carthago5.jpg

Cyprianus van Carthago

 

Ons ware verblijf

 

Zusters en broeders, verlies nooit uit het oog dat we van de wereld hebben afgezien en dat wij hierbeneden als tijdelijke gasten leven, als vreemdelingen (Heb 11,13). Laten we de dag zegenen die aan ieder zijn ware verblijfplaats aanwijst en die, nadat we uit deze wereld zijn weggenomen en losgemaakt van zijn verbanden, ons het paradijs en het Koninkrijk der hemelen brengt. Wie zou zich niet haasten om naar zijn vaderland terug te gaan na een tijd in het buitenland te hebben verkeerd? Wie zou zich niet een gunstige wind wensen om te varen om zo sneller de zijnen te kunnen omhelzen? Ons vaderland is het paradijs; vanaf het begin hadden wij aartsvaderen als vaders.

Waarom haasten we ons dan niet om ons vaderland te zien, waarom rennen we niet om onze ouders te begroeten? Daarginds wacht een menigte van geliefden op ons, ouders, broers en zusters, kinderen die al zeker zijn van de redding, maar nog bezorgd zijn om het onze; ze verlangen ernaar om ons midden onder hen te zien… Daar bevindt zich het glorieuze koor van apostelen, de menigte die door de profeten is aangezet, het ontelbare leger van martelaren die bekroond zijn met hun overwinning op de vijand en het lijden….; daar stralen de maagden…; daar worden de mensen beloond die vol compassie waren, die hun handelingen van liefde vermeerderd hebben door in de behoeften van de armen te voorzien en die, trouw aan de voorschriften van de Heer, gekomen zijn om de aardse goederen los te laten voor de hemelse schatten.

Laten we ons haasten om ons ongeduld te stillen en ons bij hen voegen, om sneller voor Christus te verschijnen. Dat God in ons deze aspiratie vinden mag…, Hij geeft de hoogste beloning van zijn heerlijkheid aan hen die dit het vurigste hebben verlangt.

http://www.dagelijksevangelie.org