15e zondag na Pinksteren : Over de vasten

15e zondag na Pinksteren

‘Over de vasten’

vasten.jpg

LEZINGEN

 

EPISTEL : 2 Kor. 4,6-15

Dezelfde God die gezegd heeft: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen’, heeft zijn licht laten schijnen in ons hart om de kennis te laten stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Jezus Christus. Vol goede moed bij tegenslag Maar wij dragen deze schat in aarden potten, en zo blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. Van* alle kanten worden wij belaagd maar we zitten niet in het nauw; we zijn radeloos maar niet ten einde raad; we worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; neergeveld maar niet gedood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus zich in ons

Lees verder “15e zondag na Pinksteren : Over de vasten”

Symeon de nieuwe theoloog:De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik

Hymne 2

“De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe theoloog en Basilius

 

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,

om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.

Want “het leven, dat is U kennen, U enige God” (Joh 17,3),

Schepper en Auteur van alles,

niet geschapen, zonder begin, uniek,

en uw Zoon, door U verwekt

en de Heilige Geest, uit U voortkomend,

de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang…

 

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,

de machten, de cherubijnen en de serafijnen

en alle andere geliefde hemelse legerscharen,

aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht

aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,

dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

 

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,

en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.

Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,

die van de aarde, of die van de afgronden,

voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid

één verlangen en één koninkrijk,

één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede

of welke andere schittering het ook zij:

de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak

van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.

Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.

Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.

Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens…

 

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,

toen ze Satan zagen vallen

en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.

Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,

slaven van hun trots,

terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,

opgeheven zijn door vrees en liefde,

zich hechten aan hun Heer.

Zo maakte de erkenning van zijn heerschap

ook de groei van hun liefde

omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid

beter en helderder zagen.

 

Cyrillus van Alexandrië : De menigte verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar

Commentaar op het evangelie van Lucas, 5 ; PG 72, 565

 

Cyrillos van Alexandrië 159.jpg

cyrillus van Alexandrië

“De menigte verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf”

 

De ongeneeslijke verlamde lag op zijn bed. Na gebruik te hebben gemaakt van alle mogelijke geneeskunst, kwam hij door de zijnen gedragen naar de enige ware geneesheer, de geneesheer die uit de hemel komt. Maar toen hij voor Degene geplaatst werd die hem kon genezen, was het zijn geloof dat de aandacht van de Heer trok. Om te tonen dat dit geloof de zonde vernietigt, verklaarde Jezus weldra: “Uw zonden zijn u vergeven”. Men zal misschien zeggen: “Die man wilde van zijn ziekte genezen, waarom verkondigde Christus dan de vergeving van de zonden?” Dat was opdat je zou leren dat God het hart van de mens ziet, in stilte en zonder ophef schouwt Hij de wegen van alle levenden. De Schrift zegt immers: “De Heer ziet alle wegen die een mens bewandelt, al zijn stappen slaat Hij gade” (Spr 5,21)…

 

Toen Christus zei: “Uw zonden zijn u vergeven”, liet Hij toch nog plaats voor het ongeloof; de vergiffenis van de zonden zie je niet met de ogen van het lichaam. Toen echter de verlamde opstond en liep, toonde hij duidelijk dat Christus de macht van God bezit…

 

Wie bezitten deze macht? Hij alleen of wij ook? Wij ook, met Hem samen. Hij vergeeft zonden omdat Hij God-mens is, de Heer van de Wet. Wij hebben van Hem deze wonderbaarlijke genade ontvangen, want Hij wilde die macht aan de mens geven. Hij zei immers tegen de apostelen: “Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn” (Mt 18,18). En ook: “Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven” (Joh 20,23).

 

Augustinus : rechtvaardiging

Augustinus : Over de rechtvaardiging

 Augustine_Hippo_small.jpg

 

“In liefde is er geen plaats voor vrees. De volmaakte liefde verjaagt de vrees, want vrees gaat gepaard met kwelling” 1 joh, 4,18. Zondebewustzijn kwelt het hart. Zolang dat het geval is, heeft de rechtvaardiging zich nog niet voltrokken. Er is iets dat prikt en steekt. Daarom staat er in de psalm met betrekking tot de volkomen rechtvaardiging : “Gij hebt mijn rouw in vreugde veranderd, mijn rouwkleed verscheurd en mij omkleed met een vreugdegewaad, opdat ik u zou prijzen in blijdschap en nooit geen pijn meer zou kennen” psalm 29, 12-13. “Geen pijn meer kennen” wat betekent dat ? Het betekent dat er niets meer is dat het geweten kwelt. De angst is een kwelling. Wees niet angstig, de liefde zal de wonden van de angst genezen. De vrees voor God maakt wonden zoals het instrument van een dokter. Schijnbaar maakt het de wonde veel groter, maar in feite neemt het het kwaad weg. De verzwering leek kleiner toen het kwaad er nog in zat, maar ze was veel gevaarlijker. Men had eerst minder pijn dan nu de medicus er zijn mes in zet. Men heeft meer te lijden wanneer de wonde verzorgd wordt, dan toen ze niet verzorgd werd. Maar de genezing veroorzaakt alleen daarom meer lijden opdat men, eenmaal genezen, geen lijden meer zou kennen.

Zo moet uw hart eerst vrezen om later te kunnen beminnen. Het ingrijpen van de medicus laat meestal een lidteken na. Maar onze geneesheer is zo bekwaam dat er zelfs geen lidteken overblijft. Het enige wat gij te doen hebt, is u aan zijn macht onderwerpen. Want als ge geen vrees kent, kunt ge niet gerechtvaardigd worden, zoals in de Schrift staat : “Wie zonder vrees is, kan niet gerechtvaardigd worden” Sir, 1,28. Het is dus nodig dat we eerst de Heer vrezen. Daardoor komt de liefde. De vrees is het geneesmiddel; de liefde is de volle gezondheid. “Wie vreest, heeft nog niet volkomen leren liefhebben” 1 Joh,4,18. Waarom ? “Omdat de vrees gepaard gaat met kwelling”, zoals het operatief ingrijpen van de geneesheer.

Uit :Eenheid en liefde. Ausustinus preken over de eerste brief van Johannes.Vertaald door dr. TJvan Bavel, pp.152-153.

 

heiligenleven ; Marcos de evangelist

Heiligenleven

De heilige Marcos de evangelist

 

Marcus de evangelist.jpg

Marcos de Evangelist

 

De heilige Marcos de Eavngelist was één van de Zeventig Leerlingen die door Christus waren uitgezonden om Zijn prediking voor te bereiden, hoewel hij nog bijna een jongen was. Hij was een neef van de apostel Barnabas, de zoon van diens zuster Maria, in wier huis de christenen van Jerusalem bijeen kwamen (Hand.12,12); dicht in de buurt van Gethsemani. Daardoor hoorde hij het lawaai van de troep die Christua gevangen moest nemen, en met slechts een laken om zich heengeslagen trok hij er nieuwsgierig achteraan. Toen de soldaten hem vastgrepen en hij zich naakt losrukte, lieten dezen hem lachend lopen. Maar juist dit lachwekkende voorval bond hem voorgoed aan Christus : zo verhaalt hij ons zelf zijn vreemde wijze van roeping in zijn Evangelie.

Door Barnabas kwam hij ook in contact met de heilige Paulos, die hij vergezelde op zijn eerste missiereis. Markos vergezelde later de heilige Patros als tolk (deze noemt hem ‘zijn zoon’, 1 Petros 5,13), vooral in Italië en Rome, waar hij ook zijn Evangelie schreef vóór het jaar 67,waarschijnlijk het eerste van de vier evangeliën. Zijn volgende zending was naar Egypte, waar hij zijn zetel vestigde in Alexandrië en Oost-Egypte, maar trok ook westwaards naar het veel barbaarsere Lybië, waar hij eveneens velen won voor het geloof en in een christelijke levenswijze sterkte. In de paastijd was hij terug in Alexandrië waar toen de grote voorjaarsfeesten van Serapis werden gevierd. De opgehitste menigte welde de eer van hun afgod wreken en stortte zich op Markos. Deze werd aan de voeten zolang over het ruwe plaveisel gesleept tot hij de geest gaf, in het jaar 68. De relieken van zijn verbrande lichaam werden in de 9e eeuw overgebracht naar Venetië, waar een van de rijkste kerken ter wereld tot zijn eer werd ingericht.

De Evangelie van de heilige Markos is geschreven voor de heidenen in het grieks, met zeer oude vertalingen in het latijn. Het is het oudste geschiedenisboek over Jezus Christus en is daardoor van bijzonder belang voor de kerk en van historisch belang voor de mensheid. Hij schrijft beknopt, ongekunsteld, en met rake opmerkingsgave. Allerlei bijzonderheden in zijn Evangelie wijzen erop dat hij vooral de prediking van Petros heeft weergegeven. De liturgie van de heilige Markos, die vroeger in Alexandrië werd gevierd, dateert uit de apostolische tijd en kan heel goed op zijn aanwijzingen tot stand zijn gekomen.

Er worden verschillende gronden aangevoerd waarom de leeuw het symbool vormt van Markos. Hij was vooral de prediker van het koningschap van Christus; zijn Evangelie begint met de zending van Johannes de Doper, ‘de stem van een roepende in de wildernis’, de verblijfplaats der leeuwen; deze roep zelf, als het ‘gebrul van een leeuw’, wat ook slaat op de bedreigin aan het slot van zijn Evangelie tegen hen die niet geloven; en tenslotte omdat Markos geldt als de ‘geschiedschrijver van de Opstanding’, welkein het middeleeuwse volksgeloof door een leeuw werd voorgesteld.

uit : heiligenlevens voor elke dag. orth.klooster Den Haag

 

Gregorius van Nazianze : “Als je een feestmaal geeft, nodig dan de armen uit”

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar

Over de liefde voor de armen, 8, 14 ; PG 35, 867, 875

Gregorios van Nazianze.jpg

“Als je een feestmaal geeft, nodig dan de armen uit”

 

Laten we, net als op de onze eigen gezondheid, met zorg letten op die van onze naaste, of het hem goed gaat of dat hij uitgeput is door ziekte. Want “wij zijn allen één in de Heer” (Rom 12,5), rijken en armen, slaven of vrijen, gezonden of zieken. Voor allen is er slechts één hoofd, het begin van alles- Christus (Kol 1,18); wat de ledematen van een lichaam voor elkaar zijn, is ieder van ons voor ieder van zijn broeders en zusters. Degenen die voor onze ogen in een staat van zwakheid zijn gevallen – hetgeen ons allen kan overkomen-, moet men dus niet verwaarlozen of verlaten. Beter dan ons te verheugen om onze goede gezondheid, is het deelnemen aan het ongeluk van onze arme broeders en zusters… Ze zijn net als ons naar het beeld van God geschapen en ondanks hun duidelijke verval, hebben ze beter dan ons de trouw aan dat beeld bewaard. In hen heeft de innerlijke mens dezelfde Christus weer bekleed en ze hebben dezelfde “gaven van de Geest” ontvangen (2Kor 5,5); ze hebben dezelfde wetten, dezelfde voorschriften, dezelfde bijeenkomsten, dezelfde mysteriën en dezelfde hoop. Christus, “die de zonden van de wereld wegneemt” (Joh 1,29), is ook voor hen gestorven, Zij, die in dit leven veel tekort zijn gekomen, hebben deel aan de erfenis van het hemelse leven. Ze zijn de metgezellen van het lijden van Christus en ze zullen het zijn in zijn heerlijkheid.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Encycliek van ZH. Patriarch Bartholomeos

 

Encycliek van Zijne Heiligeheid Patriarch Bartholomeos

 

bartgholomeos.jpg

Prot. Nr. 887

B A R T H O L O ME O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL

NIEUW ROME EN OECUMENISCH PATRIARCH

AAN DE GEHELE KERK GENADE, VREDE EN BARMHARTIGHEID

VAN DE MAKER VAN DE HELE SCHEPPING, ONZE HEER

EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Geliefde broeders en zusters en kinderen in de Heer,

Als gevolg van de vele jaren van catastrofale milieuontwikkelingen in de wereld, heeft de Heilige Moeder, de Grote Kerk van Christus, waakzaam het voortouw genomen om het begin van elk kerkelijk jaar in te richten als een dag die toegewijd is aan Gods schepping. Ze nodigt de ganse Orthodoxe en Christelijke wereld uit om gebeden en smekingen te richten tot de Schepper van alles, als dankzegging voor de grote gave van de schepping, evenzeer als smeking voor haar bescherming en bewaring van iedere aanval, zowel zichtbaar door de mensheid, als onzichtbaar. Zo herinneren we u ook dit jaar, op deze gunstige dag, vanop de Oecumenische Troon aan de nood om allen bewust te maken van de ecologische uitdagingen waar onze planeet vandaag voor staat.

De hedendaagse, snelle, technologische vooruitgang, samen met de mogelijkheden en voorzieningen die deze aan de hedendaagse mensen biedt, mag ons niet zodanig in de war brengen dat we de kost van elke technologische onderneming niet ernstig afwegen tegenover milieu en beschaving, evenals de verwante negatieve gevolgen, die zeer gevaarlijk en verwoestend kunnen en aantoonbaar zullen zijn voor de schepping en alle wezens die op aarde leven.

Die noodzaak is in elk geval ook verkondigd door de broeders, Hoofden en Hiërarchen van de plaatselijke Heilige Orthodoxe Kerken, tijdens hun gezegende vergadering in juni op het grote eiland Kreta: het onder voorzitterschap van het Oecumenisch Patriarchaat samengeroepen, Heilig en Groot Concilie, dat in haar Booschap benadrukte dat “ons leven ingrijpend verandert door de hedendaagse ontwikkeling van wetenschappen en technologie. Wat een wijziging teweeg brengt in het leven de mens, vereist van diens kant ook onderscheidingsvermogen, omdat we, los van de beduidende voordelen […] eveneens geconfronteerd worden met de nadelige gevolgen van wetenschappelijke vooruitgang,” waaronder de bedreiging en zelfs de vernietiging van het milieu.

Verder is er voortdurend waakzaamheid vereist, verbetering en onderricht, opdat we de verhouding zouden begrijpen tussen de huidige ecologische crisis en onze menselijke hartstochten zoals hebzucht, materialisme, egocentrisme en graaizucht, leiden tot de ecologische crisis die we nu beleven, en die er de vrucht van is. Bijgevolg is de enige uitweg uit deze impasse de terugkeer naar de oorspronkelijke schoonheid van orde en economie, van matigheid en ascese, die ons kunnen leiden tot een zorgzamer beheer van het milieu. De graaiende behoefte om onze materiële noden te lenigen kan ten andere zekerlijk geestelijke armoede veroorzaken, die op haar beurt vernietiging van het milieu inhoudt: “De wortels van de ecologische crisis zijn geestelijk en ethisch, in het diepste innerlijk van elke mens”, benadrukte het zelfde Heilig en Groot Concilie van de Orthodoxe Kerk toen het zich tot de hedendaagse wereld richtte, “het smachten naar voortdurende groei in voorspoed en naar ongebreidelde consumptie leidt onvermijdelijk tot buitensporig gebruik en uitputting van de natuurlijke rijkdommen” (zie beslissing over het document “Zending van de Kerk”).

Aansluitend daarbij, geliefde broeders, zusters en kinderen in de Heer, nu we vandaag de gedachtenis vieren van de Heilige Simeon de Styliet, die grote pijler van onze Kerk, wiens monument, zoals andere wonderbaarlijke archeologische sites in Syrië en wereldwijd, waaronder het roemrijke, oude Palmyra, is opgelijst tussen de topmonumenten wereldwijd van ons culturele erfgoed, en de barbaarse gevolgen ondervond van oorlog, zouden we een ander, even belangrijk probleem willen belichten, namelijk de beschavingscrisis, die de laatste jaren wereldwijd is geworden. Milieu en Beschaving zijn hoe dan ook opvattingen en waarden die gelijk sporen en verweven zijn. Het milieu van de menselijke wereld is geschapen door het bevel van God met het éne woord “Genithíto” (“er zij”; zie Gen. 1:3, 6, 14). De beschaving of cultuur werd geschapen door de met rede begiftigde mens, hetgeen vanzelfsprekend en noodzakelijk een zin voor eerbied daarvoor betekent, in de mate dat de mens inderdaad het hoogtepunt van de Goddelijke Schepping is.

Daarom beschouwen we het ook als onze plicht, vanuit dit Heilig Centrum van de Orthodoxie, dat de unieke traditie behoudt en de bredere parameters van onze culturele erfenis en waarden bewaart, om de nood om de wereldwijze beschavingserfenis evenzeer te beschermen als het milieu, onder de aandacht te brengen van alle verantwoordelijken, en elke mens in het algemeen. Want beide worden bedreigd door klimaatverandering, gewapende conflicten en andere gelijkaardige problemen wereldwijd.

De culturele schatten behoren tot de gehele mensheid, de religieuze monumenten evenzeer als de geestelijke. Bovendien behoren ze, als eeuwige uitdrukkingen van het menselijk verstand, niet uitsluitend tot de staten binnen wier grenzen ze zich bevinden. Toch lopen ze dezelfde gevaren als het milieu. Daarom zijn het beschermen van het milieu en het behoud van de onschatbare waarden van de beschaving evenzeer een plicht voor het welzijn van de gehele mensheid.

De verwaarlozing en/of vernieling van één cultureel monument in één land verwondt het erfgoed van de bewoonde wereld van de mensheid als geheel. Zo is elke mens, en vooral elke beschaafde staat, het verschuldigd en verplicht om alle maatregelen aan te scherpen om zo’n monumenten te beschermen en voor altijd te bewaren. Verder moet elke rechtstaat elke handeling vermijden die het ongeschonden karakter van zijn “werelderfgoed” aantast, of de geestelijke waarden wijzigt die dit vertegenwoordigt.

In het bewustzijn van de Panorthodoxe verklaring dat “het onze grootste verantwoordelijkheid is om een leefbaar milieu door te geven aan de toekomstige generaties, en dat overeenkomstig de goddelijke wil en zegen te gebruiken” (Boodschap van het Heilig en Groot Concilie) en dat “niet alleen de huidige, maar ook de toekomstige generaties het recht hebben om te genieten van de natuurpracht die de Schepper ons heeft verleend” (Beslissing van het Heilig en Groot Concilie “Zending van de Kerk”), nodigen we iedereen uit om uw krachten, in het bijzonder uw gebeden, in de strijd te gooien voor de bescherming van het milieu in de bredere zin, namelijk als harmonische verstrengeling van de natuurlijke en door de mens gemaakte, culturele omgeving, en we vragen onze Heer Jezus Christus, door de gebeden van de Alheilige en Hooggezegende Moeder Gods, de stem van de Heilige Johannes de Voorloper die riep in de woestijn, de Heilige Simeon de Styliet en alle Heiligen, om ons gemeenschappelijk natuurlijk en cultureel thuis te beschermen tegen elke aanval en vernietiging, en er Zijn voortdurende, overvloedige zegen over te schenken en te laten nederdalen.

Met een rouwmoedige ziel en hartelijk gebed, bidden we met alle heiligen tot de Maker van de zichtbare en onzichtbare, geestelijke en intellectuele Schepping om ons “tijdige en gunstige winden, gepaste en malse regen” te verlenen, “voor de voorspoedige bloei van de aarde”, dat Hij de hele wereld “diepe vrede” mag schenken “die alle begrip te boven gaat”, en we roepen over iedereen op het Huis dat de aarde is, de genade en onmetelijke barmhartigheid van God af.

1 september 2016

Bartholomeos van Konstantinopel

vurig voorspreker voor u allen bij God