Clemens van Alexandrië : Meteen was de boot aan land

  1. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog De Pedagoog, III, 12, 101

Clemens van alexandrie3.jpg

Clemens van Alexandrië

 

“Meteen was de boot aan land”

 

Laten we tot het Woord bidden, tot het Woord van God: wees genadig voor uw kinderen, Meester, Vader, gids van Israël, Zoon en Vader, één en twee tegelijkertijd, Heer! Maak dat wij uw geboden navolgen, om te komen tot de volle gelijkenis van het beeld (Gn 1,26), om de goedheid van God en de rechter zonder hardheid te begrijpen naar ons eigen vermogen. Geef ons uzelf: om in uw vrede te leven, om in uw stad gebracht te worden, om door te gaan zonder ten onder te gaan in de stormen van de zonde; om meegenomen te worden naar de rustige wateren van de Heilige Geest; door de onuitspreekbare Wijsheid. Maak dat wij dag en nacht tot aan de laatste dag de Enige Vader en Zoon, Zoon en Vader, Zoon, Pedagoog (1Kor 4,15) en Meester en tegelijkertijd de Heilige Geest, danken en loven. Alles is van de Ene, in wie alles is, door wie alles één is, door wie de eeuwigheid is, van wie wij allen ledematen zijn (1Kor 12,27). Aan Hem zij de heerlijkheid en de eeuwen; alles voor de Goede, alles voor de Schone, alles voor de Wijsheid, alles voor de Rechtvaardige! Aan Hem zij de glorie nu en in de eeuwen der eeuwen, amen!

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Gerolf

Heiligenleven

De heilige Gerulphus (Gerolf)

 

 

Gerolf.gif

 

 

 

Siint Gerolf woonde te Merendree in Oost-Vlaanderen.

Hij is dus een jongen uit ons volk.

Moedig stierf hij de marteldood.

Hij leefde in de tijd, toen het christendom nog maar jeugdig opkwam in onze landen. Zijn ouders, begoede mensen, waren christenen.

Gerolf was dertien jaar oud, toen hij hoorde dat de bisschop van Doornik, naar Goent kwam om het heilige Vormsel toe te dienen. Voortdurend vroeg hij aan zijn ouders of hij naar Gent mocht om ook gevormd te worden. Ze lieten het niet graag toe. Maar tenslotte mocht het. Een oom van hem zou meegaan. Heel blijgezind trok hij te paard naar de st.Pietersabdij. Daar diende de bisschop hem het sacrament toe.

Toen de plechtigheid gedaan was reed hij metb zijn oom langs Drongen naar huis. In Drongen was er ook een abdij. De heilige Maagd was er patrones. Zij werd er door de nieuwe christenen heel vurig vereerd.Gerof was in zo’n innig gelukkige stemming. Hij had; zo dacht hij, de Heer en de Heilige Maagd nog niet genoeg kunnen bedanken op deze grote dag. Hij hield de toom van zijn paardje in. ‘Oom’, vroeg hij ‘laat mij nog wat gaan bidden in de kerrk van Drongen’. De peter was echter nog een half heidens man. Hij begreep het verlangen van de jongen niet. ‘Als je ’t dan toch wilt’ zei hij boos, ‘goed dan, maar haast je wat’ Buiten stond hij wrevelig, ongeduldig te wachten. Hij bleef zitten op zijn trappelend paard en werd zenuwachtig omdat Gerolf zo lang bleef bidden.

Toen Gerolf buiten kwam, stralend van geluk, werd de oom razend. Hij schoot tegen hem uit, hij sloeg hem met zijn wapen alsof Gerolf een geharnaste vijand was. De jongen viel bloedend van zijn paard. De moordenaar vluchtte weg. Het bebloede paard liep naar huis. De ouders schrokken, zij vreesden, zoals ouders doen, het ergste en trokken op zoektocht. Ze vonden Gerolf te Drongen nog in leven.

Haal een priester, vroeg hij, ik wil de sakramenten nog ontvangen.

Hij had gevraagd in de abdij te mogen begraven worden en schonk zijn erfenis, zijn paardje, aan de monniken. Dint Gerolf werd martelaar om zijn ijver voor het heilig Vormsel en zijn echte verering van Maria. Een knaap uit ons volk en van onze leeftijd is nu heilige bij de Heer

gerolf reliek.jpg

Reliek van de heilige Gerolf in de kerk van Drongen

 

 

Gerolf kapel.jpg

Kapel op de Varendries, de plaats waar Gerof werd vermoord

 

(Er is een boekje rond deze heilige uitgegeven in 1948 met als titel ‘Taferelen uit de geschiedenis van Drongen’ door Florimond Deprest)

 

Caesarius van Arles : Met heel je hart je broeder vergeven

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop

Sermon verzameld door Morin 35 ; PLS IV, 303v

 

Caesaire_d'Arles_icone_byzantine.jpg

Caesarius van Arles (byzantijnse icoon)

 

Met heel je hart je broeder vergeven

 

 

Jullie weten wat wij tegen God gaan zeggen voordat we ter communie gaan: “Vergeef ons onze zonden, zoals ook wij aan anderen hun zonden vergeven”. Bereid je innerlijk voor om te vergeven, want deze woorden, kom je tegen in het gebed. Hoe ga je ze zeggen? Misschien zeg je ze niet? Het gaat uiteindelijk om deze vraag: zeg je deze woorden wel of niet? Je hebt een hekel aan uw broeder en je zegt: “Vergeef ons zoals wij vergeven”? -Ik vermijd die woorden, zul je zeggen. Maar bid je dan? Let goed op, mijn broeders en zusters. Jullie gaan over enkele ogenblikken bidden; vergeef met heel jullie hart!

Kijk naar Christus die aan het kruis hangt; luister naar zijn bidden: “Vader vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen” (Lc 23,34). Je zult zeker zeggen: Hij kon dat doen, maar ik ben slechts een mens en Hij is God. Kun je Christus niet navolgen? Waarom heeft de apostel Paulus ons dan geschreven: “Wees navolgers van God, als geliefde kinderen” (Ef 5,1) Waarom zei de Heer zelf: “Leer van Mij want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (Mt 11,29)? Wij schipperen, wij zoeken uitvluchten, wanneer wij menen dat hetgeen we willen doen, onmogelijk is … Mijn zusters en broeders, laten we Christus niet beschuldigen dat Hij ons te moeilijke geboden, die onmogelijk zijn om te realiseren, heeft gegeven. Zeggen we liever in alle nederigheid met de psalmist: “Heer, U bent rechtvaardig, en uw voorschriften zijn onberispelijk” (Ps 119,137).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

H. Clemens van Alexandrië,”Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed”

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog

De Pedagoog, 9,83v

 

Clemens van alexandrie3.jpg

Clemens van Alexandrië

“Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed”

 

Zieken, wij hebben de Verlosser nodig; verdwaalden, wij hebben Degene die ons zal leiden nodig; dorstigen, de bron van het levende water hebben we nodig; doden, wij hebben het leven nodig; schapen hebben een herder nodig; kinderen, een opvoeder; en de hele mensheid heeft Jezus nodig…

Als u wilt, kunnen we de opperste wijsheid van de heilige herder en opvoeder begrijpen, Hij is de Almachtige en het Woord van de Vader, als Hij zich bedient van een allegorie en zegt dat Hij de herder van de schapen is; maar Hij is ook de opvoeder van de allerkleinsten. Zo richt Hij zich lang tot de vaderen, door tussenkomst van Ezechiël, en Hij geeft hun het voorbeeld van zijn zorgzaamheid: “Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke dier sterken, maar de vette en sterke dieren verdelgen; Ik zal ze weiden zoals het hoort” (Ez 34,16). Ja, Meester, leid ons naar de groene weiden van uw gerechtigheid. Ja, U bent onze opvoeder, wees onze herder tot aan de heilige berg, totdat de Kerk zich verheft tot boven de wolken en de hemel aanraakt. “Ik zal een herder voor hen zijn, zegt Hij, en Ik zal naar mijn schapen omzien” (Ez 34,12). Hij wil mijn vlees redden door het te bedekken met het onvergankelijke kleed… “Als u dan roept, geeft Ik u antwoord, en Ik zeg: ‘Hier ben ik!’” (Jes 58,9)…

Zo is onze opvoeder; Hij is goed en rechtvaardig. “Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen” (Mt 20,28). Daarom toont men Hem vermoeid in het Evangelie (Joh 4,5), Hij vermoeit zich voor ons en belooft “om zijn leven te geven als losgeld voor velen” (Mt 20,28). Hij onderstreept dat alleen de goede herder zo doet. Wat een wonderbaarlijke gever, die ons het grootste geeft wat Hij heeft: zijn leven! Wat een weldoener, vriend van de mensen, die liever hun broer wilde zijn dan hun Heer! En Hij heeft de goedheid opgedreven tot en met het sterven voor ons aan toe.

bron : wwwdagelijksevangelie.org

 

Leo de Grote : wanneer u de mensenzoon….

H. Leo de Grote (? – ca 461), paus en Kerkleraar

15e sermon over het Lijden van de Heer, 3-4

 

Leo de grote van Rome.jpg

Leo de Grote

 

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben”

De mens die het lijden van Christus werkelijk vereert, moet met de ogen van het hart zo naar de gekruisigde Christus kijken, dat hij in Christus vlees zijn eigen vlees herkent… Geen enkele zieke wordt de zege van het kruis geweigerd, evenmin als er iemand is die niet door het gebed van Christus geholpen wordt. Als dit gebed al zozeer ten goede kwam aan de velen die tegen Hem tekeergingen, hoeveel te meer zal het dan allen helpen die zich tot Hem bekeren…

Wie van de mensen is, sinds God onze natuur heeft aangenomen, sinds ‘het Woord is vlees geworden en onder ons heeft gewoond’ (Joh. 1, 14), verstoken gebleven van zijn barmhartigheid tenzij de ongelovige? En wie heeft niet met Christus een gemeenschappelijke natuur, als hij de Heer die deze aannam, ontvangen heeft en door die Geest herboren is waardoor Christus geboren is? Vervolgens, wie zou in Hem niet zijn eigen zwakheden herkennen? Wie ziet niet dat het nuttigen van spijs, de verkwikking van de slaap, de kommer van zijn droefenis of de tranen van medelijden hoorden bij onze gestalte van slaven? (Fil 2,7)…

Wat levenloos in het graf lag en op de derde dag verrees en boven alle hoogten van de hemelen uitsteeg om te zetelen aan de rechterhand van Gods majesteit, was onze menselijke natuur. Daarom, als wij de weg van zijn geboden bewandelen en ons niet schamen te belijden wat Hij in de geringheid van zijn lichaam voor ons heil gedaan heeft, zullen ook wij verheven worden om te delen in zijn heerlijkheid. Want wat Hij gezegd heeft, zal zeker in vervulling gaan: ‘Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is’ (Mt. 10, 32).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org