.
Maand: december 2015
Gregorius van Nazianze :“U hebt de mens wonderbaarlijk geschapen, U hebt om nog wonderbaarlijker wijze zijn waardigheid hersteld” (Collecta)
- Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar Sermon nr. 38, voor de Geboorte van Christus ; PG 36, 311v

Gregorius van Nazianze
“U hebt de mens wonderbaarlijk geschapen, U hebt om nog wonderbaarlijker wijze zijn waardigheid hersteld” (Collecta)
Jezus Christus is geboren, breng Hem hulde! Christus is nedergedaald uit de hemel, ga Hem haastig tegemoet! Christus is op aarde, verheerlijk Hem! “Zing voor de Heer, heel de aarde. Laat de hemel verheugd zijn, laat de aarde juichen” (Ps 96,1.11). Hij komt vanuit de hemel bij de mensen wonen; jubel van vrees en vreugde: vrees om de zonden, vreugde om onze hoop. Vandaag zullen de schaduwen verdwijnen en het licht zal over de wereld opgaan; zoals vroeger in Egypte de duisternis werd verslagen, verlicht vandaag een kolom van vuur Israël. O volk, dat gezeten was in de duisternis van de onwetendheid, schouw vandaag dit enorme licht van de ware kennis, want “de oude wereld is voorbij, het nieuwe is er al” (2Kor 5,17). De wet trekt zich terug, de geest overwint (Rom 7,6); de schaduw gaat voorbij, de werkelijkheid verschijnt (Kol 2,17). Degene die ons het bestaan heeft geschonken, wil ons ook vervullen met geluk; dat geluk wat de zonde ons liet verliezen, wordt door de menswording van de Zoon weer gebracht… Zo is deze plechtigheid: wij begroeten vandaag de komst van God onder de mensen, opdat wij niet zouden komen tot bij God, maar terugkomen bij God; opdat we ons ontdoen van de oude mens en ons bekleden met de nieuwe mens (Kol 3,9); opdat wij, die dood waren in Adam, leven in Christus (1Kor 15,22)… Laten we deze dag vieren, deze dag is gevuld met goddelijke vreugde, niet met wereldse vreugde, maar ware hemelse vreugde. Wat een feest is dit mysterie van Christus! Hij is mijn voltooiing, mijn nieuwe geboorte.
.
Anastasius van Antiochië : Hij is toch geen God van doden, maar van levenden
- Anastasius van Antiochië (?-599), monnik en daarna patriarch van Antiochië Overweging 5, over de Verrijzenis; PG 89, 1358
“Hij is toch geen God van doden, maar van
levenden”
“Christus heeft de dood en vervolgens het leven gekend om de Heer te worden van de doden en de levenden” (Rom 14,9); “God is niet de God van de doden, Hij is de God van levenden”. Aangezien de Heer van de doden leeft, zijn de doden niet meer doden maar levenden; het leven regeert in hen, opdat zij leven en de dood niet meer vrezen, evenals “Christus, verrezen uit de doden niet meer sterft” (Rom 6,9). Verrezen en bevrijd van de vergankelijkheid, zullen zij de dood niet meer zien; zij zullen aan de opstanding van Christus deelnemen, zoals Hijzelf deel nam aan hun dood. Immers als Hij op aarde is gekomen, welke tot dan toe de eeuwige gevangenis was, was dat om “de bronzen deuren te breken en de ijzeren grendels te verbrijzelen” (Jes 45,2), om ons leven uit de vergankelijkheid te trekken door het naar zich toe te trekken, en ons de vrijheid te geven in plaats van de slavernij. Als dit heilsplan nog niet ten volle is verwezenlijkt, want de mensen sterven nog altijd en hun lichamen worden ontbonden door de dood, moet dat geen reden van ongeloof zijn. Nu reeds hebben wij de eerste vruchten ontvangen van wat ons werd beloofd, in de persoon van Degene die onze eerstgeborene is: “Met Hem, heeft Hij ons doen opstaan; Hij heeft ons met Hem in de hemelen laten regeren, in Christus Jezus” (Ef 2,6). Wij zullen de volle realisatie van deze belofte bereiken, als de tijd komt die door de Vader wordt bepaald, wanneer wij ons van de kinderjaren zullen ontdoen en “de staat van de volmaakte mens” hebben bereikt (Ef 4,13). Want de eeuwige Vader heeft gewild dat de gave die Hij ons heeft gedaan krachtig blijft… De apostel Paulus heeft het verklaard, want hij wist goed, dat het aan de gehele mensheid moest gebeuren door Christus, die ons armzalige lichaam naar het voorbeeld van zijn verheerlijkt lichaam zal omvormen” (Fil 3,21)… Het verheerlijkte lichaam van Christus is niet verschillend van het lichaam “in zwakte, zonder waarde gezaaid” (1Kor 15,43); het is hetzelfde lichaam dat in heerlijkheid wordt veranderd. En wat Christus heeft verwezenlijkt door zijn eigen mensheid, als eerste van onze natuur, naar de Vader te brengen, zal Hij volgens zijn belofte voor de hele mensheid doen: “Wanneer Ik van aarde zal worden opgeheven, zal Ik alle mensen tot Mij trekken” (Joh 12,32).
Groter dan ons hart
Ireneus van Lyon : ik zeg u : Elia is reeds gekomen
- Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen de ketterij, III, 10-11
“Ik zeg u: Elia is reeds gekomen”
Over Johannes de Doper, lezen we bij Lucas: “Hij zal groot zijn voor het aanschijn van de Heer, en vele zonen van Israël zal hij doen omkeren naar de Heer, hun God. Hij zal uitgaan voor zijn aanschijn met de geest en kracht van Elia om voor de Heer een goed toegerust volk gereed te maken” (Lc 1,15v). Voor wie heeft hij een volk gereed gemaakt en voor welke Heer was hij groot? Ongetwijfeld voor degene die gezegd heeft, dat Johannes “meer dan een profeet” was en dat “onder wie uit vrouwen geboren zijn, niemand ontwaakt is, die groter was dan Johannes de Doper” (Mt 11,9.11). Want Johannes bereidde een volk voor, door van te voren aan zijn mede-dienstknechten de komst van de Heer aan te kondigen en door hen over bekering te prediken. Opdat zij, als de Heer komt, in staat zouden zijn om zijn vergeving te ontvangen en opdat ze bij Hem terug zouden komen, van wie ze door hun zonden en hun overtredingen verwijderd waren… Daarom, door ze terug te brengen bij hun Heer, maakte Johannes voor de Heer een goed toegerust volk gereed, in de geest en kracht van Elia… Johannes de Evangelist heeft ons gezegd: “Een mens wordt uitgezonden van bij God, Johannes is zijn naam. Hij komt tot getuigenis: om te getuigen van het Licht… Niet hijzelf was het Licht, nee, hij moest getuigen van het Licht (Joh1,6-8). Die wegbereider, Johannes de Doper, die getuigde van het licht, werd ongetwijfeld door God gestuurd, die … had beloofd door de profeten om zijn boodschapper voor het aanschijn van zijn Zoon uit zou sturen, om voor Hem de weg gereed te maken (Mal 3,1; Mc 1,2), dat wil zeggen om te getuigen van het Licht in de geest en kracht van Elia… Juist omdat Johannes een getuige is, heeft de Heer gezegd dat hij meer is dan een profeet. Alle andere profeten hebben de komst van het licht van de Vader aangekondigd en verlangden om waardig te zijn om Degene die ze predikten te zien. Johannes heeft net als zij geprofeteerd maar hij heeft Zijn aanwezigheid gezien, hij heeft Hem aangewezen en heeft velen overtuigd om in Hem te geloven, zodat hij tegelijkertijd de plaats van een profeet en van een apostel had. Daarom heeft Christus van hem gezegd dat hij “meer dan een profeet” was.
27e zondag na pinksteren : Genezing op de sabbat
27e zondag na Pinksteren
‘Genezing op de sabbat’

Genezing op de sabbat
Lezingen
Ef.6,10-17
De wapenrusting van God [10] Ten slotte, zoek uw kracht bij de Heer en zijn almacht. [11] Trek de wapenrusting* van God aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. [12] Want* onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis* en tegen de geesten van het kwaad in de hemelse* regionen. [13] Grijp daarom naar de wapenrusting van God om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en staande te blijven, strijdend tot het einde. [14] Stel u op, de waarheid als een gordel om uw middel, de gerechtigheid als een pantser om uw borst, [15] de ijver voor het evangelie van de vrede als schoeisel aan uw voeten. [16] Draag steeds het schild van het geloof, waarmee u alle brandende pijlen van het kwaad kunt doven. [17] Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God.
Evangelie : Lucas 13,10-17
Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat [10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.
Basilios de Grote : Ga uit naar wegen en akkers…om mensen binnen te laten komen; want mijn huis moet vol zijn

Heilige Basilios
“Ga uit naar wegen en akkers… om mensen binnen te laten komen; want mijn huis moet vol zijn”
Heilig, heilig, heilig, U bent waarlijk heilig, Heer onze God, er is geen enkele beperking aan uw grootheid: U hebt met recht en gerechtigheid over alle dingen beschikt. U hebt de mens gevormd met het slijk van deze aarde, en U hebt hem vereerd met het beeld van God zelf, U hebt hem in het Paradijs vol met heerlijkheden geplaatst en hem de onsterfelijkheid en de vreugde van eeuwige goederen beloofd, als hij zich aan de geboden hield. Maar hij heeft uw gebod overtreden, ware God, en verleid door de sluwheden van de slang werd hij slachtoffer van zijn eigen zonde, hij heeft zich aan de dood onderworpen. Door uw rechtvaardige oordeel werd hij van het Paradijs verbannen naar onze wereld, teruggestuurd naar de aarde waaruit hij getrokken werd. Maar U regelde voor hen het heil door de nieuwe geboorte in Christus, want U hebt uw schepsel, dat U in uw goedheid had geschapen, niet voor altijd verworpen; U hebt op vele wijzen met de grootheid van uw barmhartigheid, over haar gewaakt. U hebt de profeten gestuurd, U hebt wonderen gedaan door heiligen, die U in iedere generatie aangenaam waren; U hebt de Wet gegeven om ons te redden; U hebt engelen aangesteld om over ons te waken. Toen de volheid der tijden kwam, hebt U tot ons gesproken door uw eniggeboren Zoon, door wie U het universum hebt geschapen; Hij is de schittering van uw glorie en het beeld van uw natuur; Hij draagt alles door zijn machtige woord; Hij heeft niet zijn gelijkheid aan God opgeëist, maar de God van de eeuwigheid is op aarde verschenen, Hij heeft met de mensen geleefd, is vlees geworden door de Maagd Maria, heeft zijn toestand als slaaf aanvaard, heeft ons gebrekkig lichaam aangenomen, om ons gelijk te maken aan zijn verheerlijkt lichaam (Heb 1,2-3;Fil 2,6-7;3,21). Aangezien door de mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood, heeft uw eniggeboren Zoon, Hij die eeuwig in uw schoot was, O Vader, maar die uit een vrouw geboren is, het zich tot taak gesteld om de zonde in zijn lichaam te veroordelen, opdat zij die in Adam stierven, het leven in Christus hadden (Rm 5,12;8,3). Door in deze wereld te leven heeft Hij ons heilsvoorschriften gegeven, en heeft Hij ons afgekeerd van de vergissingen van de afgoden, en heeft ons gebracht tot het kennen van U, ware God. Daardoor heeft Hij ons voor zich gewonnen als een uitverkoren volk, een koninklijk priesterschap, een heilige natie (1P 2,9).
Uit : http://www.dagelijksevangelie.org
Thomas merton – what is contemplation
Thomas Merton – what is contemplation
(Engels)
