GREGORIUS VAN NAZIANZE (329/30 – 390):
O GIJ, ALLES VOORBIJ
O Gij, alles voorbij, hoe u anders noemen? Hoe kunnen woorden u prijzen:
Gij die door geen woord te zeggen zijt. Hoe kunnen gedachten u bereiken,
Gij die door geen denken te grijpen zijt.
Gij, Enige, Onuitsprekelijke, alwat gezegd wordt komt van U.
Gij, Enige, Onkenbare, alwat gekend wordt komt van U.
Alwat spreekt en alwat niet spreekt, prijst u.
Alwat denkt en alwat niet denkt, eert u.
Hunkeringen overal, barensweeën overal, alles reikhalst naar U,
alles bidt tot U, terwijl al wat uw geheim doorgrondt een lied vol stilte zingt.
Bij U alleen blijft alles bewaard, op U hoopt alles,
Gij zijt het doel van alles
Gij zijt één Gij zijt alles Gij zijt niemand
Gij zijt geen een Gij zijt niet alles.
O Gij die alle namen draagt Hoe zal ik U noemen?
Gij Enige Onnoembare
Welke hemelgeest dringt door tot het bovenste wolkendek?
Wees mij genadig,
O Gij alles voorbij.
Hoe U anders bezingen?
Gevonden in: J. Streng, Voorbij het denken. Verkenningen in de westerse mystiek, Baarn 19822, pag.62-63.
