DE OUDE KERKVADERS: EEN OVERZICHT
Gemakshalve worden de schrijvers uit de eerste tijd van de kerk tot aan 300 na Chr.
‘kerkvaders’ genoemd. Wat de schrijvers betreft kunnen we echter, als we nog meer precies
willen zijn, een driedeling maken.
1. De apostolische vaders
De alleroudste kerkvaders die leerlingen waren van de apostelen, worden meestal
‘apostolische vaders’ genoemd.
Ignatius (+ 107). Hij was een leerling van de apostel Petrus en tijdgenoot van Johannes. Hij
was bisschop van Antiochië (tweede opvolger van Petrus), van 69 tot 107, het jaar van zijn
marteldood in Rome. Op zijn reis naar Rome schreef hij 7 brieven.
Polycarpus (+ 155). Hij was een leerling van de apostel Johannes en was door hem tot
bisschop aangesteld van Smyrna, rond het jaar 100. Hij heeft veel mensen ontmoet die
Jezus nog gekend hebben. Van zijn marteldood is een getuigenis bewaard gebleven. Hij
schreef één brief.
Clemens van Rome (+ 101). Hij was een medewerker van de apostelen Petrus en Paulus te
Filippi en elders in Griekenland en Italië. Hij was de derde bisschop van Rome, na de
apostelen (92-101). Hij is de marteldood gestorven circa 101 na Chr. Hij heeft een of
misschien twee brieven geschreven.
2. De kerkvaders
Irenaeus (120-202). Hij was een leerling van Polycarpus en was bisschop van Lyon. Hij
stierf waarschijnlijk de marteldood in 202. Er is van hem een uitgebreid werk tegen de
gnostici bewaard gebleven: Adversus Haereses.
Hippolytus (160/170-235) was een leerling van Irenaeus. Hij werd waarschijnlijk te
Alexandrië geboren en werd rond 200 te Rome aangesteld als presbyter. Zijn werken
weerspiegelen het liturgisch leven in de kerk van 200-235, het jaar waarin hij stierf als
banneling, onder keizer Maximinus Thrax.
Cyprianus (210-258) was leraar in de welsprekendheid voordat hij rond zijn veertigste tot
bekering kwam. Hij was bisschop van Carthago en daarmee patriarch van de kerken in
Noord Afrika. Hij heeft vele verhandelingen geschreven. Hij stierf de marteldood.
3. De kerkelijke schrijvers
Justinus de martelaar (110-165). Ofschoon hij in Samaria was geboren, was hij van
heidense afkomst en uit de Griekse filosofie bekeerd tot Jezus Christus. Hij stierf de
marteldood in Rome.
Hij schreef de Eerste en Tweede Apologie en de Dialoog met de jood Trypho.
Tertullianus (145-240). Hij werd in Carthago geboren in 145 na Chr. Hij werd tot presbyter
gewijd kort na zijn bekering uit het heidendom, circa 190. Hij heeft een aantal werken
geschreven, o.a. Apologeticum, en De Baptismo, over de doop. Hij heeft werken tegen
Marcion en de gnostici op zijn naam staan. Omdat hij zich later heeft aangesloten bij de
strenge sekte der Montanisten, wordt hij vaak niet meer als kerkvader beschouwd.
Clemens van Alexandrië (150-ca. 215). Hij was een heidense Athener en werd na zijn
bekering presbyter of oudste en ca. 200 leider van de beroemde catechetenschool te
0075 http://www.stucom.nl 2/2
Alexandrië. In 203 moest hij, tijdens de hevige christenvervolgingen onder de Afrikaanse
keizer Septimus Severus, uit Alexandrië vluchten.
Zijn bekendste werk is de Paedagogos.
Origenes (185-253). Hij kwam uit een christelijk gezin. Hij was de opvolger van Clemens in
de Alexandrijnse school.
Na zijn wijding tot presbyter (ca. 230) ging hij in Palestina werken. Hij stierf de marteldood.
Zijn grote werken zijn De Principiis en Contra Celsum. Hij schreef ook diverse
bijbelcommentaren.
Eusebius (263-339). Hij was bisschop van Caesarea vanaf 313. Hij is vooral bekend als
kerk-historicus.
Oude christelijke geschriften
De Didachè. Dit geschrift stamt uit het einde van de eerste eeuw en is geschreven door
christen-Joden, leerlingen nog van Jezus zelf of van zijn apostelen. Het boek genoot in de
oude kerk een hoog aanzien en behoorde volgens sommigen zelfs tot de canon.
De “Pastor” van Hermas. Hermas werd geïdentificeerd met de Hermas uit de brief aan de
Romeinen. Het genoot ook een hoog aanzien en behoorde voor Irenaeus zelfs tot de Heilige
Schrift.
De Brief van Barnabas. Deze oude brief stond eens hoog in aanzien, maar Eusebius
rekende hem tot de onechte geschriften, d.w.z niet van de hand van de reisgezel van
Paulus, Jozef-Barnabas.
