Heiligenleven
De heilige Zosima

Zosima en Maria van Egypte
De heilige Zosima was van jongsaf opgevoed in een klooster van Palestina en leidde een voorbeeldig monnikenleven in onthouding, zelfverloochening en gebed, zodat velen zijn raad inwonnen en zich naar hem richtten. Toen hij zo tot zijn 53e jaar had ge’leefd begon hij tevreden over zichzelf te worden, en de gedachte drong zich aan hem op dat hij wel zo’n beetje de top van de monastieke ontwikkeling had bereikt. Toen kwam er een stem die tot hem zei : ‘Ge hebt wel goed gestreden, maar er zijn nog heel wat andere mogelijkheden. Ga naar het klooster aan de Jordaan’.
Zosima gaf hieraan ogenblikkelijk gehoor en tro als Abraham weg uit zijn huis, waar hij zoveel jaren had gewoond. Zonder zich bekend te maken vroeg hij om toegang tot het afgelegen Jordaan-klooster en leefde met de monniken mee. Hij werd gesticht door de daar gevolgde levenswijze. De gehele nacht werd doorgebracht met zingen van de diensten. Overdag werd er ijverig gewerkt onder het reciteren van psalmen, onderlinge gesprekken werden zoveel mogelijk vermeden. Het voedsel bestond in hoofdzaak uit water en brood.Maar het meest byzondere was de wijze waarop de Grote Vasten gevierd werd. Allen communiceerden op de 1e zondag en daarna trokken ze weg over de jordaan, terwijl ieder een eigen weg zocht in de woestijn, zo ver mogelijk van de anderen verwijderd, met slechts het hoogst noodzakelijke voedsel bij zich, zoals elk meende te kunnen opbrengen. Vijf weken later kwamen ze weer in het klooster terug op Palmzondag, om gezamenlijk het Pascha te vieren.
Zosima zou door dit gebruik komen tot het hoogtepunt van zijn leven. Hij trok steeds verder de woestijn in, gedreven door de hoop op een byzondere ontmoeting. Na drie weken volgde toen de samenkomst met die buitengewone oude vrouw, de heilige Maria van Egypte, zo ontroerend beschreven in haar levensverhaal. Hij bracht een dag door in opperste verrukking in haar nabijheid en mocht haar levensverhaal horen dat zich in zijn geheugen inbrandde. Toen werd hij weggestuurd met de opdracht volgend jaar voor haar de heilige communie gereed te houden op de tijd van het Laatste Avondmaal. Hij zag haar toen naar zich toekomen over de Jordaan, toen het reeds avond was.
De volgende vasten ging hij haar opnieuw opzoeken doch hij vond slechts haar lichaam, mat haar naam en stervensbericht op de Grote Vijdag van het vorige jaar, en met het verzoek haar te begraven. Hij was uitgeput van het vasten, de leeftijd en de lange tocht en zag geen kans in de harde bodem te graven. In die omgeving, waar Maria nooit enig dier gezien had, kwam nu een leeuw te voorschijn, die hem hielp bij het graven van een laatste rustplaats.
Eerst nu had Zosima verlof zijn verhaal aan de andere monniken te doen en haar sterfdag werd jaarlijks in het klooster gevierd. Zosima leefde daar nog tot hij 100 jaar oud was en is toen in vrede opgegaan tot de Heer en tot de ontmoeting met haar, die hij in de weinige uren van hun samenzijn had liefgekregen met heel zijn ziel. Het was ongeveer het jaar 560.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag
