|
- 1. Onder het tweede consulaat van Praesens en dat van Claudianus, op 17 juli (A.D. 180),
zei proconsul Saturninus tot Speratus, Nartzalus, Cittinus, Donata, Secunda en Vestia,
die allen in een geheime verhoorkamer in Karthago gebracht waren om voor het
gerecht te verschijnen: “Gij kunt vergiffenis krijgen van de keizer, indien gij tot uw
gezond verstand weerkeert.
- 2. Speratus zei: “Nooit hebben wij iets misdaan, wij zijn aan geen enkele
slecht werk medeplichtig geweest, nooit hebben wij een vervloeking uitgesproken.
Terwijl we slecht behandeld werden, hebben wij onze dank betuigd, omdat wij onze keizer eren.
- 3. Proconsul Saturninus zei: “Ook wij zijn godsdienstig, en onze godsdienst is
eenvoudig, wij zweren bij de genius van de heer onze keizer, en bidden voor zijn heil.
Dat hoort ook gij te doen.
- 4. Speratus zei: “Indien u even wilt luisteren, zal ik u een mysterie van eenvoud leren.
- 5. Saturninus zei: “Ik zal niet luisteren wanneer gij slechte dingen zegt over wat
ons heilig is, zweer liever bij de genius van onze heer, de keizer.
- 6. Speratus zei: “Ik erken geen keizerschap van deze wereld; veeleer dien ik die God,
die geen mens gezien heeft of zien kan met deze ogen. Ik heb niets gestolen, en
over wat ik koop
zal ik de belasting die daarop staat, betalen, omdat ik mijn Heer ken, de keizer van
alle koningen en volkeren.
- 7. Proconsul Saturninus zei tot de rest: “Laat u niet langer door deze man overreden.”
Speratus zei: “Het is verkeerd zich te laten overreden tot een moord of tot een
vals getuigenis.
- 8. Saturninus zei: “Volg hem toch niet in zijn waanzin.”
Cittinus zei: “Er is niemand anders die wij vrezen moeten dan God onze Heer,
die in de hemel is.
- 9. Donata zei: “Wij eren de keizer, omdat hij keizer is, wij vrezen echter God.”
Vestia zei: “Ik ben Christin.”
Secunda zei: “Wat ik ben, wil ik zelf zijn.
- 10. Proconsul Saturninus zei tegen Speratus: “Blijft gij als Christen volharden?”
Speratus zei: “Ik ben Christen”, en allen zeiden hetzelfde.
- 11. Saturninus, de proconsul zei: “Wilt ge soms bedenktijd?”
Speratus zei: “In een zó rechtvaardige zaak is er geen bedenktijd nodig.
- 12. Proconsul Saturninus zei: “Wat zit er in uw tas?”
Speratus zei: “De boeken en de brieven van Paulus, de rechtvaardige.
- 13. Proconsul Saturninus zei: “Jullie krijgen 30 dagen uitstel om erover na te denken.”
Speratus zei weer: “Ik ben Christen”, en allen zeiden hetzelfde.
- 14. Proconsul Saturninus las het besluit van de oorkonde: “Speratus, Nartzalus,
Cittinus, Donata,
Vestia, Secunda, die bekennen als Christenen te leven, en die hardnekkig
bij hun besluit blijven,
hoewel zij de gelegenheid gehad hebben om terug te keren tot de Romeinse
levenswijze,
worden hierbij veroordeeld tot de dood door het zwaard.
- 15. Speratus zei: “Wij danken God.”
Nartzalus zei: “Vandaag zullen wij martelaren in de hemel zijn. God zij dank.
- 16. Proconsul Saturninus liet door een bode afkondigen: “Er is bevel
gegeven Speratus,
Nartzalus, Cittinus, Veturius, Felix, Aquilinus, Laetantius, Januaria, Generosa,
Vestia, Donata en Secunda ter dood te brengen.
- 17. Allen zeiden: “God zij dank.”
En zo werden allen tegelijk met het martelaarschap gekroond en heersen zij met
de Vader en de Zoon en de Heilige Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen
|
Hier wil ik graag nog terugkomen.
Met vriendelijke groet,
Joris
LikeLike