H.Basilius : Geef ons het ware geloof door de heerlijkheid van de Drie-eenheid te erkennen

H.Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar Homilie over het geloof, 1-3

 Basilius_der_Grosse 111.jpgGeef ons het ware geloof door de heerlijkheid van de Drie-eenheid te erkennen

      De ziel die God liefheeft, is nooit vervuld, maar spreken met God is moedig: onze geest is ver van zo’n grote zaak… Hoe meer men vooruit gaat in de kennis van God, hoe meer men diep van binnen zijn eigen onmacht voelt. Zo was het met Abraham en zo was het ook met Mozes: terwijl zij God konden zien, voor zover dat tenminste voor de mens mogelijk is, maakte de een zowel als de ander zich kleiner dan allen; Abraham noemde zichzelf “aarde en as”, en Mozes zei van zichzelf dat hij slecht en moeilijk sprak (Gn 18,27; Ex 4,11). Hij constateerde immers de zwakte van zijn taal om de grootte van Degene die zijn geest had gegrepen, te vertalen. Wij spreken van God, niet alleen zoals Hij is, maar zoals wij Hem kunnen begrijpen.
      Wat u betreft, als u iets van God wilt zeggen of horen, laat dan uw lichamelijke natuur vallen, laat uw zintuigen achter u… Hef uw geest op boven alles wat geschapen is, schouw de goddelijke natuur: zij is daar, onveranderlijk, ongedeeld, ontoegankelijk licht, stralende glorie, wenselijke goedheid, onvergelijkelijke schoonheid waarmee de ziel gewond is, maar die ze niet kan vertalen in overeenkomstige woorden.
      Daar is de Vader, de Zoon en de heilige Geest…. De Vader is het begin van alles, de oorzaak van het zijn van wie is, de wortel van de levenden. Hij is Degene waaruit de Bron van het leven stroomt, de Wijsheid, de Kracht, het volmaakte Beeld dat gelijk is aan de onzichtbare God: de Zoon werd door de Vader verwekt, het levende Woord, dat God is en naar de Vader gekeerd is (1Kor, 1,24; He 1,3; Joh 1,1). Door deze naam van de Zoon leren we dat Hij dezelfde natuur deelt: Hij is niet door een bevel geschapen, maar Hij straalt onophoudelijk vanuit zijn wezen, verenigd met de Vader in eeuwigheid, aan Hem gelijk in goedheid, gelijk in kracht, en delend in zijn heerlijkheid… En wanneer onze intelligentie gezuiverd is van de aardse passies en als hij geen aandacht schenkt aan zichtbare schepselen, als een vis die vanuit de diepte op zoek gaat naar de oppervlakte, zal hij overgegeven aan de zuiverheid van zijn schepping, dan de heilige Geest zien daar waar de Zoon en waar de Vader is. Deze heilige Geest, die van nature uit dezelfde essentie is, bezit ook alles: goedheid, rechtvaardigheid, heiligheid en leven… Zoals branden verbonden is aan het vuur en stralen aan het licht, zo kan men ook niet bij de heilige Geest het feit van heiliging of tot leven brengen wegnemen, evenmin dat van goedheid en rechtvaardigheid.

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

Heiligenleven : de heilige Sofronios van Irkoetsk

Heiligenleven

De heilige Sofronios bisschop van Irkoetsk

 

 

 

sophronius.jpg van irkoetsk.jpg

Heilige Sofronios van irkoetsk

 

 

De heilige Sofronius , derde bisschop van Irkoetsk, was op Kerstmis 1703 geboren in een priesterfamilie. Hij doorliep het seminarie en trad op 24 jarige leeftijd in het klooster, waar hij na drie jaar de naam Sofronios ontving. In 1730. Reeds spoedig bleek dat hij bijzonder begaafd was en het duurde niet lang eer hij tot abt werd gewijd. Hij droeg veel bij tot de uitbouw van het klooster, zowel materieel als geestelijk. Zijn faam verspreidde zich en op wens van tsarina Elisabeth werd hij in 1742 tot abt benoemd van de Alexander Nevski Laura, het voornaamste klooster van de hoofdstad St. Petersburg. Vijf jaar later werd hij bisschop van Irkoetsk en het Poltawagebied.

Hij was van jonsaf aan bevriend geweest met de latere archimandriet Sinesios, en hij zorgde dat deze ook steeds een functie had in de buurt waar hij zelf werkte. Nu maakte hij hem tot abt van het Hemelvaartklooster, waar het vereerde graf was van het heilige Innokentios, de eerste bisschop van Irkoetsk. Hij bouwde er ook de grote kathedraal die deze stad had gewenst.

Sofronios zette alles in het werk om tot geregelde toestanden te komen in de nog jonge eparchie. Hij eistte dat de priesters zich wijdden aan hun gemeente maar zorgde tevens dat daar eerst levensmogelijkheden voor de priesters waren. Niettegenstaande de buiten slechte verplaatsingsmogelijkheden in het dun bevolkte Siberië, bereisde hij geregeld zijn uitgestrekt gebied, inspecteerde de kerken en was vol zorg voor de opvoeding van de kinderen. In zijn eigen paleis richtte hij een school in waar hij zelf les gaf, en waar ieder die het wilde, kosteloos onderricht kon krijgen. Maar ook besteedde hij veel aandacht aan de opvoeding van de gelovigen. Hij legde steeds uit wat er gebeden en gezongen werd en wat de betekenis was van de heilige Diensten en dat die met aandacht moesten worden meegebeden. Ook liet hij telkens de klok luiden op de belangrijkste ogenblikken, zodat men ook buiten de kerk in de geest met de dienst kon meeleven.

Deze inspanningen oogsten resultaten. De Diensten werden met grote luister gevierd. Ook de leken wisten welke gezangen gezongen moesten worden en welke de lezingen waren voor een bepoaalde dag. En onder het werk hoorde men de mensen troparia en irmosi zingen.

Op de derde paasdag in 1771 keerde Sofronios in vrede terug tot de Heer, in de ouderdom van 68 jaar. Door de slechte verbindingen duurde het een half jaar eer een bisschop en priesters uit Moscou aankwamen om de begrafenis te voltrekken, en al die tijd bleef het lichaam in een open  doodskist in de kerk liggen, zonder enig teken van ontbinding. Dit werd opgevat als een teken van heiligheid, en één van de priesters, een iconenschilder, maakte een portret van de heilige, dat in de kathedraal bewaard bleef.

Het lichaam werd bijgezet in de crypte van de kathedraal, die zo vochtig was dat de zoldering ervan, de vloer van de kerk, herhaaldelijk vernieuwd moest worden wegens verrotting. Er is een officieel rapport uit 1870, toen bij een dergelijke reparatie ook de kist geopend werd. Het lichaam was ongeschonden, de hand die het kruis vasthield, was sneeuwwit en gaf bij het kussen een lieflijke geur af, die de ziel vervulde met een diep geluksgevoel dat heel de dag in het bewustzijn bleef. Het vergevingsgebed op goedkoop papier dat de bisschop in zijn hand hield, was onverteerd en de woorden waren duidelijk zichtbaar, ondanks de door vocht aangetaste omgeving. Bij het graf zijn in de loop van de tijd ook veel wonderen gebeurd.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. orthodox klooster – Den Haag

De heilige Drosis, dochter van keizer Trajanus

Heiligenleven

De heilige Drosis, dochter van keizer Trajanus

 

 

Drosis van Antiochië dochter van keizer Trajanus.jpg

 

Heilige Drosis

 

De heilige Drosis, een dochter van keizer Trajanus, leefde in Antiochië en had vriendschap gesloten met enkele christenvrouwen die als maagden een gemeenschappelijk leven leidden. Zij voelde steeds meer sympathie voor de christenen en had medelijden met de slachtoffers van de vervolging. Zij kwam er zelfs toe deel te nemen aan hun nachtelijke tochten, wanneer ze naar de executieplaats trokken om de lichamen van de martelaren weg te halen en te begraven. Bij zulk een gelegenheid werd zij met vijf anderen betrapt en gevangen genomen. De zaak werd aan de keizer voorgelegd. Deze liet de vijf christenvrouwen verbranden maar zijn dochter in een put werpen. Zij bekruiste zich in naam van de heilige Drie-eenheid, en ontving zo de doop van het water tegelijk met de doop van het martelaarschap.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag. Uitg Orthodox klooster – Den Haag

4e zondag na Pinksteren : Van de hoofdman van Kafarnaüm

Vandaag .en volgende week : geen kerkdiensten in de Orthodoxe kerk in Gent omwille van het verlof.

 

Wel is er op zondag 21 juli, ma, woe, vrijd.en zondag 28 juli om 15.45 u. een rondleiding in de Kerk van Gent. Sophie van Akenstraat te Gent. (oud st.Elisabethbegijnhof – nabij het Rabot) naar aanleiding van de Gentse feesten. Gratis.

 

4e zondag na Pinksteren

Van de hoofdman van Kafarnaüm

 

 

hoofdman van kafarnaum7.jpg

De hoofdman van Kafarnaüm

 

Lezingen :

Romeinen,6,18-23

  U bent bevrijd van de zonde en dienaren geworden van de gerechtigheid.  – Sprekend tot zwakke mensen, druk ik mij erg menselijk uit. – Zoals u eertijds uw ledematen in dienst hebt gesteld van onreinheid en steeds grotere bandeloosheid, zo moet u ze nu in dienst stellen van de gerechtigheid, tot uw heiliging.       Toen u slaaf was van de zonde, was u vrij ten opzichte van de gerechtigheid.  Welke vruchten hebben uw daden toen opgeleverd? Alleen dingen waarover u zich nu schaamt, want ze liepen uit op de dood.  Maar nu, bevrijd van de zonde en dienstknecht geworden van God, oogst u heiligheid en tenslotte eeuwig leven.  Want het loon van de zonde is de dood, maar de gave van God is het eeuwig leven in Christus Jezus onze Heer.

Evangelielezing : Matth.8,5-13

Genezingen in Kafarnaüm       Toen Hij in Kafarnaüm was gekomen, kwam een centurio naar Hem toe die Hem te hulp riep. Hij zei: ‘Heer, mijn kind ligt verlamd thuis, met vreselijk veel pijn.’  Hij zei hem: ‘Ik zal het komen genezen.’  De centurio antwoordde daarop: ‘Heer, ik ben niet waard dat U onder mijn dak komt, maar spreek een woord en mijn kind zal beter worden.  Want ik ben iemand die onder bevel staat en soldaten onder zich heeft. Tegen de een zeg ik: “Ga!” en hij gaat, en tegen de ander: “Kom!” en hij komt, en tegen mijn slaaf: “Doe dit!” en hij doet het.’  Toen Jezus dit hoorde, was Hij verbaasd, en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker u, bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot vertrouwen aangetroffen.  Ik zeg u dat velen uit oost en west zullen komen en aan tafel zullen gaan met Abraham, Isaak en Jakob in het koninkrijk der hemelen.  Maar de kinderen van het koninkrijk zullen in de uiterste duisternis geworpen worden. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.’  Jezus zei tegen de centurio: ‘Ga maar naar huis; het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’ En op datzelfde uur werd zijn kind beter.

Anastasius van Antiochië : U bent niet van de wereld, maar ik heb u uit de wereld uitverkoren

 H. Anastasius van Antiochië, monnik, vervolgens patriarch van Antiochië van 549-570 en van 593-599 Over de incarnatie van het woord, 27-29 ; PG 25,143 ; SC 199

 

Anastasius van antiochie2.jpg

Anastasius van Antiochië

 “U bent niet van de wereld, maar Ik heb u uit de wereld uitverkoren”

      De dood eenmaal overwonnen door de Verlosser en aan het kruis genageld, als aan een schandpaal, zullen allen die in Christus lopen,haar vertrappen. Ze getuigen van Christus en ze spotten met de dood, vermaken zich over haar en herhalen wat daarover gespreken is: “Dood, waar is je overwinning? Hel, waar is je angel?” (1Kor 15,55, Hos 13,14) … Is het een arme vertoning van de overwinning over haar door de Verlosser, als de christenen, kinderen en meisjes, het huidige leven minachten en zich voorbereiden om te sterven in plaats van het verloochenen van hun geloof? De mens vreest natuurlijk de dood en het uiteenvallen van zijn lichaam; maar heel bijzonder is dat zij die zich hebben bekleed met het geloof op het kruis, het natuurlijke gevoel minachten en ze vrezen om Christus niet meer voor de dood…
      Als de dood die vroeger zo sterk was en daarom geducht, nu geminacht wordt na de komst van de Verlosser, na de lichamelijke dood en de verrijzenis, dan is het duidelijk dat dit komt doordat Christus op het kruis hing de dood heeft vernietigd en heeft overwonnen. Als na de nacht de zon verschijnt en de hele oppervlakte van de aarde verlicht, dan is er absoluut geen twijfel mogelijk dat de zon die overal zijn licht verspreidt dezelfde is als die de duisternis heeft verjaagd en alles heeft verlicht. Zo .. is het duidelijk dat de Verlosser in zijn lichaam dezelfde is als die de dood heeft vernietigd en die elke dag zijn overwinning op haar toont aan zijn leerlingen… Als men mannen, vrouwen en kinderen ziet rennen en zich aan de dood overgeven uit geloof in Christus, wie zou dan zo dwaas zijn, wie zou zo ongelovig zijn, wie zou zo’n blinde geest hebben om niet te begrijpen en te denken dat het Christus is over wie deze mensen getuigenis afleggen, en die aan een ieder de overwinning op de dood verschaft door hiervan de macht te vernietigen in ieder van hen die in Hem geloven en het teken van zijn kruis dragen?

 

Bron :http://www.dagelijksevangelie.org

De heilige Aartsengel Gabriël

De heilige Aartsengel Gabriël

 

gabriel 26 maart, 13 juli, 8 november.jpgDe heilige Aartsengel Gabriël was Gods afgezand bij de geboorte zowel van Jezus van Nazareth als van de heilige Johannes de Voorloper. Zijn naam betekent ‘Kracht Gods’; hij behoort tot de zeldzame Engelen van wie de naam genoemd wordt in de Heilige Schrift, zelfs herhaalde malen, want hij speelt ook een rol in de apocalyptischevisioenen van de profeet Daniël  (Dan.8.16 en 9.21, en Luk.1.19 en 1.26). Daniël aanschouwde een geheimzinnig visioen van geweldige grootheid en ruwe kracht. ‘En hij hoorde een menselijke stem roepen : Gabriël, geef hem de verklaring van het visioen. Daarop kwam hij naar mij toe, maar terwijl hij naderde, werd ik door zulk een vrees aangegrepen dat ik ter aarde viel…. En ik lag bewusteloos op de grond. Hij raakte mij aan en richtte mij weer op en zei : ik ga u bekend maken wat er gebeuren zal….in de eindtijd’.

De tweede keer was Daniël aan het bidden en beleed zijn zonden en die van het volk Israël. ‘Ik was nog aan het bidden toen Gabriël, de man die ik vroeger in een visioen had gezien, naar mij kwam toevliegen op de tijd van het avondoffer. Hij sprak tot mij en gaf mij inzicht….’

Daarna horen we weer over hem bij Lucas die verhaalt hoe Zacharias als priester het wierookoffer opdroeg, terwijl het volk buiten stond te bidden. ‘Er verscheen hem een Engel des Heren, staande aan de rechterkant van het wierookaltaar…’ Hij verkondigt hem dat hij een zoon zal krijgen, die een groot profeet zal zijn. Zacharias trekt zijn woorden in twijfel om de hoge ouderdom van hem en zijn vrouw. Met een verpletterend zelfbewustzijn gaf de engel hem ten antwoord : ‘Ik ben Gabriël die voor Gods aangezicht sta, en ik ben gezonden om u die blijde boodschap aan te kondigen. Zie gij zult zwijgen en niet kunnen spreken tot op de dag waarop het gebeuren zal, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; doch deze zullen op hun eigen tijd in vervulling gaan’.

Scherp contrasteert hiermee zijn optreden bij de Maagd Maria. Hij spreekt haar toe met die bijzondere groet : ‘Verheug u, Hoogbegenadigde, de Heer is met u’. Dan verkondigt hij haar Gods Blijde Boodschap en wanneer dan ook zij uiteenzet waarom dat is, geeft hij haar uitvoerig uitleg, bekrachtigd door het teken aan Elizabeth, totdat zij haar jawoord uitspreekt. En Maria vertrekt ogenblikkelijk om met eigen ogen dit teken te aanschouwen.

Zo krijgen we een indruk van wat wij het karakter van Gabriël zouden kunnen noemen. De Schrift noemt hem een ‘man’, maar zegt tegelijk dat hij vliegt. Hij heeft de herhaalde opdracht om uitleg te geven van geheimvolle dingen, maar wanneer de menselijke twijfel te grof wordt, laat hij zich gelden met gezag. Maar tegenover de toekomstige moeder van de Heer treedt hij op met de grootste fijngevoeligheid.

Zijn syntax wordt gevierd op de dag na de Verkondiging omdat hij als het ware de drager was van het goddelijk Woord dat toegang zocht bij de Maagd Maria om Zich door middel van haar schoot te bekleden met ons menselijk vlees. Hij heeft daarmee de dankbaarheid gewonnen van allen die aan Christus willen toebehoren. Wij zingen daarom voor hem een eigen officie, maar als Troparion dat van het feest der verkoniging.

Uit : Heiligenleven voor elke dag. Uitg.orthodox klooster Den Haag

3e zondag na Pinksteren : de leliën op het veld

 3e zondag na Pinksteren

“Over de leliën in het veld”

 

 

Zie de leliën op het veld

 

Zie de leliën op het veld
Zie, hoe schoon zij bloeien 
Wie doet haar, van zorgen vrij 
Daar zo heerlijk groeien? 
Wie gaf haar die stille pracht? 
Wie dat kleed zo rein en zacht 
Zonder zijns gelijke, zonder zijns gelijke?

God, de heer, riep u uit d’aard
Doet zo blij u tieren 
Hij gaf u dat schone kleed 
Dat gij d’aard zoudt sieren 
Dat gij ons bij zorg en smart 
Met een stil gelovig hart 
Leert op hem vertrouwen, leert op hem vertrouwen

O, verblijd u dan mijn hart 
Werp op Hem uw zorgen 
Die na droeve winternacht 
Roept de lentemorgen 
O, vertrouw in lief en leed 
Die de bloemen niet vergeet 
Is ook mij een vader, is ook mij een vader

F. Silcher

 

Eerste lezing

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God [1] Gerechtvaardigd door het geloof leven* wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. [2] Hij is het die ons door het geloof* de toegang* heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen*op onze hoop op de heerlijkheid* van God. [3] Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, [4] volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. [5] En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.      [6] Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde* tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren. [7] Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens. [8] God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren. [9] Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn*. [10] Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven.

Evangelielezing

Mattheüs 6,22-33

22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel*niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij

Ambrosius : Ik zeg je, sta op

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar Commentaar op het evangelie van Lucas, 6, 60-63 ; SC 45

Ambrosius4.jpg

Heilige Ambrosius van Milaan

 “Ik zeg je, sta op”

      Voordat Hij een dood meisje liet verrijzen, geneest Jezus een vrouw die aan bloedvloeiingen leed om zo de mensen mee te nemen in het geloof. Om te onderrichten dat Hij de bloeding kan stelpen en dat Hij deze vrouw genezen heeft, begeeft Hij zich vervolgens naar het meisje.
      Om te geloven in onze eeuwige verrijzenis vieren wij op dezelfde wijze de historische verrijzenis van de Heer, die zijn Passie heeft gevolgd… “De dienaren van de Heer komen en zeggen: ‘Stoor de meester niet’”: ze geloven nog niet in de verrijzenis van Jezus, die voorspeld is in de Wet en vervuld in het Evangelie. Daarom neemt Jezus, bijeenkomst bij haar huis, slechts weinig getuigen van de aankomende verrijzenis met zich mee: niet de grote menigte heeft meteen geloofd in de verrijzenis. Als Jezus verklaart: “Het kind is niet dood, het slaapt”, “bespot” de menigte Hem, want zij die niet geloven, spotten. Dat zij, die denken dat ze dood zijn, over hun doden wenen: wanneer men in de verrijzenis gelooft, is de dood niet het einde, maar een soort rustperiode…
      Jezus geneest het meisje door haar bij de hand te nemen en Hij geeft haar te eten. Dat is een getuigenis van het leven, zodat men niet in een illusie gelooft, maar in een werkelijkheid. Gelukkig zij die door de Wijsheid bij de hand genomen wordt! Dat het God ook behaagt, dat de Wijsheid mijn handelingen vasthoudt, dat de gerechtigheid mijn hand vasthoudt, dat het Woord van God mijn hand vasthoudt, dat Hij me naar de verborgen plaats leidt waar Hij woont. Dat Hij mijn geest van de vergissing afkeert, dat Hij degene die Hij redt, terugbrengt, en dat Hij beveelt om mij te eten te geven, want het Woord van God is het brood uit de hemel (Joh 6,32). Daarom verklaart deze Wijsheid, die het goddelijke voedsel op het heilig altaar van zijn Lichaam en zijn Bloed heeft neergelegd: “Kom en eet van mijn brood en drink van deze wijn die ik bereid heb” (Spr. 9,5).

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Ireneus van lyon : wij hebben vandaag wonderbare dingen gezien

H. Ireneus van Lyon (rond 130-rond 208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen de ketterij, III, 2, 2

“We hebben vandaag wonderbare dingen gezien”

 Irenaeus_of_lyons 45.jpg

 

 

     Het Woord van God is in de mens komen wonen; Hij heeft zich “Mensenzoon” gemaakt om de mens er aan te wennen God te ontvangen en om God er aan te wennen in de mens te wonen; zoals de Vader het wenste. Daarom werd het teken van ons heil, Emmanuel geboren uit de Maagd geschonken door de Heer zelf (Jes 7,14). Het is immers de Heer zelf die de mensen redt, omdat zij zichzelf niet kunnen redden… De profeet Jesaja heeft gezegd: “Geeft de zwakke handen weer kracht, maakt sterk de bevende knieën! Zegt tot allen die radeloos zijn: houdt moed, weest niet bang, hier is uw God. Hij brengt wraak mee, de goddelijke vergelding, Hij brengt u redding” (35,3-4). Want het is alleen de redding van God, en niet van onszelf, we zouden ons heil zelf niet kunnen bewerkstelligen.

 

 Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Alexander van Jerusalem

Heiligenleven

Heilige Alexander van Jerusalem

 

 

Alexander_of_Jerusalem.jpg89.jpg

Alexander van Jerusalem

 

 

De heilige Alexander, bisschop van Jerusalem, was een student van de beroemde katechetenschool in Alexandrië. Hij was een leerling van de heilige Klemens en studiegenoot van origines, met wie hij door warme vriendschap verbonden bleef. Toen hij weer teruggegaan was naar zijn geboortestad in kappadociê, werd hij daar tot bisschop gekozen. Tijdens de vervolging werd hij in 204 gtevangen genomen en hij bleef zeven jaar in de kerker, van waaruit hij zijn ciocees zoveel mogelijk bleef besturen door bemiddeling van de vertrouwde priester Klemens.

In het jaar 212 kwam hij eindelijk vrij en uit dankbaarheid en omdat God hem in een droom daartoe opriep, ging hij op pelgrimstocht naar Jerusalem. Toen hij de heilige stad naderde, hadden zowel de bisschop als verschillende leden van zijn raad een visioen dat zij de heirbaan moesten optrekken om hun toekomstige bisschop tegemoet te gaan. Zij ontmoetten Alexander, die kennelijk de voorbeschikte persoon was. Het was nog nooit voorgekomen dat een bisschop van zetel wisselde, maar nu werden alle bisschoppen van Palestina bijeengeroepen en men kwam gezamenlijk tot de conclusie dat God duidelijk had laten blijken dat op een goddelijke openbaring Alexander tot bisschop gekozen moest worden in plaats van Narcissus, die in zijn hoge ouderdom niet meer in staat was dit moeilijk diocees te besturen. In een brief van Alexander staat dat Narcissus 116 jaar oud was.

De nieuwe bisschop was nog steeds een man van studie. Hij bracht in Jerusalem een beroemde bibliotheek bijeen waarin hij de boeken en brieven van alle grote mannen uit die tijd verzamelde. De geschiedschrijver Eusebios heeft hier rijkelijk uit geput. Ook Origines schrijft over hem en roemt vooral de zachtmoedigheid waarmee hij het geloof verkondigt in zijn preken.

Toen Alexander zelf oud geworden was, werd hij tijdens de vervolging van Decius gevangen genomen en in Caesarea vastgezet totdat hij stierf in de kerker, in het jaar 250.

Uit : Heiligenlevens voor eklke dag. Orthodox klooster Den Haag