de heilige Gontran

Heiligenleven

De heilige Gontran (Gunthranus)

 

 

 

 

gontran van Bourgondie.jpg

Heilige Gontran – griekse ikoon door Constantin Zaponidis (Thessalonika 2002)

 

 

De heilige Gontran, koning van Bourgogne, kleinzoon van Clovis I, werd geboren in 525 en koning gekroond toen hij 36 jaar oud was, te Orleans. Na een barbaarse beginperiode, die het leven kostte aan zijn beide broers, ontfermde hij zich over hun kinderen en begon hij oprecht te zoeken naar het welzijn van zijn onderdanen. Hij gebruikte de onderrichtingen van het Evangelie als richtsnoer voor zijn bestuur en hechtte de hoogste waarde aan goede betrekkingen met de bisschoppen. Hij steunde alom de kerkbouw en het oprichten van kloosters.

Toen een langdurige periode van slecht weer niet alleen algemene hongersnood veroorzaakte, maar er daarbij ook nog een pestepidemie uitbrak, achtte hij zich persoonlijk voor God verantwoordelijk, en hij trachtte door dag en nacht te bidden en te vasten Gods toorn af te wenden, terwijl hij alle maatregelen nam voor het verzorgen van zieken.

Persoonlijke beledigingen en zelfs moordaanslagen, vergaf hij gemakkelijk maar de wreedheden van zijn officieren tegen anderen ,bestrafte hij streng. Hij is gestorven in het jaar 593, bijna 70 jaar oud, te Chalons-sur-Saône. De heilige Gregorius van Tours, die zijn leven heeft beschreven, verhaalt ook verschillende, op Gontrans voorspraak verkregen wonderen, waarvan hij getuige is geweest.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – Orth.klooster Den Haag

Pinksteren

 

PINKSTEREN

 

 

 

 

Pinksteren 2587.jpg

Pinksteren

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren [1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.      [5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water      [37] Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft* iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken [38] wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’ [39] Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt* was.
Verdeeldheid onder de toehoorders      [40] Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet*.’ [41] Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea*? [42] Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’ [43] Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. [44] Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.
Ongeloof van de autoriteiten      [45] Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ [46] De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ [47] Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? [48] Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? [49] Maar dat volk, dat de wet* niet kent, vervloekt zijn ze!’ [50] Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: [51] ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’ [52] Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten*!’

 [12] Weer richtte Jezus zich tot* hen: ‘Ik* ben het licht* van de wereld. Wie Mij volgt*, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

Techniek voor het schilderen van ikonen

Techniek voor het schilderen van ikonen

Gewoonlijk denktmen bij het begrip ikoon aan een op hout geschilderde religieuze voorstelling.Maar vooral uit de vroege tijd zijn ikonen behouden die uit ivoor, goud, email,mozaïek of marmer zijn gemaakt.Ook geweven of bestikte textielikonen zijn bewaard gebleven. Vooral in de 18e en 19e eeuw in Rusland waren de kleine metaalikonen zeer populair.Deze waren meestal in brons of in messing gegoten.

Lees verder “Techniek voor het schilderen van ikonen”

Johannes Chrysostomos : Het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de mensenzoon u zal geven

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 82, 5 ; PG 58, 743

Chrysostome  miniature 17e eeuw.jpg

Johannes Chrysostomos“Het voedsel dat blijft om eeuwig te leven en dat de Mensenzoon u zal geven”

      De Joden aten het Paasmaal staande, met sandalen aan hun voeten, stok in de hand, en met haast (cf Ex 12,11). Om hoeveel meer goede redenen moet jij staande wakker blijven! Zij hadden zich voorbereid om naar het Beloofde Land te gaan en gedroegen zich dus als reizigers; jij bent iemand die naar de hemel gaat. Daarom moeten we altijd op onze hoede zijn… De vijanden van Christus hebben zijn heilige lichaam geslagen zonder te weten wat ze deden (Lc 23,34); en jij ontvangt Hem na zoveel weldaden, in een onzuivere ziel! Want het was Hem niet genoeg om mens te worden, om gemarteld te worden en ter dood gebracht – Hij wilde zich door zijn liefde nog verenigen met ons, zich met ons identificeren, niet alleen door het geloof, maar in werkelijkheid door de deelname aan zijn eigen lichaam…
      Beschouw de grote eer die je ontvangt, en aan welke tafel je deelneemt. De engelen zien Hem slechts bevend aan, ze durven Hem niet zonder vrees aanschouwen door de schittering van zijn heerlijkheid die van zijn gelaat afstraalt, en Hij wordt ons voedsel en wij worden één enkel lichaam en vlees met Hem. “Wie kan zijn machtige daden verwoorden, wie de roem van de Heer laten klinken?” (Ps 106,2) Welke herder heeft ooit zijn schapen gevoed met zijn eigen vlees?… Het gebeurt vaak dat een moeder haar kinderen aan voedsters geeft. Christus doet dat niet: Hij voedt ons met zijn eigen bloed, Hij laat ons één lichaam met Hem worden.

 

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Christus ontvangen

  
H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar Sermon over Elia en de weduwe en de aalmoes ; PG 51, 348

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg

 Christus ontvangen

      De weduwe van Sarepta ontvangt de profeet Elia vol vrijgevigheid en maakt heel haar armoede op tot zijn eer, terwijl zij een vreemdeling is in Sidon. Ze had nooit gehoord wat de profeten zeiden over de aalmoes, en nog minder over het woord van Christus: “U hebt gezien dat Ik honger had en u hebt Mij te eten gegeven” (Mt 25,35).
      Wat zal ons excuus zijn, als wij, na zulke verhoringen, na de belofte op zulke grote beloningen, na de belofte van het Koninkrijk van de hemelen en zijn geluk, niet komen tot dezelfde graad van goedheid als deze weduwe? Een vrouw uit Sidon, een weduwe, belast met de zorg voor een familie, bedreigd door hongersnood en de dood voor ogen ziende, opent haar deur om een onbekende man te ontvangen en geeft hem het weinige meel dat nog over is… Maar wij die door de profeten zijn onderricht, die de leer van Christus hebben gehoord, die de mogelijkheid hebben om over de dingen die gaan komen na te denken, die niet bedreigd worden door hongersnood, die veel meer bezitten dan deze vrouw, zullen wij te verontschuldigen zijn, als wij niet aan onze goederen durven te komen om ervan weg te geven? Verwaarlozen wij ons eigen heil?
      Laten we ten aanzien van de armen een grote compassie tonen, opdat we waardig bevonden worden om de eeuwige toekomstige gaven te bezitten door de genade en de liefde voor de mensen van onze Heer Jezus Christus.

 

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Heiligenleven : de heilige Aninas

Heiligenleven
De heilige Aninas (Ananias)
 
 
 
 
 
 Aninas-of-Euphrates.jpgDe heilige Aninas (Ananias), de wonderdoener van Chalcedon, werd wees toen hij 15 jaar oud was. Hij was een ernstige jongeman, die zonder enige terughoudendheid geheel zijn leven aan de omgang met God  wilde wijden. Hij trok naar de woestijn aan de rand van de stad en werd monnik bij de kluizenaar Mayum die zich daar in een kleine hut gevestigd had. Zij leefden samen in uiterste armoede, maar ook hun laatste restje voedsel schonken zij weg toen een arme daarom vroeg. Na Mayums dood bleef hij daar alleen. Zijn van nature reeds sterke wil, van hogere kracht voorzien door de inwoning in hem van de heilige Geest, bedwong op wonderbare wijze de natuur in het rond.Op zijn gebed vulde een uitgedroogde put zich weer met water en zieken werden genezen. Wilde dieren zochten zijn gezelschap en bewezen hem diensten.
Later leefde hij in een hol in de vlakke woestijn van de Eufraat, in het gezelschap van twee leeuwen die zich als huisdieren gedroegen. Zij vergezelden hem op zijn dagelijkse tocht om een uur ver water te halen uit de rivier. Toen de bisschop van Caesarea dit hoorde, zond hij hem een ezel om het water voor hem te dragen, maar hij weigerde die te aanvaarden en schonk hem aan een paar arme mensen die in nood verkeerden. Toen liet de bisschop er een groot watervat neerzetten en gaf aan de mensen die Aninas gingen opzoeken, de opdracht om water mee te nemen en het vat te vullen.
Aninas zagt in zijn binnenste gebeurtenissen die op grote afstand plaatsvonden. Daar was bijvoorbeeld de pilaarbewoner Pionios. Deze was eens door rovers overvallen en zwaar mishandeld. Pionios kende hen, en overwoog van zijn zuil af te komen en een aanklacht tegen hen in te dienen. Aninas zond hem toen door middel van zijn leeuw een brief, om hem te waarschuwen zich niet vfan zijn weg te laten afbrengen, zijn aanvallers te vergeven en zijn askese vol te houden. Zelf toonde hij ook altijd de grootste edelmoedigheid tegenover allen die met hem in aanraking kwamen, hetzij in vriendschap, hetzij om hem te benadelen.
Ondanks zijn asketische levenswijze bereikte hij de leeftijd van 110 jaar, en is toen in vrede gestorven
 
 
Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orth.klooster.Den Haag

Macarius : Zich geweld aandoen om het verblijf van de Heer te worden

Homilie toegekend aan H. Macarius (? – 405), monnik in Egypte
Geestelijke homilie, nr.19


Makarios koptische icoon 56.jpg

Macarius Koptische icoon
Zich geweld aandoen om het verblijf van de Heer te worden

      Degene die de Heer wil naderen, het eeuwige leven waardig wil zijn, de woning van Christus wil worden, vervuld wil worden met de heilige Geest, om zo de vruchten van de heilige Geest te dragen… moet eerst heel  sterk in de Heer geloven en zich dan zonder terughouding aan zijn geboden overgeven… Hij moet zich geweld aan doen om nederig te zijn ten aanzien van iedere mens.., zoals de Heer het zegt: “Leer van Mij want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, dan zullen jullie werkelijk rust voor jullie zielen vinden” (Mt 11,29). Zo moet hij zich ook met alle krachten oefenen om als gewoonte barmhartig, zacht, meelevend en goed te zijn, zoals de Heer het zegt: “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc 6,36; Mt 5,48). En ook: “Als je Mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden” (Joh 14,15). In alles moet hij de nederigheid, het gedrag, de zachtmoedigheid en de manier van leven van de Heer in acht nemen.

      Dat hij volhardt in het gebed, dat hij zonder ophouden vraagt of de Heer wil komen en in hem wil blijven, hem herstelt en hem de kracht geeft om zich aan alle geboden te houden, en dat de Verlosser zelf de woning van zijn ziel wordt. En dan dat hij het vervult door zichzelf geweld aan te doen, zonder de neigingen van zijn natuur te volgen, dan zal hij het vrijwillig voltooien, omdat hij zich geheel gewent aan het goede, hij zal zich voortdurend de Heer herinneren en zal met grote liefde op Hem wachten. Als de Heer zo’n vastbeslotenheid ziet…, dan zal Hij medelijden met hem hebben, en zal Hem verlossen van zijn vijanden en van de zonde die in hem woont, en zal hem vullen met de heilige Geest. En zo zal hij voortaan alle geboden van de Heer onderhouden, in waarheid, zonder geweld of vermoeidheid – of liever, het zal de Heer zelf zijn die hem zal vervullen met zijn eigen voorschriften en hij zal in alle zuiverheid de vruchten van de heilige Geest voortbrengen (cf Gal 5,22).

Bron : Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Staretz Silouan : God geeft het gebed aan hen die bidden

God geeft het gebed aan hen die bidden

STARETS SILOUAN Monnik van de Athos (1866-1936)
 

silouan-mtathos.jpg

Silouan de Athoniet (fresco uit de Athos)

Diegenen die de Heer liefhebben brengen Hem dikwijls in herinnering, en de herinnering aan God doet het gebed groeien. Als gij u de Heer niet in herinnering brengt, zult gij ook niet meer bidden. Zonder gebed zal de ziel niet meer in Gods liefde verblijven, want het is door het gebed dat de genade van de heilige Geest tot u komt. Door het gebed houdt de mens zich weg van de zonde, want een geest die bidt wordt door God opgenomen. Het is door de  nederigheid dat hij zich bevindt voor het Aangezicht van God, Die zijn ziel kent.
Maar, wel te verstaan, een beginner heeft nood aan een spiritueel leider, want voor de komst van de genade van de Heilige Geest moet de ziel een grote strijd voeren met de vijanden en kan hij nog niet zien als het niet de vijand is die is die hem zijn geluk geeft. Alleen hij kan hij de onderscheiding maken die persoonlijk heeft geproeft van de genade van de Heilige Geest. Wie de heilige Geest zelf geproefd heeft kan de genade ervan onderscheiden.

O mens, leer de nederigheid van Christus, en de Heer zal u de smaak van de zoetheid van het gebed geven. Als gij het zuivere gebed zoekt, wees dan nederig, sober, biecht oprecht, en het gebed zal van u houden. Wees gehoorzaam, leer de nederigheid van Christus, onderwerp u goedhartig aan de autoriteiten, wees tevreden over alles, dan zal uw geest zich zuiveren van ijdele gedachten. Breng in uw herinnering dat de Heer u ziet en wees bevreesd om uw broeder te kwetsen. Oordeel niet over hem, zelfs niet door je gelaatsuitdrukking, dan zal de Heilige Geest u beminnen en helpen in alles.

De heilige Geest gelijkt op een moeder vol tederheid. Zoals een moeder haar kind liefheeft en het beschermt , zo beschermt ook de Heilige Geest ons, vergeeft Hij ons, geneest Hij ons , onderwijst ons en verblijd ons; de heilige Geest wordt gekend in het gebed dat gebeurt in nederigheid. (…).

Hij die bidt uit gewoonte vind geen verandering in zijn gebed, maar hij die bidt met heel zijn hart kent wel beproevingen in het gebed; hij moet strijden tegen de vijand en moet strijden met zichzelf, met zijn passies, met de mensen, en vooral : hij moet waakzaam zijn. Het onophoudelijk gebed moet in liefde gebeuren, maar men verliest het door de oordelen, de ijdele woorden en de mateloze woordenvloed. Hij die God liefheeft kan dag en nacht aan Hem denken, want geen enkele bezigheid kan hem verhinderen God lief te hebben. De Apostelen hielden van de Heer zonder dat de wereld hen hinderde, en nochtans wisten zij zich in een wereld te bevinden, zij baden voor hem en gaven zich over aan de prediking (…).

Slechts wanneer wij bidden voor onze vijanden,  kan de ziel vrede vinden. De ziel waaraan de genade van God word meegedeeld heeft met mededogen elk schepsel lief, en vooral de mens. Op het kruis heeft de heer geleden voor de mensen en zijn ziel was in doodstrijd voor elk van ons.

De Heer heeft mij de liefde voor de vijanden geleerd. Als wij verstoken blijven van Gods genade, kunnen wij de vijanden niet liefhebben, maar de heilige Geest leert om te beminnen; hij heeft zelfs medelijden met de demonen, omdat zij verstoken zijn van het goede, zij hebben de nederigheid verloren en de liefde tot God. Ik smeek u, doe een poging. Indien iemand u beledigt, of u misprijst, of u ontneemt wat u toebehoort, of de kerk vervolgt, bid dan de Heer zeggend : “Heer, wij zijn allen uw schepselen; heb medelijden met uw dienaren en richt hen op ,het berouw”. Zo  zal je zichbaar de genade in uw hart dragen. In het begin moet jje je hart forceren om de vijanden lief te hebben. De Heer, die uw goede wil ziet zal u in alles helpen, en de ervaring zelf zal het u leren. Maar hij die slecht denkt over zijn vijanden, heeft de liefde van God niet in zich en hij kent God niet.(…).

Oh, hoe nodig is het aan de Heer te vragen dat Hij aan de nederig ziel de Heilige Geest zou schenken ! De nederige ziel verheugt zich in een grote vrede, maar de hoogmoedige ziel pijnigt zichzelf. De hoogmoedige mens kent de goddelijke liefde niet, hij is ver van God. Hij is fier om rijk te zijn, of geleerd, of in de glorie, maar hij, de ongelukkige, heeft geen weet van zijn armoede en de puinhoop die hij veroorzaakt door God niet te kennen. Maar de Heer help hem die strijd levert tegen zijn hoogmoed om te triomferen over deze passie (…)
Voor dat de mens geraakt wordt door de genade leeft de mens in de gedachte dat alles goed is en in orde met zijn ziel : maar wanneer de genade hem bezoekt en in hem blijft, dan ontdekt hij iets gans anders. En het is pas wanneer de genade hem opnieuw in de steek laat, dat hij zich rekenschap geeft dat leven zonder genade een groot onheil is (…)

Ik schrijf de waarheid omdat ik de mensen liefheb.Immers, mijn hart lijdt voor hen. Indien ik één persoon zou kunnen helpen om de weg te vinden die redt, dan zou ik de Heer altijd danken. O volkeren van de aarde ! Ik ben twee en zeventig jaar, ik ,ga weldra sterven. Ik schrijf voor u over de tederheid van God. Door de Heilige Geest heeft de Heer mij deze tederheid leren kennen. En de Heilige Geest heeft mij geleerd om alle mensen lief te hebben. Ik zeg u de waarheid : ik vind niets goed in mij. Ik heb veel gezondigd, maar de Heilige Geest heeft ze uitgewist. Het is de liefde Gods die mij gedwongen heeft te schrijven.
 
In “Starets Silouane, Vie-Doctrine-Ecrits, par l’Archimandrite Sophrony, Ed. Présence P : 274, 344, 288, 298
Vertaling : Kris Biesbroeck