26e zondag na Pinksteren – 40e verjaardag van de parochie

26e zondag na Pinksteren

De rijke dwaas

Feestmetten en pontificale Liturgie ter gelegenheid van de 40e verjaardag van de parochie van de heilige Apostel Andreas de eerstgeroepene

 

rijke dwaas.jpg

De rijke dwaas

 

LEZINGEN

Ef.5,9-19

[9] want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid.
[10] Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is.
[11] Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis, stel ze liever aan de kaak.
[12] Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren, is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken.
[13] Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar.
[14] En alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom wordt gezegd:

   

Ontwaak,* slaper,
sta op uit de doden,
en Christus zal over u stralen.

[15] Let dus nauwkeurig op, hoe u zich gedraagt: niet als dwazen maar als verstandige mensen. [16] Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. [17] Daarom, wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. [18] Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. [19] Spreek elkaar toe in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zing en speel van ganser harte voor de Heer

Evangelie: Lucas,19-21 :

[16] Hij vertelde hun een gelijkenis: ‘Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht. [17] Hij dacht* bij zichzelf: “Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.” [18] “Dit ga ik doen,” dacht hij, “ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen; dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan, [19] en tegen mezelf zeggen: Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit. Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.” [20] Maar God* zei tegen hem: “Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist, en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?” [21] Zo vergaat het iemand die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.’

Gregorius van Nazianze : nodig de armen uit

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Sermon over de liefde voor de armen; PG 35, 858

gregorius van Nazianze (2).jpg

Gregorius van Nazianze

 “Nodig de armen uit”

God die bewogen is door de grote ellende van de mens, heeft hem de Wet en de profeten gegeven, na hem de Wet gegeven te hebben, die niet door de natuur is voorgeschreven (cf Rm 1,26)…, heeft Hij uiteindelijk zichzelf overgeleverd aan het leven van de wereld. Hij heeft ons voorzien van apostelen, evangelisten, kerkleraren, geneesheren, wonderen. Hij heeft ons terug in het leven gebracht, Hij heeft de dood vernietigd, Hij heeft hem overwonnen, die ons heeft overwonnen, Hij heeft ons de voorafbeelding van het Verbond gegeven, het Verbond van de Waarheid, het charisma van de heilige Geest, het mysterie van het nieuwe heil…
God vervult ons met geestelijke goederen, als wij ze willen ontvangen: aarzel niet om hen te hulp te komen die het nodig hebben. Geef vooral aan degene die het je vraagt, en zelfs voordat hij het vraagt, laten we onvermoeibaar de aalmoes van de geestelijke leer geven… Bij gebrek aan deze gaven, stel hem tenminste bescheiden diensten voor: geef hem te eten, geef hem oude kleren, verschaf hem medicijnen, verbind zijn wonden, vraag hem naar zijn beproevingen, leer hem geduld. Benader hem zonder vrees. Er is geen gevaar dat je er slechter uit zult komen of dat je zijn ziekte oploopt…Leun op het geloof; dat de liefde je terughoudendheid overwint… Minacht je broeders en zusters niet, blijf niet doof voor hun oproep, ontvlucht hen niet. U bent ledematen van eenzelfde lichaam (1Kor 12, 12s), zelfs als hij door ongeluk gebroken is; evenals aan God is gebeurd, “op U verlaat zich de arme” (Ps 10,14).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De heilige Virgilius van Arles

Heiligenleven

De heilige Virgilius van Arles

 

 

virgilius van Arles.jpg

reliekschrijn van de heilige Virgilius van Arles

 

De heilige Virgilius, aartsbisschop van Arles, was een kloosterkind van de beroemde abdij van Lerins. Hij onderscheidde zich daar zozeer dat hij later tot abt gekozen werd. Ook in de verdere omtrek raakte hij bekend en toen de bisschopszetel van Arles vacant werd, koos de bevolking hem vrijwel unaniem tot bisschop, in 588.

Inj opdracht van paus Gregorius de Grote wijdde hij de heilige Augustinus tot bisschop van Canterbury voor zijn missie in Engeland. Hij bouwde verschillende kerken in Arles, waaronder de kathedraal van de heilige Stefanos. Hij stond hoog in aanzien bij het volk door de kracht van zijn persoonlijkheid en zijn vurig gebedsleven. Zijn gebeden werden vaak op wonderbare wijze verhoord. Na een vruchtbaar bestuur van dertig jaar is hij gestorven op 10 oktober 610 en hij werd begraven in de door hem gebouwde kerk van de heilige Honoratus.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag.

25e zondag na Pinksteren : de Barmhartige Samaritaan

25e zondag na Pinksteren

“De barmhartige Samaritaan”

 

 

 

Barmhartige Samaritaan11.jpg

 

LEZINGEN

Ef.4,1-6

Eenheid in verscheidenheid
Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang om een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt, en altijd nederig te zijn, zachtmoedig en geduldig, en elkaar liefdevol te verdragen, vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen.

Evangelie

Lucas 10,25-37

Lees verder “25e zondag na Pinksteren : de Barmhartige Samaritaan”

Isaak de Syrier : Herodes probeerde Jezus te zien

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Geestelijke overweging, 1e serie, nr. 20

 

Isaak de Syriër567.jpg

Isaak de Syrier    Herodus probeerde Jezus te zien

Hoe kunnen de geschapen wezens God schouwen? Het zien van God is zo verschrikkelijk dat Mozes zelf zegt dat hij vreest en beeft. Wanneer de glorie van God immers verschenen is op de berg Sinaï (Ex 20), rookte de berg en beefde uit angst voor de openbaring; de beesten die deze helling naderden stierven. De kinderen van Israel zijn voorbereid; ze hebben zich gereinigd gedurende drie dagen naar het bevel van Mozes, om waardig te zijn om de stem van God te horen en zijn openbaring te zien. Welnu, toen de tijd kwam hebben ze noch het zien van het licht kunnen opnemen, noch de kracht van zijn donderende stem kunnen ontvangen.
Maar nu heeft Hij zijn genade over de wereld gegoten door zijn komst, Hij is niet neergedaald in een aardbeving, noch in het vuur, noch door met een verschrikkelijke stem te verkondigen, maar als dauw op de vacht (Richt. 6,37) als een druppel die zachtjes op aarde valt. Hij is onder een andere gedaante onder ons gekomen. Hij heeft immers zijn grootheid met een sluier van vlees bedekt. Hij heeft daar een schat van gemaakt; Hij heeft onder ons geleefd in dat vlees dat zijn wil had gevormd in de schoot van de Maagd Maria, de Moeder van God, opdat door Hem te zien van ons soort en levend onder ons, wij niet bezorgd zouden zijn uit angst om Hem te schouwen. Daarom hebben zij, die zich met hetzelfde kleed hebben bekleed waarin de Schepper is verschenen, in dat lichaam waarmee Hij zich bedekt heeft, Christus zelf bekleed (Gal 3,27). Want ze wensten om hun innerlijke mens (Ef 3,16) dezelfde nederigheid waarmee Christus zich geopenbaard heeft bij zijn schepping en in haar geleefd heeft, als Hij zich nu aan zijn dienaren toont. In plaats van het kleed van eer en de uiterlijke glorie, hebben ze zich met deze nederigheid gesierd.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De heilige Gerasimos

Heiligenleven

De heilige Gerasimos

Gerasimos12.jpg

Heilige Gerasimos

 

De heilige Gerasimos was een monnik uit Lycië die in Palestina gewonnen werd voor de ketterij van Eutychios, waarin de goddelijke natuur van Christus eenzijdig werd beklemtoond tegenover Zijn menselijke natuur. Hij werd opgezocht door de heilige Euthymios en deze bracht hem terug tot de eenheid van het ware geloof. In die dagen groeide er een warme vriendschap tussen de heilige Gerasimos, Euthymios, Johannes de Hesychast, Sabbas en Theotiktos.

Elk van hen trok vele leerlingen en Gerasimos bouwde bij Jericho vanaf 455 een Laura van zeventig cellen rond een klooster met gemeenschappelijk leven, waar de leerlingen werden voorbereid op het als kluizenaar leven in een van de cellen.

De kluizenaars bleven vijf dagen per week in hun cel, waar zij manden en matten vlochten tijdens het bidden van de Psalmen. In hun cellen mocht geen vuur zijn, hun voedsel bestond uit droog brood en dadels. Ieder had slechts één habijt, een vacht om op te slapen, en een waterkruik. De deur moest altijd open zijn, ook wanneer zij weg waren, zodat ieder die iets nodig had dat uit hun cel kon nemen. Op zaterdag en zondag kwamen zij bijeen in de gemeenschappelijke kerk; ze ontvingen de heilige communie en aten dan gekookte groenten en dronken een beetje wijn ter ere Gods. (Deze verzachtingen paste Gerasimos echter niet op zichzelf toe). Het werk dat ze in die week hadden klaar gekregen brachten ze mee om het aan de abt te geven, die het verder verhandelde. Maar gerasimos dreef de ascese veel verder dan de anderen en heel de Grote Vasten gebruikte hij geen andere spijs dan de heilige Eucharistie.

Zijn leven werd een eeuw later door Johannes Moschos in diens ‘Geestelijke weide’ beschreven. Het beroemste verhaal is zijn ontmoeting met de leeuw. Doe kwam op een dag op de Jordaan-oever naar hem toe, hinkend en brullend van de pijn. Het dier stak vertrouwvol zijn zieke poot naar hem uit en Gerasimos trok het scherpe stuk riet eruit dat diep in de poot was doorgedrongen.

De dankbare leeuw volgde sindsdien de kluizenaar als een hondje en hem werd geleerd wacht te houden bij een ezel die het water voor de broeders naar boven droeg, wanneer deze aan het grazen was. Dit was blijkbaar toch een te tam baantje voor de leeuw, die dan maar wat doezelde, en op een dag slaagde een Arabische kameeldrijver erin de ezel te stelen. De leeuw kwam met hangende kop in het klooster terug, zonder ezel. Natuurlijk veronderstelde gerasimos dat de leeuw de ezel verslonden had, en nadat hij hem eerst had uitgescholden, zei hij : ‘Laat ons God prijzen. In elk geval moet jij nu maar de taak van de ezel overnemen’. En sindsdien haalde de leeuw het water voor de broeders, totdat een bezoeker medelijden kreeg met het Koninklijke dier en beloofde de broeders een andere ezel te verschaffen.

Maar enkele dagen later kwam de karavaan op de terugweg weer langs, met de gestolen ezel. De leeuw vloog er brullend op af en de kameeldrijvers renden angstig het klooster binnen om zich in veiligheid te brengen. Maar de leeuw kwam trots met de ezel bij de cel van de heilige Gerasimos die hem toen zijn verontschuldiging moest maken.

Vijf jaar kwam de leeuw steeds weer naar Gerasimos terug om zich te laten aanhalen, maar toen was diens tijd gekomen en hij was overgegaan naar het hemels koninkrijk, in het jaar 475. Gerasimos was begraven en de volgende dag kwam de leeuw hem opzoeken, maar tevergeefs : hij kon hem nergens vinden, en kon maar niet tot rust komen. De broeders brachten hem toen naar het graf en daar bleef hij treuren, wilde niets eten en na een paar dagen vond men de trouwe vriend gestorven. In de middeleeuwen werd de naam van Gerasimos verward met Jeronimos, zodat de heilige Hiëronimos het verhaal van de leeuw kreeg toebedeeld.

Ook al zou het slechts een legende zijn, er wordt levendig mee uitgedrukt dat de werkelijk bekeerde mens weer een stukje paradijs terugbrengt op aarde, en dat juist daarin zijn kracht is gelegen.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

Clemens van Alexandrië : Maak vrienden

H. Clemens van Alexandrië (150 – ca. 215), theoloog
Sermon “Welke rijke zal gered worden?”, § 31

Clemens_van_Alexandrie.jpg

Clemens van Alexandrië

 “Maak vrienden”

“Wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft, omdat hij een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden” (Mt 10,42)… Dat is het enige loon dat nooit zijn waarde zal verliezen: “Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen”. De rijkdommen waarover we beschikken moeten niet alleen voor onszelf gebruikt worden; met de onrechtvaardige goederen kan men een rechtvaardig en heilzaam werk verrichten, en een van hen verlichten die de Vader bestemd heeft voor zijn eeuwige verblijven… Wat is dat woord van Paulus bewonderenswaardig: “God heeft lief wie blijmoedig geeft” (2Kor 9,7), wie een aalmoes geeft met een goed hart, zaait zonder berekening opdat de oogst ook overvloedig zal zijn, en deelt zonder mopperen, aarzeling of terughoudendheid… En dat woord dat de Heer elders zegt is nog groter: “Geef aan een ieder die iets van je vraagt” (Lc 6,30)…
Denk eens na over het geweldige loon dat beloofd wordt voor uw gulheid: de eeuwige verblijven. Wat een mooie handel! Wat een bijzonder zaak! Men koopt de onsterfelijkheid voor geld; men ruilt nietige goederen van deze wereld tegen een eeuwig verblijf in de hemelen! Als dus, u, rijken, wijsheid bezitten, pas die dan toe in deze handel… Waarom laat u zich boeien door diamanten en edelstenen, door huizen die door brand kunnen worden verwoest, die met de tijd instorten, die door een aardbeving kunnen omvallen? Ambieer slechts om in de hemel te leven en met God te heersen. Een arme zal u dat koninkrijk geven… Overigens heeft de Heer niet gezegd: “Geef, wees genereus en ruimhartig, red uw broeders”, maar “maak vrienden”. De vriendschap wordt niet uit een gave geboren, maar uit een lange bekendheid. Noch het geloof, noch de liefde, noch het geduld zijn het werk van één dag: “maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered” (Mt 10,22).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

plaatsen in Frankrijk

Reliek van de heilige Antonios de Grote in de kerk van Sint Trophimus in Arles.

 

 

PICT8754.JPG

 

PICT8753.JPG

Deze reliek  bevat de schedel van de heilige.

Het verhaal over deze grote heilige is reeds op deze site verschenen.

http://krisbiesbroeck.skynetblogs.be/apps/search/?s=Antonius+de+grote

 

Een tweede belangrijke ontdekking was in de Kathedraal Notre-Dame de Fourvière in Lyon, waar in een grote mozaïek het derde oecumenisch concilie van Ephese wordt afgebeeld. Het is op dit concilie dat aan Maria de titel van Moeder Gods wordt toegekend (Theotokos). Het is nog de tijd van de onverdeelde Kerk. Je ziet er zowel westerse als oosterse bisschoppen op staan. In het midden staat de Moeder Gods en boven haar hoofd de titel ‘Theotokos). Op de zijkant lezen we Ephesos – oecumenisch concilie.

 

 

CIMG7027.JPG

3e oecumenisch concilie – Ephese

 

De heilige Benedictus van Ariane

Heiligenleven

De heilige Benedictus van Ariane

 

Benedikt_von_Aniane.jpg

 Benedictus van Ariane

 

De heilige Benedictus van Ariane was een schenker aan het hof van koning Pepijn en van Karel de Grote, die beiden veel belang stelden in de buitengewoon intelligente jongeman en hem overlaadde met geschenken en eerbewijzen om hem aan zich te binden. Maar zijn radicale persoonlijkheid kon in dit halfslachtige leven geen blijvende bevrediging vinden. Naast zijn werk deed hij strenge boeteplegingen, en zo hield hij dit leven drie jaar vol zonder te weten wat hij eigenlijk moest doen.

Een ongeval gaf de doorslag. Op een gezamelijke tocht was zijn broer eens in het water gevallen. Benedictus sprong hem na, maar was zelf bijna verdronken eer hij erin slaagde de andere te redden. Het was als het ware een demonstratie van het feit hoe plotseling de dood ons kan overvallen, zonder de minste waarschuwing.

Na raad gezocht te hebben bij een in de buurt wonende kluizenaar, trad hij in het klooster van St. Seine in 774. Daar leefde hij in strenge onthouding, hij gunde zichzelf slechts het allernoodzakelijkste en leefde op water en brood, zo weinig mogelijk slaap, vaak op de naakte grond, en stond lange uren blootsvoets te bidden op de stenen van de Kerkvloer, ook in het hartje van de winter. Hij streefde heel de strengheid na van de oude woestijnvaders en verkreeg daardoor in bijzondere mate de geest van gebed.

Toen hij tot kellenaar was aangesteld, kwamen zijn bestuursgaven duidelijk aan de dag. Bij de dood van de abt wilden de monniken daarom Benedictus tot nieuwe abt kiezen, maar omdat ze zich niet wilden verbinden tot een hervorming om weer strikt de Regel na te leven, weigerde hij deze taak. Toen hij daarover niet met rust gelaten werd, verliet hij het klooster, na een verblijf , van zes jaar, en keerde terug naar Languedoc, waar hij op een stuk land uit het familiebezit een kluis bouwde in de buurt van het kerkje van de heilige Saturninus, aan de oever van de Aniane-beek.

Daar leefde hij in uiterste armoede, en langzamerhand kwamen anderen bij hem, hoewel hij hen in het begin steeds had weggestuurd. Zo ontstond een strenge gemeenschap. Men leefde op water en brood van zelfverbouwd graan; slechts op zondagen werd wat wijn en melk gebruikt uit de aangeboden giften.

Op de duur moest er een klooster gebouwd worden, maar ook daar handhaafde men streng de armoede. Zelfs de kelken voor de heilige Eucharistie waren oorspronkelijk van hout, later van glas of tin. Wanneer men kostbaarder vaten schonk, dan werden deze weggegeven aan andere kerken.

Het was een edelmoedige tijd. Dit harde leven trok veel jonge mensen aan en het duurde niet lang of er waren daar al meer dan driehonderd monniken. Benedictus werd bovendien belast met het toezicht op de kloosters van heel Zuid-frankrijk. Hij trad ook op tegen ketterse ideeën zoals die van Felix d’Urgel die het goddelijk zoonschap van Christus loochende, totdat deze door het concilie van frankfort werd veroordeeld, in 794.

Maar zijn hoofdwerk was de monastieke hervorming. Zijn schitterende geestesgaven, gepaard aan een deemoedig en hartelijk optreden, wonnen aller hart. Hij werd overal uitgenodigd voor geestelijk herstelwerk aan de verslapte kloosters en in 817 was hij voorzitter van een vergadering van abten ten behoeve van het herstel der discipline. In datzelfde jaar schreef hij ook de canons voor het concilie van Aken, die op de kloosters betrekking ,hadden.

Deze wettelijke centralisatie hield weliswaar geen stand na zijn dood, maar zijn invloed bleef doorwerken in het europese monnikswezen. Keizer Lodewijk, de opvolger van Karel de Grote, liet voor Benedictus een klooster bouwen dicht bij Aken, het Cornelimünster, als centrale zetel. Van daaruit hield Benedictus toezicht op de verschillende abdijen. Heel zijn leven had hij steeds dezelfde strenge ascese beoefend als in zijn jonge jaren.

Intussen ging zijn gezondheid steeds meer achteruit en de laatste jaren werd hij voortdurend door ziekten gepijnigd, totdat hij stierf in 821, in de ouderdom van 71jaar.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster – Den Haag

23e zondag na Pinksteren : genezing van een bezetene

23e zondag na Pinksteren

“genezing van een bezetene”


 

bezeten zwijnen.jpg

 

 

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.
Inderdaad, aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

 

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene
Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan

Efraim de Syrier : Het kruis : een brug over de afgrond van de dood

Sint Efraïm (ca. 306 – 373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Homelie over onze Heer (vertaling brevier ev.)

efraim de Syrier 589.jpg

Efraïm de Syrier Het kruis: een brug over de afgrond van de dood

Onze Heer werd met de dood vertreden, maar Hij baande een weg over de dood heen. Hij onderwierp zich aan de dood en onderging haar vrijwillig om de dood, tegen haar wil in, ten val te brengen. Want de Heer droeg zijn kruis toen Hij de stad uittrok, zoals de dood het wilde, en toen Hij een kreet slaakte op het kruis, liet Hij de doden wegtrekken uit het dodenrijk…

Dit is de zoon van een kundig timmerman (Mt 13,55) die zijn kruis vervaardigde en het boven het allesverslindende dodenrijk plaatste en zo de mensheid naar de overkant leidde, naar het rijk van leven (Kol 1,13). Omdat door het hout de mensheid is gevallen tot in het dodenrijk, is zij over het kruishout naar het rijk van leven gegaan. Op het hout waarop bitterheid was geënt, werd zoetheid geënt, opdat wij Hem zouden leren kennen tegen wie geen der schepselen is opgewassen.

U zij lof, omdat U uw kruis hebt gemaakt en als een brug die over de dood heen voert, zodat de zielen uit het land van de doden overgaan naar het land van de levenden. U zij lof, omdat U U gekleed hebt in het lichaam van de sterfelijke Adam en het gemaakt hebt tot de bron van leven voor alle stervelingen. U bent de levende. Want zij die U gedood hebben, zijn landbouwers geworden, die uw leven als graan in de diepte van de aarde hebben gezaaid, opdat het zou verrijzen en velen zou doen verrijzen (Joh 12,24).

Komt, laten wij onze liefde maken tot een groot gemeenschappelijk wierookvat en laten onze psalmen en onze gebeden als wierook opstijgen naar Hem die zijn kruis gemaakt heeft tot een wierookvat voor de Godheid en die voor ons allen zijn bloed als wierook heeft laten opstijgen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org