Gebed van de heilige Basilios de Grote

Gebed van de heilige Basilios de Grote

 

Basilios de grote11.jpg

Basilios de Grote

 

Heer, Alheerser, God over de Machten en over alle vlees; die in de hoge woont, maar toch ziet op het geringe; die harten en nieren doorgrondt en het verborgene van iedere mens in uw wijsheid vooruitziet.

Beginloos, ontoegankelijk licht, dat nooit door omkeer of verandering verduisterd wordt; Gij, onsterfelijke Koning, aanvaard onze smeking, die wij U met onreine lippen, doch vertrouwend op uw overvloedige barmhartigheid tot U opzenden.

Vergeef ons onze zonden, die wij in woord en daad, bewust of onbewust, begaan hebben.

Reinig ons van alle bevlekking van vlees en geest door ons tot tempels te maken van de Heilige Geest. Geef ons om met een waakzaam hart en een nuchter verstand heel de nacht van dit leven te doorlopen, in de verwachting van de wederkomst op de stralende, God-openbarende dag van uw Eengeboren Zoon, onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus, wanneer Hij met heerlijkheid op aarde zal komen als rechter van het heelal om ieder volgens zijn werken te vergelden.

Moge Hij ons dan niet ledig en slapend vinden, maar waakzaam en vol ijver in het volbrengen van zijn geboden, opdat wij gereed zijn om binnen te treden in de vreugde van de goddelijke bruiloftszaal zijner heerlijkheid, waar zonder einde de zang weerklinkt van het feest der onzegbare blijdschap van hen, die de onuitsprekelijke schoonheid van uw gelaat aanschouwen.

Want Gij zijt het ware Licht, dat het heelal verlicht en heiligt, en U bezingt al het geschapene, in alle eeuwen der eeuwen. Amen

Nerses Snorhall : Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel

H. Nerses Snorhali (1102-1173), Armeens patriarch
Jezus, eniggeboren Zoon van de Vader; § 150-161 ; SC 203

 

 

Nerses_shnorhali_illustration.jpg

Nerses Snorhal

 

“Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel”

Voor de Hebreeërs hebt U de goed zichtbare zee in tweeën gedeeld (Ex 14)
En voor mij de dikke duisternis.
In die tijd hebt U de Farao verslonden;
En nu de Prins van deze wereld, de maker van de dood (Joh 12,31;8,44)

Voor hen was U een beschermende wolk gedurende de dag
En ’s nachts een kolom van vuur (Ex 13,21).
Voor mij mijn licht is de kennis van uw Zoon het Woord,
En mijn bescherming is de heilige Geest.

In die tijd hebt U vergankelijk manna gegeven,
En zij die het gegeten hebben zijn dood;
Nu is het uw hemels lichaam
Dat leven geeft aan hen die het eten.

Zij hebben gedronken van het water dat opsprong uit de rots (Ex 17),
En ik heb het bloed uit uw zijde gedronken, U bent mijn Rots (Joh 16,34; Ps19,3).
Zij hebben een bronzen slang zien hangen (Nm 21,9)
En ik heb U op het kruis gezien, U bent het leven,

Aan hen hebt U de Wet van Mozes gegeven,
Geschreven op stenen tafelen;
En voor mij de wijsheid van uw Geest
Uw goddelijk Evangelie.

Daarom zal er van mij gevraagd worden
Om het goede, veel meer zal er van hen gevraagd worden
Maar U bent hun Zoenoffer geworden
O mijn Heer, vol met medelijden, eniggeboren Zoon van de Vader…

Verhinder niet zoals aan de meesten van hen
Om het Beloofde land binnen te gaan
Maar net als de twee die er binnen zijn gegaan (Dt 1,36; 31,3),
Breng mij in uw hemels vaderland.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Chrysologus : Raak mij aan en zie

Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Sermon 31, 8ste over de verrijzenis van de Heer; PL 52, 427

 

Chrysologus Petrus54.jpg

Chrysologus

“Raak Me aan en zie”

      Na de verrijzenis was Jezus door gesloten deuren binnengekomen (Joh20,19), maar de leerlingen geloofden niet dat Hij werkelijk een lichaam had,maar veronderstelden dat alleen zijn ziel teruggekomen was in de verschijningvan een lichaam, zoals de beelden die je in dromen kunt zien. “Ze dachten eengeest te zien”…

      “Waarom zijn jullie bezorgd en waarom komt er twijfel op in uw hart? Ziehier mijn handen en mijn voeten.” Zie, dat wil zeggen, wees oplettend. Waarom?Omdat het geen droom is die jullie zien. Zie mijn handen en mijn voeten metjullie vermoeide ogen, jullie kunnen mijn gelaat nog niet zien. Zie de wondenin mijn vlees, jullie kunnen de werken van God nog niet zien. Schouw detekenen die door de vijand zijn aangebracht, want jullie kunnen demanifestatie van God nog niet waarnemen. Raak Mij aan, opdat jullie handjullie het bewijs geeft, want jullie ogen zijn op dit punt nog blind… Ontdekde gaten in mijn handen, onderzoek mijn zijde, maak mijn wonden weer open,,want Ik kan niet aan mijn leerlingen weigeren met het oog op het geloof wat Ikniet aan mijn vijanden geweigerd heb met mijn smeekbede. Raak aan, raak aan…zoek tot op mijn botten, om de werkelijkheid van het vlees te bevestigen, endat de wonden nog open zijn bewijst dat Ik het ben…

      Waarom geloven jullie niet dat Ik verrezen ben, Ik die zovelen terug inhet leven geroepen heb onder jullie ogen?… Toen Ik aan het kruis hing,beledigde men Mij door te zeggen: “Jij was toch de man die de tempel konafbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, redjezelf dan maar en kom van dat kruis af” (Mt 27,40). Wat is er moeilijker, vanhet kruis afkomen door de spijkers eruit te halen of om naar de hel af tedalen en de dood verjagen? Zie Ik heb mijzelf gered door de boeien van de helte verbreken en Ik ben opgestegen naar de wereld boven

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Heiligenleven : priscilla en Akyla

Heiligenleven

 De heilige Priscilla en Akylas

 

 

Priscilla en Akylas.jpg

Priscilla en Akyla

 

 

De heilige Priscilla en Akylas, apostelen, een joods-christelijk echtpaar, leerlingen en medewerkers van de heilige apostel Paulos, met wie zij door een bijzondere vriendschap verbonden waren, zoals uit verschillende en zijn brieven blijkt. Akylas was afkomstig uit Pontus, het verre Oosten van het keizerrijk; hij was naar Rome getrokken waar hij als vakman tentenmaker een zekere positie bekleedde. Door de vervolging onder keizer Claudius werden zij uit Rome verdreven, en Paulos ontmoette hen in Korinthe. Akylas had daar blijkbaar een vooraanstaande positie onder de tentenmakers, want Paulos kwam bij hem om werk, omdat het ook zijn vak was en hij altijd in zijn eigen levensonderhoud wilde voorzien. Er moet direct een goed contact tot stand gekomen zijn, want het echtpaar nam Paulos bij zich in huis en zij werkten samen (hand.18). In die tijd van samenwerken raakten zij zo nauw met elkaar verbonden, dat Priscilla en Akylas Paulos volgden op zijn missiereis naar Syrië; hij nam echter afscheid van hen in Efese.

Later waren zij blijkbaar toch weer in Rome en stonden daar aan het hoofd van de christengemeente (Rom.16,3-5), zoals zij dat reeds gedaan hadden in Korinthe (1 Kor.16,19). Minder historisch is de overlevering dat Akylas tenslotte bisschop was van Heraklea (Kreta), waar zij de marteldood gestorven zijn.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orth. Klooster – Den haag.

Grote woensdag

 GROTE WOENSDAG

 

 

Iere nacht verlang ik naar U mijn God

 

 

 Prokimen toon 4

 

Belijdt de God des Hemels, want eeuwig is Zijn barmhartigheid.

Belijdt den Heer der heren, want eeuwig is Zijn barmartigheid.

psalm 135

 

Prokimen toon 4

 

Heer, Uw barmhartigheid is eeuwig,

Versmaad niet het werk van Uw handen.

Ik wil U belijden Heer, uit heel mijn hart psalm 137

 

Evangelielezing van de dag : Matth.26,6-16

 

[6] Toen Jezus in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, [7] kwam een vrouw naar Hem toe met een albasten flesje kostbare balsem, en goot dat over zijn hoofd leeg, terwijl Hij aan tafel was. [8] Toen zijn leerlingen dat zagen, zeiden ze verontwaardigd: ‘Waar is die verspilling goed voor? [9] Want dat had voor veel geld verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ [10] Jezus merkte het en zei: ‘Wat maken jullie het die vrouw lastig? Ze heeft namelijk een goed werk gedaan aan Mij. [11] Want de armen heb je altijd bij je, maar Mij hebben jullie niet altijd. [12] Want toen ze die balsem over mijn lichaam goot, deed ze dat met het oog op mijn begrafenis. [13] Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld deze goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij gedaan heeft.’
[
14] Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de hogepriesters [15] en zei: ‘Wat wilt u me geven, als ik Hem aan u overlever?’ Ze telden dertig zilverstukken voor hem uit. [16] Vanaf toen zocht hij een gunstig moment om Hem over te leveren.

Epifanius van Salamis : “Zie daar is de Bruidegom, komt gaat Hem tegemoet” (Mt25,6)

Homilie toegekend aan Epiphanius van Salamis (? – 403), bisschop
Homilie voor Palmpasen; PG 43, 427

 

Epiphanius- van Salamis kerkvader.jpg

Epifanius van Salamis

“Zie daar is de Bruidegom, komt gaat Hem tegemoet” (Mt25,6)

      “Jubel, dochter van Jeruzalem” (Zach 9,9), wees in vreugde en juich,Kerk van God, want zie, je Koning komt naar je toe, zie je Bruidegom komteraan, gezeten op een ezeltje als op een troon! Laten we snel naar Hem toegaanom zijn heerlijkheid te schouwen. Zie het heil voor de wereld: God komt naarhet kruis. Wij ook volkeren, laten we vandaag met het volk roepen: “HosannaZoon van David, red ons in de hoogten, o God” (Mt 21,9; Ps 118,25 hebr)…

      De Kerk viert vandaag een feestdag, in de schaduw van Christus, deOlijfboom die vrucht draagt in het huis van God (Ps 52,10); zij viert eenfeestdag met Christus, lentelelie van het Paradijs in bloei. Want Christusbevindt zich midden in de Kerk, Hij is de bloeiende lelie, wortel van Jesse,die de wereld niet veroordeelt, maar dient (Jes 11,1.3). Hij bevindt zichmidden in de Kerk, eeuwige bron waar niet meer de rivieren van het Paradijsuitvloeien, maar Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes, die de tuin van de Kerkvan Christus bevloeien. Vandaag zijn we vruchtbare jonge olijfplanten (cf Ps128,3), die de takken van een olijfboom in handen houden, en de barmhartigeChristus smeken. “Geplant in het huis van de Heer”, bloeiend in de lente in”het voorhof van het huis van onze God”, laten we een feestdag houden: “dewinter is voorbij!” (Ps 92,14; Hooglied 2,11)…

      Ik roep tot Paulus met een heilige en krachtige stem: “Het oude isvoorbij, zie alles is al nieuw” (2Kor 5,17)… Een profeet die kijkt naar dekoning roept uit: “Zie het Lam van God dat wegneemt de zonden van de wereld”(Joh 1,29)…; en David die naar Christus kijkt afkomstig uit zijn ras, naarhet vlees, zegt: “De Heer is God, Hij is aan ons verschenen” (Ps 118,27 LXX).Wonderlijke feestdag door zijn nieuwheid, verrassend en verbazend: de kinderenroepen Christus aan als God en de priesters spreken kwaad over Hem, dekinderen aanbidden Hem en de Wetgeleerden minachten Hem en belasteren Hem. Dekinderen zeggen: “Hosanna!”en zijn vijanden brullen: “Kruisig Hem!”. Dezenhier verzamelen zich rond Christus met palmtakken en zij daar werpen zich opHem met zwaarden; dezen snijden takken, zij bereiden een kruis.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De heilige Scholastica

Heiligenleven

De heilige Scholastika

 

 

Scholastica.jpg

 

De heilige Scholastika, een lieflijke figuur, de tweelingzuster van de heilige Benedictus, de monniksvader van het Westen. Dit verklaart wel de sterke aanhankelijkheid welke tussen beiden bleef bestaan in hun gehele leven. In Subiaco en later in de buurt van Montecassino, waar eigenlijk het eerste benedictinessenklooster ontstond omdat zij ook daar volgens de regel van Benedictus leefden.

Eens per jaar kwam zij haar broeder bezoeken. Lager op de berg, buiten de muur van de abdij, was een vrouwengastenverblijf, waar zij dan logeerde. Benedictus kwam haar daar opzoeken met enkele van zijn monniken, en zij brachten dan de dag door met ernstige gesprekken en gezamenlijk gebed. Zo waren zij eens in een geestelijk gesprek verdiept, maar Benedictus wilde dit afbreken om op tijd voor de vespers terug te zijn. Scholastica wilde hem overhalen om dit gesprek in de nacht voort te zetten, maar voor de regelgetrouwe Benedictus was dit onmogelijk. Bedroefd boog Scholastica het hoofd in de handen om haar wens aan God voor te leggen, en volkomen onverwacht barstte er uit de heldere hemel zulk een heftig onweer los dat het geheel onmogelijk was om het rotsachtige pad omhoog te klimmen, en daarna werd hij door de invallende nacht daarin verhinderd. Zo was hij dus gedwongen de nacht bij zijn zuster door te brengen.

Heel menselijk was de reactie van Benedictus toen zij haar betraande gelaat ophief bij het horen van de neerstromende regen : ‘God beware me, zuster, wat heb je nu gedaan !’ En haar kalme antwoord : ‘Ik heb het eerst aan jou gevraagd, maar je wilde niet luisteren, toen heb ik het aan mijn Meester gevraagd, en Hij heeft mij wel verhoord. Ga maar naar jullie klooster als je daar de kans toe ziet’. Zo was in vervulling gegaan wat Scholastica’s laatste wens bleek te zijn, want drie dagen na haar terugkeer in haar eigen klooster, is zij gestorven,543.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag, Uitg. orth. Klooster Den Haag