Sint Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus, kerkleraar.
Homilie over het Evangelie, nr 38

Gregorius de Grote
“Zalig zijn die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren” (Ap 19,9)
Hebt u begrepen wie deze koning is, vader van een zoon die zelf koning is? Hij is het van wie de psalmist zei: “O, God, geef aan de koning uw wetten, en uw gerechtigheid aan de koningszoon” (72,1)… “Hij vierde de bruiloft van zijn zoon”. De Vader heeft dus het bruiloftsfeest van de koning zijn zoon gevierd, toen Hij de Kerk verenigde in het mysterie van de menswording. En de schoot van de moeder Maagd werd de bruidskamer van deze Bruidegom. Daarom zegt de psalm ook: “Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon, en hijzelf is als de jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat” (Ps 19,5-6)…
Hij heeft dus zijn dienaren uitgestuurd om zijn vrienden voor het bruiloftsmaal uit te nodigen. Hij heeft ze een eerste maal uitgezonden en nog een tweede maal, dat wil zeggen, eerst de profeten, toen de apostelen, om de menswording van de Heer te verkondigen… Door de profeten heeft Hij de toekomstige menswording van zijn enige Zoon aangekondigd, en door de apostelen heeft Hij het gepredikt toen het vervuld was…
Maar zij hielden er geen rekening mee en gingen weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaak. “Naar zijn akker gaan, is zonder terughouding zich overgeven aan zijn taken hierbeneden. Naar zijn zaak gaan is begerig profijt proberen te trekken uit aardse zaken. De een en de ander verwaarloosden het denken aan het mysterie van de menswording van het Woord en hun leven daarmee in overeenstemming te brengen… Ernstiger nog, sommigen die ontevreden waren over het voorrecht van degene die hen roept, vervolgden hem… In ieder geval zal de Heer geen lege plaatsen laten bij het bruiloftsmaal van zijn Zoon. Hij laat andere tafelgenoten zoeken, want het woord van God, hoewel ze nog door velen ontkent wordt, zal op een dag een plaatsvinden waar het kan rusten.
Maar u, broeders en zusters, die door de genade van God reeds de feestzaal bent binnengegaan, dat wil zeggen, de heilige Kerk, onderzoek uzelf aandachtig, uit vrees dat bij zijn binnenkomst, de koning niets om mee te nemen vindt in de kleding van uw ziel.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
