De heilige Alexis van Moscou

Heiligenleven

De heilige Alexis van Moscou

 

 

Alexis van Moscou, en Alexis van Man.jpg

Heilige Alexis van Moscou

 

 

De heilige Alexis van Moscou werd geboren in 1300 in Moscou uit een boerengeslacht. Hij bezat een teruggetrokken aard en verdiepte zich reeds  jong in de Heilige Schrift. Niemand was dan ook verwonderd toen hij al spoedig in het klooster trad, en 20 jaar oud de monnikswijding ontving met de naam Alexis. Daar kwam hij ook in aanraking met de Metropoliet van Kiev, die de talentvolle  jonge monnik bij zich nam en hem steeds meer taken toevertrouwde in het betuur van het diocees. In 1353 was Alexis dan ook  de aangewezen opvolger op de bisschopszetel. Hij werd naar Constantinopel gezonden en in 1354 door patriarch Filotheos gewijd tot metropoliet van Kiev en geheel Rusland.

Zonder belemmering kon hij zich nu volledig aan zijn taak wijden, terwijl hij tegelijk zich met nog meer volharding toelegde op een monastiek leven van onthouding en gebed. Vele wonderen geschiedden op zijn voorspraak. Daardoor ging een grote  roep van hem uit, die zelfs doordrong tot het hof van de Tartaarse overheerser. Toen de vrouw van de Khan ongeneeslijk  blind was geworden, zond hij een uitnodiging naar de heilige metropoliet van Moscou. Alexis gad daaraan gehoor, ,ging naar het hof van de Khan en genas door zijn gebed de zieke. Overladen met geschenken keerde hij naar Moscou terug.

Toen er later moeilijkheden ontstonden door de zware lasten die volgende Khans aan de Russische vorsten oplegden, wist Alexis voor Kerk en stad verlichting te krijgen. Diep betreurd door het geheld volk is hij gestorven in 1378

Uit: Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

20e zondag na Pinksteren : de jongeling van Naïm

20e zondag na Pinksteren

“Opwekking van de jongeling van Naïm”

 

Nahum opwekking van Naim3.jpg

 De jongeling van Naïm

 

 

Lezingen :

Galaten 1,11-19

Ik verzeker u, broeders en zusters, het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht. Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.
Voorvallen uit Paulus’ leven

U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders. Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd.
Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Evangelie : Lucas 7,11-16

Opwekking van de zoon van een weduwe uit Naïn
Naderhand ging Jezus naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, de enige zoon van een weduwe. Een talrijke menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, was Hij ten diepste met haar begaan. ‘Huil niet’, zei Hij tegen haar. Hij liep naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij zei: ‘Jongeman, kom overeind, zeg Ik je!’ En de dode ging rechtop zitten en begon te praten, en Hij gaf hem aan zijn moeder. Ontzag vervulde allen en ze prezen God. Ze zeiden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft naar zijn volk omgezien

Gregorius de Grote : Zalig zijn die genodigd zijn

Sint Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus, kerkleraar.
Homilie over het Evangelie, nr 38

Gregorius de grote8.jpg

Gregorius de Grote

 

“Zalig zijn die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren”  (Ap19,9)

      Hebt u begrepen wie deze koning is, vader van een zoon die zelf koningis? Hij is het van wie de psalmist zei: “O, God, geef aan de koning uw wetten,en uw gerechtigheid aan de koningszoon” (72,1)… “Hij vierde de bruiloft vanzijn zoon”. De Vader heeft dus het bruiloftsfeest van de koning zijn zoongevierd, toen Hij de Kerk verenigde in het mysterie van de menswording. En deschoot van de moeder Maagd werd de bruidskamer van deze Bruidegom. Daarom zegtde psalm ook: “Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon, en hijzelf isals de jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat” (Ps 19,5-6)…

      Hij heeft dus zijn dienaren uitgestuurd om zijn vrienden voor hetbruiloftsmaal uit te nodigen. Hij heeft ze een eerste maal uitgezonden en nogeen tweede maal, dat wil zeggen, eerst de profeten, toen de apostelen, om demenswording van de Heer te verkondigen… Door de profeten heeft Hij detoekomstige menswording van zijn enige Zoon aangekondigd, en door de apostelenheeft Hij het gepredikt toen het vervuld was…

      Maar zij hielden er geen rekening mee en gingen weg, de een naar zijnakker, de ander naar zijn zaak. “Naar zijn akker gaan, is zonder terughoudingzich overgeven aan zijn taken hierbeneden. Naar zijn zaak gaan isbegerig profijt proberen te trekken uit aardse zaken. De een en de anderverwaarloosden het denken aan het mysterie van de menswording van het Woord enhun leven daarmee in overeenstemming te brengen… Ernstiger nog, sommigen dieontevreden waren over het voorrecht van degene die hen roept, vervolgdenhem… In ieder geval zal de Heer geen lege plaatsen laten bij hetbruiloftsmaal van zijn Zoon. Hij laat andere tafelgenoten zoeken, want hetwoord van God, hoewel ze nog door velen ontkent wordt, zal op een dag eenplaatsvinden waar het kan rusten.

      Maar u, broeders en zusters, die door de genade van God reeds defeestzaal bent binnengegaan, dat wil zeggen, de heilige Kerk, onderzoek uzelfaandachtig, uit vrees dat bij zijn binnenkomst, de koning niets om mee tenemen vindt in de kleding van uw ziel.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

19e zondag na Pinksteren : Heb uw vijanden lief !

19e zondag na Pinksteren

‘Heb uw vijanden lief !’

 

 

liefhebben2.jpg

 

Eerste Lezing

 2 Kor. 11,31-12,9

 

11 .31 De God en Vader van de Heer Jezus, de God die moet worden geprezen tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. 32 Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; 33 ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.

12 .1 Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. 2 Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. 3 Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – 4 werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. 5 Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. 6 En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7 niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8 Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, 9 maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

 

 

Evangelie :

 Lucas 6,31-36

 

6 .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

Driehonderd religieuze leiders naar Assisi III

DRIEHONDERD RELIGIEUZE LEIDERS NAAR ASSISI III

‘Bijeenkomst viert kwarteeuw interreligieuze dialoog’

Bron: Kerknet

VATICAAN (KerkNet/VIS/AFP) – Voor de interreligieuze ontmoeting op donderdag 27 oktober a.s. in het Italiaanse Assisi wordt een 300-tal religieuze leiders, waarvan een 200-tal niet-christelijke, uit de hele wereld verwacht. Dat is vandaag in Rome bekendgemaakt op de persvoorstelling van ‘Assisi III’, zoals de ontmoeting van 27 oktober a.s. wordt bestempeld. Op het einde van de bijeenkomst in Sinrt-Franciscus’ stad zullen 14 afgevaardigden van verschillende geloofsgemeenschappen hun engagement voor de vrede hernieuwen .

Onder de gasten uit een 50-tal verschillende landen zijn er 69 islamitische geestelijken en 60 boeddhistische leiders, onder meer enkele die voor het eerst China mogen verlaten, maar evenzeer Joodse leiders, jaïn, sikhs, bahaï en zelfs afgevaardigden van de animistische godsdiensten. Ook de anglicaanse aartsbisschop van Canterbury Rowan Williams en de oecumenische patriarch Bartholomeus van Constantinopel zullen er zijn. De vermoedelijk opvallendste afwezigen zijn de dalai lama, de grootsjeik van de Al-Azhar-Universiteit en –moskee in Caïro (Egypte). Het Russisch-orthodoxe patriarchaat van Moskou is vertegenwoordigd door metropoliet Aleksandr.

Kardinaal Peter Kodwo Appiah Turkson, de voorzitter van de Pauselijke Raad Rechtvaardigheid en Vrede, en aartsbisschop Pier Luigi Celata, de secretaris van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog, onderstreepten vanmiddag dat de bijeenkomst in Assisi in het verlengde ligt van de historische ontmoeting in 1986, die toen op initiatief van paus Joannes Paulus II plaatsvond. Kardinaal Turkson verzekerde dat de organisatoren erover waken dat men niet nogmaals het verwijt van syncretisme krijgt, zoals in 1986 na de eerste interreligieuze bijeenkomst. Die ontmoeting bleek wel de start van een kwarteeuw interreligieuze dialoog en samenwerking. Al worden ook vandaag nog godsdienst en de naam van God jammer genoeg vaak misbruikt.

(Kerknet)

Naar een nieuw tijdperk van de orthodoxe theologie ?

Naar een nieuw tijdperk van de orthodoxe theologie ?

Door Pater Hervé LEGRAND o.p

In de lokalen van de Academie voor theologische studies van Volos, werd van 3 tot 6 juni laatstleden, een internationaal universitair colloquium gehouden, georganiseerd door professor Pantelis KALAITZIDES, actief directeur van deze academie die een belangrijke plaats inneemt in de griekse theologische reflexie. Onder de bescherming van de universiteiten van Münster (leerstoel van de orthodoxe theologie), van Fordham (orthodoxe studies), en van deze van Cluj-Napoca, Roemenië, zijn er drie en twintig tussenkomsten geweest waarrond werd gediscussieerd, en dit voor een vijftigtal genodigden,over de toekomst van de theologie : “In verband met de neo-patristieke synthese en de post-patristische theologie, kan de orthodoxe theologie bepalend zijn ?”. Het geheel van de werkzaamheden werd op de televisie uitgezonden.

Pater hervé LEGRAND, is dominicaan, en emeritus hoogleraar aan het “Institut catholique” van Parijs . Hij is lid van de theologische commissie voor de dialoog tussen de katholieke en de orthodoxe kerk in Frankrijk. Hij is ook stichtend lid van de Groep “Saint Irénée”, een internationale groep die zich bezig houdt met theologische arbeid met het doel om zich te engageren voor een dialoog op lange termijn , de taal en de cultuur van katholieken en orthodoxen overschrijdend.

In 1936 werd er aan de universiteit van Athene een internationale bijeenkomst gehouden over de toekomst van de orthodoxe theologie. Deze bijeenkomst is beroemd gebleven door de dringende uitnodiging van Vader Georges Florofsky, professor aan het instituut “Saint Serge”, om hem te bevrijden van zijn “Babylonische ballingschap” ( in de akten van de conferentie, gepubliceerd door Hamilcar S.Alivisatos, Proces Verbaal van het Eerste Congres van Orthodoxe theologie te Athene, 29 november-6 december 1963, Athene 1939, zijn bijdrage bevindt zich onder de titel “Westliche Einflüsse in der russischen Theologie”pp.212-231). Daaronder verstond Vader Florofsky om zich te ontdoen van de latijnse invloeden die hij had ondergaan te Kiev in het begin van de 18e eeuw, wanneer men hem onderrichtte in deze taal, en evenzeer in het duitse idealisme dat binnengedrongen was onder voorwendsel van een “Russische religieuze filosofie“. Voor Florofsky, was dit laatste noch russisch noch orthodox ! Om te ontsnappen aan deze “pseudomorfose” (Voor een kritische benadering van dit concept kan men Dorothea Wendebourg consulteren, “Pseudomorphosis : een theologische beoordeling als een axioma voor onderzoek in de geschiedenis van de kerk en de Theologie”, The Greek Orthodox Theological Review, 42,1997,321-342) – een uitdrukking die een kans inhoudt -, de theologie moest “terugkeren naar de Vaders“, zonder hen te herhalen, en zich als taak voorhoudend te werken aan een “neo-patristieke synthese”.

Welnu, 75 jaar later werd een ontmoeting gehouden van hetzelfde type, dit maal in Volos, halverwege tussen Athene en Thessalonika, maar ditmaal in een verschillend klimaat : voor verschillende tussenkomsten, voortkomend uit gans de orthodoxe oikoumenè – negen rapporteurs komende uit de Verenigde-Staten, zes uit Griekenland, twee uit Antiochië, uit Roemenië, uit Rusland, uit Engeland, één uit Georgië, en één uit Servië- het moment was gekomen om afstand te nemen van deze neo-patristische synthese die verhinderd zou hebben, zij het onvrijwillig, dat de orthodoxie zich zou meester maken van hedendaagse vraagstukken en bijdragen aan hun discussies.

Relevantie en limieten van de “neo-patristische” synthese

Het appèl van Florofsky had onbetwistbaar positieve effecten in de Kerken van de diaspora, evenals in hun moeder-Kerken. Doorheen de werken van verschillende auteurs deed het de invloed van de scholastiek en het piëtisme in Roemenië met Staniloäe achteruitgaan. Gesteund door de westerse patristische vernieuwing en de heropleving van de interesse voor de concilies, werd de als dusdanig georiënteerde orthodoxe theologie, een beluisterde stem in de oecumenische ontmoetingen en dit door de gedachten van de vaders aan te bieden op een ontologische en “existentiële” wijze.

In Volos gingen twee algemene uiteenzettingen over de contextuele dimensie van elke theologie vooraf aan de nauwkeurige analyse van wat Florofsky verstond onder ” neo-patristieke synthese” ( Markus, Plested, Vambridge) en onder “christelijk hellenisme” (Vader Pavel Gavrilyuk, University St.Thomas, Minesota), voordat de verschillende sprekers slechts een genuanceerde evaluatie voorstelden. Alhoewel zij een goede verankering in de Traditie verzekerden, heeft deze synthese een buitensporige concentratie op de Vaders opgewekt, onvoldoende om de huidige wereld het hoofd te bieden. Hebben zij niet, zonder grote vragen te stellen, de autoritaire en patriarchale structuren van hun tijd aanvaard die bovendien religieus intolerant waren ? In deze context hebben zij nauwkeurig het lot van de Kerk verbonden met dit van het Rijk en hun anthropologie heeft de vrouwen vergeten. Door dit alles zijn vele dingen nog altijd achter gebleven in de orthodoxe wereld.

Meer nog, kan de theologie een zo grote normativiteit bijdragen aan de “consensus van de Vaders” wanneer de geschiedenis een zo grote heterogeniteit vertoont ? Hoe kan men Florofski volgen, voor wie het hellenisme een eeuwige categorie was van de christelijke existentie, terwijl de overgang van het Evangelie van de semitische naar de griekse wereld, door zijn succes zelf een precedent moest vormen om in andere culturen te vernieuwen, veeleer dan een niet te overschrijden aankomstpunt.

Situatieschets van de actuele orthodoxe theologie.

De vraagstellingen die voorafgingen bleven niet op het niveau van algemeenheden. Zij hebben alle uiteenzettingen doorgenomen die, discipline per discipline hebben gezocht om een situatieschets te geven van de actuele orthodoxe theologie. Wij zullen er hier slechts een vlug idee van geven. Volgens de deken van het instituut van theologie St. Vladimir (New-York) verzwakt het theologisch weten in haar ontplooiing de relevantie zelf van het onderzochte paradigma; volgens Tamara grdzelidze (COE), vergt de oecumenische ontmoeting ook een nieuw plaatsen in de context. Terwijl de theologie van de Vaders essentieel een commentaar op de Schrift is,constateren twee uiteenzettingen haar zwakke plaats in de actuele orthodoxe theologie door het feit van de overheersende rol van de patristieke exegese, die ver verwijderd is van de historisch-kritische methode en waarvan vele resultaten pastoraal niet meer kunnen ontkend worden.

Het neo-patristieke paradigma zou ook een theologisch anti-occidentalisme hebben versterkt en het zou waarde hebben, volgens Georges Demacopoulos (Fordham) om onderzocht te worden volgens de methode van de post-koloniale studies. Andere analyses zijn verbonden met een verdieping van de betrekkingen tussen wetenschap en geloof, dogmatiek en fundamentele theologie, traditie en hermeneutiek (Assad Elias Kattan, MÛnster) alsook de autoriteit van de vaders in de latere theologie (Vader André Louth, Durham). Twee Roemeense theologen hebben op kritische wijze, de ene de ethnotheologie van Vader Dumitru Staniloäe (Michail Neamtu), de andere de afwezigheid van een uitgewerkte sociale moraal ontleed (Radu Preda), een gebrek waaraan de Russische Kerk op dit moment iets probeert te doen (Russisch orthodoxe Kerk, de fundamenten van de sociale doctrine, Editions du Cerf, 2007).

De nieuwe generatie die zich in Volos uitte, toonde er haar levendige zorg voor een theologie die meer hermeneutisch en contextueel is. Men betreurde er dat er te weinig aandacht was voor de theologie van de bevrijding (Aristoti Papanikolaou, Fordham), voor de aanacht voor de armen ( Peter Bouteneff, Saint Vladimir, New York) en voor de vrouwen (Eleni Kasselouri, Volos). Evanals de katholieke theologie, zal de orthodoxe theologie een “theologie van de religies” moeten uitwerken (Emmanuel Clapsis, Institut de la Sainte-Croix, Boston) Zij beschikt eveneens niet over een waarachtige missiologie : voor het moment is geen enkele betekenisvolle inculturatie te onderscheiden in de orthodoxe missies (Athanasios Papathanasiou, Vrije universiteit van Griekenland).

Professor Pantelis Lalaïtzidis, directeur van de Academie van Volos en voornaamste organisator van deze ontmoeting, resumeert de geest door te affirmeren, in een weinig provocerende formule, dat de orthodoxe theologie voortaan een “post-patristische” theologie moet worden in de betekenis dat zij zich niet meer erop kan concentreren om “de voortzetting, het bijhouden of de herinterpretatie van deze van de Vaders” te zijn. Naar hun voorbeeld moet zij contextueler worden indien zij trouw wil blijven aan de huidige wereld, anders zou ze een soort van patristisch fundamentalisme kunnen worden.

Minder institutioneel dan de conferentie van Athene van 1936, had deze van Volos de zegen ontvangen van de oecumenische patriarch, Zijne Heiligheid Bartholomeüs Ie, vergezeld van een lange brief met aanmoedigingen; zij is verzekerd geworden van de actieve deelname van vijf bisschoppen, onder andere van de metropolieten Jean van Pergamon (Zizioulas) en Hilarion van Volokolamsk (patriarchaat van Moscou), waarvan de bijdrage werd gelezen in absentia. De tussenkomsten van alle grote orthodoxe Kerken ( met uitzondering van Bulgarije), hadden een gemeenschappelijke taal dank zij de vertrouwdheid van deze generatie met de hedendaagse cultuur : zij hebben reeds verschillende posities betrokken in vooraanstaande westerse universiteiten zoals Cambridge, Durham, Fordham, Notre Dame (verenigde Staten) of Münster en reeds in het dekanaat van hun faculteit (St.Vladimir en Belgrado).

Zal de conferentie van Volos dezelfde bijzondere betekenis hebben dan deze van 1936 ? Haar thematiek, dat kan men voorspellen, zal zich stoten aan de weerstand van conservatieve groepen, die vreemd staan tegenover de actuele wereld, daarbij hun eigen land inbegrepen. In een reflexie die noodzakelijk schijnt voor anderen, zullen zij een nieuw “complot tegen de orthodoxie” aan de kaak stellen die slechts een “de-hellinisering” van het christendom voor ogen heeft en de theologie van de Vaders verloochent. De nieuwe oriëntatie van de orthodoxe theologie zal niet afhangen van dergelijke slogans. Zij zal afhangen, enerzijds, van de rijkdom van de theologische uitwisselingen die reeds aan de gang zijn tussen de diaspora en de moeder Kerken, maar anderzijds en meer nog, van de aandacht die de theologen hebben voor de vragen van het orthodoxe volk dat geconfronteerd wordt met vragen die onbekend waren in vroegere generaties, dikwijls met kracht zoals dat het geval lijkt te zijn met Griekenland. Een belangrijke rol dat de bijeenkomst van Volos nog niet in staat is om in te schatten komt ook van een Russische theologie waarvan de heropleving steunt op een merkwaardige traditie (Hyacinthe Destivelle, Les sciences théologiques en Russie. Réforme et renouveau des sciences ecclésiastiques au début du 20e siècle, Editions du Cerf, 2010). En iets wat wij niet kunnen voorzien zal zich wellicht terugvinden in deze nieuwe generatie, zoals in die van het verleden, geniale scheppers, zoals de huidige metropoliet van Pergame, die zijn hoge eisen deelt met de deelnemers van een bijeenkomst aan wie het niet ontbreekt aan intellectuele ambities.

In Volos was de bezinning verantwoordelijk, gedurfd en auto-kritisch op een niet gecomplexeerde wijze : om zich als orthodox te identificeren . Men had er geen nood om zich voortaan te vergelijken met een westerling, min of meer goed begrepen ( een anti-occidentalisme onlangs redelijk verspreid in de griekse theologie (bv bij Romanides of Yannaras), ), werd bestudeerd door Pantelis Kalaïtzides in zijn thesis aan de universiteit van Thessalonika ; (Hellenisme en anti-occidentalisme dans la theologie grecque des années 1960,2008 (in het grieks).Alhoewel de dialoog tussen orthodoxen en katholieken bijna niet wordt opgeroepen, zal de toekomst deze gemeenschappelijke plaats welke orthodoxen en katholieken scheidt door hun onderlinge verschil van hun cultuur weerleggen. Overigens staan ze doctrinaal dicht bij elkaar. De voorwaarden, die heel complex zijn, die deze nieuwe generatie geeft om een theologie uit te werken die meer hermeneutisch is, verschilt niet zoveel van de katholieke theologie.. Het lijkt mij heel duidelijk dat wij deze uitdaging tesamen zullen moeten overwinnen, beter dan als gescheidenen. In mijn ogen is het een goede boodschap op zich; en waarschijnlijk ook een herstel voor de publieke opinie die dikwijls slechts in de toenadering van katholieken en orthodoxen een bondgenootschap ziet voor de verdediging van de moraliteit in het publieke domein.

Vertaling : Kris Biesbroeck

Heilige Justinus : de Heilige Geest zal u in dat uur leren, wat u moet zeggen

Handelingen van de martelaar Justinus en zijn gezellen (uit het jaar 163)

Justin_Martyr_the_Philosopher_of_Caesarea_crown.jpgHeilige Justinus martelaar

“De Heilige Geest zal u in dat uur leren, wat u moet zeggen”

Men nam de heiligen tegelijk gevangen en leidde hen voor de prefect van Rome, Rusticus. Toen ze voor de rechtbank stonden, zei Rusticus tegen Justinus…: “Welke wetenschap bedrijf je?
– Ik heb achtereenvolgens alle wetenschappen bestudeerd. Ik ben geëindigd met het me verbinden met de ware leer van de christenen…
– Waar bestaat die leer uit?
– Wij aanbidden de God van de christenen; deze God waarin wij geloven is uniek, vanaf het begin is Hij de Schepper van het hele universum, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. Wij geloven dat Jezus Christus, de dienaar van God, Heer is, verkondigd door de profeten voor het dienen van de mensheid, boodschapper van het heil en meester van de verheven kennis; ik erken dat er kracht van een profeet nodig is… Welnu, de profeten werden geïnspireerd door boven, toen ze zijn komst onder de mensen verkondigden.”

De prefect vroeg : “Waar komen jullie samen ? Waar verwerf je je leerlingen ?
– Ik woon boven een zekere Martinus, vlak bij het bad van Thimoteus. Allen die me wilden vinden, heb ik de leer van de waarheid doorgegeven.
– Je bent dus christen?
– Ja, ik ben christen.”
De prefect Rusticus zei tegen Chariton: “En jij Chariton, ben jij ook christen?
Ja, door Gods genade ben ik christen.
– En jij Euelpistus?
Ik ben ook christen. Ik ben een slaaf van de keizer, maar ik ben christen en vrijgekocht door Jezus Christus. Ik koester dezelfde hoop door de genade van Christus.”
– Bent u door Justinus hier christen gemaakt?
– Ik was het al en hoop het ook altijd te blijven…Ik ging altijd graag naar Justinus luisteren. Maar ook mijn ouders waren al christen”…
Peon stond op en zei spontaan: “Ik ben ook christen”
De prefect vroeg aan Liberianus: “En jij, wat heb jij te zeggen? Ben jij christen? Ben jij ook ontrouw aan de goden?
Ik ben christen. Ik ben geen ontrouwe, maar ik aanbid de enige ware God”

Nu ging de prefect terug naar Justinus: “U met uw mooie woorden en meent dat u de ware wijsheid in pacht hebt. Maar als ik u eens met zwepen liet slaan en u liet onthoofden, denkt u dan dat u zo ten hemel zult opstijgen?”
– Ik hoop dat ik er mijn verblijf zal hebben als ik alles zal verdragen. Ik weet dat mijn goddelijke beloning er zal zijn, totdat iedereen die zich heeft vastgehouden aan zijn geboden, dezelfde beloning ontvangt. Ik weet het, ik ben ervan overtuigd, ik ben er zeker van.”

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

 

Gregprios de Grote : zalig zijn die genodigd zijn aan de maaltijd van de Heer

Sint Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus, kerkleraar. 
Homilie over het Evangelie, nr 38 

gregorius de Grote 4876.jpg

Gregorius de Grote

 “Zalig zijn die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren”  (Ap 19,9)

      Hebt u begrepen wie deze koning is, vader van een zoon die zelf koning is? Hij is het van wie de psalmist zei: “O, God, geef aan de koning uw wetten, en uw gerechtigheid aan de koningszoon” (72,1)… “Hij vierde de bruiloft van zijn zoon”. De Vader heeft dus het bruiloftsfeest van de koning zijn zoon gevierd, toen Hij de Kerk verenigde in het mysterie van de menswording. En de schoot van de moeder Maagd werd de bruidskamer van deze Bruidegom. Daarom zegt de psalm ook: “Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon, en hijzelf is als de jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat” (Ps 19,5-6)…

      Hij heeft dus zijn dienaren uitgestuurd om zijn vrienden voor het bruiloftsmaal uit te nodigen. Hij heeft ze een eerste maal uitgezonden en nog een tweede maal, dat wil zeggen, eerst de profeten, toen de apostelen, om de menswording van de Heer te verkondigen… Door de profeten heeft Hij de toekomstige menswording van zijn enige Zoon aangekondigd, en door de apostelen heeft Hij het gepredikt toen het vervuld was…

      Maar zij hielden er geen rekening mee en gingen weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaak. “Naar zijn akker gaan, is zonder terughouding zich overgeven aan zijn taken hierbeneden. Naar zijn zaak gaan is begerig profijt proberen te trekken uit aardse zaken. De een en de ander verwaarloosden het denken aan het mysterie van de menswording van het Woord en hun leven daarmee in overeenstemming te brengen… Ernstiger nog, sommigen die ontevreden waren over het voorrecht van degene die hen roept, vervolgden hem… In ieder geval zal de Heer geen lege plaatsen laten bij het bruiloftsmaal van zijn Zoon. Hij laat andere tafelgenoten zoeken, want het woord van God, hoewel ze nog door velen ontkent wordt, zal op een dag een plaatsvinden waar het kan rusten.

      Maar u, broeders en zusters, die door de genade van God reeds de feestzaal bent binnengegaan, dat wil zeggen, de heilige Kerk, onderzoek uzelf aandachtig, uit vrees dat bij zijn binnenkomst, de koning niets om mee te nemen vindt in de kleding van uw ziel.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Heilige Eleutherius van Doornik

Heiligenleven

Heilige Eleutherius van Doornik

 

Eleutherius heilige.jpg

Heilige Eleutherius van Doornik

 

De heilige Eleutherius, bisschop van Doornik, in de stad was reeds het Evangelie gepredikt door de heilige Piatus in 287, maar in de volgende eeuwen werd er nog steeds veel martelaarsbloed vergoten. Eerst hadden de Vandalen et huis gehouden, later kwam Doornik in bezit van de Franken.

In 456 werd daar Eleutherius geboren in een pas bekeerd adelijk gezin, waar men zich bijzonder toelegde op het steunen van armen en zieken. Toen koning Clovis in 484 een grote kruistocht ondernomen had, maakte de heidense stadsbestuurder van de gelegenheid gebruik om alle christenen uit de stad te verdrijven en hun bezittingen in beslag te nemen. Zij vonden een toevluchtsoord een paar uur gaans naar het zuiden, waar ze een kerk bgouwden en een soort kolonie stichtten, die snel uitgroeide tot een stadje Blandain. Het inwonersaantal werd zo groot dat er een bisschop nodig was, en nadat de eerstgekozenen bijna direct gestorven was, vroegen de gelovigen om Eleutherius. Hij werd naar Rome gezonden en daar in 487 tot bisschop gewijd, hoewel hij pas dertig jaar oud was.

Bij zijn terugkomst kreeg hij, terwijl hij ’s nachts in zijn eenzame cel aan het bidden was, plotseling bezoek van de dochter van de stadsbestuurder, die al sinds lang hevig op hem verliefd was, en zij poogde hem over te halen zijn ambt in de steek te laten en met haar te leven. Toen hij weigerde, greep zij zich aan zijn  kleren vast, maar zoals eens Jozef in Egypte, rukte de jonge bisschop zich los uit zijn kleed en vluchtte naar buiten. Het meisje had zich echter zo opgewonden dat zij stierf aan een hartverlamming en begraven werd.

Toen kwam Eleutherius terug en beloofde haar vader dat hij zijn dochter zou terugkrijgen wanneer hij christen zou worden. Dit gebeurde inderdaad, maar toen de vader zijn belofte schond, brak er pest uit in de stad. Dit werd toegeschreven aan een vervloeking door Eleutherius, die daarom gegrepen werd, hevig afgeranseld en in de gevangenis geworpen. Maar omdat de cipier bang was om zulk een machtige persoonlijkheid vast te houden, liet hij hem naar zijn kudde terugkeren.

De pest zete hevig door en verspreidde zulk een schrik onder de inwoners dat allen die nog niet ziek waren de stad ontvluchtten om aan de besmetting te ontkomen. De diep vernederde gouverneur kwam nu naar de bisschop, en na behoorlijk onderricht en een tijd van vasten als voorbereiding werd hij gedoopt, waarna Eleutherius op 22 september zijn feestelijke intocht hield in de stad. Dit wordt nog jaarlijks op die dag gevierd. Hij sloopte de Apollo-tempel en de andere afgodische bidplaatsen, en begon een reeks vlammende predikaties die een diepe indruk maakten op het volk. Toen Pinksteren aanbrak werden 11.000 inwoners gedoopt.

Er moet echter geen blijvende vreugde zijn, want de door de Gothen aangebrachte ariaanse ketterij vond in deze pasbekeerden een vruchtbare grond. Eleutherius ging hier met grote welsprekendheid tegenin, zodat een kleine groep fanatieke tegenstanders zozeer geprikkeld werd dat zij hem overvielen en deerlijk verwondden. Vijf weken later bezweek hij aan de opgelopen kwetsuren, op 20 februari 531. Hij werd begraven in de door zijn vader gebouwde kerk in Blandain, maar bleef patroon van Doornik.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster – Den Haag

17e zondag na Pinksteren, de kananese vrouw

17e zondag na Pinksteren

‘de kananese vrouw’

 

kananese vrouw.jpg

 

2 Kor. 6,16-7,1

Wat heeft de tempel van God met afgoden te maken? Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: ‘Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, ik zal hun God zijn en zij mijn volk. Daarom zegt de Heer: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is. Dan zal ik jullie aannemen en jullie vader zijn, en jullie mijn zonen en dochters – zegt de almachtige Heer.’

Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen.

Matth. 15,21-28

Naar Tyrus en Sidon

En weer vertrok Jezus; hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon. Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’ Maar hij keurde haar geen woord waardig. Zijn leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen hem dringend: ‘Stuur haar toch weg, anders blijft ze maar achter ons aan schreeuwen.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, help mij!’ Hij antwoordde: ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’ Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En vanaf dat moment was haar dochter genezen.

De icoon en de liturgie

De icoon en de liturgie

 

De architecturale vormen van een tempel, de fresco’s, de iconen, de objecten van de cultus, zijn niet er enkel als een soort objecten van een museum , maar zoals de ledematen van een lichaam leven zij hun eigen mysterievol leven. Zij zijn geïntegreerd in het liturgische mysterie. Het is zelf essentieel en men kan een icoon nooit begrijpen buiten deze integratie. In de huizen van de gelovigen wordt de icoon geplaatst op een hoogte en belangrijk punt van de plaats: zij leidt het gezicht naar omhoog en naar het enig noodzakelijke. De biddende contemplatie doordringt om zo te zeggen de icoon en houdt op bij de levendige werkelijkheid die zij uitbeeldt. In haar liturgische traditie, symbiose van de betekenis en de aanwezigheid, heiligt zij de tijd en de plaatsen, van een neutrale plaats maakt ze een ‘huiskerk’, het leven van een gelovige, een biddend leven, een innerlijke altijddurende liturgie. Een bezoeker die binnenkomt buigt voor de icoon, be-mediteert de blik van God en groet daarna de heer des huizes. Men begint met God te loven, de eer aan de mensen komt nadien. De icoon is nooit een decoratie, de icoon centreert gans het huis op de uitstraling van het hiernamaals.

Op dezelfde wijze zullen allen die een orthodoxe kerk binnengaan getroffen worden door een heftige sensatie van onophoudelijk leven. Zelfs buiten de erediensten is alles in de afwachting van de heilige mysteriën, alles is bezield en gericht op Hem die komt om zich als voedsel te geven.

Tijdens een dienst, zullen de liturgische teksten gaan rond het gecelebreerde gebeuren en het becommentariëren. Het liturgisch mysterie stelt de icoon van het feest aanwezig en maakt het levendig. En vooreerst, de icoon doet in de liturgie zelf een iconografische functie, een toneelmatig uitbeelding zien van gans de economie van het heil.

Tijdens de cherubijnenzang : “Wij die op mystieke wijze verbeelden de cherubijnen en die zingen aan de levendmakende drie-eenheid”, dan overstijgen wij het aardse en nemen we op een mysterievolle wijze deel aan de eeuwige liturgie gecelebreerd door Christus zelf in de hemel. De icoon van de synaxe toont ons de vergadering der engelen, met vele ogen en met vele vleugels. Op de icoon van de eeuwige liturgie, omringen zij de celebrant hogepriester Christus, opdat, “zoals ook het Evangelie van de glorie van Christus, de icoon van God, schittert in de ogen van de gelovige”(Dom J.Dirks, Les saintes icones, p44).

De gelovigen stellen op mysterievolle wijze de engelen voor, zij zijn levende iconen, “anglophanieën”, menselijke plaats van de engelen, van aanbidding en gebed. Hic et nunc, is alles deelname, offerande, aanwezigheid en eucharistie : “Wij offeren u het uwe” en “wij prijzen u” In deze grandioze symfonie, zal elke gelovige zijn oudere metgezellen zien,patriarchen, apostelen, martelaren,heiligen, als werkelijk aanwezig zijnden, en het is met hen dat hij deelneemt aan het Mysterie; als mede liturg van de engelen zingt hij : ” In uw heilige iconen, beschouwen wij de hemelse tabernakelen en wij juichen van een zeer zuivere vreugde….”

 

Paul evdokimov : L’art de l’icone : theologie de la beauté, p 151-152

Vertaling : Kris biesbroeck

Augustinus : twee vrouwen, twee beelden van ons leven

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Sermon 104 ; PL 38, 616

Twee vrouwen, twee beelden van ons leven

     Augustin2.jpg

Augustinus

 

 Ik geloof dat u begrijpt dat de twee vrouwen, beiden geliefde van deHeer zijn, beiden zijn liefde waard zijn en beiden leerlingen zijn…, dezetwee vrouwen dus staan voor de twee vormen van leven: het leven in deze werelden het leven in de komende wereld, het werkende leven en het rustende leven,het leven vol zorgen en het leven in zaligheid, het leven in de tijd en heteeuwige leven.

      Twee levens: laten we daarover eens wat langer mediteren.. Beschouw eenswaaruit het leven hier bestaat: ik heb het hier niet over een afkeurenswaardigleven…, een losbandig en zondig leven; nee, ik heb het over een werkzaamleven, vol met beproevingen, angsten en verleidingen, dat leven heeft op zichniets strafbaars, dat is het leven dat Martha leidde… Het kwaad was niet indat huis aanwezig, niet bij Martha en niet bij Maria; als het kwaad er wasgeweest dan zou de komst van de Heer hem verjaagd hebben. Twee vrouwen dus,leefden daar en ze hebben beiden de Heer ontvangen. Twee achtenswaardigelevens, beiden rechtschapen, de een met het werk, de ander in rust… De eneaan het werk, maar vrij van compromitterend gedrag, wat het risico is van eenleven dat aan actie onderhevig is; de ander vrij van luiheid, wat het risicois van een vrijetijds leven. Er waren daar twee levens, en de Bron van hetLeven zelf…

      Het leven van Martha, dat is onze wereld; het leven van Maria, van dewereld die we verwachten. Laten we dit leven rechtschapen leven, om het anderevoluit te leven. Wat bezitten we reeds van dat leven?… Juist op dit momentleven we al een beetje van dat leven; ver van de zaken, buiten de familialezorg, bent u hier verzameld, bent u hier om te luisteren. Als u zich zogedraagt, lijkt u op Maria. En dat is voor u gemakkelijker dan voor mij, omdatik nu moet praten. Hetgeen ik zeg, krijg ik van Christus, en dat voedsel isvan Christus. Want Hij is het brood voor allen, en daarvoor leef ik in eenheidmet u.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org