Efrem de Syriër : Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zo zend ik u

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar 
Over de uitstorting van de heilige Geest, in S. Ephraem Syri, 25, 5, 15, 20, Oxford 1865, p. 95v 

Efraïm heilige.jpg

Efrem de Syriër

“Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zo zend Ik u”
   
  De apostelen zaten in het Cenakel, de bovenkamer en wachtten op de komst van de heilige Geest. Ze waren daar aanwezig als toortsen neergezet, die wachten om door de heilige Geest aangestoken te worden om de hele schepping te verlichten door hun onderricht… Ze waren daar als akkerbouwers die het zaad in de schoot van hun mantel droegen en wachtten op het moment waarop ze de orde zullen ontvangen om te gaan zaaien. Ze waren daar als mariniers van wie het schip op bevel van de Zoon in de haven is vastgemaakt en die wachten op de zachte wind van de heilige Geest.. Ze waren daar als herders die zojuist de staf ontvingen uit de handen van de Grote Herder van de hele kudde en die wachten tot hen een deel van de kudde wordt toegewezen.
      “Ze begonnen te spreken in verschillende talen die de Geest hen ingaf om te spreken.” O Cenakel [Avondmaalszaal], kneedtrog waar de gist in gegooid is dat het hele universum op moet heffen! Cenakel, moeder van alle kerken; Cenakel dat het wonder van het brandende braambos heeft gezien (Ex3). Cenakel dat Jeruzalem heeft verrast door een groter wonder dan die van de vuuroven die de bewoners van Babylon heeft verwonderd (Dn3). Het uur van de vuuroven verbrandde hen die er rondom waren, maar beschermde hen die er in waren; het vuur van het Cenakel verzamelt hen van buiten die wensen het te zien, terwijl het hen troost die het ontvangen. O vuur, waarvan de komst woord is, waar de stilte licht is, vuur dat de harten in een staat van genade brengt.
      Enkelen waren tegen de heilige Geest en zeiden: “Die mensen hebben te veel zoete wijn gedronken, ze zijn dronken”. U zegt werkelijk de waarheid maar het is niet zoals u gelooft. Het is niet de wijn van de wijnstok die ze hebben gedronken. Het is een nieuwe wijn die uit de hemel stroomt. Het is nieuwe wijn die op de Golgota is geperst. De apostelen hebben het laten drinken en hebben zo de hele schepping dronken gevoerd. Het is een wijn die op het kruis is geperst.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

De heilige Isaäk de Syriër

Heiligenleven

De heilige Isaäk de Syriër

 

isaac de syriër.jpg

Isaäk de Syriër

 

 

De heilige Isaäk de Syriër was bisschop van  Ninive en schrijver van beroemde geschriften over de christelijke ascese. Zijn afkomst is niet bekend maar reeds jong werd hij, samen met zijn broer, monnik in het klooster van de heilige Mattheos bij Ninive. Toen hij gewend was aan het monniksleven  ging hij weg naar een verlaten plaats om “met God alleen te zijn” in een leven van gebed en meditatie. Zijn broer werd abt van het klooster en vroeg hem dikwijls terug te komen, maar Isaäk wilde het kluizenaarsleven niet opgeven

Aangespoord door een goddelijke openbaring volgde hij wel de oproep om bisschop te worden van Ninive. Toen hij echter bemerkte hoe weinig invloed hij kon uitoefenen op het onchristelijk gedrag van zijn kudde, vond hij het nutteloos om daar nog verder zijn tijd aan te besteden, en ging terug naar zijn cel.

Uit zijn geschriften blijkt welk een graad van volmaaktheid hij bereikt heeft, want het is duidelijk dat hij uit eigen ervaring sprak. Veel monniken kwamen dan ook bij hem om raad te vragen en onder hen zijn verschillende latere Heiligen. Isaäk is in hoge ouderdom ontslapen in het begin van de achtste eeuw.

 

Uit : Heiligenlevens voor elke dag  Uitg. Orthodox klooster – Den Haag

Chrysostomos : U kunt niet God dienen en de mammon

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het evangelie van Matteus, nr. 21, 1 ; PG 57, 294-296 

johannes chyrsostom96.jpg

Johannes Chrysostomos

 
 
 
 
 
“U kunt niet God dienen en de mammon”
 
     
Zie welke voordelen Jezus ons belooft en hoe nuttig zijn voorschriften voor ons zijn, aangezien ze ons bevrijden van de grote kwaden. Het kwaad dat de rijken veroorzaken, zegt Hij, is niet alleen het bewapenen van dieven tegen u en uw geest te vervullen met dichte duisternis. De grote wond die ze veroorzaken is dat ze u wegtrekken uit de gelukkige dienstbaarheid aan Jezus Christus om u slaven te maken van een ongevoelig en onbezield metaal.
      “U kunt niet God dienen en het geld.” Mijn broeders en zusters, laten we beven bij de gedachte dat we Jezus Christus dwingen om ons over het geld te spreken als een godheid die tegenover God staat! Maar, zult u zeggen, hebben de oude voorvaderen geen manier gevonden om tegelijk God en het geld te dienen? Nee. Maar Abraham en Job hebben toch zoveel uitstraling gehad door hun weelde? Ik antwoord u dat men niet hun rijkdommen naar voren moet halen, maar die van hen die er door waren bezeten. Job was rijk; hij bediende zich van geld, maar hij diende het geld niet, hij was er meester over en niet de aanbidder. Hij beschouwde zijn bezit alsof het van een ander was, hij zag zichzelf als de verstrekker en niet als eigenaar… Daarom was hij niet erg bedroefd toen hij het verloor.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heilige Felicitas

Heiligenleven

Der heilige Felicitas met haar zeven zonen

 

Felicitas.jpg

De heilige Felicitas met haar zeven zonen Januarios, Felix, Filippos, Silvanos, Alexandros, Vitalios en Martialis. Toen in Rome het net der vervolgingen zich nauwer rond hen sloot, deelde de weduwe Felicitas heel hun vermogen aan de armen uit. De teleurgestelde vervolger, die op haar verbeurde goederen uit was, liet uit wraak haar kinderen voor haar ogen de zwaarste martelingen verduren, maar evenals de moeder van de Makkaneeën moedigde zij haar zonen aan om uit liefde tot Christus alles standvastig te verduren en zo de hemelse kroon te winnen. Tenslotte werd ook zijzelf ter dood gebracht in 164.

Uit heiligenleven voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag

Cyrillus van Alexandrië:Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort

H. Cyrillus van Alexandrië ((380-444), bisschop, Kerkleraar 
Commentaar op het boek Numeri 2 ; PG 69, 619 

Cyrillos van Alexandrië 159.jpg

 “Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort”
   
  Christus, eerstgeborene van de nieuwe schepping… is na begraven te zijn geweest, verrezen. En Hij is opgestegen naar de Vader als een geweldig en schitterend offer, op een bepaalde manier als de eerstgeborene van het vernieuwde en onvergankelijke menselijk ras… Men zou Hem kunnen beschouwen als het symbool van de schoof van de gersteoogst, welke de Heer aan Israël heeft gevraagd om te offeren in de Tempel (Lv 23,9). Wat betekent dat?
      Men kan het menselijk ras vergelijken met een korenaren. Ze worden uit de aarde geboren, ze wachten om geheel uit te groeien en op een gegeven moment worden ze door de dood afgemaaid. Zo zei Christus het tegen zijn leerlingen: “Jullie zeggen toch: ‘Nog vier maanden en dan komt de oogst’? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren” (Joh 4,35-36). Welnu Christus is onder ons geboren, Hij werd uit de heilige Maagd geboren zoals de korenaren uit de aarde komen. Soms noemt Hij zichzelf overigens de graankorrel: “Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het een graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht”. Zo heeft Hij zich op de wijze van een korenschoof voor ons geofferd aan zijn Vader en als de eerstelingen van de aarde.
      Want de korenaar, evenals wij zelf overigens, kan niet geïsoleerd beschouwd worden. Wij zien het in een schoof, gevormd door meerdere aren in één bundel. Jezus Christus is uniek, maar Hij verschijnt aan ons en Hij vormt werkelijk een soort van bundel, in die zin dat Hij alle gelovigen in zich bevat, natuurlijk in een geestelijke eenheid. Hoe zou de apostel Paulus zonder dat gegeven kunnen schrijven: “ze maken deel uit van hetzelfde lichaam samen met Hem (Ef 3,6)… Hijzelf richt zich overigens tot zijn Vader met deze woorden: “Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden” (Joh 17,21). De Heer is dus de eerstgeborene van de mensheid die bestemd is om binnengehaald te worden in de graanschuren van de hemel.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Pinksteren

PINKSTEREN

8e ZONDAG NA PASEN

pinksteren8.jpg

Pinksteren

Op een hoefijzervormige bank zitten de twaalf apostelen.
Links boven Petrus en rechtsboven Paulus.
Bovenin dalen vanuit het hemelsegment de stralen van de Heilige Geest neer op de groep van twaalf.

In het midden onderaan is een donker gewelf zichtbaar, waarin een koninklijk geklede gestalte staat. Hij heeft een witte doek uitgespreid met daarin twaalf evangelierollen. Het betreft de vertegenwoordiging van de kosmos, die het evangelie klaar houdt voor verspreiding over de wereld.

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
[1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     [
5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
     [37] Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft* iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken [38] wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’ [39] Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt* was.

Verdeeldheid onder de toehoorders
     [40] Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet*.’ [41] Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea*? [42] Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’ [43] Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. [44] Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten
     [45] Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ [46] De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ [47] Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? [48] Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? [49] Maar dat volk, dat de wet* niet kent, vervloekt zijn ze!’ [50] Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: [51] ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’ [52] Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten*!’

 [12] Weer richtte Jezus zich tot* hen: ‘Ik* ben het licht* van de wereld. Wie Mij volgt*, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

Heilige Theodosios de Grote

Heiligenleven

 

De heilige Theodosios de Grote

 

Theodosios the cenobiarch.jpg

 

Theodosios de Grote – De eerste kenobiet

 

 De heilige Theodosios de Grote, de eerste Kenobiet. Als jongeman trok hij weg uit Kappadocië op bedevaart naar het heilig land, en ook om de beroemde woestijnvaders in Syrië te bezoeken. Zo kwam hij bij de heilige Simeon de Styliet, de Zuilbewoner, in de streek van Antiochië. Deze voorzegde hem dat hij aan het hoofd van veel kloosters zou komen te staan om veel zielen aan de macht van de duivel te ontrukken. Theodosios geloofde daar niet in, want heel zijn verlangen ging uit naar een geestelijk leven in volkomen eenzaamheid. Na een periode van opleiding leefde hij inderdaad geheel alleen in een grot bij een kleine oase, waar enkele dadelpalmen groeiden en waar wat groenten kon worden gekweekt. Bij de schaarse contacten met bezoekers bleek echter dat hij de gave van geestelijke leiding bezat, en toen hij, na lang aandringen van hun zijde, eenmaal enkelen van hen als leerling had aanvaard, was de toevloed van nieuwe zoekenden niet meer tegen te houden. Er ontstond een grote gemeenschap waarvoor Theodosios een kerk moest bouwen, verschillende monnikshuizen, een hospitaal en een groot gastenhuis. Zo ontstond het eerste klooster dat werd ingericht volgens de ideeën van de heilige Basilios, waarbij werd uitgegaan van een gemeenschappelijk leven. God zegende zichtbaar deze levenswijze, want hoewel de toekomst er vaak dreigend uitzag door de armoede van de grond die niet in staat was te voorzien in de behoeften van zulk een menigte broeders, nog vermeerderd door grote aantallen armen en pelgrims, werd het dreigend gebrek telkens weer afgewend door de gebeden van de heilige, waardoor de voorraden vaak op wonderbare wijze werden aangevuld. Veel monniken uit zijn klooster werden ook gekozen als bisschop, of als abten van andere kloosters, zodat de voorspelling van de heilige Simeon letterlijk in vervulling ging. Door dit alles werd Theodosios een man van gezag, ook op kerkelijk terrein, en speelde hijn ook een beslissende rol in de strijd tegen de ketterijen van Eutyches en de Monofysieten. Daarom werd hij ook door de keizer in ballingschap gezonden, maar deze gedwongen ontberingen konden zijn lichaam niet breken dat door zoveel vrijwillige askese was gehard. Hij stierf, 105 jaar oud in 529 en werd met grote eerbied begraven in de grot waarin hij zo lang had geleefd.

Uit : heiligenlevens voor elke dag.Uitg.Orth.klooster Den Haag