Maand: juni 2011
Efrem de Syriër : Zoals de Vader Mij heeft gezonden, zo zend ik u

Efrem de Syriër
De heilige Isaäk de Syriër
Heiligenleven
De heilige Isaäk de Syriër

Isaäk de Syriër
De heilige Isaäk de Syriër was bisschop van Ninive en schrijver van beroemde geschriften over de christelijke ascese. Zijn afkomst is niet bekend maar reeds jong werd hij, samen met zijn broer, monnik in het klooster van de heilige Mattheos bij Ninive. Toen hij gewend was aan het monniksleven ging hij weg naar een verlaten plaats om “met God alleen te zijn” in een leven van gebed en meditatie. Zijn broer werd abt van het klooster en vroeg hem dikwijls terug te komen, maar Isaäk wilde het kluizenaarsleven niet opgeven
Aangespoord door een goddelijke openbaring volgde hij wel de oproep om bisschop te worden van Ninive. Toen hij echter bemerkte hoe weinig invloed hij kon uitoefenen op het onchristelijk gedrag van zijn kudde, vond hij het nutteloos om daar nog verder zijn tijd aan te besteden, en ging terug naar zijn cel.
Uit zijn geschriften blijkt welk een graad van volmaaktheid hij bereikt heeft, want het is duidelijk dat hij uit eigen ervaring sprak. Veel monniken kwamen dan ook bij hem om raad te vragen en onder hen zijn verschillende latere Heiligen. Isaäk is in hoge ouderdom ontslapen in het begin van de achtste eeuw.
Uit : Heiligenlevens voor elke dag Uitg. Orthodox klooster – Den Haag
.
Mooie orthodoxe zang
Chrysostomos : U kunt niet God dienen en de mammon

Johannes Chrysostomos
Heilige Felicitas
Heiligenleven
Der heilige Felicitas met haar zeven zonen

De heilige Felicitas met haar zeven zonen Januarios, Felix, Filippos, Silvanos, Alexandros, Vitalios en Martialis. Toen in Rome het net der vervolgingen zich nauwer rond hen sloot, deelde de weduwe Felicitas heel hun vermogen aan de armen uit. De teleurgestelde vervolger, die op haar verbeurde goederen uit was, liet uit wraak haar kinderen voor haar ogen de zwaarste martelingen verduren, maar evenals de moeder van de Makkaneeën moedigde zij haar zonen aan om uit liefde tot Christus alles standvastig te verduren en zo de hemelse kroon te winnen. Tenslotte werd ook zijzelf ter dood gebracht in 164.
Uit heiligenleven voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag
It is well with my soul (video)
It is well with my soul
Cyrillus van Alexandrië:Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort

Pinksteren
PINKSTEREN
8e ZONDAG NA PASEN

Pinksteren
Op een hoefijzervormige bank zitten de twaalf apostelen.
Links boven Petrus en rechtsboven Paulus.
Bovenin dalen vanuit het hemelsegment de stralen van de Heilige Geest neer op de groep van twaalf.
In het midden onderaan is een donker gewelf zichtbaar, waarin een koninklijk geklede gestalte staat. Hij heeft een witte doek uitgespreid met daarin twaalf evangelierollen. Het betreft de vertegenwoordiging van de kosmos, die het evangelie klaar houdt voor verspreiding over de wereld.
LEZINGEN :
Eerste lezing : Handelingen 2,1-11
Pinksteren
[1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
[5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’
EVANGELIE
Johannes 7,37-5. 8,12.
Stromen levend water
[37] Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft* iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken [38] wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’ [39] Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt* was.
Verdeeldheid onder de toehoorders
[40] Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet*.’ [41] Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea*? [42] Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’ [43] Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. [44] Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.
Ongeloof van de autoriteiten
[45] Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ [46] De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ [47] Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? [48] Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? [49] Maar dat volk, dat de wet* niet kent, vervloekt zijn ze!’ [50] Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: [51] ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’ [52] Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten*!’
[12] Weer richtte Jezus zich tot* hen: ‘Ik* ben het licht* van de wereld. Wie Mij volgt*, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.
Pentecost Kathisma A+B
Pentecost Kathisma A+B
Heilige Theodosios de Grote
Heiligenleven
De heilige Theodosios de Grote

Theodosios de Grote – De eerste kenobiet
De heilige Theodosios de Grote, de eerste Kenobiet. Als jongeman trok hij weg uit Kappadocië op bedevaart naar het heilig land, en ook om de beroemde woestijnvaders in Syrië te bezoeken. Zo kwam hij bij de heilige Simeon de Styliet, de Zuilbewoner, in de streek van Antiochië. Deze voorzegde hem dat hij aan het hoofd van veel kloosters zou komen te staan om veel zielen aan de macht van de duivel te ontrukken. Theodosios geloofde daar niet in, want heel zijn verlangen ging uit naar een geestelijk leven in volkomen eenzaamheid. Na een periode van opleiding leefde hij inderdaad geheel alleen in een grot bij een kleine oase, waar enkele dadelpalmen groeiden en waar wat groenten kon worden gekweekt. Bij de schaarse contacten met bezoekers bleek echter dat hij de gave van geestelijke leiding bezat, en toen hij, na lang aandringen van hun zijde, eenmaal enkelen van hen als leerling had aanvaard, was de toevloed van nieuwe zoekenden niet meer tegen te houden. Er ontstond een grote gemeenschap waarvoor Theodosios een kerk moest bouwen, verschillende monnikshuizen, een hospitaal en een groot gastenhuis. Zo ontstond het eerste klooster dat werd ingericht volgens de ideeën van de heilige Basilios, waarbij werd uitgegaan van een gemeenschappelijk leven. God zegende zichtbaar deze levenswijze, want hoewel de toekomst er vaak dreigend uitzag door de armoede van de grond die niet in staat was te voorzien in de behoeften van zulk een menigte broeders, nog vermeerderd door grote aantallen armen en pelgrims, werd het dreigend gebrek telkens weer afgewend door de gebeden van de heilige, waardoor de voorraden vaak op wonderbare wijze werden aangevuld. Veel monniken uit zijn klooster werden ook gekozen als bisschop, of als abten van andere kloosters, zodat de voorspelling van de heilige Simeon letterlijk in vervulling ging. Door dit alles werd Theodosios een man van gezag, ook op kerkelijk terrein, en speelde hijn ook een beslissende rol in de strijd tegen de ketterijen van Eutyches en de Monofysieten. Daarom werd hij ook door de keizer in ballingschap gezonden, maar deze gedwongen ontberingen konden zijn lichaam niet breken dat door zoveel vrijwillige askese was gehard. Hij stierf, 105 jaar oud in 529 en werd met grote eerbied begraven in de grot waarin hij zo lang had geleefd.
Uit : heiligenlevens voor elke dag.Uitg.Orth.klooster Den Haag
