Maximos de belijder : zich voeden met het woord dat uit Gods mond komt

H. Maximus de Belijdenaar (ca. 580-662), monnik en theoloog 
Sermon 16 ; PL 57, 561, CC Sermon 51, p. 206 

maximus the confessor6.jpg

Maximos de Belijder
Zich voeden met het woord dat uit Gods mond komt
    
 De Verlosser antwoordt de duivel: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God”. Dat wil zeggen: “Hij leeft niet van het brood van de wereld, noch van het materiële voedsel waarmee je je bediend hebt om Adam, de eerste mens, te bedriegen, maar van het Woord van God, dat de spijs van het hemelse leven bevat”. Welnu, het woord van God, dat is Christus onze Heer, zoals de evangelist zegt: “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God” (Joh 1,1). Wie zich dus voedt met het woord van Christus heeft het brood van deze wereld niet meer nodig. Want degene die zich herstelt met het brood van de Heer, kan het brood van deze wereld niet meer wensen. Immers, de Heer heeft zijn eigen brood, of liever de Verlosser is zelf het brood, zoals Hij het onderricht met deze woorden: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald” (Joh 6,41).
       Wat kan mij het brood schelen dat de duivel me aanbiedt, terwijl ik het brood heb dat Christus deelt? Wat kan mij het voedsel schelen… dat de eerste mens uit het Paradijs verjoeg, dat Esau zijn eerstgeboorterecht deed verliezen… (Gn 25,29v) , die Judas Iskariot als verrader heeft aangewezen (Joh 13,26v?) Adam heeft immers het Paradijs verloren door voedsel, Esau heeft zijn eerstgeboorterecht om een bord linzen verloren, en Judas heeft zijn apostelschap verloochend om een stuk brood: want op het moment dat hij een stuk brood nam en indoopte, was hij niet langer een apostel maar werd een verrader… Het voedsel dat men moet nemen is dat welke de weg van de Verlosser opent, niet die van de duivel, en welke omvormt wie het opneemt als getuige van het geloof en niet als verrader.
      De Heer heeft gelijk om in deze vastentijd te zeggen, dat het Woord van God vervult, om ons te onderrichten dat we onze vasten niet door moeten brengen met de zorgen van deze wereld, maar met het lezen van heilige teksten. Wie zich immers voedt met de Schrift, vergeet de honger van zijn lichaam; wie zich voedt met het hemelse Woord vergeet de honger. Zo zie je het voedsel dat de ziel voedt en de honger stilt…: ze schenkt het eeuwige leven en verwijdert ons van de valstrikken van de verleiding van de duivel. Dit lezen van heilige teksten is leven, zoals de Heer ervan getuigt met: “De woorden die Ik u geef zijn Geest en leven” (Joh 6,63).
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie