Johannes Chrysostomos : Ga je eerst met jouw naaste verzoenen

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het verraad van Judas, 6; PG 49, 390 

Chrisostomos - onbekend.jpg

Johannes Chrysostomos
“Ga je eerst met jouw naaste verzoenen”
    
 Luister naar wat de Heer zegt: “Als je je offergave naar het altaar brengt, en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen, en kom daarna je offer brengen”. Maar zul je zeggen: “Laat ik daar de offerande achter?” “Zeker, antwoordt Hij, opdat de offerande op de juiste wijze geofferd wordt zodat jij in vrede leeft met je broeder of zuster.” Als dus het doel van de offerande de vrede met je naaste is, en als je de vrede niet bewaard, dan dient het nergens toe dat je aan de offerande deelneemt, zelfs niet door je aanwezigheid. Het eerste ding dat je te doen hebt is de vrede herstellen, de vrede waarvoor, ik herhaal het, de offerande geofferd is. Hieruit zul je veel profijt trekken.
      Want de Mensenzoon is in de wereld gekomen om de mensheid te verzoenen met zijn Vader. Zoals Paulus het zegt: “Nu zal God met Hem in alles verzoend zijn” (Kol 1,22); “door het kruis heeft Hij in eigen persoon de haat gedood” (Ef 2,16). Daarom verklaart Degene die de vrede is komen brengen ons gelukkig, als wij zijn voorbeeld navolgen, en Hij geeft zijn naam als erfdeel: “Gelukkig de vredestichters, want ze zullen kinderen van God genoemd worden” (Mt 5,9). Dus wat Christus, de Zoon van God heeft gedaan, doe dat ook zoveel mogelijk voor de menselijke natuur. Laat de vrede bij anderen heersen, net als bij jezelf. Geeft Christus niet de naam “kind van God” aan de vriend van vrede? Daarom is de enige goede voorbereiding, die Hij van ons vraagt bij de offerande, dat wij ons verzoenen met onze broeders en zusters. Hij toont ons daardoor dat van alle deugden de liefde de grootste is.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Maximos de belijder

Heiligenleven

De heilige Maximos de Belijder

 

 

maximus Confessor4.jpg

 Maximos de Belijder

 

De heilige Maximos de Belijder is een van de grote mystieke leraren van de Kerk. Hij werd geboren te Constantinopel in 580. Zijn familie behoorde tot de heersende klasse en de begaafde Maximos werd al spoedig minister van keizer Heraklios. Toen deze onder invloed kwam van de ketterse leer van het monothelisme, dat ontkende dat er in Christus een zelfstandige menselijke wil aanwezig was, nam hij ontslag en werd monnik in het klooster bij Chrysopolis (Skutari), waar hij om zijn gaven, na de dood van de abt, tot diens opvolger gekozen werd. In 626 werd het kloosterleven daar onmogelijk gemaakt door de inval van de Perzen. De monniken moesten in grote verwarring vluchten. Maximos kwam via Alexandrië en Carthago in Rome terecht, waar hij zijn talenten, samen met paus Martinus, in dienst stelde van de strijd tegen die ketterij welke zich over heel het Rijk had uitgebreid. Maximos liet duidelijk zien hoe daardoor het wezen van het christendom werd aangetast omdat Christus, zonder een eigen vrije menselijke wil, niet volledig mens zou zijn. Op een synode te Rome werd in 649 het monothelisme veroordeeld en het anathema uitgesproken over allen die deze leer aanhingen, o.a. de keizer en patriarch Sergios. Maximos en Martinus werden gevangen genomen en naar Constantinopel overgebracht, waar zij standvastig bleven ondanks jarenlange slechte behandeling, pesterijen en intimidatie. Martinus stierf aan ondervoeding in de gevangenis, 16 september 656. Maximos werd wegens majesteitsschennis veroordeeld tot verlies van tong en rechterhand, om hem zowel het spreken als het schrijven onmogelijk te maken, en verbannen naar een grensfort aan de Zwarte Zee, waar hij, 62 jaar oud, gestorven is in 662. Maar zijn grootste roem heeft hij verworven door zijn geïnspireerde geschriften over het geestelijk leven, vooral over het mystieke gebed.

 

Uit : Heiligen voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den Haag

De heilige Basilios de Grote

De heilige Basilios de Grote

Basilios de grote11.jpg

De heilige Basilius was één van de groep grote oosterse theologen aan wie we, buiten God natuurlijk, wij het rechte geloof in de Drie-eenheid en de Incarnatie te danken hebben. Hij was ook de belangrijkste stichter van het ascetisch monnikendom in het Oosten. Hij werd geboren in 329 te Saesarea, de hoofdstad van Capadocië, ver in het binnenland van klein Azië. Een belangrijk deel van zijn familie zijn heiligen geworden : zijn grootmoeder de heilige Macrina de Oudere, zijn vader en moeder, de heilige Basilios de Oudere en de heilige Emmelia, zijn broeders de heilige Gregorios van Nyssa en de heilige Petrus van Sebaste, en zijn zuster de heilige Macrina de Jongere. Hij studeerde te Constantinopel en ging daarna naar Athene, welke in die tijd de grote universiteitsstad was van de Grieks-sprekende wereld. Zijn vriend student was een andere jonge Cappadociër, de heilige Gregorios van Nazianza,die met de twee broeders Basilios en Gregorios van Nazianza het trio vormde van wat genoemd wordt : de Capadocische Kerkvaders.

  Lees verder “De heilige Basilios de Grote”

De heilige Euthymios de Grote

Heiligenleven

Heilige Euthymios

 

 

 

 

 

Euthymius_the_Grote.jpg

De heilige Euthymios de Grote

 

 

De heilige Euthymios de Grote is geboren in 377 te Melitinië in Armenië. Zijn ouders waren lang kinderloos gebleven en toen Euthemios hun eindelijk geschonken werd, als verhoring van hun gebeden, wijdden zij hem van kindsaf toe aan God. Al heel jong was hij geheel thuis in de Heilige Schrift, in de kerkelijke Diensten en in de levens van de heiligen, zodat hij al spoedig priester werd gewijd. Zijn hart neigde echter naar het monnikschap en toen hij 29 jaar was trok hij naar het Heilige Land. Na het vereren van de heilige plaatsen vestigde hij zich nabij de Laura Faran, niet ver van Jeruzalem. Met een bevriende monnik trok hij verder de woestijn in, waar ze leefden in een grot in volkomen eenzaamheid tot ze door herders werden ontdekt. Er ging een sterke uitstraling van hen uit zodat de herders over hen spraken. Langzamerhand kwam een stroom van bezoekers geestelijke raad vragen en dikwijls wilden zij niet meer weg. Zo ontstond er een groot klooster, waarvan Theoktistos de abt werd terwijl Euthymios in de grot bleef wonen en de geestelijke vader was. Er gebeurden ook wonderbare genezingen onder de in de buurt wonende Saracenen, waardoor ook veel bekeringen tot stand kwamen. Toen hij 96 jaar oud was voorspelde Euthymios dat hij op 20 januari zou sterven en dat de door hem gestichte Laura weldra in een kinobion, een gemeenschapsklooster zou worden omgevormd.

Uit : heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orth. klooster Den Haag

 

Isaak de Syriër :Weest dus barmhartig zoals ook uw Vader barmhartig is

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel, heilige in de orthodoxe Kerk 
Overweging, 1ste serie, nr. 34 

Isaac de Syriër8.jpg

“Weest dus barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is”
    
 Broeder, ik beveel je dit aan: de barmhartigheid die je altijd in evenwicht brengt totdat je in jezelf de barmhartigheid voelt die God voor de wereld heeft. Dat deze staat van zijn een spiegel voor je wordt waarin wij in onszelf het ware “beeld en gelijkenis” zien van de natuur en het wezen van God (Gn 1,26). Door dit soort dingen ontvangen wij het licht en een helder besluit brengt ons ertoe om God na te volgen. Een hart dat hard is en zonder medelijden zal nooit zuiver zijn (Mt 5,8). Maar de mens vol mededogen is de dokter van zijn ziel; als door een stormwind jaagt hij de duisternis van onzuiverheden naar buiten. 
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Tweede zondag in de vasten : heilige gregorios Palamas

2e zondag van de vasten

Zondag van de heilige H. Gregorios Palamas

 

 gregory_palamas 14 november.jpg

 

Heilige Gregorius Palamas

 

….Gij zult grotere dingen zien…. Voorwaar, voorwaar ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen….(1e zondag)

Hieraan worden wij herinnerd bij de lezing uit de Hebreeënbrief op de tweede zondag van de vasten.

……Daarom moeten wij temeer aandacht schenken aan hetgeen we gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven…hoe zullen wijn dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil.

In de evangelie lezing op de tweede zondag wordt die inzet en dat verlangen verbeeld door de lamme die bij Christus gebracht wordt door het dak:

…en daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde : uw zonden worden u vergeven.

Lezingen :

Hebr.1,10-2,3

  En: 
In het begin, Heer, hebt U de aarde gegrondvest, 
en de hemel is het werk van uw handen. 
Zij zullen vergaan, U echter blijft. 
Alle zullen ze verslijten als kleren, 
U zult ze opvouwen als een mantel, 
als een kledingstuk zullen zij verwisseld worden. 
U echter bent dezelfde 
en uw jaren nemen geen einde. 
Tot welke engel heeft Hij ooit gezegd: 
Ga zitten aan mijn rechterhand, 
totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd? 
Wat zijn zij anders dan dienende geesten, uitgezonden ten behoeve van hen die de redding zullen erven?
Trouw aan de boodschap

2.Daarom moeten wij des te meer aandacht schenken aan wat wij gehoord hebben, om niet uit de koers te raken. Want als het door engelen gesproken woord zo’n gezag had dat elke overtreding of ongehoorzaamheid haar rechtmatige vergelding ontving,  hoe zullen wij dan ontkomen, wanneer wij een zo grote redding verwaarlozen, die eerst verkondigd is door de Heer, en getrouw aan ons is doorgegeven door hen die Hem gehoord hebben;

Evangelie :

Marcus,2,1-12

Toenemende tegenstand
 Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.  Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe. ] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.  Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken.  Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’  Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:  ‘Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?’  Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: ‘Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?  Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: “Uw zonden worden vergeven”, of zeggen: “Sta op en pak uw bed en loop?”  Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is om op aarde zonden te vergeven ‘, zei Hij, nu tegen de verlamde:  ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’  En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.

 

Basilios van Seleucië : Ik ben de goede herder, de ware herder

 

H. Basilius van Seleucie (?-ca. 468), bisschop 
Homilie 26 over de goede Herder; PG 85, 299-308 
“Ik ben de goede herder, de ware herder” (Joh 10,11)
    

Basilios van Seleucia.jpg

Basilios van Seleucië

Abel, de eerste herder, kreeg de bewondering van de Heer die zijn offer graag ontving en nog meer de voorkeur gaf aan de gever dan aan de gave die hij gaf (Gn 4,4). De Schrift prijst ook Jacob, herder van de kudde van Laban, voor de moeite die hij deed voor zijn schapen: “Ik werd opgegeten door de hitte gedurende de dag en door de kou gedurende de nacht” (Gn 31,40); en God beloonde deze mens voor zijn werk. Herder Mozes werd dit ook op de bergen van Midjan, hij gaf er meer voorkeur aan om slecht behandeld te worden samen met het volk van God, dan om zijn vreugde te kennen [in het paleis van de Farao]. God bewonderde zijn keuze en liet zichzelf als beloning aan hem zien  (Ex 3,2). Na dit visioen, verliet Mozes zijn werk als herder niet, maar beval de elementen met zijn staf (Ex 14,16) en liet het volk van Israël weiden. David was ook herder maar zijn herdersstaf werd in een koningsscepter veranderd en hij ontving de kroon. Verbaas je niet dat al deze goede herders dicht bij God staan. De Heer zelf schaamt zich niet om ‘herder’ genoemd te worden (Ps 23 en Ps 80). God schaamt zich niet om de mensen te weiden, en ook niet omdat Hij ze geschapen heeft.
      Maar laten we nu naar onze herder, Christus, kijken; zie zijn liefde voor de mensen en zijn zachtheid om ze te leiden naar de weiden. Hij verheugt zich om de schapen die Hem omgeven evenals dat Hij de schapen die verdwalen, zoekt. Bergen noch wouden zijn voor Hem een obstakel; Hij rent door een dal van diepe duisternis (Ps 23,4) om daar te komen waar het verloren schaap zich bevindt…  Men ziet Hem in de hellen; Hij geeft bevel om er uit weg te gaan; zo zoekt Hij de liefde van zijn schapen. Degene die van Christus houdt, is degene die zijn stem kan horen.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Heilige Gennadios van Kostroma

Heiligenleven

De heilige Gennadios van Kostroma

 

 

 

Gennadios van Kostroma eerbiedwaardige.jpg

Heilige Gennadios van Kostroma

 

 

 

Hij was een kluizenaar, geboren in Litauen en had van kinds af een grote liefde voor de Diensten in de Kerk tegen de zin van zijn ouders die dat maar overdreven vonden. Hij trok naar Rusland om een klooster te zoeken, want hij wilde monnik worden. In Moscou raakte hij bevriend met  een geestverwant, de jonge Theodoor, die ook monnik wilde zijn. Samen gingen ze naar Novgorod, waar ze hoorden over een heilige Staretz, Alexander Swirski. Deze voorzegde aan Theodoor dat deze in de wereld zou blijven; Gennadios radde hij aan naar Abba Kornelios te gaan op de Komeijberg. Daar werd hij monnik gewijd, enigszins tegen de zin van de andere broeders die daar woonden en die Gennadios al te ijverig vonden. De heilige Kornelios kon deze tweedracht niet verdragen en ging samen met Gennadios naar een afgelegen woud, waar zij zich vestigden bij de monding van de Kostroma in het Surmeer. De broeders van het klooster kwamen hun abt smeken naar hen terug te keren en Gennadios bleef alleen achter als kluizenaar in het eenzame woud. Langzamerhand kwamen er ook daar andere broeders en er groeide een klooster. Gennadios deed het zwaarste graafwerk en bleef het werk doen in de bakkerij, terwijl hij ook ikonen schilderde. Er kwamen twee kerken, de eerste van de heilige Moeder Gods, de andere gewijd aan de heilige Sergios van Radonesj. Het zware werk was voor Gennadios nog niet voldoende om zijn uitbundige lichaamskrachten onder controle te houden. Daarom droeg hij steeds een zwaar ijzeren kruis en belaadde hij zich met ijzeren kettingen. Als geweldenaar van het Godsrijk ontving hij de gave van profetie en van wonderen, waardoor het voor de broeders mogelijk werd in die moeilijke omstandigheden hun leven voort te zetten. Aan een dochter van een edelman uit die streek voorspelde hij dat zij de volgende tsarina zou worden.

Nadat hij zo in alles een levend voorbeeld was geweest voor zijn monniken, stierf hij op deze dag in 1565.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orth.klooster Den haag

 

Chrysologos Petros : De oefeningen van de Veertigdagentijd : aalmoes, gebed, vasten

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar 
Sermon 8 ; CCL 24, 59 ; PL 52, 208 
De oefeningen van de Veertigdagentijd: de aalmoes, het gebed en de vasten
    
 Chrysologus Petros.jpg
Chrysologos Petros

Mijn zusters en broeders, we beginnen vandaag aan de grote reis van de Veertigdagentijd. Laten we dus in onze boot alle benodigde voedsel en drank meenemen en laten we het reservoir vol doen met overvloedige barmhartigheid, waarvan we nodig hebben. Want ons vasten heeft honger, ons vasten heeft dorst, als hij zich niet met goedheid voedt, als hij zijn dorst niet lest met barmhartigheid. Ons vasten heeft het koud, ons vasten begeeft het als de vacht van de aalmoes hem niet bedekt, als het kleed van de compassie hem niet omhult.

      Zusters en broeders, wat het voorjaar voor de aarde is, is de barmhartigheid voor de vasten: de zachte voorjaarswind laat alle knoppen van de vlaktes tot bloei komen; de barmhartigheid van de vasten laat al onze zaadjes groeien tot aan de bloei, laat hen vrucht dragen tot de hemelse oogst. Wat de olie voor de lamp is, dat is de goedheid voor het vasten. Zoals het vet van de olie het licht van de lamp laat branden en, met weinig voeding haar laat lichten tot bemoediging in onze nacht, zo laat de goedheid de vasten stralen: Hij straalt totdat hij het volle schitteren van de onthouding bereikt. Wat de zon is voor de dag, is de aalmoes voor de vasten: de schittering van de zon laat het licht van de dag  toenemen, en verwijdert de duisternis van de wolken; de aalmoes vergezelt de vasten en heiligt hem  en de genade van het licht van de goedheid jaagt al wat dodelijk zou kunnen zijn, uit al onze verlangens. Kortom, zoals het lichaam er voor de ziel is, zo is de vrijgevigheid de plaats voor de vasten; wanneer de ziel uit het lichaam weggaat, dan brengt ze de dood; als de vrijgevigheid zich van de vasten verwijdert, dan is dat zijn dood.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Vastenboodschap van Patriarch Bartholomeus

 Pateriarchale boodschap naar aanleiding van de Grote en Heilige Vasten 2011

 

200px-Bartolomew_I.jpg

 

 

+ B A R T H O L O M E O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME, EN OECUMENISCH PATRIARCH
AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK,
GENADE EN VREDE ZIJ U VAN ONZE REDDER EN HEER JEZUS CHRISTUS,
EN VAN ONS ZEGEN EN VERGEVING

Broeders en geliefde kinderen in de Heer,

“De renbaan van de deugd is geopend, wie wil strijden, laat hem binnen treden en zich omgorden voor de goede wedloop van de vasten” (Triodion Vergevingszondag). De renbaan is geopend, of beter gezegd, was al open, sinds het de albarmhartige Heer der Heerlijkheid behaagde de menselijke natuur aan te nemen. Vanaf die tijd roept Hij, door middel van Zijn Kerk, ieder mens om deel te hebben aan de oneindig grote genadegaven van de Alheilige Geest, vooral gedurende deze gezegende periode van de veertig dagen van de Heilige Grote Vasten.

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Onze waarachtige God, die aanbeden wordt in de Drieëenheid, is de oneindige goedheid zelf, en Hij heeft het mensengeslacht uitsluitend en alleen uit liefde geschapen. Hij wilde, voor zover dat mogelijk is voor de menselijke natuur, de mensen deelgenoten maken van de grootheid van Zijn goddelijke heerlijkheid. Dat is het unieke doel van het menselijke leven in iedere tijd. Heel de heilige, Geest-dragende  traditie van onze orthodoxe kerk is er op gericht om dit doel te verwezenlijken. Daarom onderricht zij, verklaart zij en belicht zij heel het spectrum van het geestelijk leven en de veelzijdige geestelijke strijd, waarop de gelovige ziel zich altijd dapper moet toeleggen.

Iedere Christen ontvangt door het heilige Mysterie van de doop de genade van de Heilige Geest. Wanneer iemand met heel zijn goede wil begint God lief te hebben, dan laat de genade, op onverklaarbare wijze, hem delen in de rijkdom van haar goederen. Degene die er naar verlangt om deze ervaring van de genade vast te houden, zal met veel vreugde trachten om uit zijn ziel al de vergankelijke goederen van deze wereld op zij te zetten, om de verborgen schat van het waarachtige leven te verwerven. Naarmate de ziel voortgang maakt in het geestelijk leven verschijnt het daaraan gerelateerde goddelijke geschenk van de genade, namelijk de in de diepte verborgen goedheid van de Heer, die een veilige gids wordt bij de veelzijdige strijd (vgl. H. Diadochos hfst 77).

Deze geestelijke strijd is voor iedere gelovige een voortdurende strijd en daarom is het noodzakelijk dat men iedere dag, ieder moment van de dag, een nieuw begin maakt: “De tijd is aangebroken, het begin van de geestelijke wedloop, van de overwinning over de demonen, van de gepantserde zelfbeheersing, van de luister van de engelen, van de vrijmoedigheid bij God.” (Eer-stichier van de lofpsalmen van  vergevingszondag). De heilige Veertigdagentijd is een blijvende basis van de geestelijke heropleving en  vernieuwing van de mens. Daarom wijst de hymnendichter van het Triodion ons terecht op de essentie hiervan, wanneer hij zegt dat de lichamelijke vasten door onthouding van voedsel, gevolgd moet worden door reinheid die voortkomt uit de strijd om bevrijding van de hartstochten. Wanneer dat niet zo is, kan die vasten niet resulteren in verbetering van het leven, en zal deze door God als leugenachtig veracht worden (Wo. Apost. vd Lofpsalmen Zuivelweek).

De mogelijkheid dat de mens zijn geest [nous] kan concentreren op het verkrijgen van de kennis van God, en dat hij zijn geest kan terugtrekken uit de verstrooiing die veroorzaakt is door een hartstochtelijke gerichtheid op de schepping, is een inspannend en langdurig werk. Toch is dit onontbeerlijk en bepalend voor zijn geestelijk bestaan, en heel zijn sociale leven. De weg van de deugd lijkt hard in de ogen van hen die hiermee beginnen, en overdreven en onplezierig.  In werkelijkheid is dit niet waar, maar dit lijkt zo omdat de menselijke natuur gewend is geraakt aan gemak en genoegens. Voor wie meer dan halverwege is, blijkt de weg aangenaam en gemak­kelijk. (H. Diadochos hdfst.93).

Er zijn soms mensen die het grote mysterie van de vroomheid niet kennen, en die de orthodoxe ascetische traditie als iets verwerpelijks beschouwen. Zij menen dat dit de mens berooft van de creatieve verbeelding en het eigen initiatief, en in het algemeen van het genieten van het leven en de vreugde die daaruit voortkomt. Niets is echter minder waar. Alles wat God geschapen heeft, heeft Hij zeer goed geschapen, en Hij heeft het ons geschonken opdat wij ons erover zouden verheugen en ervan zouden genieten, en opdat het een aanleiding zou zijn tot voortdurende lofprijzing van onze Weldoener. Gods geboden leiden ons en beschrijven voor ons de juiste manier om Zijn Gaven te gebruiken. Ook ons lichaam en onze verbeelding en al onze geestelijke vermogens samen met al de materiële goederen worden dan werkelijk vreugdebrengend en weldoend voor ons leven. Hier tegenover staat dat het arrogante eigenwettige gebruik van deze materiële goederen, minacht wat de Schepper voor Zijn schepselen bepaald had. Dit misbruik bevredigt slechts voor een kort moment de waanzinnige arrogantie van de mens, zijn verwachtingen komen niet uit en dit leidt tot wanhoop, stress en verdriet.

Onze Verlosser, Die waarachtig God is en waarachtig mens, Die op onkenbare wijze gekend wordt door de nederigen die Zijn ongeschapen genade ontvangen, de Heer der heerlijkheid en Heer van de geschiedenis, Die harten en nieren doorgrondt, Die door Zijn goddelijke voorzienigheid het heelal tezamen houdt, vanaf het kleinste deeltje van Zijn schepping tot aan het voor het menselijk verstand onvatbare heelal, is door alle tijden heen de Weg, de Waarheid en het Leven. Zoals de Persoon Jezus Christus, de Bron van het leven, niet vastgehouden kon worden door de dood, maar deze vermorzelde en opstond, zo is het eveneens onmogelijk een volwaardig menselijk leven te leiden, zonder deel te hebben aan het levenschenkende Lichaam van de opgestane Christus, Zijn orthodoxe Kerk en de door de Heilige Geest geïnspireerde traditie. Kortom, de Heer blijft in eeuwigheid, terwijl de bedenksels van hoogmoedige mensen leugens zijn, zoals de Heilige Diadochos nadrukkelijk zegt: “niets is armzaliger dan de geest die buiten God om filosofeert over Gods zaken” (Filokalia) .

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Bij het aanbreken van de heilige Grote Veertigdagentijd sporen wij u allen vaderlijk aan, om zonder angst of dralen, dapper en met heel uw zielskracht, vooruitgang te maken met het belangrijkste werk van ons leven, in de renbaan van het geestelijk werk, zodat gij uw zielen en lichamen zult reinigen van iedere smet en het Koninkrijk Gods zult bereiken, dat nu reeds aangebroken is in het tegenwoordige leven, voor allen die het oprecht uit heel hun ziel zoeken.

De genade Gods en Zijn oneindige barmhartigheid zij met u allen.

Heilige Grote Vasten 2011

+ Bartholomeos, Aartsbisschop van Konstantinopel,
vurige voorspreker voor u allen bij God.

 

De zeventig Apostelen

Heiligenlevens

 

 De Zeventig Apostelen

 

synaxis van de 70 apostelen2.jpg

Synaxis van de zeventig apostelen

 

De zeventig apostelen in het tiende hoofdstuk van zijn evangelie verhaalt de heilige Lucas hoe de Heer naast de twaalf apostelen nog zeventig leerlingen uitkoos;om Zijn komst aan te kondigen in alle steden en plaatsen waar Hij zelf wilde komen. Wij vinden hen later terug omder de honderdtwintig die na de Hemelvaart van Christus in Jeruzalem bijeen waren in afwachting van de komst van de Heilige Geest (Hand.1,15). Onder hen werd de plaatsvervanger van Judas gekozen, en later de zeven diakens; maar allen namen deel aan het werk der Apostelen, zodat zij ook zelf met die eretitel werden bekleed. Hun namen vinden we in het boek der Handelingen en in de Brieven der Apostelen. Het getal zeventig (of twee en zeventig) heeft meer een symbolische waarde. Door het combineren van verschillende bestaande lijsten komt men tot een totaal van zes en negentig, die alk hun eigen feestdag hebben in de loop van het kerkelijk jaar.1 Kor.4,9-16 of Rom.8,2-13; Joh.1,18-28 of Lukas 10,1-15.

 

Johannes Chrysostomos : Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen

 

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het Evangelie van Matteus, nr. 54 
“Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen”
  

chrysostom28.jpg

Johannes Chrysostomos

   Petrus beschouwde het lijden en de dood van Christus van een zuiver natuurlijk en menselijk gezichtspunt, en die dood leek hem onwaardig voor God, schaamtevol voor zijn heerlijkheid. Christus corrigeert hem en lijkt tegen hem te zeggen: “Nee hoor, het lijden en de dood zijn Mij niet onwaardig. De alledaagse ideeën verwarren en brengen je oordeel op een dwaalspoor. Laat elk menselijk idee achter je; luister naar mijn woorden vanuit het gezichtspunt van de plannen van mijn Vader, dan zul je begrijpen dat deze dood de enige is die past bij mijn heerlijkheid. Geloof je dat het een schande voor Mij is om te lijden? Weet dat het de wil van de duivel is dat Ik het heilsplan niet zal vervullen”…


      Dat niemand zich dus schaamt voor de tekenen van ons heil, welke zo waardig zijn om te vereren en te aanbidden; het kruis van Christus is de bron van al het goede. Door haar leven wij, worden wij omgevormd en gered. Laten we dus het kruis dragen als een kroon van heerlijkheid. Zij legt haar zegel op alles wat ons naar het heil brengt: wanneer wij omgevormd zijn door de wateren van de doop, staat daar het kruis op ons te wachten; wanneer we de heilige tafel naderen om het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, dan is zij daar ook; wanneer we de handen leggen op de uitverkorenen van de Heer, dan is ze daar. Wat we ook doen, ze staat daar als teken van heerlijkheid voor ons. Daarom hangen we haar in onze huizen, op onze muren, boven onze deuren; wij tekenen haar op ons voorhoofd en op onze borst; wij dragen haar in ons hart. Want zij is het symbool van onze verlossing en onze bevrijding en van de oneindige barmhartigheid van onze Heer.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org