Waarom valt Orthodox Pasen op een andere datum?
In de eerste paar eeuwen na Christus vierde bijna iedere plaatselijke kerk Pasen op een verschillende datum. Sommige kerken bepaalden de datum aan de hand van het Joodse Pesach, andere vierden Pasen ieder jaar op 27 maart, en zo waren er nog meer tradities die allemaal een andere uitkomst gaven.
Het verschil in paasdatum is niet alleen het gevolg van het feit dat de Orthodoxe Kerk nog eeuwen na 1582 (het jaar waarin Rome de Gregoriaanse kalender invoerde) de Juliaanse kalender heeft gebruikt, hoewel de paasdatum wel volgens de Juliaanse kalender wordt berekend. Lang daarvoor heeft de Orthodoxe Kerk al overwogen de berekening te hervormen, maar men wilde geen methode invoeren waardoor Pasen vóór Pesach zou kunnen vallen.
In het kort: wanneer het volle maan is na Gregoriaans 3 april (= Juliaans 21 maart), dan valt Orthodox Pasen gelijk met Westers Pasen (zoals in 2010); begint Pesach echter op of na Witte Donderdag, dan wordt de paasdatum nog een week opgeschoven. Dat was bijvoorbeeld zo in 2009: volle maan op 9 april, Pesach op 9 april (Witte Donderdag in de Westerse kalender), Westers Pasen op de eerstvolgende zondag (12 april), Orthodox Pasen één week later, op 19 april.
Is het volle maan na Gregoriaans 21 maart, maar voor Juliaans 21 maart, dan gebruikt de Orthodoxe Kerk de volgende volle maan en valt Pasen 4 weken later dan in het Westen. Ook dan geldt de Pesach-regel, waardoor het verschil 5 weken kan worden.
De laatste keer dat Pasen in Oost en West op dezelfde datum zal vallen is 24 april 2698. Daarna is het verschil tussen de kalenders zo groot dat dit nooit meer voorkomt. Het maximale verschil tussen de Westerse en Orthodoxe Paasdatum is dan opgelopen tot 6 weken
