10e zondag na Pinksteren : de genezing van de maanzieke

 10e zondag na Pinksteren

 ‘de genezing van de maanzieke’ (bezetene)

 

 (Geen liturgie in de parochie van Gent)

maanzieke.jpg

miniatuur uit een middeleeuw handschrift

EERSTE LEZING : 1 Kor.,4.9-16

 Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden.  Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.  Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos,  zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het;  worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.  Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.  Ik roep u dus op mij na te volgen.

EVANGELIE: Matth.,17.14-23

Gebrek aan geloof

 Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel  en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water.  Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’  Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’  Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.  Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’  Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’  Andere handschriften hebben een extra vers: ‘ Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’ Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen.  Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.

COMMENTAAR OP HET VERHAAL :

 KLEIN GELOOF
De tweede maat van geloof is “kleingeloof”. In Mt.17 lezen wij het verhaal van een wanhopige vader. Zijn zoon is bezeten door een boze geest die de jongen dikwijls in het vuur doet vallen en dikwijls in het water. Marcus voegt daaraan toe dat van kinds af aan: 9:18 “waar (de boze geest) hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft.”. En Lucas schrijft dat de boze geest de jongen grijpt “en dan schreeuwt hij plotseling en hij doet hem stuiptrekken, … en als hij hem mishandelt, laat hij hem nauwelijks los.” – kortom: een hoopje hopeloze ellende. De vader wil Jezus vragen om zijn bezeten zoon te bevrijden. Maar wanneer hij aankomt, ontdekt hij dat Jezus gisteren met Petrus, Johannes en Jacobus de verheerlijkingsberg beklom. De negen overgebleven discipelen proberen het klusje zelf te klaren, maar het lukt hun niet om de boze geest uit de bezeten jongen te drijven. Gelukkig keert Jezus op tijd bij Zijn discipelen terug. De vader: Mt.17:14-20a “kwam tot Hem, knielde voor Hem neder, en zeide: 15 Here, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.”. Matteüs, Marcus en Lucas verslagen alle drie wat de wanhopige vader dat aan Jezus zegt: “16 … ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen.” “17 Jezus antwoordde en zeide: … Breng hem Mij hier. 18 En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? 20 Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof.”. De discipelen staan tegelijk in verwondering en in verwarring. Boze geesten uitdrijven is veel moeilijker gebleken dan zij dachten. De vader van de bezeten – nu bevrijdde – knaap heeft gelijk: zij hebben het niet gekund. Hoe komt het dat wat voor de discipelen een onmogelijke opgave was, voor Jezus maar een klein kunstje bleek te zijn? Zij willen graag weten hoe het komt dat het Hem lukt en hun niet: “Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?”. Jezus’ antwoord: “Vanwege uw kleingeloof.”!

Wat is “kleingeloof”? Wanneer is ons geloof te klein? Het Marcusevangelie verslaat het gesprek tussen Jezus en de vader van de bezeten jongen vollediger. De vader zegt aan Jezus: v.22b “als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!”. Jezus antwoordt: vv.23-24 “Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. 24 Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!”. Ik denk dat de vader van de bezeten knaap ons toont wat klein geloof is, nl. geloof dat met twijfel gepaard gaat; geloof dat niet zeker is. Echt geloof: Hebr.11:1 “is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.”, of, zoals “Het Boek” dit vers prachtig vertolkt: “de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.”. De NBV geeft het nog anders weer: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.”. De vader van de bezeten jongen heeft zeker geloof. Hij gelooft wellicht dat boze geesten kunnen worden uitgedreven, en dat Jezus dit ook kan, want anders was hij niet met zijn zoon om hulp komen vragen. Maar nu het de discipelen van Jezus niet gelukt is om hem te helpen, twijfelt hij. Laten wij ons geloof ook soms beïnvloeden door het “succes” van medegelovigen? Als een voorganger of een oudste voor een zieke bidt, en wij de zieke niet zien genezen, laten wij ons ontmoedigen om voor ons te laten bidden? I.a.w.: stellen wij te veel vertrouwen op het “personeel” van de Heer dan op de Heer Zelf? Zo ja, lijden wij aan klein geloof.

 

Gregorius van Nazianze : Kom naar het licht

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Hymne 32 ; PG 37, 511-512

Kom naar het licht

gregorius-van-nazianze23.jpg
Wij zegenen U, Vader van de lichten,
Christus, Woord van God, schittering van de Vader,
Licht van licht, en bron van licht,
Geest van vuur, adem van de Zoon en van de Vader.

Heilige Drie-eenheid, ongedeeld licht,
U verdrijft de duisternis om te scheppen
Een wereld vol van licht, orde en schoonheid,
Die uw gelijkenis draagt.

Met rede en wijsheid verlicht U de mens,
Hem verlicht U met het zegel van uw Beeld,
Opdat hij in uw Licht, het licht ziet (Ps 37,10),
En opdat alles licht wordt.

U laat talrijke lichten aan de hemel stralen,
Bedoeld voor de dag en de nacht
Om samen de tijd te verdelen,
Rustig om de beurt.

De nacht maakt een einde aan het werk van het vermoeide lichaam.
De dag roept op tot het werk waar je van houdt,
En leert ons om de duisternis te ontvluchten, om ons te haasten
Naar de dag die geen nacht meer zal hebben.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Augustinus : Broederliefde

Broederliefde

Boutons_upimage.jpg

“Wie niet rechtvaardig leeft, is geen kind van God, en allerminst hij die zijn broeder niet liefheeft. Want dit is de boodschap – dat gij vanaf het begin hebt gehoord : dat wij elkaar moeten beminnen” Hier laat Johannes  in zijn eerste brief duidelijk zien hoe hij tot de uitspraak komt dat alwie tegen  het gebod van de broederliefde misdoet, vervalt tot die misdadige zonde, die het kenmer is van hen die niet uit God zijn. “Niet gelijk Kaïn, die een kind van het kwaad was, en zijn broeder vermoordde. En waarom vermoordde hij hem ? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer goed. Waar afgunst heerst, is geen plaats voor broederliefde”

 Augustinus : Eenheid en liefde – Augustinus preken over de eerste brief van Johannes. Vertaald door Prof. Dr. T.J.van Bavel. Uitgave Augustijns historisch instituut. P91

bloemenrand2.gif

Heilige Efraïm de Syriër

Heiligenleven

Heilige Efraïm de Syriër

Efraïm de Syriër 111.jpg 

De heilige Efraïm de Syriërwerd in 306 geboren te Nisibis in Mesopotamië. Hij kwam uit een arm gezin en moest in zijn jeugd reeds de kost verdienen als schaapsharder. Eens werd de kudde aangevallen door een overmacht van wolven, zodat ondanks het moedig gevecht van de herders, een aantal schapen gedood en opgevreten werden. In die streek was dat eigenlijk nog nooit voorgekomen en daarom werden de herders niet geloofd. Integendeel, ze werden ervan beschuldigd zelf de schapen geroofd te hebben en ze werden veroordeeld tot gevangenisstraf. In het begin was Efraïm, evenals de anderen, geheel en al opstandig over de schreeuwende onrechtvaardigheid, maar in een droom kwam hem het inzicht dat hij toch in veel andere dingen schuldig stond tegenover God. Daarna aanvaardde hij gelaten de straf.

Toen na enige tijd duidelijk werd dat inderdaad een grote groep wolven de streek onveilig maakte, kwam hun onschuld aan het licht zodat zij vrijgelaten werden. Het gedrag van Efraïm had echter de aandacht getrokken van de priester die belast was met de zorg voor de gevangenen, en deze sprak over hem met de bisschop Jacobos. Deze nam hem toen op in zijn seminarie. Daar bleken al spoedig zijn helder verstand en geestelijk inzicht en nadat Efraïm diaken was gewijd, vergezelde hij zijn bisschop naar het Concilie van Nicea.

Terug in Nisibis werd hem het predikambt toevertrouwd, waarin hij zich op bijzondere wijze ontwikkelde. Hij was een groot dichter en schreef zijn preken in metrische vorm. Ze werden min of meer zingend voorgedragen en daardoor wist hij diepzinnige theologische beschouwingen en opwekkingen tot geestelijk leven aantrekkelijk te maken, ook voor gewone mensen, die hem als een van de hunnen herkenden.

Zijn roem breidde zich uit over heel de christenheid; zijn geschriften werden alom vertaald en gebruikt. Toen Nisibis in 363 door de Perzen was ingenomen werd Efraïm uitgenodigd naar de beroemde theologische school van Edessa te komen. Ook daar zette hij zijn ascetische levenswijze voort en hij vestigde zich in een grot buiten de stad. Hij gaf onderricht aan de studenten die bij hem kwamen, en predikte voor het volk dat aangetrokken werd door zijn roep van heiligheid.

Toen hij ouder werd trok hij nog naar Egypte om de grote woestijnmonniken te bezoeken. Onderweg werd hij door de grote Basilios tot priester gewijd, maar hij heeft nooit de Heilige Liturgie durven vieren, omdat de verhevenheid van dit Mysterie hem zo duidelijk voor ogen stond.

Ook na zijn dood te Edessa, in 373, heeft hij grote invloed uitgeoefend door zijn bijbelcommentaren en liturgische gebeden. Denken we slechts aan dat wonderbare gebed : “Heer en Meester van mijn leven…” dat ons de gehele Vastentijd zo intensief vergezelt (meneon V,82-90)

Bron : Heiligenleven voor elke dag : uitg.orthodox klooster Den Haag

9e zondag na Pinksteren : “Petrus zinkt”

 

9e zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

Feest van de ontslaping van de heilige Anna

Gedachtenis van de Vaders van het 5e oecumenisch concilie

 

Petrus - zinkt.jpg

Armeens muzeum Isfahan

 

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

 (met een verhaal voor kinderen !)

1 Kor.3,9-17

.Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf.  Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,  van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.  Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?  Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel bent u zelf.

 

Evangelielezing :

 

Matth. 14,22-34

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen.  De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.  Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer.  Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst.  Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’  Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.  Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’  Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’  Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.  In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’  Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret.

 

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

KIJK, DIE PETRUS!

 Nooit zou Petrus voor iemand knielen. Dat deed immers geen enkele vrome Jood. Voor geen koning, geen keizer, voor niemand. Voor niemand?

 ‘Jouw beurt, Johannes.’ zegt Petrus. Hij schuift wat naar achteren en reikt de riemen over aan Johannes.

Gelukkig, hij kan even uitrusten. Wat een wind, zeg! En dan nog tegen. Zeilen kan helemaal niet meer. Nee, het wordt echt een nachtje ploeteren. Brr! Petrus huivert in zijn wollen jas. Zijn ogen proberen door de duisternis heen te boren om te ontdekken waar ze eigenlijk zijn. Wat vervelend dat Jezus niet bij hen is. Petrus voelt zich niks op zijn gemak zonder zijn grote vriend.

‘Ik wil dat jullie vast naar de overkant varen,’ had de Heer gezegd. ‘Ik kom wel.’

’t Kon wel een tijdje duren voordat ze Hem weer terugzagen. Petrus was zo graag gebleven. Het ging juist zo spannend worden. De mensen die van de broden en vissen hadden gegeten, wilden Jezus koning maken. Tsjonge, wat een avontuur. Het zou er dan eindelijk van komen. Jezus op de troon en alle vijanden het land uit. Maar nee hoor! De Heer had hen allemaal in het bootje geduwd en gezegd: ‘Ik stuur de mensen weg en dan kom ik bij jullie.’

 ‘Jouw beurt, Jakobus!’ hoort hij Johannes roepen. Jakobus schuift naar de riemen. ’t Lijkt wel of de wind nog toeneemt. Wolkenflarden vliegen langs de lucht. Het lapje, dat als vlaggetje dienst doet, klappert in de wind.

Plotseling voelt Petrus zich naar achteren glijden. Een grote golf tilt het voorschip op. Ze tuimelen allemaal over elkaar heen. Hou je vast! Hou je toch goed vast!!

Andreas, die de schipper is, schreeuwt zijn bevelen. Petrus is wel wat gewend als visser, maar hij klemt zich toch met beide handen aan de rand van de boot vast. Daar komt weer een grote golf… Ineens, als ze een moment zo hoog opgetild worden, ziet hij iets wits. Een zeil soms van een ander schip? Het zou wel stom zijn om met dit weer je zeil omhoog te houden. Het schip is al weer in een dal terechtgekomen. De anderen hebben het echter ook gezien.

‘Daar! Daar is iets!’ schreeuwt Judas met schorre stem. Een grote golf spat uiteen tegen de boeg. Een klets water zorgt ervoor dat Judas even niets meer ziet. Iedereen kijkt gespannen uit naar de volgende hoge golf. Daar istie…

‘Het is een spook!’ gilt Tomas.

Ja echt. Er is een witte gedaante midden op het meer. Wat vreselijk eng. Spoken bestaan niet, maar toch… Joeiii! Daar glijden ze al weer een waterdal in. Met angst en vrezen wordt de volgende golf afgewacht. Zal het spook er nog zijn?… en dichterbij?

‘Houdt moed. Ik ben het. Weest niet bang!’

Wat een bekende stem. Dat is toch de stem van Jezus?

Hij komt hen zomaar tegemoet. Lopend over het water. De wind blaast Hem niet weg. De golven slokken Hem niet op. Een koude rilling gaat door Petrus heen, een onbeschrijfelijk gevoel van trots. Zijn meester. De baas over wind en golven.

‘Daar wil ik bij zijn.’ flitst het door hem heen. Hij schreeuwt luid: ‘Mag ik bij U komen, Jezus? Als u het zegt doe ik het.’

Z’n ene been glijdt al vast over de rand. Mag het?

‘Kom!’ zegt Jezus.

Kijk die Petrus nou toch! Een moment later zit hij wiebelig op de rand van de boot, beide handen achter zich om de rand geklemd, zijn voeten tastend naar het water. Een, twee, hoeps! En plons natuurlijk.

Niks geen plons!

Onder zijn voeten is, glad als glas het water. Aarzelend, stap voor stap, alsof hij lopen leert, gaat hij naar Jezus. Zijn hoofddoek waait weg in de wind. Vanuit de boot klinken kreten van bewondering.

‘Hoe doe ik het eigenlijk? Dit kan toch helemaal niet?’ denkt Petrus. ‘Kijk die golven eens en die wind.’

Hij voelt angst in zich opkomen.

En dan… Nee! Nee, het gaat niet goed. Hij zinkt!!

‘Help, Heer, red mij!’ schreeuwt hij in doodsnood.

Daar is de hand van Jezus al. Net op tijd.

‘Waarom ben je gaan twijfelen? Vertrouw mij toch.’ zegt de Heer vriendelijk. Hand in hand lopen ze naar de boot, de leerling en de meester.

Behulpzame handen worden uitgestoken om hem in het schip te trekken. De wind gaat liggen. De zon komt op met prachtige oranjekleurige banen over het water. Denk je dat Petrus dat ziet? Nee, hij kijkt vol eerbied naar Jezus.

Ook de anderen zwijgen vol ontzag en vallen met Petrus op de knieën neer. De een na de ander zegt: ‘Heer, meester… U bent Gods Zoon!!

Ontslaping van de heilige Anna

ontslaping van sint Anna 25 juli.jpg

Ontslaping van de heilige Anna
 
Oecumenisch concilie 5e.jpg
5e oecumenisch concilie

Efraïm de Syriër : De mensenzoon moet worden verheven….

Sermon toegeschreven aan de H. Efraļm (ca. 306-373), diaken in Syriė, Kerkleraar
Over het berouw

“De Mensenzoon moet worden verheven: opdat ieder die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben”

 Efraim de Syriër.jpg

     Toen het volk gezondigd had in de woestijn (Nm 21,9), beval Mozes, die profeet was, aan de Israėlieten om een slang op een kruis te plaatsen, dat wil zeggen dood aan de zonde brengen… Men moest naar een slang kijken, omdat de kinderen van Israėl als straf, door de slangen getroffen waren. En waarom door slangen? Omdat ze het gedrag van onze eerste ouders hadden herhaald. Adam en Eva hadden beiden gezondigd door de vrucht van de boom te eten; de Israėlieten hadden gemopperd over een kwestie van voedsel. Klachten uiten omdat men groente mist, is het toppunt van gemopper. Daarom verklaard de psalm: “Ze waren in de wildernis weerspannig tegen God” (Ps 78,17). Welnu, ook in het Paradijs is de slang de oorsprong van gemor…

      De kinderen moesten ook leren dat diezelfde slang die de dood van Adam had beraamd, ook hun dood had veroorzaakt. Mozes had dus de slang op het hout geplaatst, opdat zij die het zagen, door de overeenkomst herinnerd zouden worden aan de levensboom. Zij die er immers naar keken, waren gered, zeker niet dankzij de slang, maar door hun bekering. Ze keken naar de slang en ze herinnerden zich hun zonde. Omdat ze gebeten waren, hadden ze berouw, en nogmaals werden ze gered. Hun bekering transformeerde de woestijn in een woonplaats voor God; het zondige volk werd door het berouw een kerkelijke gemeenschap en nog beter, ondanks zichzelf aanbad het volk het kruis.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Avontuurlijke diaken bouwt meest oostelijke kerk

Avontuurlijke diaken bouwt meest

oostelijke kerk

Fedor.jpg

Hilversum (Van onze redactie) 19 juli 2010 – De Russische ontdekkingsreiziger Fedor Konyukhov, die afgelopen jaar tot diaken werd gewijd, is van plan een kerk te bouwen in het dorp Nikolskoje op Beringeiland. Dat meldt het Russische persbureau Interfax vandaag. Het godshuis moet de meest oostelijke kerk van de gehele Russisch-Orthodoxe Kerk worden.

Zon begroeten
“Deze kerk zal onderdak bieden aan de metten [de eerste gebeden van de dag. red.] die de opkomende zon als eerste begroeten. Missionair gezien is dit zeer belangrijk”, aldus de 58-jarige Konyukhov vandaag in een interview in het Russische weekblad Ogonyok.

Platgebrand
Het dorp Nikolskoje, gelegen op een eiland in de Beringzee, had vroeger ook al een kerk, maar die werd door de communisten gesloten. Begin jaren ’80 brandde het gebouw af.

Geheim kruisje
In het Ogonyok-interview vertelt Konyukhov dat hij zich lang geleden reeds had voorgenomen zich toe te wijden aan de Kerk. “Ik kom uit een familie van priesters”, aldus de gelovige Rus. “Het al dan niet in God geloven is voor ons nooit een vraag geweest. Zelfs als schooljongen onder de sovjets, wist ik dat de Heer bestond. In het geheim heb ik altijd een kruisje gedragen. Ik bid voor rondzwervende mensen. Wie anders dan ik moet er voor hen bidden?”

Zegeningen
Omdat hij als geen ander weet wat reizen, klimmen en zeilen betekent, krijgt Konyukhov sinds zijn diakenwijding van alle kanten verzoeken om kerkelijke handelingen uit te voeren. Scheepslieden, reizigers en alpinisten vragen Konyukhov’s zegen over hen of over hun gebruiksvoorwerpen. Ook heeft de ontdekkingsreiziger verzoeken ontvangen om mensen te dopen. Telkens moet hij uitleggen dat dit niet tot de bevoegdheden van een Russisch-orthodox diaken behoort.

Roeiboot
Fedor Konyukhov studeerde aan de zeevaartschool in Odessa en volgde daarna een specialistische IJszee-opleiding in Leningrad (het huidige Sint-Petersburg). Ook studeerde hij theologie aan een Russisch-orthodox seminarie in het huidige Wit-Rusland. Hij ondernam zijn eerste expeditie op zijn vijftiende, toen stak hij in een roeiboot de Zee van Azov (een deel van de Zwarte Zee) over.

Polenbedwinger
De Russische avonturier – getrouwd, drie kinderen en vijf kleinkinderen – heeft al meer dan vijftig reizen en bergbeklimmingen op zijn naam staan. Veertien keer stak hij de Atlantische Oceaan over, eenmaal in een roeiboot. Hij is de eerste en vooralsnog enige mens die vijf van de meest extreme plaatsen op aarde heeft bedwongen; de geografische Noordpool, de geografische Zuidpool, het meest onbereikbare punt in de Noordelijke IJszee, Mount Everest en Kaap Hoorn. Konyukhov legt zijn ervaringen onder meer vast in tekeningen en schilderijen.

uit : RKK

Cosmas en damianos heiligen

Heiligenleven

De heilige Kosmas en Damianos

 

Cosmas en Damianus.jpgDe heilige Kosmas en Damianos, de Barmhartige Wonderdoeners. Er zijn drie broederparen van deze naam, die in de loop van het jaar gevierd worden. De 17e oktober, twee Arabieren, de 1e november die uit Klein Azië, en vandaag (1 juli) de artsen uit Rome. Hun griekse naam “Anargyri”, de “Geldlozen”, geeft de grond van hun populariteit in Oost en West, reeds vóór de vijfde eeuw. Artsen waren er voor de welgestelden die dat konden betalen, niet voor het gewone volk. Zij die deze beroepscode doorbraken en ook onder de niet-betalenden hun praktijk uitoefenden, als praktische gevolgtrekking uit het christen-zijn, stonden daarom in hoge eer bij de arme mensen. Ook in het huidige Griekenland, waar de algemene geneeskundige verzorging zich nog op een vrij laag peil bevindt, hoort men nog hoe sommige artsen met liefde als “echte Anargyri” worden aangeduid.

Hun christelijke liefde gold niet slechts mensen, maar ook dieren, vooral het vee, dat voor de arme bevolking allereerst middel van bestaan was. Zij verrichtten niet alleen genezingen, maar verpleegden ook de zieken en legden zo de grondslag van de christelijke en de moderne ziekenzorg.

Hun volledige toewijding werd goddelijk erkend door de gaven van wonderbare genezingen. Hun volkomen belangeloosheid bleek ook toen zij keizer Karinos, die hen liet folteren, nadat zij door jaloerse collega’s waren aangeklaagd als tovenaars, door hun gebed genazen van een ongeneselijke ziekte. Zij werden toen vrijgelaten, maar later werden zij door hun vroegere leermeester, die niet kon verdragen dat ze hem boven het hoofd waren gegroeid, uitgenodigd om met hem de bergen in te gaan om kruiden te zoeken. Toen de gelegenheid zich voordeed liet hij een steenlawine op hun hoofd vallen, zodat zij gedood werden in 284.

In hun legende komt een wonderbare genezingh voor die merkwaardig modern klinkt. Een koster in de kerk van Kosmas en Damianos had botkanker, waardoor één van zijn benen zo zwaar was aangetast dat hij nauwelijks meer kon lopen. Vermoeid na zijn dienst was hij op een nacht in de kerk in slaap gevallen. Hij droomde dat de heilige artsen bij hem stonden, mat al hun apparatuur bij zich, en dat ze met elkaar beraadslaagden hoe ze hem konden genezen. Er moest zoveel aangetast vlees en been worden weggesneden, dat er niet genoeg gezond vlees meer was om de ledige plaats op te vullen, zei de een. De ander wist raad : er was die dag een zigeuner begraven, die was nog vers, die konden ze gebruiken. Zo werd het hele been getransplanteerd en de aanhechtingsplaats zorgvuldig met balsem behandeld.

Toen de koster wakker werd was de onophoudelijke pijn verdwenen. Hij tastte naar zijn been : het was volkomen ongeschonden. Vol vreugde sprong hij op en vertelde aan ieder die het maar horen wilde wat er gebeurd was. Men ging naar het kerkhof en vond daar aan het lichaam het zieke been, waarvan de koster verlost was.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag – Orth. Klooster Den Haag

De heilige Onufrios de Grote

Heiligenleven

De heilige Onufrios de Grote

 

 

De heilige kluizenaar onufrios de Grote begon zijn ascese in heOnufrios de grote.jpgt klooster Eriti, waar een honderdtal monniken leefde in strenge ascese. Maar hij werd aangetrokken door het eenzame leven dat de heilige profeet Elia en Johannes de Doper hadden geleid voordat zij tot de prediking geroepen werden, en hij vertrok daarom naar de woestijn, vanuit de Grote oase recht naar het Zuiden. Door Gods hulp vond hij de grot waarin een oude kluizenaar leefde. Onufrios wierp zich ter aarde en riep : “Vader, zegen !”. De andere kwam naar buiten, hief hem op en gaf hem de broederkus. Onufrios bleef bij hem en kreeg onderricht over het leven in de woestijn. Het duurde niet lang of zijn geestelijke vader achtte hem geschikt om zelfstandig te leven, en hij bracht hem naar een op vier dagreizen afstand gelegen grot, die hij op zijn omzwervingen door de woestijn had ontdekt. Daar bleef hij een maand bij hem, totdat Onufrios aan de plaats zou zijn gewend. Vervolgens bezocht hij hem nog eenmaal per jaar, totdat hij bij zijn laatste bezoek stierf en door Onufrios gegraven werd.

Daarna leefde deze in volstrekte eenzaamheid, zonder ooit iemand te zien, gedurende 60 jaar vol ontberingen. Hij vertelde aan Pafnutios, die hem tenslotte vond, dat hij vaak zwaar te lijden had gehad van honger en dorst, en soms op sterven had gelegen door algehele zwakte. Hij had als enig voedsel de wilde planten die in de omgeving groeiden, maar na 30 jaar ontsprong voor de ingang van zijn spelonk een goede waterbron, waarbij een dadelpalm groeide, die hem voedsel verschaftte. Zijn kleding raakte op de duur geheel verteerd en hij had als dekking slechts de lange spierwitte haren die op zijn lichaam groeiden als bij een wild dier, terwijl zijn baard reikte tot op de grond. Damengevlochten palmbladeren dienden als een grodel om zijn lendenen.

De heilige Pafnutios, die na al die jaren door God daarheen was geleid, was eerst uit angst weggevlucht toen hij Onufrios zag, totdat deze hem achterna riep dat hij ook een mens was, net als hij. Zo raakte zijn levensgeschiedenis bekend. Nadat zij de nacht samen in gebed hadden doorgebracht, nam Onufrios afscheid, waarbij hij beloofde de voorspraak te zullen zijn voor hen die in zijn naam een of ander goed werk verrichtten of zijn bijstand inriepen; daarna knielde hij weer neer. Nu stierf hij, tijdens zijn gebed, tegen het jaar 400. Door de kruisvaarders werd de eredienst van de heilige Onufrios, die zich al spoedig in het byzantijnse rijk had verbreid, ook in het Westen bekend.

Volgens de legende deed een engel iedere zaterdag en zondag de ronde door de woestijn om aan de alleen-levende monniken de heilige Communie te brengen.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag – Uitg.Orth.Klooster Den Haag

Johannes Chrysostomos “Wie slechts een beker koud water te drinken geeft….”

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homelie 45 over de Handelingen van de apostelen ; PG 60, 318-320

” Wie slechts een beker koud water te drinken geeft aan een dezer kleinen … hem zal zijn loon niet ontgaan”

 

Johannes Chrysostomos4.jpg

      “Ik was een vreemdeling, zei Christus, en u hebt Mij ontvangen” (Mt 25,35).  En ook: “Elke keer dat u iets voor de kleinsten onder ons hebt gedaan, hebt u dat voor Mij gedaan” (Mt 25,40). Aangezien het hier om een gelovige en zijn broer gaat, en zelfs als het gaat om de allerkleinste, is het Christus die met hem meekomt. Open je huis, ontvang hem. “Wie een profeet ontvangt in zijn kwaliteit als profeet, zal het loon van een profeet ontvangen”… Deze gevoelens moet men hebben als men vreemdelingen ontvangt: haast, vreugde, gulheid. De vreemdeling is altijd verlegen en vol schaamte. Als zijn gastheer hem niet met vreugde ontvangt, trekt hij zich terug en voelt hij zich geminacht, want het is erger om ontvangen te worden op die wijze, dan helemaal niet ontvangen te worden.

      Zorg dus dat je huis een plaats is waar Christus zijn verblijf kan vinden. Zeg: “Dit is de kamer van Christus. Dit verblijf is voor Hem gereserveerd.” Zelfs als ze erg eenvoudig is, zal Hij het niet minachten. Christus is naakt, een vreemdeling; Hij heeft slechts onderdak nodig. Geef hem tenminste dat; wees niet wreed en onmenselijk. Jij die zoveel vuur bezit voor de materiële goederen, blijf niet koud voor de rijkdommen van de Heilige Geest… Je hebt een plaats voor je wagen, en je hebt er geen voor de zwervende Christus? Abraham ontving vreemdelingen daar waar hij woonde (Gn 18). Zijn vrouw behandelde hen alsof ze hun dienares was en zij de meesters. Noch de een noch de ander wisten dat ze Christus ontvingen, dat ze engelen ontvingen. Als ze het geweten hadden, hadden ze alles gegeven. Wij die Christus weten te herkennen, laten we nog meer haast tonen dan zij die geloofden dat ze slechts mensen ontvingen.

7e zondag na Pinksteren : van de blinde en de stomme

ZEVENDE ZONDAG NA PINKSTEREN

‘Van de blinde en de stomme’

 

blinde

 

Matteüs 9,27-34

 

Genezingen  En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David! 28 En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Here. 29 Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof. 30 En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: Ziet toe, niemand mag dit weten! 31 Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend.

32 Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem. 33 En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme. En de scharen verbaasden zich en zeiden: Zo iets is nog nooit in Israël voorgekomen! 34 Maar de Farizeeën zeiden: Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit. 35 En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. bewogen

Romeinen 15,1-13

Zwakken en sterken

1 Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen. 2 Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, 3 want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat: De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neder. 4 Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden. 5 De God nu der volharding en der vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus, 6 opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken.

7 Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods

De heilige Antonios de Grote : de onthechting aan de materiële goederen

De heilige Antonios de Grote :

De onthechting aan de materiële goederen

 

athanasius25

 Athasasios de Grote

 

Antonius de grote12

Antonios de Grote (Bron :icoon gemaakt door Silouan  http://www.iconenschilder.nl/)

De heilige Athanasios de Grote, bisschop van Alexandrië beschreef een leven van een tijdgenoot, de heilige Antonios ( gestorven in 356), die de eerste bekende heremiet was van de egyptische woestijn.

Men zal opmerken dat de heilige Antonios zijn toespraken aan zijn gehoor aanpastte. De eerste egyptische monniken waren voor het merendeel eenvoudige mensen : de enkele geleerden onder hen (Arsenios, Evagrius bijvoorbeeld) werden met een zeker wantrouwen bekenen. Zij waren gewoon aan een zware arbeid : voor sommige was het monastieke leven niet minder comfortabel dan dat wat zij hadden verlaten (de heilige Augustinus onderlijnt ook dit punt voor zijn religieuzen van Hippo). Zij waren opgegroeid in een sterk gehiërarchiseerde maatschappij ( de autoriteit van de functionaris, van de grootgrondbezitter) : zij begrepen heel goed dat men hen Christus voorstelde als een veeleisende meester. De actuele lezer moet rekening houden met deze gegevens om volledig deze tekst te kunnen begrijpen.

Men vindt reeds hier, maar alleen maar even in herinnering gebracht, de samengang  van  ongecontroleerde verlangens die kunnen  leiden naar objectieve zonden. Evagre le   Pontique en vervolgens de heilige Johannes Climacos, onder andere,  ontwikkelen veel later dit kapitaal aspect van de kennis van de bewegingen van de ziel. En men zal merken dat, voor Antonios zoals voor vele Vaders, datgene wat “natuurlijk” is datgene is wat overeenkomt met de staat van zijn voor de val. De mens en de verscheurde wereld zijn tegennatuurlijk want ze staan averechts op het goddelijk project.

Deze tekst stemt overeen met een dubbele actualiteit. Vooreerst roept het de noodzakelijke strengheid op in deze voorbereidingstijd van de vasten die begint. Maar de actualiteit is ook ecologisch.                                                                              

In vele landen geven  ecologisten, die beïnvloedt zijn door het “neopaganisme” de joods-christelijk beschaving de verantwoordelijkheid voor het verspillen van de planetaire bronnen van bestaan. Het verhaal van de schepping, zoals het beschreven staat in het boek Genesis, zou aan de mensheid onbeperkte rechten gegeven hebben over de natuurlijke bronnen. Het is zelfs zo dat men vijf zes maal meer belangrijke  bronnen nodig zou moeten hebben opdat haar inwoners hetzelfde niveau van leven zouden hebben als de tegenwoordige westerlingen. Voor ons is de vraag naar de onthechting en het delen  dus brandend actueel. Teksten als deze van de heilige Antonios tonen ons dat een christendom dat correct wordt beleefd deze kritieken , die onjuist zijn ,niet verdient. Ze dragen bij om een antwoord te vinden op het actuele on-evenwicht.  Onder voorwaarde dat men de voorschriften volgt en de materiële goederen op de tweede plaats stelt.

Michel Feuillebois

Teksten van de heilige Antonios :

Het nut van een spiritueel onderhoud

Op een bepaalde dag kwamen alle monniken vragen dat hij het woord tot hen zou richten.  Hij zei hen als egyptenaar : de heilige schriften volstaan voor ons onderricht, maar het is goed dat wij mekaar wederzijds aansporen in het geloof, dat wij ons laten bezielen door redevoeringen. Gij, mijn zonen, gij geeft aan uw vader wat gij weet, ik, uw oudere, lever u over wat de ervaring mij heeft geleerd.

De ascetische strijd duurt niet lang. De zege zal eeuwig zijn

Dat onze gemeenschappelijke inspanning erin mag bestaan dat wij niets opgeven van wat we ondernomen hebben, ons niet te laten ontmoedigen in het werk, dat wij niet tegen onszelf zeggen “onze ascese duurt lang”. Daarentegen, eens we er zijn aan begonnen, vermeerderen wij elke dag onze ijver. Elk leven van de mens is kort en dicht bij de komende eeuwen. Alle dingen van de wereld worden verkocht, wordt gewisseld voor zijn waarde, maar de belofte van het eeuwige leven wordt goedkoop verkocht. Er is geschreven : “De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren en , indien wij sterk zijn tachtig jaren en wat meer is is slechts kommer en kwel” (Ps 89, 10) Indien wij dus deze tachtig jaren hebben laten voorbijgaan en zelfs onze honderd jaren in het ascetisch leven, dan zullen we niet alleen honderd jaren maar in de eeuwen der eeuwen regeren. Als wij hebben  gestreden op aarde, zullen wij geen aardse erfenis, maar een hemelse erfenis verwerven en dit vergankelijk lichaam zal veranderen in een onvergankelijk.

Alles verlaten is te weinig

Dus, mijn kinderen, laten wij ons niet afschrikken, laat ons niet denken dat de tijd lang is waarin we vele dingen kunnen doen. Het lijden van de huidige tijd is niets in vergelijking met de komende glorie die in ons zal gemanifesteerd worden (Rom 8,18). Laat ons niet geloven, als wij de wereld bekijken, dat wij aan veel verzaakt hebben. Gans de aarde is klein in vergelijking met de hemel. Indien wij dus gans de aarde zouden bezitten  en eraan verzaken,dat zou nog niet waardig zijn om het Koninkrijk te verwerven. Het is alsof wij één drachme zouden minachten om er honderd te winnen, zo ook zou  de meester van de aarde, door alles te verlaten,  maar weinig verlaten en het honderdvoudige terugkrijgen, hij die enkele meters van de aarde zou verlaten verliest in feite niets, en indien hij zijn huis verlaat en veel goud, dan heeft hij geen motief om zich te verheerlijken of lauw te worden. Anderzijds, datgene wat wij niet verlaten, wordt ons door de dood ontnomen en dit alles valt dikwijls dan in de handen van hen die wij niet zouden willen, zoals Ecclesiasticus schrijft (4,8). Waarom het niet verlaten door de deugd omwille van de erfenis van het koninkrijk ? Dat het verlangen naar bezit ons niet overweldigt. Welke  winst heeft het datgene te verwerven wat we niet kunnen meenemen ? Verwerven we dus veeleer wat we wel kunnen meenemen : de bedachtzaamheid, de rechtvaardigheid, de matiging, de kracht, de wijsheid, de liefde, de liefde voor de armen, het geloof in Christus, de zachtmoedigheid, de gastvrijheid. Indien wij dit alles bezitten zullen we ze terugvinden in het land van de zachtmoedigen.

Volharden tot het einde toe

Omwille van deze redenen en andere gelijkaardige, dat ieder er zich van overtuigt niet kleinhartig te zijn, vooral denkend een dienaar van Christus te zijn, hij moet een dienaar zijn. Een dienaar zegt niet : “ik heb gisteren gewerkt, vandaag rust ik”; hij meet de verleden tijd niet om op te houden met werken maar, elke dag, zoals geschreven staat in het Evangelie, heeft hij dezelfde ijver voor het werk en dit om zijn meester te behagen en zich niet in gevaar te brengen. Ook wij, laten wij elke dag volharden in het ascetisch leven, indien wij één dag verwaarlozen, dan zal de Heer ons niet vergeven omwille van de verleden tijd, maar zal hij zich irriteren over ons voor onze onachtzaamheid. Zo is geschreven in Ezechiël (18,24-26)  “Zo verliest Juda, op één nacht, de zware arbeid van de voorbije tijd”.

Leven als elke dag sterven

Het is daarom, mijn zonen, dat wij moeten zorg besteden aan de ascese, laat ons niet verslappen. De Heer werkt met ons samen : Er is geschreven : Wie het goede heeft gekozen, met Hem is God ten goede (cf. Rom.8,28). Om niet kleinzielig te zijn is het goed het woord van de apostel te overwegen : wij sterven elke dag  (1 Kor.15,31). Indien wij niet zullen zondigen. Ziehier hoe je dit moet verstaan. Elke dag wanneer wij opstaan, denken wij dat wij de avond niet meer zullen halen, en ’s avonds als wij slapen gaan denken wij dat wij de morgen niet meer zullen halen. Ons leven is van nature onzeker, elke dag wordt ons toegemeten door de Voorzienigheid. Zo levend dat wij niet zullen zondigen,  zullen wij naar niets verlangen, dan zullen wij voor niemand wrokgevoelens hebben , dan zullen wij niets oppotten op aarde, maar, elke dag leven in de mogelijkheid van de dood, zullen wij arm zijn en aan allen vergeven. Indien wij onze onzuivere gedachten niet geheel beheersen dan moeten wij er ons van afkeren als zaken die nietig zijn. Laten wij altijd strijden en altijd de dag van het oordeel voor ogen houden, want de grootste vrees en het gevaar voor de kwellingen verdrijven de zachtheid van het genot en verzwakken de ziel .

De deugd is in ons

Wij zijn dus zo begonnen met de weg van de deugd te bewandelen, laat ons strijden, meer strijden om te konen tot de toekomstige goederen (Fil.3,14). Dat niemand achterom ziet, zoals de vrouw van Lot (Gen.19,26), want de Heer zegt : Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods(Lucas 9,62). Naar achteromzien is niets anders dan veranderen van mening en de smaak voor de wereld hernemen. Vrees niet als je hoort spreken over de deugd, verwondert u niet voor de naam.  Zij is niet ver van ons, zij vormt zich niet buiten ons, het werk is in ons en zij is gemakkelijk, maar we moeten het natuurlijk willen. De Grieken reizen en steken de zee over om de letteren te bestuderen. Wij hebben  er geen nood aan om te reizen omwille van het koninkrijk der hemelen, noch om de zee over te steken voor de deugd. Wij gaan vooruit, de Heer heeft gezegd : Het koninkrijk der hemelen is binnenin u (Luc.15,21).De deugd heeft dus geen andere nood dan onze goede wil, want zij is in ons en komt uit ons voort.

Indien de ziel haar intelligent deel bewaart conform de natuur, dan krijgt de deugd gestalte. Zij is volgens de natuur als zij blijft zoals zij geschapen is, want zij is mooi en rechtschapen. Het is daarom dat Josua, zoon van Nun, zijn volk vermaande : Richt uw hart op de Heer, de God van Israël (Jozua 24,23), en Johannes de doper : Maak recht uw wegen (Matth.3,4).  Voor de ziel betekent rechtschapen zijn het intellect hebben volgens de natuur, zoals het geschapen werd, maar wanneer zij afdwaalt en verstoord geraakt met betrekking tot de natuur, dan spreekt men van de ondeugd van de ziel. De zaak is dus niet moeilijk; als wij blijven zoals we geschapen zijn, dan zijn we in de deugd, maar als we denken aan slechte dingen, dan zullen we als slecht geoordeeld worden. Indien de zaak zou moeten gezocht worden buiten ons, dan zou het moeilijk zijn, maar omdat zij in ons is,moeten we ons hoeden voor onzuivere gedachten en moeten wij onze ziel bij de Heer houden zoals in een depot, opdat hij zijn werk zou herkennen, zijn werk, zoals hij het gemaakt heeft.

Onze vijanden : de demonen

Laat ons dan strijden opdat de woede ons niet overheerst of dat het verlangen ons niet domineert. Er is geschreven :  De woede van de mens bewerkstelligt niet de rechtvaardigheid van God; als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde; en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort. Ons zo gedragend, laten wij met aandacht waken zoals geschreven is (Spreuken 4,23). Wij hebben verschrikkelijke vijanden, vol van nieuwe ideeën, de slechte demonen, en het is tegen hen dat onze strijd gaat, zoals de Apostel zegt : want

Wij hebben niet te strijden tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6,12).

Saint ATHANASE, “Antoine le Grand, père des moines” Collection “foi vivante” n° 240 , traduction du Père B Lavaud, pp27-32 (Cerf)

 Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid


H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735), monnik, Kerkleraar  
Homilie 23 (boek 2) ; CCL 122, 354, 356-357

Johannes de Doper, martelaar voor de waarheid

beda_venerabilis_2   

 Beda de eerbiedwaardige

  Er is geen twijfel mogelijk dat Johannes de Doper de gevangenschap ondergaan heeft voor onze Verlosser, die hij voorgegaan is door zijn getuigenis. Hij heeft zijn leven voor Hem gegeven. Want als zijn vervolger hem niet gevraagd zou hebben om Christus te verloochenen, maar om te zwijgen over de waarheid, dan is hij toch nog voor Christus gestorven. Christus zelf zei immers: “Ik ben de waarheid” (Joh 14,6). Omdat hij voor de waarheid zijn bloed heeft laten vloeien, is het voor Christus. Johannes getuigde door geboren te worden dat Christus geboren zou worden; door te prediken gaf hij getuigenis, dat Christus ging prediken, door te dopen, dat Jezus zou dopen. Door als eerste te lijden, betekende dat Christus ook zou moeten lijden…

   Deze zo grote mens kwam dus, na een lange en pijnlijke gevangenschap, aan zijn levenseind door het vergieten van zijn bloed. Hij die het goede nieuws van de vrijheid van een hogere vrede verkondigde, werd door de goddelozen in de gevangenis gegooid. Hij, die moest getuigen van het licht, werd in een donkere cel gegooid…  Johannes werd door zijn eigen bloed gedoopt, hij was degene die de Verlosser van de wereld mocht dopen, de stem van de Vader tot Christus hoorde spreken, en op Christus de genade van de Heilige Geest zag neerdalen.

   De apostel Paulus zei het juist: “Want u is de genade omwille van Christus verleend, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden” (Fil.1,29). Hij zegt dat lijden voor Christus een genadegave is voor uitverkorenen, omdat hij in een andere brief zegt: “Ik ben er zelfs van overtuigd dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat” (Rm 8,18).

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heilige Laurentius van Rome

Heiligenleven

 De Heilige Laurentius van Rome

Laurentius van Rome icoon 2

 

 Volgens zeggen moet hij rond het jaar 230 ergens in Spanje geboren zijn. Historisch gesproken is het zeker dat Laurentius een van de zeven diakens was van de stad Rome ten tijde van paus Sixtus II († 258; feest 6 augustus). Ingevolge een decreet van keizer Valerianus (253-260) werd hij – evenals vele andere kerkelijke ambtsdragers (bisschoppen, priesters, diakens, voorlezers enz.) – zonder enige vorm van proces onthoofd. Door de indrukwekkende wijze, waarop hij zijn marteldood onderging, bracht hij zijn gevangenbewaarder Hippolytus († 258; feest 13 augustus), Romanus Ostiarius en achttien andere soldaten en bewakers tot geloof in Christus.

De heilige Laurentius, was de diaken van paus Sixtus. Toen deze op weg was naar het executieveld, tijdens de vervolging van Veleriaan, kon Laurentius, die zich onder de samengestroomde menigte bevond, zijn tranen niet bedwingen en hij riep hem toe ;”Waarom laat ge mij achter, heilige Vader ? Gij behoort toch niet het offer op te dragen zonder uw diaken ?” Sixtus wendde zich tot hem met de woorden : “Mijn zoon, over drie dagen zul je mij volgen”.

Men had vastgesteld dat Laurentius de schatbewaarder was van de kerk. Hij werd daarom gearresteerd met de opdracht het kerkbezit in te leveren. Laurentius vroeg een dag tijd om alles bijeen te brengen. Heel de nacht trok hij door de armste wijken van de stad om al wat in de kerk aanwezig was aan de behoeftigen uit te delen,en ’s morgens verscheen hij voor het gerecht, gevolgd door een hele stoet van armen, kreupelen  en blinden. “Ziedaar de schatten van de kerk” zei hij.

Hij werd tot een gruwelijke dood veroordeeld : levend geroosterd te worden boven een klein vuur. Hij werd vastgebonden op het gloeiende rooster en leed zonder een enkele klacht te uiten. Integendeel, zijn gelaat straalde als dat van een engel, in innerlijke vreugde. Hij wist zelfs spottend tegen zijn beulen te zeggen : “Keer me maar om, deze kant is gaar”.

Zo stierf hij op deze dag in het jaar 258. Hij werd begraven in de zandgroeve aan de Via Tiburtia, op het goed van de weduwe Cyriaca, naast de lichamen van de heilige Hippolytus en de priester Justinus. Zijn gedachtenis werd spoedig gevierd in alle delen van de Kerk als van de beroemste romeinse martelaar.

Met hem wordt herdacht de gevangenisbewaarder Hippolytus, die door de moed waarmee Laurentius de martelingen verduurd had, tot het inzicht van de waarheid was gekomen, en daarom eveneens ter dood was gebracht.

Kondakion :

Het goddelijk vuur brandde in uw hart, heeft het vuur der aardse gevoelens tot as verbrand. Gij zijt de standvastigheid der lijdenden, goddragende martelaar Laurentius. Tijdens de marteling hebt gij vol geloof geroepen : Niets kan mij scheiden van Christus’ Liefde.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag . Uitg.orth.klooster  H. Johannes de doper – Den Haag

Orthodoxie Benelux verenigd

 

Orthodoxie Benelux verenigd

Geplaatst door onze redactie op dinsdag 29 juni 2010 om 14:45u (Bron: RvK)

BRUSSEL (RKnieuws.net) – De orthodoxie in de Benelux gaat de krachten bundelen. Er is op 23 juni een orthodoxe bisschoppenconferentie opgericht. Daarmee is een belangrijke stap gemaakt om als orthodoxie in West-Europa gezamenlijk op te trekken. Eén en ander kan tot gevolg hebben dat men niet alleen associé is van de Raad van Kerken, maar ook het (bredere) lidmaatschap aanvraagt. En men kan gezamenlijk opereren naar bijvoorbeeld de overheid.Een eerste bijeenkomst van de orthodoxe bisschoppen die parochies hebben in de Benelux (België, Nederland en Luxemburg) had plaats in Brussel. De uitnodiging ging uit van metropoliet Panteleimon van België (oecumenisch patriarchaat). Hij zat de vergadering ook voor.

De bijeenkomst volgt op de IVe Panorthodoxe Preconciliaire Conferentie, bijeengekomen in Chambésy (Genève) in juni 2009. Het overleg heeft tot gevolg dat de éénheid van de orthodoxie in de Benelux duidelijker naar voren komt.

Naast metropoliet Panteleimon van België namen onder meer aan het overleg deel: aartsbisschop Gabriël van Komana (Exarchaat orthodoxe parochies van Russische traditie in West-Europa), de bisschoppen Maximos van Evmenia en Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat); aartsbisschop Simon (Patriarchaat van Moskou), bisschop Luka (patriarchaat van Servië), metropoliet Serafim (Nürnberg) en metropoliet (Parijs) Joseph (allebei van het patriarchaat van Roemenië).

Er waren ook mensen verhinderd of ze zagen af van deelname. Dat zijn: bisschop Ioan van Parnassos (Oekraïense parochies onder het oecumenisch patriarchaat), bisschop Michel (Russische Orthodoxe Kerk buiten de grenzen – patriarchaat van Moskou), metropoliet Simeon (patriarchaat van Bulgarije) en metropoliet Abraham (patriarchaat van Georgië).

Als naam voor het overleg van bisschoppen werd geopteerd voor: “Orthodoxe Bisschoppenconferentie van de Benelux” (OBB) – “Conférence Episcopale Orthodoxe du Bénélux” (CEOB).

In zijn inleidend woord verklaarde metropoliet Panteleimon van België dat er: “theologisch en sacramenteel gesproken eigenlijk maar één orthodoxe kerk is” en wij bijgevolg gecoördineerd moeten samenwerken en met één stem een antwoord moeten bieden op de pastorale problemen van onze samenleving, alsook van te getuigen van de rijkdom van de orthodoxie.

De orthodoxe bisschoppenconferentie van de Benelux die voorgezeten wordt door Metropoliet Panteleimon van België (oecumenisch patriarchaat) besliste verder nog dat aartsbisschop Simon (patriarchaat van Moskou) de taak van ondervoorzitter zal waarnemen, metropoliet Joseph (patriarchaat van Roemenië) deze van schatbewaarder en bisschop Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat) belast wordt met het leiden van het secretariaat. Er werd ook nog beslist van een bisschop aan te duiden voor de vertegenwoordiging van de orthodoxe kerk in Nederland: Bisschop Athenagoras van Sinope (oecumenisch patriarchaat).

Er werd onder meer gesproken over algemene pastorale zaken en de oecumenische en interreligieuze contacten in de regio. De aanwezige bisschoppen hebben unaniem de wil uitgedrukt van nog nauwer samen te werken voor het goede van de orthodoxie, de orthodoxe gelovigen en de bredere samenleving