Alexis van Moscou heiligenleven

Heiligenleven

De heilige Alexis van Moscou

 

Alexis van Moscou1

De heilige Alexis van Moscou werd in 1300 in Moskou geboren uit een bojarengeslacht. Hij bezat een teruggetrokken aard en verdiepte zich reeds jong in de heilige schrift. Niemand was dan ook verwonderd toen hij al spoedig in het klooster trad, en 20 jaar oud de monnikswijding ontving met de naam Alexis. Daar kwam hij in aanraking met de metropoliet van Kiev, die de talentvolle jonge monnik bij zich nam en hem steeds meer taken toevertrouwde in het bestuur van het diocees. In 1353  was Alexis dan ook de aangewezen opvolger op de bisschopszetel. Hij werd naar Constantinopel gezonden en in 1354 door patriarch Filotheos gewijd tot metropoliet van Kiev en geheel Rusland.

Zonder belemmering kon hij zich nu volledig wijden aan zijn taak, terwijl hij tegelijk zich met nog meer volharding toelegde op een monastiek leven van onthouding en gebed. Vele wonderen geschiedden op zijn voorspraak. Daardoor ging een grote roep van hem uit, die zelfs doordrong tot het hof van de Tartaarse overheerser. Toen de vrouw van de Khan ongeneeslijk blind was geworden, zond hij een uitnodiging naar de heilige Metropoliet van Moskou. Alexis gaf daaraan gehoor, ging naar het hof van de Khan en genas door zijn gebed de zieke. Overladen met geschenken keerde hij naar Moskou terug.

Toen er later moeilijkheden ontstonden door de zware lasten die de volgende Khans aan de Russische vorsten oplegden, wist Alexis voor Kerk en stad verlichting te krijgen. Diep betreurd door het hele volk is hij gestorven in 1378.

Heilige apostel Jacobus

Heiligenleven

De heilige apostel Jacobus

 

Jacobus icoon

De heilige apostel Jacobus, de Broeder des Heren en eerste bisschop van Jeruzalem. Men neemt aan dat hij een zoon was uit een vorig huwelijk van de heilige Jozef de timmerman. Om zijn strikte naleving van de Wet werd hij”de Gerechte” genoemd en aan het hoofd gesteld van de jonge Kerk in Jeruzalem. Daardoor had hij de beslissende stem bij het eerste Concilie, toen de Apostelen beraadslaagden of ook onbesnedenen in de Kerk konden worden opgenomen in het jaar 36. Hij heeft een aan alle christenen gerichte vermaning geschreven die daarom als één van de “Katholieke Brieven” in het Nieuwe Testament een plaats heeft gevonden. Hij corrigeert daarin bepaalde misvattingen die het gevolg waren van slecht begrepen uitdrukkingen van de heilige Paulus betreffende de overheersende rol van de genade. Geloof zonder werken is een dood geloof. Hij spreekt daarin eveneens over de ziekenzalving en over de trouw van God. Ook de oudste vorm van de Goddelijke Liturgie staat op zijn naam. Deze is later bewerkt door de heilige Basilios de Grote, en nog eens door de heilige Johannes Chrysostomos.

Om zijn steun aan het missiewerk onder de heidenen van de heilige Paulus, werd Jacobus van de hoge tempelmuur gesmeten, gestenigd, en met knuppels doodgeslagen in het jaar 61 of 62. Op zijn knieën zag men toen dikke eeltbuilen, ontstaan door zijn gewoonte om dagelijks urenlang geknield te bidden voor de aan hem toevertrouwde gelovigen. Vele Joden geloofden dat de enkele jaren later gevolgde verwoesting van de Tempel de straf was voor deze moord

 

Troparion :

Als leerling des Heren hebt gij, Gerechte, het Evangelie aanvaard als Martelaar bezit gij de onvervreemdbare schat; als Broeder des Heren moogt gij vrijmoedig tot Hem naderen; als Hogepriester is u het ambt der voorbede toevertrouwd. Bid tot Christus God om onze zielen te redden.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – orth.klooster Den Haag

De parochie als eucharistische gemeenschap

DE PAROCHIE ALS EUCHARISTISCHE GEMEENSCHAP

Door Jean -Jacques Laham

Betekenis van de uitdrukking “Eucharistische gemeenschap”

De term “Gemeenschap” betekent “tesamen verenigd zijn”, een band rond eenzelfde centrum. Dit centrum kan een eigen belang, een activiteit, een identiteit zijn. De notie van gemeenschap herkrijgt dus zowel een notie van eenheid maar ook een cirkel, een limiet en dus een in zichzelf betrokken zijn. Vandaag de dag wemelt het van gemeenschappen, zij het via de groepen van Facebook, de  segmenten van de markt die personen groeperen rond dezelfde koop gedragingen – een doelgroep voor de marktleiders, de blogs die het kenmerk “communautair” dragen enz..

Anderzijds heeft het adjectief “Eucharistisch” onmiddellijk de notie van openheid tot gevolg. Het heeft betrekking op de term “Eucharistie”, dat betekent ” dankzegging”, dank – in het bijzonder voor het heilswerk van de Drie eenheid. Het gaat dus over een openheid tegenover God, maar ook impliciet over een openheid op allen die dezelfde Eucharistie celebreren ( want door te communiceren aan dezelfde Christus, zijn wij allen met elkaar verbonden. Door de Eucharistie worden wij één enkel lichaam, niet enkel in een denkbeeldige betekenis : indien een lid lijdt, lijden alle leden met hem om de heilige Paulus te parafraseren. Zo definieert de parochie zich als plaats die ons samenbrengt ( beweging van innerlijkheid) om ons te verenigen met een veel Grotere, en door deze Grotere met een groter aantal in de vergadering van mensen ( uitwendige beweging).

Een beweging die tegelijk van het horizontale naar het verticale en van het verticale naar het horizontale gaat.

De notie van de eucharistische gemeenschap kan ook in de praktijk verwijzen naar een tweede dynamiek, waar een neerdalende en een horizontale-sociale dimensie mekaar kruisen.

Volgens een eerste aanvoelen definieert de Eucharistie zich voor alles als mijn deelname aan het Lichaam en Bloed van de Verrezene. Mijn persoonlijke ontmoeting met God gaat vooraf – de communie wordt het middel waardoor in ben gered. Deze gevoeligheid is erop gericht dat de Eucharistie een middel wordt voor het persoonlijk heil, dat beantwoordt aan een persoonlijk appèl. Daarom ga ik naar de Kerk om mij met God te verenigen. De gelijktijdige houding van mijn geloofsgenoten zou voor mij in dit geval bijkomstig, secundair zijn.

Een tweede gevoeligheid zou de tendens hebben om voor alles het accent te leggen op het collectieve, op de sociale band. De parochie wordt gezien  als datgene wat mij bindt aan andere personen in functie van mijn identiteit en mijn religieus toebehoren. Voor mij primeert de geest van de gemeenschap, de ontmoeting met deze of die persoon (en is het overiging daarom dat ik ga kiezen naar welke parochie ik zal gaan). Elkeen van ons voelt zich zonder twijfel dichter bij de ene of de andere gevoeligheid. Het is ook mogelijk dat wij afwisselen en ons dikwijls meer herkennen in de “individualistische” dimensie, en soms meer in de “sociale” dimensie. Niettemin kan het lijken dat deze twee “neigingen”, indien de één de ander in evenwicht houdt,  in feite noodzakelijk  mekaar aanvullen en gans hun betekenis geven aan de parochie.

Zoals Mgr. Jean Zizioulas het vertelt in zijn boek “L’Eucharistie, l’Evêque et L’Eglise” over de historische achtergronden van de parochie, de communie aan de heilige Gaven (verticale dimensie) is tegelijk een “communio aan de heiligen” (’t is te zeggen in brede zin aan alle deelnemers aan het Lichaam en Bloed van Christus). Wanneer wij naderen tot Christus betekent dit bijna verplichtend  het naderen tot de anderen. Een beeld van de Vaders doet ons bewust worden van dit : stellen wij ons voor dat wij een grote cirkel vormen waarvan Christus het centrum is, hoe meer wij Christus nabij zijn, ’t is te zeggen hoe meer de straal van de cirkel zwak zal zijn, des te meer zal de afstand die ons van mekaar scheidt verminderen.

In verband hiermee nodigt de Basiliosliturgie ons uit direct na de épiclese deze dubbele communio, met God en de anderen te vragen : ” En wij allen die deelhebben aan het ene Brood en deze ene Kelk, verenig ons met elkaar in de communio van de enige Heilige Geest”

De eerste christenen,   een model van een eucharistische gemeenschap 

Het voorbeeld van de eerste Christenen, zoals beschreven in de handelingen der Apostelen, blijft voor ons zonder twijfel het juiste model van de eucharistische gemeenschap. Volgens de Handelingen der Apostelen 2,42-47, bleven de eerste “gedoopten “volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de Apostelen. En allen, die tot het geloof gekomen  en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk : en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood in hun huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten, en zij loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. En de Heer voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden” 

Wij vinden hier zo de dubbele dynamiek van de christelijke gemeenschap terug, innerlijk en uiterlijk, verticaal en horizontaal : essentieel gecentreerd op het Woord en het breken van het brood , de kring werd groter door aangroei, totaal gekeerd naar God verleent zij tegelijk een plaats aan de andere, doorheen de vreugde van de gemeenschappelijke maaltijd of het delen van de rijkdom.

Anderzijds karakteriseert deze eerste eucharistische gemeenschap zich door de verscheidenheid van  haar “manier van zijn” en haar actiedomein : de liturgie, het gebed , de theologie  ( want zo kan men “de leer van de Apostelen” noemen, het sociale, de missionaire actie …. In zekere zin schijnt geen enkel domein te ontsnappen aan de eucharistische gemeenschap

Het past van onze kant dat wij nu, tweeduizend jaar later, ons de vraag stellen of deze actie van de eucharistische gemeenschap actueel blijft en of onze parochie in staat is de vlam brandend te houden die aangestoken is door de eerste christenen.

DE “WIJZEN VAN ZIJN” VAN DE EUCHARISTISCHE GEMEENSCHAP

De parochie – een ervaring/een gemeenschappelijk leven op basis van ons gemeenschappelijk, geloof

Zelfs  al is het bijna banaal om ons eraan te herinneren, het geloof is de eerste voorwaarde van het bestaan van een parochie. Datgene wat de parochieonderscheidt van andere verenigingen, is voor alles het geloof, de aanhankelijkheid aan iets wat niet vanzelf gaat, en in feite aan Iemand, aan een Andere, een gans Andere. Het lijkt mij dat wij ons altijd zouden moeten afvragen hoe wij hoe wij ons geloof kunnen vermeerderen opdat wij niet vervallen in een simpel humanisme (of wellicht ook in een ritualisme). De parochiale gemeenschap steunt dus voor alles op mijn geloof, een persoonlijk en in
vrijheid opgenomen geloof die ik deel met alle leden van de gemeenschap. Het is hierbij legitiem om zich af te vragen, hoe wij dit geloof in het parochieleven kunnen uitdrukken, hoe wij reëel  de gelijkvormigheid tussen Eucharistie en Geloof kunnen bewerkstelligen ? Op deze vraag, kunnen twee antwoorden worden gegeven.

•1.     Door het eenvoudige feit van samen te komen en deel te nemen aan de liturgie.

Het geloof dat “God onder ons is” en Hij zich tegenwoordig stelt “telkens wanneer er twee of drie in Zijn naam verenigd zijn”. Dit uit zich in het simpele feit van een “vergadering” te vormen (wat de betekenis is van de term “Kerk”), in  dat wat vader Schmemann het sacrament van de vergadering heeft genoemd in zijn boek van het Sacrament van het Koninkrijk, ’t is te zeggen dit mirakel waardoor “zondige en onwaardige mensen het lichaam van Christus worden”. Zo ons geloof tonen, aan God een vrije kans laten om te handelen, de noodzaak inzien van samen te komen om zich met Christus te verenigen. Daaruit vloeit de noodzaak voort van een fysieke aanwezigheid in éénzelfde plaats, en verder nog een bewuste en totale deelname van alle gelovigen aan de Eucharistie, van een gemeenschappelijke actie die alle gelovigen impliceert (betekenis van het woord “liturgie”).

In verband hiermee, onze parochie is hierbij pionier geweest in deze herontdekking van de hechte band die bestaat tussen liturgie , eucharistie en de vergadering, in het bijzonder doorheen een grotere deelname en betrokkenheid van de gelovigen. De inspanningen om eventuele hindernissen te onderdrukken die zouden kunnen bestaan tussen clerus en leken, het opzeggen met luide stem van de zogeheten secrete gebeden en in het bijzonder van de eucharistische canon, het zoveel mogelijk celebreren van de doop tijdens een eucharistische liturgie zijn zoveel doorslaggevende voorbeelden.

Men kan zich nochtans afvragen of er nog geen andere manieren bestaan van “concelebratie” die onderzocht kunnen worden – bijvoorbeeld –

  • – Een grotere deelname van allen bij de zang
  • – Een regelmatiger deelname van alle gelovigen aan de proscomedie – die juist getuigt van onze eenheid met alle heiligen rond het Lam.
  • – Een gemeenschappelijke voorbereiding van allen aan de communie ( door een grotere deelname aan de vigilies)

 

•2.     Door het gemeenschappelijk gebed voor mekaar.

Elk woord tot God, dat met luide stem wordt uitgesproken of in het innerlijke van het hart, is een geloofsdaad die de hoop van de gemeenschap levendig houdt. Wij geloven in het bijzonder dat het gebed in de Kerk, in de gemeenschap wordt beluisterd, want mijn persoonlijk geloof wordt erdoor vervolledigd en versterkt. Er bestaan zo een aantal specifieke momenten in de liturgie waar de gebedsintenties meer specifiek zijn , meer particulier zijn, meer gedurfd ook, maar altijd in de onderwerping van Gods wil. Men kan denken aan de dringende gebeden na het Evangelie, waar wij bidden voor de anderen,  voor de dierbaren van de anderen ( de zieken, de zwangere vrouwen, de overledenen enz..). De Grote Intocht, waar het gebed na de épiclese ( voornamelijk  uitvoerig in de Basiliosliturgie) andere gelegenheden  geeft om onze persoonlijke intenties aan God op te dragen.

De roeping van onze parochie is zonder twijfel verbonden aan de ernst waarop wij de gebeden beschouwen. Hoe beluisteren wij de dikwijls lange lijst van de namen der zieken ? Hoe breiden wij ons gebed uit die wij tot de onze maken op de vraag van andere leden van de gemeenschap ? Kunnen wij  niet ergens anders andere intenties naar voor brengen die meer specifiek zijn ? (voor een huwelijk, voor een belangrijke reis, gedurende een oorlog, na een natuurramp enz…)

De parochie – een ervaring van de andere – De vreugde van het samen delen.

De ervaring van de andere in de parochie begint met het delen van een gemeenschappelijke ervaring ( hetzelfde geloof, dezelfde deelname aan het Lichaam en Bloed van Christus) die verdergezet wordt in een persoonlijke ontmoeting, waar de “mede-gelovige” zoals men kan zeggen , uit de anonimiteit komt. Datgene wat sterkte en eenvoud geeft aan deze ontmoeting, is evident de vreugde van de liturgie  die ons bezielt en die in de cafetaria of de agapen kan verder gezet worden. De eerste ervaring met de andere in de parochie uit zich onder het teken van de vreugde, vreugde die andere vormen van delen kan inhouden : eenvoudige vriendschap, Bijbelstudie, gebedsgroepen, delen van mekaars lasten/zorgen. Om dit nog een beetje uit te breiden kan men zeggen dat de catechese aan de kinderen geen ander objectief heeft dan deze vreugde over te dragen. Vreugde die gegeven wordt in de Kerk en gedeeld met de andere kinderen doorheen het spel, de vriendschap en het feest.

De “diensten” van de parochie

De ervaring van de vreugde  kan uitlopen op en vindt ook haar zin in de betekenis van “dienst”, waar iedereen volgens zijn charisma, volgens de tijd en de veelvuldige andere bezigheden, de dienst aan de gemeenschap kan versterken. De lijst van deze diensten is groot : het gezang, de zorg voor het kerkgebouw, de verslagen, de kaarsen, de kledij, de catechese, de boekhandel, de bibliotheek, de dienst aan het altaar, de internet-site…om maar de meest evidente te vernoemen. Deze lijst, verre van  volledig te zijn, moet altijd open blijven om geen enkel initiatief uit te sluiten. Men kan zich wellicht afvragen hoe men zich meer ten dienste kan stellen voor de zieken, de ouderen, voor hen die in nood zijn om zich te kunnen verplaatsen en vragen om mee te mogen rijden( er bestaat misschien al zo een lijst, maar werkt ze effectief ?), of hen die in nood zijn. Kan men geen afwisselende bezoeken organiseren om de zieken of ouderlingen te gaan bezoeken . Zou men er niet bij winnen indien we beter het bestaan zouden kennen van een sociale kas van de parochie ?

Respect voor mekaar

Elke ontmoeting met de andere (in de parochie of elders) blijft een voortdurende uitdaging ten opzichte van zichzelf, van zijn persoonlijk comfort, van een gevestigde orde. Maar in de parochie (meer dan elders) kunnen twee types van weerstand overwonnen worden voor een vreugdevolle ontmoeting met de andere.

Wij weten allen dat achter de grootste dienst en de mooiste zaak, zich gemakkelijk  gevoelens van een goed geweten, van zelfvoldaanheid, van macht ook schuilgaan. De overwinning op deze weerstand is ons gegeven door Christus, de Meester die onder ons is als diegene die dient. Vanaf dat moment impliceert elke gemeenschappelijke eucharistie een weigering tot macht, tot autoritair zijn, van prikkelbaarheid ook. In de parochie vindt elke dienst haar bron en energie in de Eucharistie ( teken en verwijzing naar het laatste avondmaal, de voetwassing, de dood van Christus voor ons).

De tweede weerstand is de opsluiting in zijn eigen comfort, ten nadele van het onthaal van de andere. Wellicht dat er in een parochie als de crypte (Rue daru – Parijs) die een  zeer verschill
end profiel heeft, het respect voor de verscheidenheid voor mekaar,tegelijk  op de proef wordt gesteld en vergemakkelijkt. Wij worden geconfronteerd met drie types van “verscheidenheid”, die drie specifieke wijzen van handelen impliceren :

  • a. Verscheidenheid van persoonlijkheden : respect voor personen die meer eenzaam, schuchter, gevoelig zijn – kunnen wij geen vorm van peterschap ontwikkelen, meer systematisch ( zoals tegenwoordig voor diegenen die zich op de orthodoxie voorbereiden) voor diegenen die reeds orthodox zijn en regelmatiger wensen te komen naar de crypte. Kunnen wij ons verzekeren dat deze peterschappen zullen worden opgevolgd ?

•b.     Verscheidenheid van groepen van een andere origine : russen, congolezen, kopten, libanezen en andere. Het idee om recent een parochiaal eetmaal te houden die rekening hield met de culinaire gewoontes van de verschillende culturen was voor de parochie een middel om deze verschillende groepen tegemoet te komen.

•c.      Verscheidenheid van generaties : Taal voor kinderen en volwassenen, verschillende noden van de ouderlingen – men kan het woord geven aan de kleinsten, theatervoorstellingen voor of door de jongsten kunnen van tijd tot tijd worden georganiseerd. Wellicht kunnen wij hier nog aan toevoegen : de sociale verscheidenheid die een andere karaktertrek van de crypte uitmaakt.

De parochie, een missionaire roeping (uitwendige dimensie)

De Eucharistie is een openheid op het hiernamaals van de communauteit. Zoals Christus draagt en offert de eucharistische gemeenschap in de liturgie aan de Vader alle lijden van de wereld. Verenigd met Christus, overwinnaar van dit lijden, gelooft zij dat zij een boodschap van hoop kan brengen aan de wereld, die nood heeft aan een uittreden uit zichzelf, een beweging van uitwendigheid. In het Mysterie van de Kerk, inspireert Vader Boris zich op de bewegingen van het hart om deze realiteit uit te drukken : “in de systole (fase waarin het hart zich samentrekt en het bloed in het lichaam pompt) heeft men het ophoping, de toevloed van het bloed in het hart. In de diastole( = fase waarin het hart zich ontspant en weer volzuigt met bloed), de vernieuwing van de cellen van het lichaam zelf hersteld door de goddelijke adem”. Zo ook de offerande van gans de wereld in de liturgie ( vooral bij de grote intocht), komt overeen met de offerande aan de wereld van de Blijde Boodschap, het getuigenis in onze levens van het bestaan van het Koninkrijk. Deze beweging van uitwendigheid vindt haar plaats in het “laat ons in vrede heengaan”, die in plaats van de liturgie af te sluiten, haar in feite opent op de wereld en opwekt om de “liturgie na de liturgie” te vieren, ’t is te zeggen, onze zending als christen. “Onze wereld die meer dan ooit in crisis verkeerd verwacht van de eucharistische gemeenschap dit getuigenis van de vreugde die het goede nieuws ons brengt, het reeds beleefde Koninkrijk, het Koninkrijk van de Ontmoeting voor dewelke alle “aardse voedsel” die de mens heeft niets vergeleken is (…), dat tevergeefs zijn dorst naar het absolute  misleidt” aldus Costi Bendali, libanees orthodox denker, die in het bijzonder heeft bijgedragen tot de vernieuwing die begonnen is door de Beweging van Orthodoxe Jongeren (MJO) in het Midden-Oosten. Deze openheid die indruk maakt op de gelovige (en die zijn bron put aan het innerlijk van het communautaire leven) kan verschillende vormen aannemen : doorheen een ontmoeting met andere christenen maar ook en wellicht vooral met de niet-gelovigen.

Openheid tegenover de andere christenen onder verschillende aspecten

Men zou hier kunnen een lijst opmaken van de veelvuldige openheden van de parochie met de andere christenen, in concentrische cirkels, personen dicht bij ons die omgaan met andere, niet orthodoxe christenen.

•a)    Met personen die de parochie verlaten hebben

De parochie strekt zich vooreerst uit in haar oud-leden die om persoonlijke redenen ( bijvoorbeeld een verhuis)vertrokken zijn. De vraag , te weten hoe men contact met hen kan onderhouden is reeds besproken ( bijvoorbeeld : via het tijdschrift, de web-site, via e mail)

•b)    Met ons bisdom

De parochie heeft slechts zin indien ze verbonden is met een bisschop, die garantie staat voor de eenheid van de Kerk en haar gelijkvormigheid met het evangelie, en dus garant voor de eucharistie. De communio met de bisschop verzekert de realiteit van onze Eucharistie en getuigt dat zij geen individuele en geïsoleerde ritus is maar een communio met de totaliteit van de gelovigen. Het is door de bisschop dat de openheid van de parochie met al de orthodoxe gelovigen mogelijk wordt gemaakt. Wij hebben in de crypte het geluk een bijzondere band te hebben met de bisschop, zowel geografisch (omwillen van zijn Kathedraal), als effectief. Het is goed om deze band voort te zetten.Deze eenheid met de bisschop drukt zich ook uit doorheen de relaties die wij kunnen ontwikkelen met de andere parochies van het bisdom. Acties zouden kunnen worden ondernomen om onze band te versterken hetzij met de parochie van de Heiligen Petrus en Paulus te Clapham, met wie wij verbonden zijn, hetzij met de Kathedraal, hetzij met parochies in de provincie.

•c)     Met de andere orthodoxe gemeenschappen van Parijs

De roeping van onze parochie kan anderzijds een versterking betekenen voor de banden met Orthodoxen. Het historisch gevolg van een aantal parochianen in de Fraterniteit getuigt reeds hiervan. Kan de aanwezigheid te Parijs van een grote verscheidenheid van orthodoxe kerken van verschillende tradities geen uitnodiging zijn om mekaar beter te leren kennen als orthodoxen onder mekaar en om onze eenheid te concretiseren ? Het bezoek aan parochies van andere tradities, het hernemen van een interparochiale catechese of nog, progressieve introductie, zonder syncretisme, van onze Russische traditie van de byzantijnse ritus zou een “brug” kunnen slaan tussen de verschillende orthodoxe gemeenschappen.

•d)    Met kerken /parochies van andere landen

Breder gezien, de crypte onderhoudt rechtstreekse banden met de orthodoxe parochies buiten de grenzen van het bisdom : in Rusland, in Afrika ( in het bijzonder met Vader Timothée in Benin), in Libanon. Deze relaties die te wijten zijn aan historische omstandigheden of door vriendschapsbanden ( dikwijls via het Instituut St.Serge) vormen factoren van openheid die zonder onderbreking moeten onderhouden worden.

•e)     Met de andere christelijke belijdenissen

Ten slotte, over de grenzen van de zuivere orthodoxe sfeer heen, heeft onze parochie het geluk deel te kunnen nemen aan een betere dialoog, hetzij met de zogenaamde christenen van het Oosten (dank zij onder andere Christine Chaillot), hetzij met Katholieken en Protestanten (als gevolg van de inzet van Danielle Gousseff)- , de crypte wordt  graag door sommigen
 gekenmerkt als “oecumenisch”, dikwijls in pejoratieve zin. Deze deelname aan kringen van bijbelbezinning of met het gebed met christenen van andere belijdenissen moet in feite een dubbel getuigenis vormen : voor de niet-Orthodoxen, de rijkdom van onze traditie; voor de anders Orthodoxen minder spontaan neigingen voor oecumenische ontmoetingen, met de kracht van het geloof en het gebed die ons laat communiceren met andere christenen.

Openheid over de grenzen heen van de “religieuze cirkel”

Het komt aan de parochie toe om uit te stralen over de grenzen van de religieuze sfeer en een wijze van uitdrukking te vinden in de profane wereld. In de conferentie die hij over dit thema heeft gegeven en welke is uitgegeven in een klein boekje getiteld “Getuigenis van de eucharistische gemeenschap” heeft Costi Bendali aangetoond dat “de christelijke gemeenschap zich niet mag ontdoen van deze essentiële dimensie van haar concreet historisch engagement, haar hoop op het Koninkrijk” En hij maakt hierbij duidelijk dat men het “heil aan wat zuiver religieus “is niet moet inperken. Hij onderlijnt dat “het heil van Christus een totale bevrijding inhoudt voor elke miserie, van elke beroving, van elke vervreemding”. Vader Cyril Argenti citerend, nodigt  hij ons uit om ons niet te “verbergen in de eucharistische celebratie en het strijdtoneel van deze wereld te ontvluchten. Vanaf dan kunnen wij ons afvragen hoe ertoe te komen om niet in een dualisme terecht te komen “spiritueel leven /dagelijks leven”,  hoe historische daden te stellen, hoe in nederigheid bijdragen om deze wereld te omvormen ? Deze vraag is zeer uitgebreid en verdient een diepe reflexie. Men zou twee voorbereidende voorstellen kunnen inbrengen, die niet de pretentie hebben om rond de vraag zelf heen te draaien.

•a)     De collecte van de vasten / de vasten van het delen

Het eerste betreft de band tussen ons vasten ( voornamelijk deze van de grote vasten) en de ondersteuning van de meest kwetsbaren.” Vasten om de meest armen onder ons te helpen”, dat is de betekenis van de omhaling in onze parochie in de vasten, die aldus wordt een “vasten van het delen”. Het staat ons immers toe mensen te helpen in hun noden met een som geld die wij gegeven hebben. Costi Benaldi toont dat het erom gaat “te antwoorden aan de consumptiemaatschappij door de bekering van het verlangen, niet om te verkwisten, maar om getransfigureerd te zijn in Christus, worden als Hem en in Hem, gave, onthaal en delen “.

•b)    Een “forum van verenigingen”.

De tweede suggestie  zou een appel kunnen inhouden van een investering in het dagelijks leven, onder de inspiratie van een heilige als Mère Marie, waarvan het leven van dienstbaarheid radicaal is geweest. Velen onder ons zijn reeds geëngageerd ten persoonlijke titel in verenigingen (ACAT, Montglofière, Saint Egidio )om maar de meest bekende te citeren. Zouden wij niet kunnen profiteren van de ervaringen van sommige parochianen om deze verenigingen beter te leren kennen ? Kan onze parochie niet discreet een soort van draaischijf  worden van belangeloze acties en dit zonder de inmenging  van de politiek ?

De verschillende wijzen van zijn van de eucharistische gemeenschap maken er een teken van  Gods aanwezigheid in de wereld van. Een gebed kan ons helpenom zich bewust te worden van deze bijzondere zending; een gebed dat voortdurend en telkens herhaald wordt  en waarvan wij de neiging hebben om het niet meer te beluisteren. Dit gebed duidt expliciet de roeping van de parochie aan die onze individualiteiten moet verenigen, de andere gelovigen en de gehele wereld rond Christus. Dit gebed is in feite een oproep, een vermaning, een bemoediging; gewoonlijk geformuleerd door de diaken en zij bevelen  ons aan om “onszelf, de anderen en heel ons leven aan Christus onze God” toe te vertrouwen.

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Makarios de Grote :als een ziel vervuld is…

 

Als een ziel vervuld is van verwachtingsvol verlangen,

En van geloof en liefde,

Oordeelt God haar waardig om

“uit de hoge kracht te ontvangen”,

Hetwelk is de hemelse liefde van Gods Geest

En het hemelse vuur van het eeuwig leven;

En als dit gebeurt, gaat de ziel

Waarlijk de schoonheid van alle liefde binnen

En is zij bevrijd van de laatste boeien van het kwaad.

 

Makarios de Grote

De heilige Maria Magdalena

Heiligenleven

De Heilige Maria Magdalena

MariaMagdalenaG

De heilige Maria Magdalena, de Apostelgelijke en Myrondraagster, een van de vrouwen die Christus het dienstbaarst was. En ook alle gelovigen hebben bijzonder van haar gehouden om haar spontane manier van optreden; omdat zij openlijk een zondares was zoals  wij het in het verborgene zijn, maar die tegelijk hunkert naar de liefde van Christus en daar alles voor over heeft.

Aan haar liefde zien we welk een gewelddadige invloed Christus op de mensen uitoefende. Zij kwam uit nieuwsgierigheid naar het feestmaal van de Farizeër, waar Christus aan tafel aanlag. Zij kwam daar als welgestelde publieke vrouw, trots en onbeschaamd tussen de giftige blikken die ongetwijfeld van alle kanten op haar geworpen werden. Maar de aanblik van de mens die Christus  was, had zulk een invloed op haar, dat zij neerzonk en in tranen uitbarstte : tranen van berouw over haar verknoeide leven, tranen van innige eerbied tegenover die stralende zuiverheid die haar niet afwees, tranen van vreugde dat zoiets mogelijk was.

Het was het begin van een diepe vriendschap, die geëindigd scheen te zijn toen zij, als een van de weinigen, aan de voet stond van het Kruis. Maar hoe leven wij mee met haar vreugde toen zij als eerste de verrezen Heer mocht aanschouwen, toen zij gereed stond om met de andere Myrondraagsters de laatste eer te bewijzen aan hun overleden Heer.

Met de opdracht de Opstanding te verkondigen aan de Apostelen, begon haar apostolische werkzaamheid. En die verkonidiging zette zij voort in Judea en alle omliggende landen, en volgens een oude westerse overlevering tot in Gallië toe, waar zij begraven is in de Provence. Daar staat aan de kust de zeer oude, merkwaardige kerk, toegewijd aan de Drie Maria’s, een jaarlijks trefpunt van de zigeuners, die van heinde en verre haar feest komen vieren. Maar volgens de oosterse traditie ligt zij bij Efese begraven, waar zij geleefd zou hebben in het gezelschap van de apostel Johannes.

 Bron : Heiligenlevens – Orthodox klooster den Haag

3e zondag na Pinksteren : over de lelies van het veld

3e zondag na Pinksteren

“Over de leliën in het veld”

Lelie_6582

Eerste lezing

Romeinen 5,1-10

Leven in vrede met God
 Gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer.  Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid van God.  Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding,  volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop.  En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.
     
Want Christus is voor goddelozen gestorven op de gestelde tijd, toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren.  Je zult je leven niet snel geven voor een rechtvaardige, al zou misschien iemand de moed hebben te sterven voor een goed mens.  God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor dat Christus voor ons is gestorven toen wij nog zondaars waren.  Des te zekerder is het dat wij, eenmaal gerechtvaardigd door zijn bloed, dankzij Hem gered worden van de toorn Toen wij vijanden waren, zijn wij met God verzoend door de dood van zijn Zoon; des te zekerder is het dat wij, eenmaal verzoend, gered worden door zijn leven.

Evangelielezing

Mattheüs 6,22-33

 De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn.  Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn!  Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel niet tegelijk dienen.  Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding?  Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels?  Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven?  En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet.  Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen.  Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen?  Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken?  Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt.  Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

Siluan
 

Barmhartige Heer, schenk ons Uw vrede,

Zoals Gij Uw heilige apostelen de vrede hebt gegeven :

“Mijn vrede geef ik u ” (Joh.14,27)

 

Heer, verleen ook aan ons om van Uw vrede te genieten.

De heilige apostelen hebben Uw vrede ontvangen

En deze over de gehele wereld verspreid

En terwijl zij bezig waren met de redding van het volk

Verloren zij deze vrede niet

En is zij in hen niet minder geworden.

Ere zij de Heer en Zijn barmhartigheid

Want Hij heeft ons zeer lief

En geeft ons Zijn vrede

En de genade van Zijn Heilige Geest

http://www.videomusic.nl/player.swf

Cyrillus van Jeruzalem : Petrus trok Hem ter zijde en begon Hem tegen te spreken

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar
Doopcatechese nr. 13, 3.6.23  (vert. brevier)

“Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken”

 

cyrillus van Jerrusalem13

 

   We hoeven niet beschaamd te zijn over het kruis van onze Verlosser. Integendeel we moeten erop roemen. Het woord kruis is een aanstoot voor de joden en een dwaasheid voor de heidenen, maar voor ons betekent het redding. Voor hen die verloren gaan, is het kruis een dwaasheid , maar voor ons die gered worden, is het de kracht van God (1Kor 1,18-24). Want het is geen doodgewone sterveling die voor ons is gestorven, maar de Zoon van God, de mensgeworden God. Het lam dat geslacht werd volgens de opdracht van Mozes, heeft de verderfengel (Ex 12,23) geweerd. Maar heeft het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt (Joh 1,29), niet veel meer gedaan door ons te bevrijden van de zonden?

      Niet onder dwang heeft Hij zijn leven gegeven en evenmin is Hij met geweld ten offer gebracht, maar uit vrije wil. Luister naar wat Hij zegt: “Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen” (Joh 10,18). Vrijwillig geef Ik Mij over aan de vijanden. Als Ik het niet wilde, gebeurde het niet. Hij kwam dus uit vrije keuze tot zijn lijden, blij met zijn buitengewone daad, glimlachend om zijn krans, verheugd over de redding van de mensen, en zonder schaamte over het kruis,, want het was om de hele wereld te redden. Het was geen gewoon mens die leed, maar de mensgeworden God, strijdend om de prijs van gehoorzaamheid.

      Verheug je om het kruis niet alleen ten tijde van vrede, maar bewaar het geloof ook als je wordt vervolgd. Wees niet Jezus’ vriend in tijd van vrede en in oorlogstijd zijn vijand. Nu krijg je de vergeving van je zonden en de geestelijke gave die jouw Koning schenkt. Als de strijd losbrandt, vecht dan moedig voor je Vorst. Jezus die zonder zonden was, is voor jou gekruisigd… Niet jij verleent de genade, want jij hebt het eerst ontvangen. Nu geef jij dank en betaal je je schuld aan Hem die op Golgotha gekruisigd is voor jou.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heiligenleven : Heilige Wladimir van Kiev

 

Heiligenleven

Heilige Wladimir van Kiev

Wladimir2 van Kiev

De heilige Wladimir, kleinzoon van de christenprinces Olga, kwam in 980 op de Russische troon. Hij was een heidense barbaar en had twee christenen ter dood gebracht omdat de ene geweigerd had zijn zoon te laten offeren aan de god van de donder.

Omdat hij nu aan de macht was werd hij bezocht door gezantschappen van oost en west, die duidelijk lieten blijken dat de russen barbaars en achterlijk waren door hun armelijke levenswijze en hun afgodendienst. Mohammedanen, Katholieken, Joden en Grieken schilderden de voordelen van hun eigen godsdienst en spraken elkaar tegen. In 986 legde Wladimir de kwestie voor aan zijn raad van edelen. Zij zeiden dat het nogal vanzelfsprekend was dat iemand niets slechts vertelde van zijn eigen godsdienst  en dat er op deze wijze geen conclusie mogelijk was. Het beste zou zijn een delegatie te zenden naar de verschillende landen om de zaken met eigen ogen te bezien.

Dit plan werd ten uitvoer gebracht. De tocht naar het westen leverde niet veel op, maar hegeel anders was het verslag dat ze uitbrachten over Constantiniopel. Deze stad had het toppunt bereikt van haar ontplooiing en in heel de belkende wereld bestond er geen bouwwerk dan de door Konstantijn gebouwde grote Kerk, de Agia Sofia, kon evenaren. Zelfs nu in zijn ontluisterde toestand maakt het gebouw een onvergetelijke indruk, hoe moet het zijn geweest toen alles nog getooid was met de stralende rijkdom van de mozaïken ?

De Russen werden erheen gebracht tijdens een van de grote feesten. En zij zagen de processies die door heel de kerk trokken, de patriarch in zijn plechtige gewaden met de stoet van priesters, diakens, wierokers en toortsdragers, de zonnebanen die zich vanuit de koepel scherp aftekenden in de wierookwolken door heel de ruimte, en zij hoorden de jubelende zang van de beste koren van het rijk. Heel het gebouw was gevuld met een deinende menigte die op de knieën viel en de gewaden van de celebranten trachtte aan te raken onder het roepen van Kyrie eleison, Kyrie eleyson…

Het was of de engelenstoet uit de Cherubijnenhymne voor ogen zichtbaar verschenen was.

En teruggekomen bij Wladimir spraken ze de zoveel geciteerde woorden : ” We wisten niet of we niet in de hemel waren : werkelijk, het is onmogelijk op aarde iets schoners te vinden. We kunnen niet beschrijven wat we gezien hebben. We kunnen alleen maar geloven dat God daar aanwezig is op onvergelijkelijk grootsere wijze dan in alle andere godsdiensten. Het is onmogelijk het te vergeten : wie eenmaal werkelijk zoetheid geproefd heeft kan het bittere niet meer waarderen; we kunnen niet langer in het heidendom blijven”. En zij voegden eraan toe : ” Als de godsdienst der Grieken niet goed was, dan zou uw grootmoeder Olga, de wijste der vrouwen, die toch niet omhelsd hebben ?”. Dit argument nam de laatste bezwaren van Wladimir weg en hij gaf alleen maar als antwoord : “Waar zullen wij gedoopt worden ?”.

Toen kwam in zijn hoogmoedige geest de gedachte op het christendom niet te ontvangen maar het te veroveren. Hij verzamelde zijn legers en ging scheep naar Chersonesos in Tauris, dat hij belegerde ; en hij deed de gelofte de Doop te ontvangen wanneer de stad in zijn handen viel. Door het afsluiten van de verschillende aquaducten die de stad van water voorzagen, wist hij inderdaad de overgave af te dwingen.

Maar weer stelde Wladimir de doop uit. Hij zond een boodschap naar keizer Basilios om de hand van diens zuster Anna te vragen, met de belofte van zijn bekering en de de bedreiging dat hij anders Constantinopel zou aanvallen. De keizer was niet in een positie om te weigeren door de verzwakte toestand van het Rijk, en zoals hij zijn zuster Theofano aan de duitse keizer Otto had gegeven, zo werd Anna overgehaald zich op te offeren tot welzijn van het rijk en met die barbaarse prins in het huwelijk te treden.

Zij ging dus scheep met een heel gevolg van geestelijken, en bij haar komst werd de doopplechtigheid gearrangeerd. Wladimir had in die tijd een heftige oogontsteking zodat hij nauwelijks meer iets kon zien. Maar op het ogenblik dat de bisschop hem de hand oplegde voor de myronzalving na de doop, kwam de pijn tot bedaren en hij herwon het gezicht. En vol vreugde riep hij uit : “Nu heb ik de ware God gezien !”

Na zijn terugkeer in zijn eigen stad Kiev liet Wladimir zijn twaalf zonen dopen en begon het heidendom aan te vallen. Het grote houten afgodsbeeld van de dondergod Perun liet hij omverhalen, achter paarden aanslepen terwijl het onophoudelijk met zwepen geslagen werd, en tenslotte in de Dnjepr werpen, waar het roemloos door de stroom werd meegesleept. Dit moest al grote indruk maken op het volk.

Toen beval hij dat allen zich moesten voorbereiden op de doop. “Wie morgenochtend niet aanwezig is bij de rivier, rijk of arm, gering of machtig, die zal ik beschouwen en behandelen als mijn vijand”, zo luidde het bevel. En zo stond dan de hele bevolking in het water, zonder te weten waar het eigenlijk om ging.

Sommigen sto,nden erin tot aan hun hals of iets minder diep, met hun kleine kinderen op de armen. De priesters stonden op de oever en lazen de doopgebeden, waarbij zij hele groepen samenvatten onder eenzelfde naam. Wladimir stond erbij, stralend van vreugde, en bad met geweldige stem : ” Grote God Die hemel en aarde hebt gemaakt, zie neer op Uw nieuwe volk. Verleen hen om U te kennen, de ware God, zoals Gij Uzelf hebt doen kennen in alle christenlanden; en bevestig hen in waarachtig en onwankelbaar geloof. En sta mij bij, Heer tegen mijn vijand die tegen mij opstaat, opdat ik, in vertrouwen tot U en door Uw kracht, aan al zijn lagen mag ontkomen”

Wladimir begon toen aan zijn taak om het volk te beschaven. Hij bouwde kerken in al zijn steden en stelde er priesters aan voor de prediking. Hij stichtte scholen en dwong de Bojaren en edelen er hun kinderen heen te zenden, wat zij slechts met veel tegenzin deden. Hij bouwde ziekenhuizen en reizigersverblijven , stelde talloze slaven in vrijheid en loste zware schulden af van wie in nood verkeerden. De hulpelozen zond hij wat zij behoefden en hij stichtte gastvrije tafels voor de armen. Hij organiseerde hulpdiensten voor bedlegerigen. Ieder die in nood verkeerde, kom zich tot hem wenden om geholpen te worden.

Reeds weinige jaren later kwam de eerste kerkelijke organisatie van Rusland tot stand : metropoliet Leontios richtte vijf bisdommen op : Novgorod, Rostov, Tsjernikov, Wladimir en Belgorod. Intussen had Wladimir zijn macht steeds verder uitgebreid. Het scherpe contrast tussen zijn oorspronkelijke woeste wreedheid en losbandig leven, en zijn mildheid en morele zuiverheid na zijn doop, bewijst de oprechtheid van zijn bekering. En met recht wordt hij om zijn lvenswerk de “Apostelgelijke” genoemd en de “Vader des vaderlands”. Hij is gestorven in 1015.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – uitg Orth. Klooster Den Haag

 

 

Cyrillus van Jerusalem : Zijn naam is koning der koningen en heer van de Heren

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese 10, 2-5 ; PG 33, 662v


cyrillus of jerusalem245

“Zijn naam is Koning der koningen en Heer van heren” (Ap 19,16)

      Als iemand God wil eren, laat hij dan voor de Zoon neerbuigen. Zonder dat aanvaardt de Vader het niet om aanbeden te worden. Hoog uit de hemel liet de Vader deze woorden horen: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind” (Mt 3,17). De Vader vindt vreugde in de Zoon,… die ‘Heer’ genoemd wordt (Lc 2,11), niet ten onrechte zoals bij de menselijke heren, maar de heerlijkheid behoort Hem vanaf de eeuwigheid.

      Door voor Hem te blijven staan en door werkelijk de onschendbare glorie van zijn staat als Zoon te behoeden, past Hij zich toch aan onze zwakheden aan, als een bedreven geneesheer en een meelevend meester. Hij heeft dat alles gedaan toen Hij werkelijk van nature Heer was. Hij was geen Heer op onze wijze, maar Hij was Heer in waarheid, en oefende de heerlijkheid met instemming van de Vader uit over zijn eigen schepselen. Wij hebben immers heerschappij over de mensen die onze gelijken zijn in waardigheid als in lijden, vaak zelfs over ouderen. In onze Heer Jezus Christus is de heerlijkheid niet op dergelijke wijze: Hij is eerst Schepper, vervolgens Heer. Hij heeft alles geschapen naar de wil van de Vader, vervolgens oefent Hij zijn heerlijkheid uit over hetgeen slechts door Hem bestaat.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Bartholomeüs I wil gezamelijk concilie in 2011

Bartholomeus I wil gezamenlijk orthodox Concilie in 2011

Foto: AP

De oecumenische patriarch van Constantinopel, Bartholomeus I, wil al in het volgend jaar een gemeenschappelijke Concilie van de orthodoxe Kerken bijeenroepen. Het erehoofd van de wereldorthodoxie zei maandag op de Russische tv-zender Vesti 24 dat hij met de Moskouse patriarch Cyril I is overeengekomen om de voorbereidingen te versnellen voor een dergelijke bisschoppelijke bijeenkomst van alle 14 erkende orthodoxe Kerken. “Tegen het einde van dit jaar of begin volgend jaar ronden wij onze voorbesprekingen af”, aldus Bartholomeus I.
 
Het Concilie is van zeer groot belang voor de hele orthodoxe wereld, zei de oecumenische Patriarch. Thema’s zijn onder andere kwesties over de autocefalie (zelfstandigheid) en autonomie van de orthodoxe Kerken. Bartholomeus I  sloot maandag in Sint-Petersburg een tiendaags bezoek aan Rusland af. Naar inschatting van commentatoren droeg  de reis bij aan een verdere verbetering van de betrekkingen tussen de patriarchaten van Moskou en Constantinopel.
 
Tot op heden gold 2012 of 2013 als waarschijnlijke datum voor een gezamenlijk orthodox Concilie. De plannen daarvoor ontstonden al in de jaren ’60, maar waren begin jaren ’90 door een geschil tussen de patriarchaten van Moskou en Constantinopel opgeschort. Deze ging over de kwestie van de wettelijke soevereiniteit over de orthodoxe Kerken in Estland en Oekraïne. Pas in de zomer van 2009 werden de panorthodoxe conferenties ter voorbereiding van het Concilie weer hervat.

Bron : Kath.nieuwsblad