Heiligenleven : Heilige Meletios van Antiochie

 

Heiligenleven

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië

meletios

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië, stamde uit een der voornaamste families van Melitene, de hoofdstad van Klein-Armenië. Vanaf zijn jonge jaren was hij geneigd tot gebed en hij had een echt studiehoofd. Zijn oprechte hartelijkheid en vredelievendheid, zijn begrip voor het standpunt van anderen, wonnen waardering bij arianen zowel als orthodoxen. Daarom werd hij gekozen tot bisschop van Sebaste, maar dit kon de merendeels ariaanse bevolking toch niet verkroppen, zodat hij te maken kreeg met hardnekkige tegenwerking. Hij deed daarom afstand en trok zich terug in de eenzaamheid. Na allerlei twisten werd Meletios tot aartsbisschop verkozen van Antiochië, maar toen hij te zeer de orthodoxe leer verkondigde over de godheid van Christus, werd hij reeds na een maand in ballingschap gezonden. Bij het begin  van de regering van Keizer Juliaan kon hij naar zijn zetel terugkeren, maar toen deze het heidendom weer wilde invoeren, verzette Meletios zich daartegen met zoveel overtuiging, dat hij al spoedig opnieuw in ballingschap moest gaan.

In de verwarde tijden die volgden, werd hij herhaalde malen op zijn troon hersteld en in ballingschap gezonden, terwijl intussen een nieuwe bisschop, Paulinos, werd benoemd. De beroemde heilige Kerkvaders uit die tijd, Basilios, Johannes Chrysostomos, Gregorius van Nazianze en Gregorios van Nyssa, schaarden zich achter Meletios, maar deze toonde zijn vreedzame gezindheid door aan te bieden de zetel te delen met Paulinos. Er moesten nog grote moeilijkheden overwonnen worden, maar tenslotte werd dit aanbod aanvaard. Hij werd voorzitter van het concilie van Antiochië in 1379, waar de dwalingen van Apollinaris werden veroordeeld, zonder diens naam te noemen.

Toen hij in 381 voorzitter was van het tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel, overleed hij, door iedereen diep betreurd.

Uit : heiligenleven voor elke dag -orthodox  klooster van den Haag

Pinksteren

PINKSTEREN

Pinksteren nb (440 x 543)

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
 Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen.  Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren.  Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten.  Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     
Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel.  Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.  Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken!  Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort?  Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia,  Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen,  Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
      Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken  wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’  Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

Verdeeldheid onder de toehoorders
      Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet.’  Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’  Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk.  Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten
      Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’  De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’  Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden?  Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën?  Maar dat volk, dat de wet niet kent, vervloekt zijn ze!’  Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op:  ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’  Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten!’

  Weer richtte Jezus zich tot hen: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

pinksteren

Cyrillus van Alexandrië : Vader ik heb uw naam bekend gemaakt aan der mensen

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop, Kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes, 11, 7; PG 74, 497-499

CyrillusAlexandrie258

“Vader, Ik heb uw naam bekend gemaakt aan de mensen”

       De Zoon heeft de naam ‘Vader’ niet alleen laten kennen om Hem te openbaren en om ons een onderricht te geven over zijn goddelijkheid. Want dat alles werd reeds verkondigd door de geïnspireerde Schrift vóór de komst van de Zoon. Maar ook door ons te leren dat Hij niet alleen waarlijk God is, maar dat Hij ook waarlijk Vader is, en werkelijk zo betiteld door in Hemzelf en buiten zichzelf zijn Zoon, van nature even eeuwig, voort te brengen.

      De naam Vader is meer eigen aan God dan de naam God: welke een naam van waardigheid is, die andere naam betekent echter een wezenlijk kenmerk. Want wie God zegt, zegt de Heer van het Universum. Maar wie Hem Vader noemt, preciseert de kenmerken van de Persoon: het toont dat Hij het is die verwekt. Dat deze naam Vader nog meer waar en eigen is dan die van God, toont ons de Zoon zelf door hoe Hij deze Naam gebruikt. Hij zei niet “God en Ik”, maar: “Ik en de Vader, wij zijn één” (Joh 10,30). En Hij zei ook: “Op de Zoon heeft God de Vader zijn zegel gedrukt” (Joh 6,27).

      Maar als Hij aan zijn leerlingen heeft voorgeschreven om alle naties te dopen, heeft Hij daarbij opzettelijk verordend dat dit niet in de naam van God gedaan zou worden, maar in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorius van Nyssa : Aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg

H. Gregorius van Nyssea (ca 335-395), monnik en bisschop
Het leven van Mozes, II, 231-233, 251-253  

Gregorius van Nyssa523

Gregorius van Nyssa

“Aanstonds zag hij weer, en volgde Hem op zijn weg”

      [Op de berg Sinaď zei Mozes tegen de Heer :”Laat mij toch uw Majesteit zien”. God antwoordde: “Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan … , maar mijn Gelaat zul je niet kunnen zien” (Ex 33,18s).] Het voelen van dat verlangen, lijkt me voort te komen uit een ziel die door de liefde voor de essentiële schoonheid wordt bewogen, een ziel die door de hoop steeds wordt meegevoerd naar de schoonheid die zij gezien heeft bij Degene die aan de andere zijde is… Deze moedige vraag die alle grenzen van het verlangen te boven gaat, gaat niet over het zien van de Schoonheid in spiegels en weerspiegelingen, maar van gelaat tot gelaat. De goddelijke stem staat het gevraagde toe door het feit dat ze het weigert…: de vrijgevigheid van God staat haar de vervulling van haar verlangen toe; maar tegelijkertijd belooft ze haar niet de rust en de verzadiging… Daaruit  bestaat het ware zien van God: in het feit dat degene die de ogen opheft naar Hem nooit stopt met naar Hem te verlangen. Daarom zegt Hij: “Je zult mijn Gelaat niet zien”…

      De Heer, die Mozes zo had geantwoord, drukt zich op dezelfde wijze uit tegenover zijn leerlingen en zet daarmee de betekenis van dat symbool in het licht. “Wie achter mij aan wil komen”, zegt Hij (Lc 9,23) en niet : “Wie voor Mij uit wil gaan”. Degene die Hem een verzoek doet betreffende het eeuwige leven, stelt Hij hetzelfde voor: “Kom, volg Mij” (Lc 18,22). Welnu degene die volgt kijkt naar de rug van degene die leidt. Dus het onderricht dat Mozes ontvangt op een wijze waarbij het onmogelijk is om God te zien, is als volgt: God volgen waar Hij je heenleidt, dat is God zien…

      Het is immers niet mogelijk om veilig te reizen voor degene, die de weg niet kent die hij moet gaan, als hij de gids niet volgt. De gids toont hem de weg door voor hem uit te gaan; degene die volgt zal daardoor niet van de goede weg afgaan, als hij zich altijd naar de rug, van degene die leidt, keert. Als hij immers naast hem loopt of als hij tegenover zijn gids loopt, dan bevindt hij zich op een andere weg dan die welke de gids toont. Daarom zegt God tegen degene die Hij leidt: “Mijn Gelaat zul je niet zien”, dat wil zeggen: “Ga niet tegenover je gids staan”. Want dan loop je de tegenovergestelde richting op als Hij… Hier zie je hoe belangrijk het is om God te leren volgen. Degene die Hem zo volgt, zal geen enkele tegenwerking van het kwaad meer op zijn reis hebben.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

De christen tegenover de uitdagingen van de eeuw

De christen tegenover de uitdagingen van de eeuw

Metropoliet Ephrem van Tripoli

 

Ephrem van Tripoli6

Ik ben onder  u vandaag, niet om een conferentie te geven, maar voor een eenvoudige  voordracht die ik graag de titel meegeef : “de christen tegenover de uitdagingen  van de eeuw”. Ik zal mij op de eerste plaats richten tot de leerlingen van het Lyceum. Zij maken deel uit van de nieuwe generatie van deze eeuw, zij zullen moeten deelhebben aan de wereld van vandaag en haar uitdagingen. Daar het niet gaat om een conferentie, zal ik mij onthouden anderzijds om een uiteenzetting te geven over de verdiensten en de karaktertrekken van de wereld van vandaag, want gij beleeft het volkomen. De ervaring is meer waard van elke uiteenzetting.

Beginnen wij met de specifieke trekken van onze samenleving voor ogen te nemen. Niets betwijfelt dat ons tijdperk moeilijk is ,ik kenmerk het als moeilijk, omdat ik geloof dat zij rechtschapenheid mankeert. Wat zijn nu eigenlijk de karakteristieken ?

“Een wereld die meer en meer materialistisch is”

Zoals gijzelf het zonder twijfel hebt gemerkt, constateren wij een grote wetenschappelijke vooruitgang, en meer in het bijzonder op het domein van de technologie. De technologische middelen evolueren op een buitensporig snel tempo, en dat van dag tot dag. Men moet dus een “bagage” (in de oorspronkelijke tekst in het Frans) hebben om in staat te zijn  deze snelle evolutie te kunnen volgen. Het volstaat een computer te openen en op het internet  te surfen om toegang te krijgen tot overvloedige en formidabele gegevens van feiten. Omwille van de afwezigheid van onderscheidingsvermogen is het zeer gemakkelijk om zich erin te verliezen. Niet wetend hoe het nuttige eruit te halen, voelt men zich als het ware verloren in deze enorme “bagage”, in de veelheid van de gegevens.

Zeker er is ook schijn van eenheid die ons tijdperk karakteriseert, men spreek in dit verband van “mondialisering”. De mens van vandaag leeft in de illusie dat hij bekwaam is; dank zij de middelen van communicatie en de media, om de ganse wereld te verenigen. Dit is gedeeltelijk waar. Ik zal u een voorbeeld geven. Wanneer de heilige-synode mij heeft verkozen, belde mij iemand vanuit Amerika, op het moment zelf dat de bisschoppen nauwelijks de vergaderzaal hadden verlaten. Zij had mijn verkiezing reeds vernomen ! Dus, in een tussentijd van amper vijf minuten hadden de vier hoeken van de wereld reeds vernomen dat er een bisschop was verkozen voor het diocees van Tripoli en zijn dependenties. Wie zijn wij ten overstaan van de wereld van vandaag om dergelijk echo op te wekken ? Het is slechts een eenvoudig voorbeeld om de uitgestrektheid en de vlugheid van de communicatiemiddelen vandaag de dag  te illustreren.

Maar de wereld waarin wij leven wordt gelijdelijkaan een materialistische wereld.  Weldra zullen jullie gespecialiseerde studies ondernemen en zullen jullie binnentreden in het domein van de economie. Op onze dagen  regelt de economie de wereld, en het is zij , dat heb je zonder twijfel al gemerkt, die de wereldcrisis heeft veroorzaakt.

“Het lichaam is geen koopwaar”

Echter, datgene wat wij vandaag de dag dikwijls  op wereldschaal noemen ” de cultuur van het lichaam”, betreft jullie meer. Hoe zit dat met deze “cultuur van het lichaam” ? Op onze dagen concentreren zich elke publicatie, alle media en alle producten die in de mode zijn zich op het lichaam van de mens. Er zijn geen publiciteitspanelen op de wegen die het lichaam niet laten zien en het  uitstallen, zeker die van de vrouw, en dit om meer producten te kunnen verkopen. Het lichaam wordt uitgebuit voor commerciële redenen. Het is mijn plicht om uw aandacht hierop te vestigen. Voor ons, christenen, is het lichaam geen koopwaar. Het kan dus geen middel zijn om meer geld te verdienen. Dàt is het standpunt van  de christen.

Je zal merken dat alle menselijke wezens, niet alleen de jongeren, maar ook de minder bejaarden en de ouderen  zich voornamelijk zullen voordoen in hun zo-zijn, en dit in elke institutie, zelfs in de schoot van de Kerk. Zij verzorgen hun klederen, zij zijn bezorgd om hun voorkomen, zij zoeken uit welke vest ze best zouden dragen, de beste das om te knopen, om er als de mooiste uit te zien. Ik vraag u – laten wij er over discussiëren en vragen stellen : ligt de waarde van de persoon  alleen in zijn lichaam ? Beperkt het zich tot zijn voorkomen ? Wat is echter de menselijke persoon ?

“De intellectuele bekwaamheden van de mens zijn onuitputtelijk, het is een genade van God”

Onze Kerk leert ons, zoals het wordt uitgedrukt door onze Vaderen, dat de mens bestaat uit een lichaam, een geest en een ziel. Er bestaat geen twijfel aan dat God de geest geschapen heeft, deze menselijke geest waarvan de bekwaamheden beperkt zijn. De wetenschappers van vandaag bevestigen dat zij enkel een gering deel van de hersenen van de mens gebruiken in dienst van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang. De intellectuele bekwaamheden van de mens zijn dus onuitputtelijk. Dit is wonderbaar. Het is een genade van God.

Maar in de ogen van een christen is de mens niet alleen een geest. Hij is ook niet alleen een lichaam. De mens is ook een ziel. Stel u een mens voor, geleerd, houder van verscheidene universitaire diploma’s, een echte specialist, maar die in zijn eigen leven niet slaagt. Indien hij geen hoop heeft, zal hij ongelukkig zijn, ondanks zijn werk, zijn geld, zijn studies en diploma’s. Het is u misschien niet mogelijk om dit op dit moment te vatten, maar met de tijd zal je begrijpen….

Hij die veel  reist in de wereld, ontmoet veel  rijke en geleerde mensen ( ikzelf heb veel gereisd, voornamelijk in het Westen), maar als we eens de gelegenheid hebben om bij hen op bezoek te gaan, merken wij dikwijls dat zij ongelukkig zijn. Zij komen alleen thuis. Sommigen zijn gehuwd, anderen, en het is dikwijls het geval, zijn het niet. Er zijn er die  buitenechtelijk samenwonen, anderen leven alleen. Zij komen thuis en wat doen zij ? Zij kijken naar de televisie, of zij gaan naar een herberg om een biertje te drinken of hun voorkeursdrankje (op onze dagen in Libanon, zijn het de narquilés -waterpijpen met tabak-die in de mode zijn), maar in hun innerlijk geweten zijn deze mensen triestig. Waarom ? Omdat zij alleen zijn. Een menselijk wezen is slechts gelukkig in het bijzijn  van een ander menselijke wezen, in de communio met anderen. Indien hij geen familie heeft die hij liefheeft en die hem liefhebben, dan zal hij droevig blijven. Wij komen hier op het domein van de spiritualiteit.

De innerlijke vrede  verwerven om de “eenheid van het menselijk wezen” te bereiken.

Indien de mens het lichaam  – ziel en geest niet verenigt, dan zal hij verdeeld blijven. Ik denk dat gij genoeg ervaring hebt om dit zeer delicaat probleem te begrijpen. Voor de Kerk is de mens één. Indien hij slecht
s een deel van zijn zijn ontwikkelt zal hij een verdeeld persoon blijven. In het jargon van de moderne geneeskunde, zal hij getroffen worden door schizofrenie, door een desintegratie van zijn persoonlijkheid. Hij zal geen  volmaakt persoon zijn. Schizofrenie,  desintegratie van de persoonlijkheid is een psychische ziekte die het meest verspreid is in de wereld van vandaag. Waarom ? Omdat wij niet alle aspecten van de menselijke persoon ontwikkelen.

Indien de mens zijn lichaam tot in het extreme toe ontwikkeld, zonder zijn  ziel te ontwikkelen, dan blijft hij verdeeld (zelfs al ontwikkelt hij zijn geest) en dus onevenwichtig. Hij bezit geen “innerlijk evenwicht”. Een persoon, man of vrouw, die de innerlijke vrede niet bezit kan niets vruchtbaars of productiefs verwezenlijken. Zijn arbeid zal altijd gedeeltelijk zijn, onafgewerkt. Door een tekort aan deze eenheid van het menselijk zijn,en  buiten dit “evenwicht van de menselijke persoon” kan de mens er niet in slagen vruchten te dragen.

Ik zal nu komen tot een onderwerp, dat, geloof ik u in het bijzonder aangaat. Vanaf het moment dat wij de eenheid van de menselijke persoon zijn gaan behandelen, besef dat de mens die  niet alle aspecten van zijn persoonlijkheid ontwikkeld, hij niet alleen een gedeelde , verloren , verwarde mens is, maar ook een leugenaar, dus kunstmatig. Hij is een leugenaar, want hij beleeft een  tweedeling tussen het zijn en het zich voordoen. Hij bevestigt iets en leeft anders. Dit is juist de schizofrenie van de persoon, wat één van de gevaarlijkste kenmerken is en het meest negatieve van de mens van vandaag. Ik spreek van de  leugen. Wie kan mij zeggen wat de tegengestelde deugd is van de leugen ? Wie onder u weet het ? Het is zeker de zekerheid die eruit bestaat “consequent te zijn met uzelf” Daaruit bestaat de eenheid. Het is  de moeilijkste en de meest belangrijke zaak die er is.

Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om u een raad te geven. Het is mogelijk dat wij mekaar nog zullen terugzien, zoals het ook mogelijk is dat wij mekaar niet meer zullen terugzien. Ik raad u dus aan geen leugenaars te worden. Wees niet kunstmatig. Gij zijt jong, in de bloei van uw leven. Gij zijt moedig, ondernemend, ambitieus. Wat gij ook zult doen, overal waar je ook zal komen, wees oprecht. Tracht oprecht te zijn. Lieg nooit. Zeg onverschrokken uw mening, zelfs als men niet naar u luistert. Dit is van groot belang. Gij zijt jong, en in de grond van zijn hart verlangt iedere mens altijd naar de waarheid, en dit ondanks alle slechte ervaringen, de kleine misstappen en de bekoringen. Hij verzucht naar wat levend en zeker is. En dit is niet vreemd aan het Evangelie.

“De waarheid zal u vrijmaken”

Wij lezen in het Evangelie : ” Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrij maken”. Op onze dagen heeft de jeugd geen andere verzuchtingen dan de vrijheid. Welnu, de vrijheid kan niet kunstmatig zijn. Zij realiseert zich als men de waarheid kent en als men  eerlijk is tegenover zichzelf. Zo wordt men een vrij mens. Wat is vrij-zijn ? Het is geen slaaf meer zijn, geen gevangene meer. Ons lichaam moet ons niet herleiden tot slavernij. Zo moet men ook geen slaaf zijn van een politiek leider, alhoewel dit soms de gewoonlijke gedraging is – verontschuldig mij om u eraan de herinneren – bij de Libanezen levend in Libanon. God alleen kan ons uitnodigen om onze vrijheid te beperken. Anders zijn wij geen ware christenen, maar alleen christenen van naam. Gij die in de bloei van uw leven zijt, brengt de uitdaging die wij de titel hebben gegeven ” de uitdagingen van de eeuw” opnieuw tot bloei, deze eeuw die zo dikwijls leugenachtig is. De christen moet zijn aandacht gericht houden op deze uitnodiging. Hij moet alles onderzoeken : elk woord dat hij hoort, elk beeld dat hij ziet, elk televisieprogramma dat hem wordt aangeboden en slechts dit onthouden waarvan hij overtuigd is, al de rest moet hij verwerpen.

Sta mij toe een voorbeeld te geven uit het Evangelie. De Heer Jezus werd voor Pontius Pilatus gebracht om veroordeeld te worden. Hij vroeg Hem : Waarom ben je daar ? Gij hebt de hemel verlaten om u te incarneren, om hier te komen, en nu ben je aan het lijden. Waarom ? En de Heer antwoordde hem : “ik ben gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid”. Gij weet goed dat deze man, Pontius Pilatus, een romeins gouverneur was, en dikwijls verstaan de gouverneurs, ook die van vandaag, niet veel van goddelijke of spirituele dingen, zij hebben niet de tijd om er zich in te interesseren . Als gevolg van deze vraag antwoordt de Heer : “ik ben gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid”. Pilatus vroeg Hem : “Wat is de waarheid”? Iedereen kan bevestigen dat hij gelijk heeft, dat hij aan de zijde staat van de waarheid. Maar uiteindelijk, waar is de waarheid ? Wat antwoordt gij op zulke vraag ? Wie kan mij een antwoord geven ? Wat was het antwoord van de Heer toen Pilatus hem de vraag stelde : “Wat is de waarheid, toon mij waar de waarheid zich bevindt ” ? Wie onder u kan hierop antwoorden ? Heeft er iemand een antwoord ?  (stilte) Gij doet juist hetzelfde als wat Jezus deed : Hij heeft niet geantwoord…..

De christen moet het geloof, de hoop en de liefde hebben

Heeft Jezus in een andere passage van het Evangelie niet gezegd : “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven ? Werkelijk, Hij is de Waarheid. Omdat de titel van onze uiteenzetting is “De Christen tegenover de uitdagingen van onze eeuw”, moeten wij bevestigen dat de christenen één enkele toevlucht hebben, één enkele schuilplaats, één enkel model. Wat is dit model dat wij moeten volgen ? Zeker, het is Jezus Christus. Wanneer wij de Heer zullen kennen, zijn leven op aarde, dan wordt Hijzelf onze toevlucht. Hij zal ons leren hoe wij ons moeten gedragen. Waarom blijven wij dus wezenloos ? Heeft Hij in het Evangelie niet gezegd : “Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrij maken ?” De ware vrijheid is verbonden met het geloof en de hoop. Hij die geen geloof heeft heeft  geen principes in zijn leven, hij is niets. Men moet geen grote dingen doen Hij gedraagt zich als een schaap dat volgt.. die altijd volgt, zonder werkelijk te weten wat hij volgt. Wat volgt hij ? de mode ? een beweging wat dan ook ? Ik weet het niet. Een christen moet een mens zijn van principes Hij moet geloof hebben. Hij moet hoop hebben. De christen wanhoopt niet. Wij die het geloof hebben, wij wanhopen niet. Maar de christen moet ook liefde hebben.

Ik ga besluiten met te spreken over de liefde. De apostel Paulus schrijft dat er tussen het geloof, de hoop en de liefde “de liefde de grooste is” Zij geeft een zin  en doel aan ons leven, deze van de waarachtige liefde. De liefde houdt ons de dag van vandaag allen bezig, in het bijzonder de jongeren.  Gij gaat experimenteren, en de wereld van vandaag geeft veel bekoringen. Ik hoop dat gij de liefde zult kennen, de ware liefde en niet een valse liefde. Geen liefde die één, twee dagen duurt en die gevolgd wordt met bitterheid en scheiding. Pas op. Pas goed op. Als gij van iemand houdt, houd ervan met een waarachtige liefde, niet een uiterlijke, niet een liefde die kortstondig is. Een liefde zonder offer, zonder respect voor de ander, heeft geen enkele zin. Het wordt passie. Passie duurt niet lang. Zij wordt gevolgd door bitterheid en droefheid, maar ook door wanhoop en zij leidt soms tot  zelfmoord , wat geen genade van God is. Het komt veel voor zowel in Libanon als elders. Wij willen geen liefde van dit genre. Wij keuren
het af. Wij willen een waarachtige liefde, zoals ik ze beschreven heb, een liefde ondersteund  door hoop en geloof.

Ik dank u.

Uit : SOP 347 – April 2010

Vertaling : Kris Biesbroeck

Maximos de Belijder

Heiligenleven

Maximos de belijder

 

Maxime de belijder (+662)

Maximos de Belijder

Maximos werd de Belijder genoemd om de moed te onderlijnen met dewelke hij het lijden  moest ondergaan omwille van zijn doctrinele overtuigingen. Hij werd geboren te Constantinopel in 580 en, nadat hij secretaris aan het hof was geweest trok hij zich rond 613 terug om zich aan het monastieke leven te wijden. De perzische invasie die Constantinopel bedreigde leidde hem naar Creta, vervolgens naar Cyprus en tenslotte naar Afrika (632) Hij kwam tussenbeide in de controverse over de twee nature van Christus. Hij hield daarover in 645 een publiek debat tegen de bisschop van Constantinopel Pyrrhus. Om de monothelistische ketterij te bestrijden, organiseerde hij met paus Martinus Ie het 1e Concilie van Lateranen in 649. Maar Keizer Constantijn II liet hen beiden arresteren en naar Constantinopel overbrengen. De paus werd veroordeeld in 653 en in ballingschap gezonden naar Crimé waar hij twee jaar later stierf. Maximos werd weggevoerd naar Tracië, werd veroordeeld om gegeseld te worden en men sneed hem de tong af en het rechter hand. Tenslotte werd hij verbannen in de Caucasus, naar Lazica aan de zwarte zee, waar hij stierf in 662, meer dan tachtig jaar oud. Het concilie van Constantinopel van 680 herstelde de heilige Maximos en zijn leer in ere. Zijn gedachtenis werd terug in het licht gesteld door de theoloog Hans urs van Balthasar.

 Uit: Icônes et saints d’Orient.

 

De orthodoxe kerk in Oost Europa in de 20e eeuw

De orthodoxe kerk in Oost Europa in de 20e eeuw

Door metropoliet KALLISTOS  Ware

 

Kallistos

 

Wij orthodoxen denken dat de orthodoxie de Kerk is van de heilige Traditie, de bewaarster “van het geloof die ons is overgeleverd aan de heiligen eenmaal voor allen”(Judas 3), “die niets wegneemt en niets toevoegt” zoals de Vaders van het 7e oecumenisch concilie in 787 het formuleerden. Maar terzelfdertijd erkennen wij dat deze onveranderde Traditie moet geassocieerd worden met persoonlijke ervaringen en dat wij ze moeten her-denken en her-beleven in elke nieuwe generatie. Een groot russisch theoloog van de 20e eeuw, Vladimir Lossky (1903-1958) heeft geschreven :” Het enige moment waarop de Traditie levendig en creatief is, is door de vereniging van de menselijke vrijheid met de genade van de Heilige Geest”. Lossky voegt eraan toe dat de Traditie ” de kritische geest van de Kerk” voorstelt”…(…)

De schok van de Revoluties

Voor de christenen van Oost-Europa was de 20e eeuw een vertroebeld tijdperk, met grote uitdagingen maar ook met nieuwe hoopvolle perspectieven. De geschiedenis van de orthodoxie gedurende de 100 laatste jaren was gekenmerkt door drie voorname gebeurtenissen.

Vooreerst, het begin van de eeuw was gekenmerkt door twee beslissende gebeurtenissen : in Rusland, de bolchevistische revolutie van 1917; en in Klein Azië  de nederlaag van het griekse leger in 1922, die gevolgd werd in 1923 door de uitwisseling van volkeren tussen Griekenland en Turkije, wat we vandaag de “ethnische zuivering” noemen. Als gevolg hiervan ging de Kerk in Rusland, de kerk met de meeste aanhangers en de meest invloedrijke,  gebukt onder de dominatie van het militante atheïsme, en gedurende de 70 jaren die volgden ging zij gebukt onder vervolgingen, nu eens rechtstreeks en gewelddadig gedurende de jaren 1920 en 1930, vervolgens opnieuw bij het begin van de jaren 1960, en dan weer indirect en vernederend in de periode die volgde op de tweede Wereldoorlog. De vestiging van het communisme in Rusland veroorzaakte een talrijke emigratie naar het Westen, wat op haar beurt bijdroeg tot een constructieve uitwisseling tussen de orthodoxe en westerse christenen.

Wat betreft het onheil van 1922-1923 in Klein Azië, het ontnam het oecumenisch patriarchaat de grote meerderheid van haar gelovigen. Sedert het tweede oecumenisch concilie van Constantinopel, in 381, werd de stad Constantinopel, ook het nieuwe Rome genaamd,, het voornaamste kerkelijk centrum van de oosterse christenheid; en gedurende de byzantijnse en ottomaanse periodes, oefende dit patriarchaat haar jurisdictie uit over territoria die uitgestrekt en weinig bevolkt waren. Maar het aantal van haar gelovigen verminderde enorm, vooreerst omwille van de stichting van nationale kerken in de 19e eeuw in Griekenland, Servië, Bulgarije en Roemenië; vervolgens omwille van de uitwisseling van volkeren in 1923, die de uitwijzing inhield uit Turkije van alle orthodoxe christenen, uitgezonderd in de regio van Constantinopel.  Vanaf 1923, en meer in het bijzonder  vanaf de anti-griekse oproer van 1955, waren de christenen die in Constantinopel waren gebleven het slachtoffer van uitzonderlijke druk van de kant van de turkse autoriteiten en vandaag de dag leven zij in een droevige staat van isolement. Ondanks deze verliezen, blijft het patriarchaat canonisch de primus inter pares in de schoot van de orthodoxe kerk, en dit op wereldvlak.

Het communistisch juk

De tweede beslissende gebeurtens  die de orthodoxie van de 20e eeuw kenmerkt, was de expansie van het communisme van de Sovjet unie in de richting van Europese landen in het Oosten, en dit vanaf 1945 en in de jaren die daarop volgden. Zo kwamen de orthodoxe Kerken van Servië, Roemenië, Bulgarije, Polen, Albanië en Tchechoslowakije  onder het atheïstisch regime te staan, en ongeveer 85 % van de totaliteit van orthodoxe christenen leefde onder het communistisch regime. Ondanks alle hindernissen die zij op hun weg tegenkwamen, ondanks alle tussenkomsten van de Staat, waren de vervolgingen – uitgezonderd in Albanië – minder hevig dan het was in Rusland gedurende de jaren 1920 en 1930. In het Rusland van na de oorlog, onder Stalin,  was het doel van de communisten in de andere landen van Oost Europas, meer te controleren veeleer dan te vernietigen (uitgezonderd Albanië).

De derde  beslissende gebeurtenis die voor de Orthodoxe Kerk meer bemoedigend was, was de plotselinge val van het Communisme in 1988-1989. Als gevolg hiervan profiteren alle orthodoxe kerken, uitgezonderd het oecumenisch patriarchaat te Istanbul in Turkije, van een steun van de Staat, of te minste van een positieve neutraliteit.

Een contrastrijke situatie

De positie van het Oecumensich patriarchaat in Turkije blijft delicaat , om niet te zeggen onzeker. Het aantal van de grieks orthodoxen bedraagt er minder dan 5000. De laatste veertig jaar heeft men dikwijls gedacht dat de turkse regering het patriarchaat  definitief zou verwijderen . Men heeft zelfs gesuggereerd dat, omwille van de ondergane beperkingen, de patriarch er beter zou aan doen om het turkse grondgebied op eigen beweging te verlaten. Vergeten wij niet dat het patriarchaat een belangrijk aantal gelovigen heeft die zich buiten Turkije bevinden : niet alleen in Griekenland, in het noorden van het land, in wat wij noemen “de nieuwe territoria” die op administratief niveau ingelijfd zijn in de Kerk van Griekenland, in Kreta en de Dodecanesos, de Berg Athos, maar ook in de grote griekse diaspora in gans de wereld. Maar de huidige oecumenische patriarch Bartholomeüs I heeft duidelijk doen verstaan dat hij zich persoonlijk betrokken voelt bij de gelovigen in Turkije zelf, en hij heeft nooit de intentie gehad om Turkije uit eigen beweging te verlaten. Ondanks de vele moeilijkheden die hij tegenkomt, is hij op vele domeinen actief : voor de eenheid van de christenen, voor de dialoog met de Islam en voor een christelijk getuigenis van de ecologie. Hij is voorstander van het toetreden van Turkije tot de europese Gemeenschap, en op dit punt verschilt hij van mening met vele orthodoxen in Griekenland.

In Griekenland en op een minder uitdrukkelijke manier op Cyprus, waar de kerken teruggaan op de apostolische tijd, zijn dezer twee landen de enige waar de orthodoxe Kerk officieel “gevestigd” is, terwijl in verschillende oud communistische landen, vooral in Rusland en Roemenië, de orthodoxe Kerk er niet ver van weg is om “de facto” in deze positie te verkeren.

In Griekenland en Cyprus is de meerderheid van de bevolking orthodox gedoopt. Voor de meerderheid van de grieken is het nog altijd evident om te denken dat Griek zijn, orthodox zijn betekent. Nochtans kan men het feit niet ontkennen dat met de groei van de urbanisatie en de materiële welvaart, en in het geval van Griekenland in het bijzonder, haar intrede in de Europese Gemeenschap in 1981, heeft de Kerk niet meer dezelfde invloed als in het verleden. Sedert de jaren 1950, hebben de mensen de gewoonte ver
loren om naar de kerk te gaan, en op onze dagen is het waarschijnlijk dat het aantal mensen dat regelmatig praktiseert niet boven de 10 % . Nochtans is de Kerk onder de bezielende leiding van aartsbisschop Christodoulos bewonderenswaardig actief is geweest op het vlak van de sociale en filantropische werken, en men kan veronderstellen dat dit ook zal gebeuren onder zijn opvolger Hiëronimos, verkozen in 2008.

De uitdaging van de secularisatie.

Wat moet er gezegd worden van de orthodoxe Kerken in de vroegere communistische landen, en in het bijzonder in Rusland en de Ukraïne, die bekeerd werd tot het christendom in de 4e eeuw, in servië en Bulgarije die bekeerd zijn door byzantijnse missionarissen in de tweede helft van de 9e eeuw, en in Roemenië waarvan de christelijke wortels teruggaan tot de bezetting van Dacie door de Romeinen in de tweede en derde eeuw ? In al deze landen, als gevolg van de val van het communisme, heeft men een indrukwekkende restauratie gezien van de uiterlijke kerkelijke structuren. Dit is in het bijzonder het geval in de oude Sovjet-unie. In Rusland en in Ukraïne waren er in 1987,6800 parochies;  in 2007 telde men er reeds 27.300. De groei van het aantal monasteria voor mannen en vrouwen is nog indrukwekkender : 19 in 1987, en 716 in 2007. Gedurende dezelfde periode is het aantal theologische scholen gegaan van 3 naar 70. Nochtans, ondanks deze bemerkingswaardige uitbreiding, moet men zeggen dat het aantal regelmatige kerkgangers niet meer zijn dan 5 tot 10 % op de gewone zondagen; maar de mensen komen talrijker op de grote feestdagen.

In gans oost Europa, in Griekenland zowel als in Cyprus als in de oud communistische landen, moet de orthodoxe Kerk  uitzien op dezelfde uitdaging : op welk punt zullen de orthodoxen erin slagen om te weerstaan aan het proces van secularisatie die reeds heeft geleid tot een diepe achteruitgang van de religieuze praktijk in west Europa ? Gedurende de 70 jaren van een atheïstische regering, en de ontgoocheling van enorme verliezen, blijft een belangrijke minderheid trouw aan de Kerk in Rusland. Haar moed en haar  uithoudingsvermogen tijdens de vervolgingen zijn zeer indrukwekkend en zijn een van de grote triomfen van het christendom gedurende de 2000 jaar van haar bestaan. Nochtans, men kan niet verhinderen om zich af te vragen of de bekoringen van het seculier materialisme op lange termijn niet meer vernietigend zullen zijn dan de rechtstreekse vervolgingen ? De ervaring van de 30 komende jaren zal op dit punt cruciaal zijn.

Het gebrek aan samenwerking en eenheid onder de orthodoxen

Eén van de belangrijke problemen die de orthodoxie heeft gekend in de 20e eeuw, en die zich ook in de 21e eeuw zullen stellen, is deze van het tekort aan eenheid en van interorthodoxe samenwerking, niet op het niveau van de leer en de liturgische celebraties, domeinen waar er geen grote meningsverschillen bestaan, maar op het domein van de kerkelijke administratie en de jurisdicties. Wij orthodoxen, delen allen hetzelfde geloof, onze liturgische celebraties zijn dezelfde en , in principe, wij zijn allen in een sacramentele communio met elkaar. Maar in de praktijk is het uitdrukken van onze interne en spirituele eenheid droevig gebrekkig. Wanneer er interkerkelijke conflicten losbarsten, heeft mens dikwijls eeuwen nodig om ze op te lossen. Het lijkt erop dat wij geen klare en werkbare methoden hebben om onze misverstanden op te lossen.

Tot diep in  de 20e eeuw heeft het gebrek aan interorthodoxe samenwerking vele orthodoxe leiders in de war gebracht, en men heeft middelen gezocht om op een meer effectieve wijze onze kerkelijke eenheid te manifesteren. Nochtans zijn er tot nog toe weinig zaken geregeld op het praktische vlak. Bij het begin van de 20e eeuw, in 1902, heeft de toenmalige patriarch van Constantinopel Joachim III een ambitieuze en visionaire encycliek gezonden aan alle orthodoxe Kerken, om doen inzien dat er  toenaderings consultaties moeten georganiseerd worden  tussen orthodoxen. De Russische Kerk legt het accent in het bijzonder op het belang om”speciale vergaderingen voor alle orthodoxe van gans de wereld” te organiseren. In 1923 probeerde de patriarch van Constantinopel Mélétios IV Métaxakis om zo een vergadering bijeen te roepen door het organiseren van een panorthodoxe conferentie te Istanbul.  Ongelukkiglijk hebben alleen enkele Kerken afgevaardigden gezonden, en de beslissingen die er genomen werden, in het bijzionder wat het betreft  de aanneming van de nieuwe kalender, veroorzaakten nieuwe en ernstige scheidingen.

In 1930 was er een nieuwe poging voor een “speciale vergadering”, wanneer een interorthodox “voorbereidend Comité” bijeen kwam op de berg Athos, met de intentie een “pre-synode” te organiseren en vervolgens een “groot en heilig concilie”, dat het 8e oecumenisch concilie zou zijn. Maar de tweede wereldoorlog barstte uit. Vervolgens in 1948, ter gelegenheid van de 500e verjaardag van de autocephalie van de Russische Kerk , werd een “conferentie van de leiders en vertegenwoordigers van de autocephale kerken” gehouden te Moscou. Wanneer dit project voor een conferentie werd aangekondigd, suggereerden de woordvoerders van de Russische Kerk dat deze de weg kunnen voorbereiden voor een oecumenisch concilie. Maar het patriarchaat van Constantinopel protesteerde, zeggende dat zij de enige is die het canonisch recht heeft om een panorthodox concilie bijeen te roepen. Als gevolg hiervan werd de bijeenkomst in plaats van ” concilie”, eenvoudigweg “bijeenkomst”genoemd wat een ernstig onderscheid is in de orthodoxe ecclesiologie ! Alhoewel er vele brandende vraagstukken werden behandeld werd de conferentie van Moscou van 1948, helaas, gekenmerkte door de overheersende mentaliteit van de koude oorlog.

“Onze eenheid in de unieke Kerk van Christus is waardevoller van het patriotisme”

In 1961, hernam de oecumenische patriarch Athenagoras het idee van “een groot en heilig concilie” door een panorthodoxe Conferentie te organiseren te Rodos, waaraan de belangrijkste orthodoxe Kerken deelnamen. Deze conferentie werd gevolgd door andere panorthodoxe ontmoetingen te Rhodos in 1963 en 1964, vervolgens door een reeks conferenties in het orthodox centrum van Chambésy en vervolgens te Genève. Men sprak er over technische kwesties zoals bijvoorbeeld de regels voor het vasten en de kalender, maar men discussieerde  er ook over het meer fundamenteel probleem van de Kerkelijke organisatie van de orthodoxe Kerk in het Westen. De conferenties van Chambésy van 1990 en 1993 drongen aan op het feit dat in een land waar orthodoxe jurisdicties samen leefden, de betreffende  Kerken conferenties of bisschoppelijke comités moesten vormen om mekaar regelmatig te ontmoeten. Dit werd in enkele landen van de wereld gerealiseerd. Alhoewel men zich had uitgesproken voor de communicatie onder orthodoxen, hebben de conferenties van Rodos en Chambésy toch niet geleid tot een “groot en heilig concilie”, en ongelukkiglijk werden deze conferenties geschorst gedurende de jaren. De geïnspireerde dromen van de patriarchen Joachim en Athenagoras werden zoniet vergeten dan wel stilletjesaan vergetelheid gebracht.

De mislukking van deze inspanningen in het vooruitzicht van een naderbijkomen van een orthodoxe samenwerking is zeker te wijten aan de nationalistische geest die de bovenhand had in bijna alle orthodoxe
Kerken. Té dikwijls zagen de orthodoxen zich vooreerst als Grieken, Russen, Serven, enz.., en zij zagen zichzelf op de tweede plaats in hun hoedanigheid van leden van de enige en zelfde orthdoxe Kerk. Het patriotisme, de liefde voor hun vaderland en de ethnische tradities zijn kostbare kwaliteiten die ons christelijk leven kan verrijken. Zoals Alexander Solsjenitsyn het heeft geaffirmeerd tijdens zijn toespraak voor de Nobelprijs in 1970. “De naties zijn de rijkdom van de mensheid, hun collectieve persoonlijkheid; de minsten onder hen dragen hun eigen kleuren en bevatten een aspect van het plan van God”. Onze eenheid in de enige Kerk van Christus is onvergelijkbaar kostbaarder dan het patriotisme. In de orthodoxe ervaring van het verleden en het heden, is de waarachtige orde van de prioriteiten ongelukkiglijk verduiserd. Wij moeten onze nationale loyaliteit “dopen” om te komen tot de metanoia of het berouw, in de literaire betekenis van het woord : “verandering van geest”. In het symbolum van het geloof bevestigen wij orthodoxen : “ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische Kerk”, maar hoe gaat het er in de praktijk aan toe ? Wij hebben de vermaning van de heilige Philaret, metropoliet van Moscou(1782-1867) vergeten, namelijk de het Credo slechts toebehoort aan hen die het beleeft.

De overgang van een Staatskerk naar een “vrije” Kerk.

Sedert de bekering van keizer Constantijn in 313 en tot aan de 20e eeuw heeft de orthodoxie op een dominerende wijze bestaan in de situatie als staatskerk. Op paradoxale wijze is dit blijven voortbestaan na de val van het byzantijnse Rijk. De orthodoxen onder islamitische heerschappij bestonden als een soort “Staat binnen de Staat”, bestuurd door de kerkelijke overheid op het burgerlijk en religieus terrein. Nochtans, in de loop van de honderd laatste jaren is dit bondgenootschap op abrupte wijze opgeheven of tenminste verzwakt in de schoot van de orthodoxe Kerken die onder het communisme leefden. En zelfs al is dit sedert de val van het communisme gedeeltelijk hersteld is zoals in Rusland en Roemenië, dan is het toch in beperkte mate. Terzelfdertijd is in een land als Griekenland, de verbinding tussen Kerk en Staat aan het wankelen gebracht door de groeiende secularisatie. Dit betekent dat bijna overal ter wereld de bisschoppen niet meer kunnen afhangen van de regering zoals vroeger; en de priester van de parochie kan niet meer hopen dat de schoolmeester en de politieagent het werk doen in hun plaats.

Dit einde van de lange alliantie tussen Kerk en Staat betekent dat de orthodoxe Kerk meer en meer steunt op datgene wat nooit heeft opgehouden zijn bron te zijn : de heilige eucharistie tijdens de celebratie van de heilige Liturgie, door de communie aan het Lichaam en Bloed van Christus. Op onvermijdelijke wijze zal de overgang van een Staatskerk naar een “vrije” Kerk, die de Kerk ondergaat in een multiculturele en seculiere maatschappij, pijnlijk zijn en het houdt ook in dat men veel materiële middelen zal verliezen alsook vele offers zal vragen. Maar op lange termijn zal dit verlies bewijzen dat het geen verlies is, maar een winst. Indien in de 20e eeuw en bij het begin van de 21e eeuw de Kerk beroofd is van veel van haar materiële en tijdelijke invloed, indien zij op een kenotische wijze meer en meer afhangt van het “enig noodzakelijke” (Luc.10,42), de heilige eucharistie, dan zal dit zeker niet als straf beschouwd worden, maar als een zegen. Dit betekent dat de Kerk werkelijk zichzelf wordt.

De 20e eeuw is zeker een tijd geweest van beproeving voor de orthodoxe christenen van Klein-Azië, in de Sovjet Unie of in andere plaatsen van Oost Europa gedurende de communistische periode. Nochtans, ondanks de”vreselijke beproeving” waardoor de orthodoxie is gegaan in de 20e eeuw, kan de orthodoxie er werkelijk prat op gaan sterker te zijn in het jaar 2000 dan in het jaar 1900 (…)

Uit : SOP 347 – April 2010-05-01

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Hiëronimus : de woorden die ik tot u sprak zijn geest en leven

H. Hieronymus (347-420), priester, vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Brief aan Paulinus


Hieroniùos 457

“De woorden, die Ik tot u sprak, zijn geest en leven”

      Wij lezen in de Heilige Schriften: ik ben van mening dat het Evangelie het lichaam van Jezus is en dat de Heilige Schriften zijn leer zijn. Ongetwijfeld vindt de tekst “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt” zijn hele toepassing in het mysterie van de Eucharistie; maar het ware Lichaam van Christus en zijn Ware Bloed is ook het woord in de Schriften, de goddelijke leer. Wanneer wij naar het heilige mysterie gaan, en als een deeltje op de grond valt, dan zijn we ongerust. Wanneer wij het woord van God horen, en als we aan iets heel anders denken op het moment dat ze onze oren binnenkomt, welke verantwoordelijkheid halen we ons dan niet op de hals?

      Het vlees van de Heer is werkelijk voedsel en zijn bloed werkelijk drank, ons enige goed is om zijn vlees te eten en zijn bloed te drinken, niet alleen in het mysterie van de eucharistie, maar ook in de lezing van de Schrift.