H. Proclus van Constantinopel (rond 390-446), bisschop
Sermon 14 ; PG 65, 796

“Dag van blijdschap en vreugde” (Ps 118,24)
Wat een mooi Paasfeest! En wat een mooie bijeenkomst! Deze dag bevat zoveel oude en nieuwe mysteries! In deze feestweek of liever vreugdeweek, zijn alle mensen over de hele aarde vol blijdschap, en zelfs de hemelse machten verenigen zich met ons om in vreugde de verrijzenis van de Heer te vieren. De engelen en de aartsengelen jubelen, ze verwachten dat de Koning der hemelen, Christus onze God, terugkomt als overwinnaar van de aarde. Het koor van heiligen jubelt, ze verkondigen “Hem die oprijst uit de schoot van de dageraad” (Ps 110,3), de Christus. De aarde jubelt: het bloed van God heeft haar gewassen. De zee jubelt: de voetstappen van de Heer hebben haar geëerd. Dat elke mens, herboren uit het water en de Heilige Geest, jubele: dat Adam, de eerste mens, overgeleverd aan de oude vloek, jubele…
Niet alleen heeft de verrijzenis van Christus deze feestdag ingesteld, maar ze verschaft ons ook het heil in plaats van het lijden, onsterfelijkheid in plaats van de dood, genezing in plaats van verwondingen, de verrijzenis in plaats van de ondergang. Vroeger vond het mysterie van Pasen plaats in Egypte volgens de rituelen die door de Wet gegeven zijn; het offer van het lam was slechts een teken. Maar vandaag vieren we, volgens het Evangelie, het geestelijk Pasen, welke de dag van verrijzenis is. Daar slachtte men een lam uit de kudde…; hier is het Christus zelf die zich offert als Lam van God. Daar is het een dier uit de schaapskooi; hier gaat het niet om een lam, maar om de herder zelf, die het leven geeft voor zijn schapen (Joh 10,11)… Daar trekt het Hebreeuwse volk door de Rode zee en ze heffen een overwinningshymne aan ter ere van hun verdediger: “Ik wil de Heer zingen, want Hij is hoog verheven” (Ex 15,1).. Hier zingen degenen, die waardig geacht zijn om gedoopt te worden, in hun hart de overwinningshymne: “Een enige Heilige, een enige God, Jezus Christus, in de heerlijkheid van God de Vader. Amen”. “De Heer is Koning, bekleed met majesteit”, roept de profeet uit (Ps 93,1). Het Hebreeuwse volk trok door de Rode zee en aten manna in de woestijn. Vandaag eet men, na uit de doopfontein te komen, het brood dat uit de hemel neerdaalt (Joh 6,51).
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
