Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthage et martelaar
Het gebed van de Heer, § 4, 6
“De tollenaar… durfde zelfs zijn ogen niet ten hemel heffen”

De mensen van gebed moeten hun smeekbeden en hun vragen met bescheidenheid, kalmte, terughoudendheid en discretie uitdrukken. Herinneren we ons dat we in aanwezigheid van God zijn. Het is nodig dat de houding van ons lichaam en de toon van onze stem aangenaam zijn voor God. Het past niet om uit te barsten in geschreeuw; het past om te bidden met bescheidenheid en terughoudendheid.
De Heer leert ons om te bidden in afzondering, in eenzaamheid en op afgelegen plaatsen en zelfs in onze binnenkamers (Mt 14,23; 6,6), hetgeen beter overeenkomt met het geloof. Wij weten dat God overal aanwezig is, Hij hoort en ziet alle mensen, de blik van zijn oppermachtige majesteit dringt door tot in het geheim. Er staat immers geschreven: “Ben Ik een God van nabij, luidt het woord van de Heer, en niet een God van verre? Zou zich iemand in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord van de Heer. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? luidt het woord van de Heer.” (Jr 23,23-24).
De mens van gebed, mijn geliefde broeders en zusters, moet niet negeren hoe de tollenaar in de Tempel naast de farizeeër bad. Hij hief zijn ogen niet onbeschaamd ten hemel, hij stak zijn handen niet arrogant uit. Hij sloeg zich op de borst, hij erkende zijn innerlijke en verborgen zonden, hij smeekte om hulp van de goddelijke barmhartigheid. De farizeeër vertrouwde daarentegen op zichzelf. De tollenaar verdiende het om als rechtvaardig erkend te worden. Want hij bad zonder te hopen op heil door zijn onschuld, aangezien niemand onschuldig is. Maar hij bad door zijn zonden te bekennen, en zijn gebed werd verhoord door Degene die de nederigen vergeeft.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
Open voor mij de deuren van het berouw
|
De heilige berg Athos
De heilige berg, Agion Oros (Άγιον Όρος), of Athos is het meest rechtse schiereiland ten zuidoosten van de grote stad Thessaloniki. Het neemt in Griekenland een bijzondere plaats in omdat het een autonome monnikenstaat is. Het valt buiten de Europese Unie en legt verantwoording af, rechtstreeks aan de Orthodoxe Kerk (het Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel) in Istanbul. In de geschiedenis was het een drukbevolkt gebied met in haar hoogtijdagen tienduizenden monniken en geestelijken. Tegenwoordig zijn dat er nog maar rond de tweeduizend. Deze monniken behoren bij één van de 20 kloosters die nog in bedrijf zijn. De meeste van deze klooster zijn Grieks-orthodox, maar er zijn ook kloosters met een Russische, Roemeense, Bulgaarse en Servische herkomst. |
Uit : Gr4all
Waarom laten de orthodoxen olielampjes branden ?

Eén van de gewoontes welke orthodoxe Christen hebben om God te aanbidden en om hun godsvrucht uit te drukken, is om zowel in de kerk als thuis olielampjes te doen branden.
Daar zijn verschillende redenen voor.
Wij laten olielampjes branden om aan te duiden dat ons geloof licht is. Christus heeft gezegd : “Ik ben het Licht der wereld”. Het licht van de lamp doet ons denken aan het licht waarmee Christus onze zielen verlicht.
Wij doen olielampjes branden om ons eraan te herinneren dat gans ons bestaan licht moet uitstralen als dit van de heiligen, welke de heilige Paulus bestempelt als “zonen van het licht”.
Wij laten een olielamp branden om ons te beschermen tegen slechte daden en sombere passies. Zijn licht verdrijft de duisternissen van ons innerlijk en zet ons op de lichtgevende weg van het Evangelie.
Wij branden olielampen als teken van erkentelijkheid jegens God. Zo danken wij Hem om ons in het leven in goede gezondheid te behouden en om Hem te danken voor zijn oneindige Liefde, door dewelke het heil aan allen gegeven is.
Wij steken een olielamp aan opdat het bescherming moge zijn tegen de machten van het Kwaad, dat ons zonder ophouden achtervolgt. Vooral op het moment van ons gebed probeert hij ons van God af te wenden. De demonen houden van de duisternis en zijn bang van het licht van Christus en van hen die Christus liefhebben.
Wij doen een olielamp branden om ons eraan te herinneren dat wij ons offers moeten opleggen van allerlei soort. Op dezelfde manier als de lont door het vuur wordt verteerd door de vlam van de lamp, op dezelfde manier moet onze vrije wil zich laten consumeren door de vlam van Christus’liefde en zich laten onderwerpen aan de wil van God.
Als wij een olielamp aansteken, dan weten wij dat zij niet kan branden zonder de hulp van onze handen. Zo is het ook met de olielamp van ons hart : zij kan niet branden zonder de handen van God. De inspanningen van onze deugden zijn gelijk aan de lont en de olie. Om ontstoken te worden en te verlichten hebben zij het “vuur” van de Heilige Geest nodig.
Tekst van Diaken georges Geka
Vertaling : Kris Biesbroeck
H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Homilie over de vergiffenis, 2, 3
“Ik ga terug naar mijn vader”

Wanneer het gedrag van de jongeman ons niet bevalt, dan is dat zeker zijn vertrek welke onze afschuw wekt: wij zouden ons nooit van een dergelijke vader verwijderen! Alleen al de blik van de vader verjaagt de zonden, stoot fouten af, sluit alle misdragingen en elke verleiding uit. Maar als we zijn vertrokken, als we de gehele erfenis van de vader hebben verkwist in een wanordelijk leven, als het ons overkomen is om fouten of misdrijven te begaan, als we in de poel des verderfs en in een totale ondergang zijn beland, laten we dan eens en voor altijd opstaan en laten we teruggaan naar de liefdevolle vader, zoals we uitgenodigd worden door dit mooie voorbeeld.
“Toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen. En hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem.” Nu vraag ik u, is hier nog plaats voor wanhoop? Nog een voorwendsel voor een excuus? Welke valse redenering zou je nog vrezen? Misschien dat men vreest om de vader te ontmoeten, dat men bang is voor zijn kussen en zijn omhelzingen; tenzij men gelooft dat de vader ingrijpt om u terug te halen, in plaats van te vergeven, als hij zijn kind vastpakt, hem tegen zijn hart houdt en in zijn armen drukt. Maar zo’n gedachte verplettert het leven, staat lijnrecht tegenover ons heil en is ruimschoots overwonnen, ruimschoots verdwenen door hetgeen daarop volgt: “De vader zei tot zijn slaven: Breng vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. En haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden.” Nadat we dat gehoord hebben, kunnen we dan nog aarzelen? Wat verwachten we door terug te komen bij de Vader?
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
4e zondag in de vasten
Zondag van de heilige Johannes Climax

Apostellezing : Hebr.4,13-20
Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor de ogen van Hem aan wie wij rekenschap hebben af te leggen.
Jezus, onze hogepriester
Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.
Evangelielezing : Marcus 9,17-31
Iemand uit de menigte gaf Hem ten antwoord: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U meegenomen, omdat hij in de greep is van een stomme geest. Wanneer hij hem aangrijpt, knijpt hij hem de keel dicht, en dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met de tanden en wordt hij helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen hem uit te drijven, maar ze waren er niet toe in staat.’ Hij antwoordde hun: ‘Ongelovig slag mensen! Hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ En ze brachten hem naar Hem toe. Zodra de geest Hem zag, liet hij hem stuiptrekken. Hij viel op de grond en rolde heen en weer met het schuim op zijn mond. Jezus vroeg zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij dat al?’ Hij zei: ‘Van kindsbeen af. Hij heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid om hem te doden. Maar als U enigszins kunt, wees met ons begaan, kom ons te hulp.’ Jezus zei tegen hem: ‘Of Ik dat zou kunnen? Alles kan voor wie vertrouwen heeft.’ Meteen riep de vader van de jongen uit: ‘Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp.’ Toen Jezus zag dat de menigte toestroomde, bestrafte hij de onreine geest met de woorden: ‘Stomme en dove geest, Ik beveel je, ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug.’ Onder gekrijs en veel stuiptrekkingen ging hij weg. Hij bleef achter als een lijk, zodat velen zeiden: ‘Hij is dood.’ Maar Jezus nam hem bij de hand en liet hem opstaan, en hij stond op.
Thuisgekomen, alleen met zijn leerlingen, vroegen dezen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij zei tegen hen: ‘Dit soort kun je niet anders uitdrijven dan met gebed.’
Onderricht aan de leerlingen
Ze gingen daar weg en trokken door Galilea. Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, want Hij was bezig met onderricht aan zijn leerlingen. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd en valt in de handen van mensen. Ze zullen Hem doden, en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan

H.Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar
Homilie 6 tegen de rijkdom; PG 31, 275-278

“Welzalig de mens die zich ontfermt en uitleent … die aan de armen geeft, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand” (Ps 112)
Wat zul je de hoogste rechter gaan antwoorden, jij die je muren bekleedt, maar je gelijke niet bekleedt? Jij die je paarden borstelt, maar je broeder die in ellende zit, nog geen blik waardig gunt?… Jij die je goud verstopt en niet de onderdrukte gaat helpen?…
Zeg mij eens, wat behoort jou toe? Van wie heb je alles wat jou door het leven heen draagt, ontvangen? … Ben je niet naakt uit de schoot van je moeder gekomen? Zul je ook niet naakt terugkeren in de aarde? (Jb 1,21) De huidige goederen, van wie heb je die? Als je antwoordt: door het toeval, dan ben je een slecht mens die weigert om zijn schepper te kennen en zijn weldoener te danken. Als je toegeeft dat het van God komt, zeg mij dan om welke reden jij ze hebt ontvangen.
Zou God onrechtvaardig zijn door de nodige levensbehoeften ongelijk te verdelen? Waarom heb jij overvloed en zit de ander in de ellende? Is dat niet alleen opdat jij op een dag door jouw goedheid en jouw belangeloze gebaar, je beloning ontvangt, terwijl de arme de beloofde kroon voor zijn geduld verkrijgt?… Het brood wat jij hebt, behoort aan de hongerige; aan de naakte man behoort de mantel die jij verborgen houdt in je kasten… Zo bega je evenveel onrecht, als dat er mensen zijn die je kon helpen.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

In het islamitische Andalousië waren joden en christenen destijds derderangsburgers die werden gediscrimineerd, overeenkomstig de islamitische wetten. In een islamitisch bestel geldt voor niet-moslims (joden en christenen) het statuut van dhimmi. Dhimmi’s zijn onderworpen aan een aantal discriminaties (die niet altijd aldus worden toegepast): In Andalousië moesten ze een bijzondere belasting betalen (jizaya) voor het verkrijgen van veiligheid en bescherming, ze mochten geen wapens dragen, ze mogen geen openbare functies bekleden (want een moslim mag geen bevelen krijgen van een christen of jood), ze moesten zich vestimentair onderscheiden van moslims, de beruchte (nazi) JODENSTER vindt hier haar oorsprong. Het islamitische Andalousië betekende geenszins een vreedzame samenleving tussen moslims, christenen en joden, gezien joden en christenen waren onderworpen aan de islamitische wetten en de bijhorende discriminatie van andersdenkenden.
De islam kent kent geen godsdienstvrijheid en geen enkele wederkerigheid. In alle moslimlanden worden christenen en andere religies onderdrukt en gediscrimineerd.
In Marokko staat in de grondwet ingeschreven dat het verboden is om zich tot een andere godsdienst te bekeren of om te verklaren dat men de islam heeft verlaten. Ruim een jaar geleden werden in Marrakech een aantal mensen in de gevangenis opgesloten omdat ze zich in het geheim hadden bekeerd tot het christendom. Een tijd geleden werd een zendeling opgepakt omdat hij jongeren probeerde te bekeren tot het christendom. Tot in 7de eeuw waren er in Noord-Afrika (ook in Marokko), waar de kerkvader Augustinus heeft geleefd en gewerkt, christelijke gemeenten. Maar vanaf de 7de eeuw bracht Bennafi er met het zwaard de islam binnen en was het afgelopen met het christendom in Noord-Afrika.
Terwijl hier in België ‘zendelingen’ zoals Sami Zemni van het Centrum voor de islam in Europa, verbonden aan de universiteit van Gent, betaald door onze overheid zich voltijds kan wijden aan islamitisch zendingswerk en proselitisme, is zendingswerk (van een andere godsdienst dan de islam) VERBODEN in elk islamitisch land. Zendeling Zemni stelt dat ‘Europa een aanpassing moet ondergaan’. Bovendien is het in landen zoals Marokko en zelfs het meer liberale en seculiere Tunesië, verboden voor niet-moslims om binnen te gaan in een moskee (wat voorheen in Tunesië wel kon). In Tunesië kan men de ruïnes bezoeken van eens bloeiende christengemeenten in onder meer Carthago en Sbeitla. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 werden alle kerken er gesloten. Over het hele land resten er nog slechts zes kerken (zonder kruis op de kleine kerktoren – want verboden – en volledig zelfbedruipend, terwijl moskeeën er wel worden betoelaagd) voor de vele toeristen en de Europeanen die er wonen en werken (ter vergelijking: in Antwerpen alleen al zijn er zowat 35 moskeeën…). Ook in het ‘liberale’ Tunesië kan, er geen sprake van zijn dat een moslim zich zou bekeren tot een andere godsdienst. Enkel een buitenlander kan in Noord-Afrika christen zijn.
Waar zijn de christenen gebleven in Turkije, waar de zeven gemeenten in Klein-Azië waren gelegen, waarin Paulus heeft gewerkt en waaraan de apostel Johannes op last van Christus de zeven brieven richtte. De verovering van Costantinopel door de Ottomaanse moslims in 1432 is genoeg bekend en in Efeze, Patmos, Antiochië, kan men de ruïnes bezoeken van kerken van de eerste christengemeenten. Assyrische christenen worden er nog steeds vervolgd. Hier woont een hele gemeenschap Assyrische christenen uit Turkije die halverwege de jaren ’90 werd verdreven uit onder meer het dorp Yaramis. Assyrische christenen uit Turkije wonen nu overal verspreid in West-Europa. Van deze uitdrijving van christenen uit Turkije zijn door Amnesty International rapporten opgemaakt. Het laatste seminarie in Turkije werd enkele jaren geleden gesloten, zodat het christendom er op termijn wellicht volledig zal verdwijnen, zoals de patriarch vreest. De orthodoxe kerk, bezit geen rechtspersoonlijkheid. Armeense christenen en orthodoxe Grieken werden er verdreven en vermoord. Momenteel zitten er een paar Turken in Turkije in de gevangenis omdat ze zich hebben bekeerd tot het christendom.
Sinds het verdwijnen van Sadam Hoessein en de oorlog is de situatie van de christenen er veel slechter op geworden. Sinds 2003 zijn er al meer dan 300 000 van de resterende Iraakse christenen naar het buitenland gevlucht. Een religieuze zuivering zoals in Irak is in veel landen van het Midden-Oosten aan de gang, het is zelfs het doel van moslimextremisten. We zijn nu getuige van een historisch drama: de christelijke aanwezigheid in het Midden-Oosten dreigt te verdwijnen, ook in de landen waar het christendom is ontstaan. In het verleden waren christenen er tweederangsburgers, nu zijn ze er ongewenst. De druk op christenen om zich te bekeren tot de islam is groot, maar veel christenen vertrekken liever. In juni jl. werden in Irak een Chaldese priester en zijn assistenten brutaal vermoord, toen ze de kerk verlieten. Ze wilden hen dwingen om zich te bekeren tot de islam. Toen ze dit weigerden, schoten de mannen hen dood, gewoon één van de vele aanvallen van christenen in Irak. In Bagdad, Mosoel, Kirkoek of Bassora kloppen extremistische moslims op de deur bij christenen en beginnen geld te eisen voor ‘bescherming’. Daarbij dwingen ze familieleden meestal openlijk te verklaren tot de islam te zijn overgegaan. Ten slotte eisen ze dat de familie het huis en het laat verlaat, ‘omdat dit niet jullie geboorteland is’. Honderden christenen ondergaan dit lot. Van de christenen die nog resten in het Midden-Oosten ontvluchten er velen de islamitische onderdrukking en emigreren naar Europa, Amerika, Canada en Australië.
In Iran wordt heden de slinkende minderheid van Assyrische christenen gediscrimineerd. De Assyrische christenen vormen er samen met Armeniërs en Zoroastrianen (de oorspronkelijke godsdienst voor de komst van de islam) de christelijke minderheid van het land. In Iran is een christen een ongelovige die nooit baas mag zijn van een gelovige moslim in de werksfeer, daarom zijn er weinig of geen Assyriërs werkzaam bij de overheid . Ook onderwijs- en gezondheidsinstellingen zijn taboe voor christenen. Er werken geen christelijke Assyriërs bij de politie, in het leger, als rechter of als piloot. Het gevolg van de islamitische politiek is dat hoog opgeleide Assyriërs geen werk vinden en vaak genoegen moeten nemen met jobs onder hun niveau. De 33-jarige Assyrische econome Ishtar uit Urmina ziet voor zichzelf maar twee mogelijkheden: “We kunnen genoegen nemen met een onderbetaalde job of het land verlaten. Vaak worden we door werkgevers om onduidelijke reden afgewezen en in sommige gevallen wordt het hardop gezegd: ‘uw christelijke geloof is een probleem’.
Naast de discriminaties op het werk bestaan er nog tal van andere discriminaties, die het leven van christenen in Iran bijna onmogelijk maken. Zo moeten christenen die bij een auto-ongeval betrokken raken, meer betalen dan moslims. Ook de boeren in de provincie Urmira, waar een deel van de Assyrische christenen van oudsher woont, ondervinden veel last van discriminaties. Islamitische groothandels kopen hun producten niet, waardoor hun oogst kapot gaat. Met de komst van de nieuwe conservatieve president hebben de christenen hun laatste hoop verloren en de politie di
e de kledingvoorschriften controleert is nu veel actiever. De politie bezoekt winkels om niet-moslims te waarschuwen om de kledingvoorschriften (ook niet-moslim vrouwen moeten zich sluieren) streng na te leven. (Ook in sommige wijken in Brussel is reeds zo een mutawa actief, die erop toeziet dat vrouwen die in winkels werken wel strict islamitisch zijn gekleed en erop toeziet dat er geen alcohol wordt verkocht.) Duizenden christenen hebben Iran reeds verlaten en weken uit naar VS, Canada of Australië.
Overal waar de islam werd verspreid, werden de andere toen bestaande godsdiensten vrijwel volledig uitgeroeid. In Centraal-Azië verdwenen het boeddhisme, het nestorianisme en zoroastrisme bij de komst van de Arabieren. Ook Afghanistan was voorheen boeddhistisch. In het Midden-Oosten (waar het christendom is ontstaan) zijn historisch christelijke gemeenschappen in hun voortbestaan bedreigd. De laatste 50 jaar zakte de christelijke populatie in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever van 22 naar 2%. In Nazareth is de christelijke populatie gezakt van 60 % in 1946 tot minder dan 15% vandaag. Bethlehem telde vroeger 90 % christenen, maar sinds het onder Palestijns gezag kwam, nog slechts een derde. In Syrië (Damascus was erg belangrijk in het vroege christendom) was begin vorige eeuw nog één derde christen, nu nog minder dan 10%. In Egypte emigreren Kopten in grote getallen. Irak telde in 1987 nog 1,4 miljoen christenen, sindsdien is ruim 40% onder hen gevlucht. Deze emigratie van christenen is een gevolg van de terreur van radicale moslimbewegingen en de onderdrukking door de staat. In de hele islamwereld worden autochtone christenen (of andere niet-moslims) door de staat ernstig gediscrimineerd en bewust niet beschermd tegen islamitisch geïnspireerd geweld.
De reële onderdrukking ontgaat echter de meerderheid van de Europeanen. Voor Kopten is het bijvoorbeeld bijna onmogelijk om kerken te bouwen en te restaureren. De zondagsmissen worden soms verstoord door vandalisme en pesterijen van moslims en lokale overheden. Christenen worden systematisch geweigerd voor leidinggevende functies binnen de overheid, de politie, het leger, de politieke partijen en in het onderwijs, wegens de traditionele sharia-regel die stelt dat ‘er geen bevoegdheid van een niet-moslim over een moslim mag zijn’. Het zet sommigen ertoe aan om zich te bekeren om zo meer kansen te krijgen. Soms is een bekering een officieuze voorwaarde voor toegang tot goede jobs of huizen. De gewone christelijke leerboeken worden verboden of gecensureerd, terwijl allerlei islamitische literatuur, radio- en televisieprogramma’s en schoolboeken die christenen belasteren of aanvallen vrij verschijnen. Christenen worden duidelijk gemaakt geen klacht in te dienen uit ‘loyaliteit tegenover de natie’. Indien zij of hun verwanten dat wel doen, worden zij soms opgesloten in plaats van de daders. Er heerst ook een algemene rechtsonzekerheid in zaken waarbij moslims betrokken zijn. Een islamitische rechtsregel zegt dat een niet-moslim niet kan erven van een moslim. Het gebeurt zelden of nooit dat een rechtbank een uitspraak zal doen in het voordeel van christenen tegen moslims. In Indonesië werden alleen al tussen 1998 en 2003 minstens tienduizend christenen vermoord.
Wie de ware betekenis van racisme aan de lijve wil ondervinden, moet maar eens als niet-moslim in Saoedi-Arabië verblijven. Niet-moslims mogen bovendien NIET binnen in Mekka en Medina.
Uit : Dutch – faith freedom International
UITNODIGING
H. NEKTARIOS
EINHOVEN HOOGSTRAAT 301A
Zondag 14 maart
Zondag van de H. Johannes Klimakos onmiddellijk na de
Goddelijke Liturgie ( omstreeks 13.30 ) in de kerk.
Simultane vertaling in het Engels en het Russisch.
BELANGRIJKE LEZING
De spiritualiteit van een begenadigde mysticus en
leraar van de deemoed uit de 7e eeuw

door Dr. Stefan Royé
In het licht van de vastenperiode en in het belang van de geestelijke vorming van eenieder wil ik u deze lezing ten zeerste aanbevelen.
BRUSSEL (KerkNet/Zenit) – De oecumenische patriarch Bartholomeus, bijgenaamd ‘de groene patriarch’, ontving woensdag de eerste prijs van de kardinaal Poupardstichting wegens zijn jarenlange inzet voor het milieu. De stichting werd door de Franse kardinaal Paul Poupard, voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Cultuur en de Interreligieuze Dialoog, opgericht om de dialoog tussen verschillende culturen en godsdiensten te bevorderen.
Kardinaal Poupard: “Momenteel worden wij met een nieuwe situatie geconfronteerd, waarin wij naar manieren moeten zoeken om elkaar beter te leren kennen om ons in elkaars beeld te herkennen.” De kardinaal beklemtoont in het bijzonder het belang van gemeenschappelijk gedeelde waarden, maar ook de rol van het onderwijs dat waarden kan overdragen en kan bijdragen tot een betere kennis van andere godsdiensten en culturen
Bron : Kerknet
H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthage et martelaar
Over de weldaad van geduld, 3-5 ; PL 4, 624-625

Het geduld van God navolgen
Wat heeft God een groot geduld !… Hij laat de dag geboren worden en het licht van de zon opgaan over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Mt 5,45); Hij begiet de aarde met regen, en niemand wordt buitengesloten van zijn weldaden, zo goed als het water zonder onderscheid toegekend wordt aan goeden en slechten. Wij zien Hem met evenveel geduld handelen naar de schuldigen, als naar de onschuldigen, de trouwen en trouwelozen, zij die danken en zij die ondankbaar zijn. Voor hen allen, luistert de tijd naar de bevelen van God, stellen de elementen zich in zijn dienst, waaien de winden, springen de bronnen op, groeit de oogst in overvloed, rijpt de druif, dragen de bomen overvloedig vrucht, worden de wouden groen en de weilanden bedekt met bloemen… Hoewel Hij de macht tot wraak heeft, geeft Hij de voorkeur aan lange tijd geduld hebben en Hij wacht en schort het op met goedheid, opdat, als het mogelijk was, het kwaad met de tijd uitdooft en dat de mens.. zich uiteindelijk tot God richt, zoals Hij ons Zelf zegt in deze termen: “Ik wil niet de dood van degene die sterft, maar liever dat hij terug komt bij Mij en leeft” (Ez 33,11). En verder: “Kom terug naar Mij, kom terug bij de Heer uw God, want Hij is barmhartig, goed, geduldig en vol medelijden”(Jl 2,13)…
Jezus zegt tegen ons: “Wees volmaakt, zoals ook uw hemelse Vader volmaakt is” (Mt 5,48). Door deze woorden toont Hij ons dat wij, als kinderen van God en herschapen door een hemelse geboorte, het toppunt van de volmaaktheid bereiken als het geduld van de Vader in ons blijft en dat de goddelijke gelijkenis, die verloren was gegaan door de zonde van Adam, zich toont en onze handelingen doorstraalt. Wat een zaligheid om op God te lijken wat een geluk om deze deugd, welke de goddelijke lofzang waard is, te bezitten!
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
Heiligenleven
De heilige SIMEON de Nieuwe Theoloog (949-1022)

Simeon de Nieuwe theoloog en Basilios de Grote
Hij was geboren in paflagonië (klein-Azië) en zijn welgestelde ouders stuurden hem voor zijn opvoeding naar Constantinopel. Hij was intelligent, maar niet leergierig en na zijn middelbare opleiding volgde geen onderwijs, maar vestigde zich als schrijver. Dit vond een oom van hem te min, en hij bezorgde hem (tegen de zin van Simeon in) een plaats aan het hof. Toen deze oom stierf, leek dit voor Simeon de kans om het hof te verlaten en aan zijn geestelijke vader, Simeon de Vrome, vroeg hij om opgenomen te worden in het studionklooster. Daar hij echter pas 14 jaar oud was, werd hem dit geweigerd. Hij kreeg wel het boek van de heilige Markos de Asceet (5 maart) als geestelijke lectuur.
Zo begon Simeon zich toe te leggen op gebed, matigheid en schriftlezing tot diep in de nacht, terwijl hij overdag aan het hof verbleef. Maar vooral : hij leerde zichzelf nauwlettend acht te slaan op wat zijn geweten hen ingaf en dat altijd, zonder enige beperking, uit te voeren : “Maak nog enkele metanieën, zeg nog een paar psalmen, zeg nog vaker het Jezusgebed”. Hij redeneerde daar niet over maar beschouwde het als een rechtstreekse opdracht van God. En toen hij op deze wijze eens in de nacht aan het bidden was, werd hij volkomen onverwacht omstraald door een wonderbaar licht, dat hem met een onzegbare vreugde vervulde. Hij begreep dat dit een genade was die hij te danken had aan het vurig gebed van zijn geestelijke vader.
Hij was 20 jaar, het wereldse leven ontplooide nu zijn volle kracht, en de herinnering aan dit visioen begon te verflauwen. Hij bezoekt nog wel geregeld zijn geestelijke vader, maar zijn ijver voor het gebed verdwijnt en hij laat zich meeslepen in de sleur van de dagelijkse verstrooiingen, zonder tot een bepaald zondig leven te geraken. Dit duurt ruim zes jaar.
Toen kwam er een tijd van bezinning, het drong tot hem door wat hij verloren liet gaan en hij nam het besluit om monnik te worden. Opnieuw ging hij naar het studionklooster, en werd aangenomen. Hij was 27 jaar. Nu kwam echter de moeilijkheid dat hij zich niet los wilde maken van zijn geestelijke vader en dat werd in dit strikte klooster niet toegestaan. Simeon ging dus weer weg en trad in het minder strakke Mamasklooster, waar hem die mogelijkheid wel gelaten werd.
Hier erkenden de monniken de waarde van zijn persoonlijkheid : reeds spoedig werd hij monnik gewijd en priester, en reeds na drie jaar werd hij tot abt gekozen. In deze tijd hield hij zijn beroemde toespraken, de Catechesen, erop gericht het geestelijk leven van zijn monniken te versterken. Doordat hij met heel zijn wezen zulk een vurig voorbeeld gaf, bezorgde dit alles hem geestdriftige navolgers, maar het kweekte ook een partij van ontevredenen die hun vroegere leven goed genoeg vonden. Simeon wilde zich losmaken uit deze verscheurdheid; hij droeg het bestuur over aan zijn beste leerling, Arsenios, en trok zich terug om zich geheel te wijden aan het geestelijk gebed en aan zijn geschriften.
Intussen stierf zijn geestelijke vader met wie hij zo innig verbonden was. Op eigen gezag stelde hij een jaarlijks gedachtenisfeest in en daar kwam natuurlijk reactie tegen. Stefanos, de bisschop van Nikomedië, klaagde hem aan bij de patriarch en zei dat een niet-theologisch geschoolde monnik zoiets niet mag doen. De patriarch, een vriend van Simeon, is in verlegenheid, en schuift de zaak op de lange baan. Maar omdat Simeon hardnekkig vasthoudt aan zijn viering – hij ziet het opgeven ervan als ontrouw aan zijn geestelijke vader, aan wie hij heel zijn innerlijk leven te danken had – moet er na zes jaar een beslissing worden genomen. Simeon wordt verbannen en zonder meer over de Bosporus gezet.
Daar ging hij wonen bij een vervallen kerkje van de heilige Marina, het eigendom van een van zijn leerlingen, die nu ook in Simeons levensbehoeften voorzag en zorgde voor de restauratie van het kerkje. Al spoedig kwamen er gelovigen die zich onder zijn geestelijke leiding stelden en er ontstond een kloostertje. Intussen waren vrienden van Simeon in Constantinopel actief gebleven en zij drongen er bij de patriarch op aan de zaak te herzien. Zij slaagden erin te bewerkstelligen dat de verbanning werd opgeheven en dat Simeon werd teruggeroepen. Hij kwam wel, om hun die genoegdoening te geven, maar hij keerde toch weer terug naar zijn eigen klooster, dat geheel van zijn geest doordrongen was en waar hij zich in alle rust kon wijden aan het creëren van zijn geestelijke geschriften. En na 48 jaar priesterschap is hij daar in vrede ontslapen in de Heer.
Deze enigszins bizarre levensloop moet ons niet doen vergeten wat voor een mens de heilige Simeon was, die we pas door zijn werk leren kennen. De halsstarrige liefde die hij zijn geestelijke vader toedroeg, was slechts een afschijnsel van de gloeiende liefde tot Christus welke hem bezielde. Zijn toespraken, overwegingen, zijn hymnen, zij tonen ons telkens opnieuw hoe sterk zijn leven met God verbonden was, hoe bewust hij leefde in Gods stralende tegenwoordigheid, hoe Gods liefde in hem leefde en uitstraalde naar zijn broeders. Deze liefde van God manifesteerde zich in meeslepende mystieke ervaringen, en Simeon, die tegelijk een groot dichter was, stelde heel zijn talent in werking om die ervaringen onder woorden te brengen om ze te kunnen delen met zijn broeders. Het is deze rechtstreekse beleving van Gods energie en Gods aanwezigheid die hem tot een ware “Godskenner” maakt, een “theoloog”, iemand die God kent vanuit zijn binnenste, vanuit levende ervaring, niet vanuit zijn redenerend verstand. En het is daarom dat Simeon na de Evangelist Johannes, en na de God-schouwende gregorios van Nazianze, in de Orthodoxe Kerk de eretitel krijgt van “Nieuwe Theoloog”.
De volgende aanroeping van de heilige Geest is uit één van zijn hymnen :
Kom, waarachtig Licht.
Kom, eeuwig Leven.
Kom, mysterie dat verborgen is.
Kom, Rijkdom zonder naam.
Kom, Gij die onuitspreekbaar zijt.
Kom, wezen, onbereikbaar voor mensenverstand.
Kom, altijddurende Verheffing.
Kom, avondloos Licht.
Kom, Verlangen van allen die naar verlossing dorsten.
Kom, opstanding der gestorvenen.
Kom, Machtige, die door een wenk alles voortdurend schept, verandert en beweegt.
Kom, eeuwig Onbeweeglijke die toch geheel de tijd in U omsloten houdt.
Uit de geschriften van Simeon de nieuwe Theoloog
H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Sermon “Over onze Heer”

“Hij stak de vingers in zijn oren, … en raakte zijn tong aan”
De goddelijke kracht welke door de mens niet aangeraakt kan worden, is nedergedaald, zij is omwikkeld met een tastbaar lichaam, opdat de armen haar aanraken en door de mensheid van Christus aan te raken is, daardoor ontvangen zij zijn goddelijkheid. Door middel van lichamelijke vingers heeft de doofstomme gevoeld dat zijn oren en zijn tong werden aangeraakt. Door middel van tastbare vingers heeft hij de onaanraakbare goddelijkheid waargenomen toen de band van zijn tong verbroken werd en toen de gesloten deuren van zijn oren werden geopend. Want de architect en de maker van het lichaam is naar hem toe gekomen, en met een vriendelijk woord heeft Hij zonder pijn openingen gemaakt in dove oren; zo ook bij de gesloten mond, welke tot dan toe onmachtig was om een woord te spreken, heeft de lof voor Degene, die zo vrucht liet dragen aan zijn steriliteit, op de wereld gezet.
Eveneens heeft de Heer modder gemaakt met zijn speeksel en heeft het op de ogen van de blindgeborene gesmeerd (Joh 9,6) om ons te laten begrijpen dat hem iets ontbrak, evenals de doofstomme. Een aangeboren onvolmaaktheid van ons menselijk deeg werd opgeheven dankzij het zuurdesem dat van Zijn volmaakte lichaam komt… Om aan te vullen wat de menselijke lichamen missen, heeft Hij iets van zichzelf gegeven, net als Hij zich te eten geeft [in de Eucharistie]. Daardoor laat Hij onvolmaaktheden verdwijnen en laat Hij de doden verrijzen, opdat wij zouden erkennen dat, dankzij zijn lichaam “waarin heel de volheid van de Godheid woont” (Kol 2,9), de fouten van onze menselijkheid worden hersteld en opdat het ware leven aan de doden wordt gegeven door dat lichaam waarin het ware leven woont.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
Derde zondag van de vasten – zondag van het Kruis

Hier komt het hema van het Kruis naar voren, en wordt ons gezegd (Marcus 8,34-9,1)
Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden ? Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven ?
Vanaf de derde zondag beginnen de lezingen uit de Hebreeënbrief ons de betekenis van Christus’offer duidelijk te maken, waardoor we toegang hebben gekregen “tot het binnenste heiligdom, achter de voorhang”, dit wil zeggen tot in het heilige der heiligen van Gods Koninkrijk (vgl Derde zondag Hebr.4,14 -5,6; vrierde zondag, Hebr 6,13-20 en Vijfde zondag Hebr.9,11-14) waarbij de lezing uit het Evangelie van Marcus het vrijwillige lijden van Christus aankondigt :
….De Zoon des Mensen wordt overgeleverd in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen….
En zijn Opstanding :
…en na drie dagen zal Hij opstaan. (Marcus 10,32-45)
(Bron : De grote vasten – Alexander Schmemann p.106)
Patriarchale en Synodale Encycliek op de zondag van de Orthodoxie
(21 februari 2010)
BARTHOLOMEOS

Bij Gods Genade
Aartsbisschop van Constantinopel-Het Nieuwe Rome
en Oecumenisch Patriarch
ten dienste van de volheid van de Kerk, Genade en Vrede
Van onze Heer en Heiland Jezus Christus
Onze hoogst heilige orthodoxe Kerk herdenkt vandaag haar eigen feestdag en – vanaf deze historische en zwaarbeproefde zetel van het Oecumenisch Patriarchaat – richt de Moederkerk van Constantinopel haar zegen, liefde en zorg tot al haar trouwe en toegewijde geestelijke kinderen over de hele wereld, en nodigt hen uit te concelebreren in het gebed.
Gezegend zij de naam des Heren! Diegenen die doorheen de eeuwen hebben gepoogd de kerk te onderdrukken door middel van diverse, zichtbare en onzichtbare vervolgingen, die probeerden de kerk te vervalsen met hun ketterse leerstellingen, die de kerk tot zwijgen wilden brengen door haar stem en getuigenis te onderdrukken; zij allemaal bleven zonder succes . De wolken van martelaren, de tranen van de asceten en de gebeden van de heiligen beschermen de kerk geestelijk, terwijl de Trooster en de Geest der Waarheid haar leidt tot de volheid van de waarheid.
Vanuit haar plichts- en verantwoordelijkheidsbesef en in weerwil van vele hindernissen en problemen spant het Oecumenisch Patrairchaat zich als de Eersttronende Kerk van de orthodoxie in om de eenheid van de Orthodoxe Kerk te beschermen en te bevorderen, opdat wij met één stem en vanuit één hart het orthodoxe geloof van onze vaderen mogen belijden, ook in onze tijd. Immers, de Orthodoxie is geen museumschat die geconserveerd moet worden, het is een ademtocht van het leven die moet worden doorgegeven en tot alle mensen moet doordringen. Orthodoxie is altijd van nu, zolang wij haar uitdragen in nederigheid en haar interpreteren in het licht van de existentiële noden en de zoektocht van de mensheid in elke historische periode en culturele omstandigheden.
Hiertoe moet de Orthodoxie in een constante dialoog verkeren met de wereld. De Orthodoxe Kerk is niet bevreesd voor de dialoog, omdat de waarheid niet bang is voor dialoog. Bovendien, indien de Orthodoxie zich zou opsluiten en niet in dialoog zou treden met de buitenwereld, zou zij haar missie ontkrachten en niet langer de “katholieke” en “oecumenische” Kerk zijn. Zij zou daarentegen een introverte en zelfgenoegzame groepering worden, een “getto” aan de zijlijn van de geschiedenis. Dit is de reden waarom de grote kerkvaders nooit de dialoog met de geestelijke cultuur van hun tijd uit de weg gingen- ja zelfs niet met de heidense afgodsdienaars en filosofen van hun wereld -deze daarmee beïnvloeddend en transformerend, en leverden zo aan ons een werkelijk oecumenische kerk over.
Vandaag de dag is de Orthodoxie geroepen om de dialoog met de buitenwereld te blijven voeren, ten einde haar het getuigenis en de levengevende adem van ons geloof aan te bieden. Echter deze dialoog kan zich niet tot de buitenwereld uitstrekken alvorens hij niet eerst de christelijke wereld heeft doorlopen. Derhalve moeten wij om te beginnen als christenen onder elkaar praten om onze verschillen op te lossen, zodat ons getuigenis naar de wereld uiteindelijk geloofwaardig zal zijn. Onze inspanningen voor de vereniging van alle christenen is de wil en het gebod van onze Heer, die vóór Zijn Passie tot Zijn Vader bad “dat allen [namelijk Zijn discipelen] één mogen zijn, opdat de wereld gelooft, dat Gij mij gezonden hebt.” (Johannes 17:21) Als de Heer zo’n strijd levert voor de eenheid van Zijn discipelen zouden wij dan onverschillig kunnen blijven over de eenheid van alle christenen? Dit zou een misdadig verraad en overtreding van Zijn goddelijke gebod betekenen.
Het is om deze redenen dat het Oecumenisch Patriarchaat, met instemming en participatie van alle lokale Orthodoxe Kerken, al tientallen jaren officiële Panorthodoxe theologische dialogen voert met de grootste christelijke kerken en confessies. Het doel van deze dialogen is om in een geest van liefde te bespreken wat christenen verdeelt, zowel in termen van het geloof als in termen van de organisatie en het leven van de Kerk.
Deze dialogen, samen met alle andere inspanningen voor vreedzame en broederlijke relaties van de Orthodoxe Kerk met andere christenen, wordt momenteel helaas op onaanvaardbaar fanatieke wijze aangevochten – althans volgens de normen van een echt orthodox ethos – door bepaalde kringen die zich als “zeloten” (ijveraars) en verdedigers van de orthodoxie afficheren. Alsof alle patriarchen en Heilige synoden van de Orthodoxe Kerken over de hele wereld, die met algemene stemmen besloten tot het voeren en ondersteunen van deze dialogen, niet orthodox waren. Maar deze tegenstanders van alle inspanningen voor het herstel van de eenheid onder de christenen stellen zich boven bisschoppelijke synoden van de Kerk, op het gevaar af zelfs schisma’s binnen de Kerk te veroorzaken.
In hun polemische argumentatie schrikken deze critici van het herstel van de eenheid onder de christenen er niet voor terug om de werkelijkheid te vervalsen ten einde onrust en verwarrring te zaaien onder de gelovigen. Zo verzwijgen zij het feit dat de theologische dialogen worden gevoerd met unanieme toestemming van alle Orthodoxe Kerken, en vallen alleen het Oecumenisch Patriarchaat hier op aan. Ze verspreiden valse geruchten als zou een unie tussen de rooms-katholieke en orthodoxe Kerken op handen zijn, terwijl ze goed weten dat de verschillen die besproken worden in deze theologische dialogen talrijk zijn en een langdurig debat vereisen; bovendien, eenwording wordt niet bepaald door theologische commissies, maar door Synodes. Zij beweren dat de Paus de orthodoxen wel zal onderwerpen, alleen omdat die laatsten de dialoog met de rooms-katholieken aangaan! Zij veroordelen diegenen die deze dialogen voeren als “ketters” en “verraders” van de orthodoxie, louter en alleen omdat zij praten met niet-orthodoxen en hen zo laten delen in de schat en de waarheid van ons orthodoxe geloof. Zij spreken neerbuigend over alle inspanningen voor verzoening tussen christenen en het herstel van hun eenheid als over de “pan-ketterij van de oecumene”, zonder het minste bewijs dat de Orthodoxe Kerk in haar contacten met niet-orthodoxen de leerstellingen van de oecumenische concilies en de kerkvaders heeft verlaten.
Geliefde kinderen in de Heer, Orthodoxie heeft geen behoefte aan fanatisme of onverdraagzaamheid om zichzelf te beschermen. Wie gelooft dat in de orthodoxie de waarheid is, hoeft niet bang te zijn voor dialoog, want de waarheid is nog nooit in gevaar gebracht door dialoog. En nu we in onze tijd zien hoe alle mensen ernaar streven hun geschillen via dialoog op te lossen, kan de Orthodoxie toch niet met intolerantie en extremisme te werk gaan? U moet het volste vertrouwen hebben in uw Moederkerk. De Moederkerk heeft immers het orthodoxe geloof door de eeuwen heen bewaard en zelfs naar andere landen overgebracht. In onze tijd vecht de Moederkerk er onder moeilijke omstandigheden voor om de Orthodoxie eerbiedwaardig en levend te houden in de gehele wereld.
Vanuit het Patriarchaat van Constantinopel, dit heilige Centrum van de Orthodoxie, omarmen wij u allen liefdevol en zegenen u vaderlijk, en bidden dat u in gezondheid de reis door de heilige periode van berouw en ascese moge doormaken die bekend als de Heilige en Grote Vasten. En dat u zodoende waardig moge worden de reine Passie en de glorieu
ze Verrijzenis van onze Heiland en Heer te vieren met alle trouwe orthodoxe christenen over de hele wereld.
Zondag van de Orthodoxie 2010
+ Bartholomeus van Constantinopel