Wat kan de Russisch-orthodoxe parochie voor Amsterdam betekenen ?

Wat kan de Russisch-orthodoxe parochie voor Amsterdam betekenen?

Door bruggenbouwers op 30 november 2009

De Russisch-orthodoxe Nikolaaparochie bestaat 35 jaar. Een goede gelegenheid om te kijken naar de plek van deze gemeenschap in Amsterdam. De parochie biedt een spiritueel huis aan meer dan 20 nationaliteiten. In 2006 verhuisde ze naar de Tichelkerk in de Jordaan, die geleidelijk vorm krijgt als een Orthodoxe basiliek. De diensten zijn in het Russisch én het Nederlands. Migranten vinden er de spiritualiteit van hun thuisland, maar ook een brug naar de Nederlandse maatschappij. Ook veel Nederlanders voelen zich er thuis. Een inspiratie voor Amsterdam?

ROK

Het symposium bekijkt de (potentiële) plaats van de kerk in de stad vanuit vier perspectieven: gemeente, civil society, andere kerken, de Orthodoxe gemeenschap.

Programma:
15.30 uur: Kerk open
16:00 uur: Openingsgebed m.m.v. monnikenkoor uit Chevetogne en kerkkoor
16:15 uur: “Wat kan de Russisch-orthodoxe parochie voor Amsterdam betekenen?”
Vier perspectieven:
– Burgemeester Job Cohen
– Hubert Smeets, ex-verslaggever NRC in Moskou, ex-hoofdredacteur De Groene Amsterdammer
– Jurjen Beumer, directeur van het project “Kerk in de Stad – Oecumenisch perspectief” (Haarlem)
– Archimandriet Meletios (Webber), abt uit Californië, specialist verslavingszorg, was anderhalf jaar gastpriester in Amsterdam
17.15 uur: Vragen en discussie (gespreksleider diaken Dr. Michael Bakker)
18.00 uur: Afsluiting symposium; receptie met Russische hapjes
19.30 uur: Uitvoering van het monnikenkoor uit Chevetogne (België)

Praktische gegevens:
Datum: vrijdag 4 december, 16:00
Locatie: Russisch-orthodoxe parochie “heilige Nikolaas”, Tichelkerk, Lijnbaansgracht 47-48, Amsterdam
Entree: gratis
Voor meer informatie/aanmeldingen:
office@orthodox.nl en www.orthodox.nl

orthodoxe berichten

 

Groot feest van de orthodoxe kathedraal van de heilige Aartsengelen Michaël en Gabriël te Brussel

 

8 november 2009

Het is met een bijzondere pracht dat de gedachtenis van de heilige Aartsengelenen werd gevierd in de Orthodoxe Kathedraal te Brussel.

Op de feestdag, zondag 8 november 2009, werd de Goddelijke Liturgie voorgegaan door Metropoliet Panteleimon van België en Exarch van de Nederland en Luxemburg (Oecumenisch Patriarchaat). Hij werd omringd door Metropoliet Athanasios van Achaïa (Directeur van de Griekse Kerk bij de Europese instellingen), van Bisschop Athenagoras van Sinope (hulpbisschop van het Belgisch Aartsbisdom), van de Archimandrieten Ignace en Théologos, van de Aartspriester Panagiotis Moschonas en de Priesters Theophile en Bartholomeüs D’huyvetter, de Aartsdiaken Emmanuel Mavrogiannakis en van de de Diaken Emmanuël Chrysakis, en in aanwezigheid van veel gelovigen.

Waren ook aanwezig : Zijne Excellentie de Ambassadeur van Griekenland Dhr. Georges Papadopoulos, Zijne Excellentie de Ambassadeur van Cyprus Dhr. Constantin Iliadis, de Consul Generaal van Griekenland Mevr. Catherine Nassika, de chef van de griekse militaite aanwezigheid bij de Navo Generaal Jean Menagias, de Archontes van de Grote Kerk van Christus en talrijke gelovigen.

Op het einde van de Goddelijke Liturgie, werd een Doxologie ingezet ter ere van het feest van het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel. De Eerwaarde Aartspriester Panagiotis Moschonas, maakte in zijn homilie een historische verwijzing naar het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel, daarbij het groot belang ervan benadrukkend, gisteren en vandaag.

Nadien werd de zegen gegeven aan  een nieuwe Archont van de Grote en Heilige Kerk van Christus van het Oecumenisch Patriarchaat, Dhr. Stylianos Kyparidis.

Een grote receptie moest alles besluiten. Alle aanwezigen hadden ook de gelegenheid om folkloristische dansen te bewonderen die de diverse griekse verenigingen in Brussel vertegenwoordigden.


Washington – Zijne Al-heiligheid de Oecumenische Patriarch Bartholomeüs  werd vandaag op het Witte Huis door president Barack Obama in het ovale bureau ontvangen. Dit was een wederkerig bezoek naar aanleiding van het bezoek dat de president bracht aan Patriarch Bartholomeüs op 7 April, toen de President zijn eerste overzeese reis maakte naar een moslimland – Turkije. Zij hebben hun gesprekken verdergezet over het recent gesloten symposium over het milieu, gehouden op de Mississippi Rivier en de heropening van de Theologische school van Halki.

“De President, met zijn vriendelijkheid en openheid ontving mij en mijn delegatie met liefde en eer” zei Zijne Al-heiligheid aan de pers toen hij het Witte Huis verliet.

Gedurende de meer dan een half durende  ontmoeting. Had de Oecumenische Patriarch het over de klimaatsverandering en hij loofde de President voor zijn initiatieven, en hij spoorde de President aan om een intensievere campagne te voeren omwille van  zijn ecologische verantwoordelijkheid. Van zijn kant dankte President Obama de Oecumenische Patriarch voor zijn moreel en ethisch leiderschap voor alle geloofsgemeenschappen in verband met de aangelegenheden van het milieu. Bijzonder dankte de President Zijne Al heiligheid voor het recent gehouden symposium op de Mississippi Rivier en zijn openingstoespraak. Beiden  deelden hun ervaring mee over de “Lower Ninth Ward”(=plaats in New orleans) en hun bekommernis voor de renovatie van deze wijk van New Orleans.

President Obama drukte zijn bewondering uit voor de unieke rol van de Oecumenische Patriarch als de leider van de orthodox christelijke wereld, en het unieke karakter van het Oecumenisch Patriarchaat als institutie. Hij drukte ten overstaan van Zijne Al Heiligheid zijn verbintenis uit voor de heropening van de Theologische school van Halki. Hij benadrukte hierbij het grote voordeel dat Turkije zelf zou hebben bij de volledige opening van de school van Halki.

Op het einde van hun belangrijke bijeenkomst verzekerde de Oecumenische Patriarch Bartholomeüs de President van zijn gebeden voor zijn initiatieven op het vlak van de gezondheidszorg voor het belang van de armen en de hulpelozen.

Bij de bijeenkomst van de President met zijne Al Heiligheid waren van het Witte Huis : Tom Donilon, Assistent van de President, Afgevaardigde Adviseur  van de Nationale veiligheidsdienst ; Elizabeth Sherwood-Randall, de Speciale assistent van de President en Senior Directeur voor Europese zaken; Joshua DuBois, Directeur van de dienst voor Geloofsaangelegenheden; Bridget Brink, Directeur voor de gebieden rond de Egeïsche zee en de zuid Caucasus. De entourage van de Oecumenische Patriarch bestond uit  : Aartsbisschop Demetrios van America, Geronta  Metropoliet Athanasios van Chalcedon, Metropoliet Emmanuel van Frankrijk, Metropoliet Ambrosios van Korea en Protopresbyter Alexander Karloutsos.


Universiteit van Fordham verleent de hoogste onderscheiding aan de Oecumenische Patriarch Bartholomeüs.

New York – 28.10.2009 De universiteit van Fordham verleende gisteren de hoogste eer, het Eervolle Doctoraat in de Rechten aan Zijne Al-heiligheid de Oecumensiche Patriarch Bartholomeüs, “voor zijn bijzondere verdiensten aan de wereldgemeenschap en voor de principen die hij onophoudelijk steunt

De plechtige en historische ceremonie van de toekenning werd gehouden in de Kerk van de Universiteit op de ‘Rose Hill’ campus in de Bronx, New York, en werd bijgewoond door honderden mensen, officiëlen van de universiteit en mandatarissen, professoren en studenten, priesters van de Rooms Katholieke Kerk en van de Grieks Orthodoxe Kerken, hooggëeerde gasten en honderden gelovigen

“Het is een genade uwe All Heiligheid  te verwelkomen” zei Stephen freedman, Senior Vice President en ‘Chief Academic Officer”, die de ceremoniemeester was. Zijne excellentie Timothy M.Dolan, de Rooms Katholieke Aartsbisschop van New York deed het openingsgebed.

“AXIOS” (betekent “waardig” in het Grieks), werd verschillende malen geroepen door de President , de Eerwaarde Joseph M McShane, S.J, toen deze het werk van de Oecumenische Patriarch voor de oecumenische dialoog in het licht stelde alsook zijn toewijding voor de promotie van de vrede en zijn toewijding op het vlak van het milieu

Zijne eminentie Edward Kardinaal Egan, Pauselijk gedelegeerde van zijne Heiligheid Benedictus XVI bracht het welkomstwoord en de broederlijke groet van de Paus en in zijn commentaar onderlijnde hij het belang van de dialoog welke ons op een dag zal leiden tot eenheid, wat ‘ de wens is van onze Heer Jezus Christus.’

 

Fr.McShane las de gelegenheids toespraak  voor en samen met John N.Tognino, de  voorzitter van de Raad van Bestuur overhandigden zij de eervolle vermelding aan Zijne All-Heiligheid. Het Fordham Universitair koor zond het Polychronion ter ere van de Oecumenische Patriarch ( een gebedshymne voor gezondheid en vele vruchtbare jaren).

 

Zijne All Heiligheid gaf een belangrijke toespraak getiteld ” Gods Aanwezigheid onderscheiden in de Wereld” waarin hij  de klemtoon legde op ” het primaat van de oecumene of de waarde van open te staan in een wereld dat van ons verwacht ‘altijd voorbereid te zijn om een antwoord te geven aan iedereen die ons vraagt waarom er reden tot hoop is in ons’ (1 Petrus 3,15). Tot besluit vatte zijne All Heiligheid het thema van zijn uiteenzetting samen :

 

“Openheid van hart, openheid naar de ander toe, en openheid naar de schepping. Ons tijdperk vraagt niet minder dan openheid voor ieder van ons.wij horen dikwijls spreken dat onze wereld in crisis is. Ja, nog nooit in de geschiedenis  hebben mensen de gelegenheid gehad om zoveel positieve veranderingen voor zoveel mensen te brengen doorheen ontmoetingen en dialoog”.

 

Zijne Eminentie Aartsbisschop Demetrios van Amerika gaf een  diepzinnige en opbouwende zegen op het einde van de plechtigheid.

Feestdag heilige Apostel Andreas

ORTHODOXE PAROCHIE HEILIGE APOSTEL ANDREAS  TE  GENT

PAROCHIEFEEST

FEESTDAG VAN DE HEILIGE APOSTEL EN EERSTGEROEPENE ANDREAS

Pontificale Goddelijke Liturgie voorgegaan door Metropoliet Panteleimon

Andreas
 

Lezingen

Apostellezing : 1 Kor.4,9-16

Want ons, apostelen, heeft God volgens mij de minste plaats toegewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: wij zijn dwaas ter wille van Christus, en u bent zo verstandig in Christus! Wij zijn zwak, u bent sterk; u geëerd, wij geminacht.Tot nu toe lijden wij honger en dorst. Wij zijn naakt en krijgen slaag, wij zijn dakloos en matten ons af om met eigen handen de kost te verdienen. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij; worden wij vervolgd, dan verdragen wij het; op smaad antwoorden wij minzaam. Wij worden nog steeds behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij.
     Niet om u beschaamd te maken schrijf ik dit, maar om u te vermanen als mijn dierbare kinderen. Misschien hebt u in Christus duizend opvoeders, maar veel vaders hebt u niet. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. Ik mag u dus aansporen: neem een voorbeeld aan mij.

 

Evangelielezing : Joh.1,35-51

De eerste leerlingen
     De volgende dag was Johannes daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem. Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus. Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan: ‘Zoeken jullie iets?’ Ze zeiden: ‘Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?’ Hij antwoordde: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield. En ze verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur.
     Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd. De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. ‘We hebben de Messias gevonden!’ zei hij. (Messias betekent: gezalfde.) Daarop bracht hij hem bij Jezus. Jezus richtte zijn blik op hem en zei: ‘Jij
* bent Simon, de zoon van Johannes; voortaan zul je Kefas heten.’ (Dat betekent: rots).

Jezus roept Filippus en Natanaël
     De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.’ ‘Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom* zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel* geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.

Gent-buiten-1

Ochtendgebed

Gebedsregel van de Heilige Serafim van Sarov  (2 januari)

voor wie moeite heeft om de “klassieke ochtendgebeden” te lezen.

 

De Heilige Serafim van Sarov geeft de volgende raad.
Wanneer je wakker wordt, probeer dan in plaats van het ochtendgebed drie keer het Onze Vader te bidden, drie keer het Moeder Gods Verheug U, en drie keer de geloofsbelijdenis. Daarna doe je wat je wil.
Hou voor de middag steeds het Jezusgebed (“Heer Jezus Christus, zoon van God, ontferm U”) of “Heer, Ontferm U” in je hoofd, en na de middag “Alheilige Moeder Gods, red mij, zonda(a)r(es)”.
Herhaal voor je gaat slapen dezelfde regel als ’s morgens.
 
Als je dat doet, kan je een heel hoog niveau van geestelijk leven bereiken, want in deze drie gebeden staan de belangrijkste grondslagen van het christelijk geloof. Het eerste gebed is van Christus zelf, en het voorbeeld van alle gebeden. Het tweede is het gebed van de aartsengel aan de Moeder Gods. Het derde is het gebed met alle dogma’s.

 

Onze Vader (gebed des Heren)
Onze Vader
Die in de hemelen zijt
Geheiligd zij Uw naam
Uw rijk kome
Uw wil geschiede op aarde als in de hemel
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden
Gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren
En leid ons niet in bekoring
Maar verlos ons van de kwade
Amen.
 
Moeder Gods verheug U
Moeder Gods en Maagd, verheug U begenadigde Maria. De Heer is met U, gij zijt gezegend onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van uw schoot, want gij hebt gebaard de Verlosser van onze zielen.
 
Geloofsbelijdenis
1. Ik geloof in een God de almachtige vader, schepper van hemel en aarde, van al het zichtbare en onzichtbare.

2. En in één Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen. Licht uit licht, ware God uit de ware God, geboren niet geschapen, één in wezen met de Vader en door wie alles geworden is.

3. Die om ons mensen, en om onze verlossing uit de hemel is nedergedaald, en vlees heeft aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria en mens geworden is.
4. Die voor ons onder Pontius Pilatus gekruisigd is, geleden heeft en begraven is;

5. Die opgestaan is op de derde dag volgens de schriften;

6. Die opgevaren is ten hemel en zetelt aan de rechterhand van de Vader;

7. Die zal wederkeren in heerlijkheid om levenden en doden te oordelen, en aan Wiens rijk geen einde zal zijn.

8. En in de Heilige Geest, Heer en Levendmaker, die uitgaat van de Vader, die aanbeden en verheerlijkt wordt tezamen met de Vader en de Zoon, die door de profeten gesproken heeft.
9. In in een heilige, katholieke en apostolische Kerk.

10. Ik geloof in één doop tot vergeving van zonden.

11. Ik verwacht de opstanding van de doden,

12. En het leven van de komende eeuwigheid.

Amen.

(Met dank  : Bert Genbrugge)

 

Cyrillus van Alexandrië : Wanneer dat alles staat te gebeuren….

H. Cyrillus van Alexandrië ((380-444), bisschop, Kerkleraar
Over Jesaja, III, 1


Cyrillos van Alexandrië 159

“Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij”

      “Hun stad hebt u tot een bouwval gemaakt, hun versterkte vesting tot een ruïne; het bolwerk van barbaren is geen stad meer, nooit zal ze worden herbouwd. Daarom zal het gewelddadige volk u eren.” (Jes 25,2-3) Het behoort aan “het trouwe beleid” (v.1) van de Almachtige God en aan zijn betrouwbare advies, dat de “versterkte steden” omvergeworpen zijn en “tot een ruïne zijn gemaakt”, dat ze “op hun grondvesten” schudden en zonder hoop om zich ooit weer op te kunnen heffen: “Ze zal nooit meer herbouwd worden”, zegt de tekst. Deze verwoeste steden, zijn, volgens ons, niet die je met je zintuigen waar kunt nemen, het zijn niet de mensen die erin leven. Maar hier gaat het naar ons idee eerder om kwade en vijandige machten, en vooral om Satan, die hier een stad en een “vesting” wordt genoemd.

      Toen Emmanuel verschenen is en schitterde over de wereld, zijn de slechte troepen van tegenkrachten verwoest, Satan werd omvergeworpen “op zijn grondvesten”; hij is gevallen, hij is voor altijd verzwakt en hoeft er niet meer op te hopen dat hij zich op een dag weer kan verheffen, ook zijn hoofd kan hij niet meer opheffen.

      Daarom “zegent het arme volk en de stad van de onderdrukten U” (LXX). Israël werd geroepen tot kennis van God door de pedagogie van de Wet, hij werd door God vervuld van al het goede. Ja, hij werd gered en heeft als erfenis het beloofde land ontvangen. Maar de meerderheid van andere naties onder de hemel waren van dit geestelijk goed verstoken… Toen Christus als persoon verschenen is en door het verjagen van de tirannie van de duivel, Hij hen naar zijn God en Vader heeft geleid en heeft Hij ze verrijkt met het licht van de waarheid, door de deelname aan de goddelijke heerlijkheid, door de grootheid van het leven naar het Evangelie. Daarom hebben ze dankgebeden aan God de Vader in de hymnen laten ontspringen: “Ja, Heer, U hebt gedaan wat U van oudsher hebt beloofd” (Lc 1,70), “door de machten die de wereld bezetten omver te werpen” (Ef 6,12), zoals men de vestingen verwoest. “Daarom zal dit arme volk U zegenen en alle steden U verheerlijken.”

Bron : Dagelijks evangelie : www.evangelizo.org

Bartholomeüs : De eenheid als roeping

De eenheid als roeping, bekering en zending

Oecumenisch Patriarch Bartholomeüs Ie

Naar aanleiding van de plenaire sessie van ‘Foi et Constitution’, de theologische commissie van de oecumenische Raad van Kerken (ORK), die gehouden werd van de 7e tot de 13e october te Kolympari in Kreta (Griekenland), heeft de oecumenische patriarch Bartholomeüs Ie, die hiervoor speciaal uit Istanbul was gekomen, de openingstoespraak gehouden over het thema : ” De eenheid als roeping, bekering en zending”.

Bartholomeüs Ie, 69 jaar oud en sedert november 1991 aartsbisschop van Constantinopel en oecumenisch patriarch, en als zodanig primus inter pares (eerste onder zijn gelijken) in het episcopaat van de orthodoxe Kerk. Hij voelt zich zeer betrokken bij de dialoog tussen de christenen, voornamelijk tussen de orthodoxe Kerk en de rooms Katholieke Kerk. Hij is bekend voor zijn nooit aflatende ijver om ook de dialoog en de verzoening te bevorderen tussen de christelijke wereld, de Moslims en de Joden. Hij heeft ook heel wat initiatieven opgezet met als doel : de bescherming van de natuurlijke omgeving.

(…) Het thema van deze plenaire sessie is : “Geroepen om één Kerk te zijn; zij zullen verenigd zijn in uw handen”.(…). Laten wij ons inspannen om samen ons engagement te hernieuwen ten dienste van de dialoog en de eenheid, en laten wij er zorg voor dragen dat onze besprekingen een offerande zijn aan God in het gebed, om aldus ons verlangen “dat allen één zijn” uit te drukken (Joh.17,21), als antwoord op het bevel en het appèl van onze Heer.

De eenheid als roeping

In dit engagement echter, willen wij beginnen met dankzeggingen  en verheerlijking opdat wij ons datgene zouden opleggen, wat wij in de gedachte en de orthodoxe spiritualiteit noemen : de apophatische benadering. Het apophatische onderricht steunt op de overtuiging dat God van nature en als definitie boven het menselijk begrijpen staat; anders, indien wij God zouden kunnen begrijpen en vatten, dan zou God, God niet zijn. Dit is het onderricht van de grote mystiekers zoals de heilige Gregorios van Nyssa, in de 4e eeuw, en de heilige Gregorios Palamas in de 14e eeuw, die de radicale transcendentie alsmede de relatieve immanentie van God hebben onderlijnd. Zij steunden hun theologie op de principiële bevestigingen van de Schrift, volgens dewelke “niemand God kan zien” (Ex 33,20; Joh.4,12; Joh.1,18). Deze Kerkvaders hebben God verkondigd als zijnde onkenbaar en nochtans persoonlijk gekend. God als onzichtbaar en nochtans bereikbaar. God  als veraf en nochtans intens nabij – de oneindige en onbereikbare God die intiem wordt en zich in de wereld heeft geïncarneerd.  De onkenbaarheid en de onbereikbaarheid van God verplicht  ons finaal tot een geest van nederigheid en aanbidding.

Indien de apophatische houding ons vertrekpunt is, dan kunnen wij naar waarde beoordelen hoe de eenheid van de Kerk, zoals de eenheid van God, een zoektocht is die nooit eindigt, een reis die altijd blijft duren. Zelfs in het komende tijdperk, zoals de heilige Gregorios van Nysse zei, is de groei in het goddelijk leven zonder einde en van een oneindige volmaaktheid; zij is in feite een constante vooruitgang doorheen etappen van voortdurende vervolmaking. Deze oriëntering eist van ons de bekwaamheid tot geduld veeleer dan ongeduld. Wij zouden ons niet mogen laten frustreren door onze menselijke beperktheden die ongelukkiglijk de oorzaak zijn van onze meningsverschillen en onze verdeeldheden. Ons volhardend  en altijd actueel zoeken naar eenheid getuigt van het feit dat datgene wat wij nastreven zich zal voltrekken volgens de tijd van God en niet volgens de onze; zij is op dezelfde wijze de vrucht van de hemelse genade en het goddelijke kairos.

De eenheid als bekering

Indien de eenheid – die wij met volharding nog altijd nastreven – effectief een gave van God is, dan eist zij een gevoel van diepe nederigheid en geen hoogmoedige, opdringende houding, wat dat ook moge zijn. Dit betekent dat wij geroepen zijn om de anderen te leren kennen in zoverre dat zij ons kunnen inspireren met hun getuigenissen in de tijd. Dit impliceert tegelijk dat ,als wij onze wijze van handelen opleggen – of zij  nu “conservatief” of “liberaal” is – aan anderen, dat een teken is van arrogantie en hypocrisie. De authentieke nederigheid vereist van ons allen een opening naar het verleden en de toekomst; met andere woorden, naar het voorbeeld van de oude god Janus, worden wij opgeroepen om te getuigen van het respect voor de beleefde wegen van het verleden en de beschouwing van de toekomstige stad die wij nastreven (Hebr.132,14). Dit  terugkeren naar het verleden maakt zeker deel uit van de bekering.

Uit : SOP

Vertaling : Kris Biesbroeck

Feest van de tempelgang van de Moeder Gods

TEMPELGANG VAN DE MOEDER GODS

24e zondag na Pinksteren

 

Tempelgang moeder gods 4 groot

LEZINGEN :

 

Hebreeën 9,1-7 :

Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. Er was een eerste tent ingericht die de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; die noemde men het heilige. Achter het tweede voorhangsel was een tent die het allerheiligste werd genoemd. Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond, geheel met goud overtrokken, waarin zich een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond bevonden. Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overdekten. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan.
     In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste tent binnen, maar de tweede wordt alleen door de hogepriester betreden, slechts eenmaal per jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

Evangelielezing :

Lucas 10,38-42,11,27-28

Bij Marta en Maria
     Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Gelukwensen
     Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

Overlijden Patriarch Pavle van Servië

Overlijden van Patriarch Pavle van Servië

+

Duizenden bewijzen patriarch laatste eer

Pavle

Belgrado   Duizenden gelovigen hebben maandag voor en in de Savakathedraal van Belgrado de laatste eer bewezen aan patriarch Pavle van de Servisch-Orthodoxe Kerk. Pavle overleed zondag na een lange ziekte op 95-jarige leeftijd in een militair ziekenhuis in de Servische hoofdstad. Zijn lichaam is in een open kist in de kathedraal opgebaard.


De Servische regering heeft drie dagen van nationale rouw afgekondigd. De patriarch wordt donderdag op zijn verzoek begraven in het veertiende-eeuwse klooster Rakovica bij Belgrado. Voorafgaand is er een rouwdienst in de Savakathedraal.

De bescheiden Pavle was geliefd bij de meeste geestelijken en andere gelovigen in zijn kerk. Hij stond sinds 1990 aan het hoofd van de Servisch-Orthodoxe Kerk, waarin hij tot de gematigde vleugel behoorde. De kerk steunde na het uiteenvallen van Joegoslavië de Servische nationalisten in Kroatië en Bosnië. Ook verwierp zij vorig jaar de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo

Uit: de Telegraaf

 

de dresscode der heiligen

De dresscode der heiligen

                   mitra2              mitra3

DE STANDAARD ANALYSE – Bij zijn intocht eergisteren in Antwerpen droeg de Sint een mijter zonder kruis maar met een omgekeerde gouden T. Enkele verontwaardigde ouders voerden daarom vorige week actie tegen de Sint.Maar ze hadden de verkeerde valse Sint als doel gekozen. De echte Sint draagt immers niet altijd een kruis op zijn mijter.

Meer zelfs: de oersint Nicolaas van Myra droeg helemaal geen hoofddeksel. In de vierde eeuw na Christus wandelde deze Oosters-orthodoxe bisschop blootshoofds rond. ‘Die religie kende de mijter toen niet’, weet Rita Ghesquière, professor emeritus aan de KU Leuven en auteur van het boek Van Nicolaas van Myra tot Sinterklaas. De kracht van een verhaal.

‘De iconografie binnen de orthodoxe traditie duidt heiligen in de eerste plaats aan met een stola of mantel met daarop een kruis. Het was pas bij de verwestelijking van de heilige Nicolaas van Myra, vanaf de twaalfde eeuw na Christus, dat hij ook een mijter op kreeg.’ De mijter bestaat nu ook binnen de orthodoxe Kerk, maar heeft gewoonlijk meer weg van een ronde kroon dan van een puntig hoofddeksel.

De mijter zoals die van de Sint is dus een typisch katholiek symbool, dat teruggaat op de ‘infula’, het hoofddeksel van heidense geestelijken. De mijter, gewoonlijk met een omgekeerde T als versiering, duidt aan dat de drager een zekere functie heeft binnen de katholieke Kerk. Enkel bisschoppen, aartsbisschoppen en de paus mogen een mijter dragen. Ook abten, kanunniken en prelaten nullius, dat zijn katholieke hoogwaardigheidsbekleders die geen bisschop zijn, kunnen zich tooien met het hoofddeksel en het naar eigen goeddunken versieren. In de dertiende eeuw gingen sommigen daar echter zo ver in dat de toenmalige paus Clemens IV moest ingrijpen. Hij vaardigde een bul uit die bepaalde dat de abten en prelaten nullius enkel nog eenvoudige witte mijters mochten dragen. Met de rode kleur van zijn mijter valt de Sint hoe dan ook op. Tegenwoordig krijgen de meeste mijters, ook die van de paus, wit als basiskleur.

De beeltenis van Nicolaas van Myra overleefde in heiligenbeelden, die op de mijter soms wel en soms niet een kruis droegen. Zolang die verwesterde Sint-Nicolaas een bisschoppelijke mijter op had, was hij in orde met de vestimentaire voorschriften.

De uitgave in 1850 van het boek Sint-Nikolaas en zijn knecht, geschreven door de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, gaf de Sint zoals we die nu kennen in de Lage Landen definitief vorm. Schenkman voerde Zwarte Piet ten tonele, net zoals de stoomboot uit Spanje, het rijden over de daken en het gooien van pakjes door schoorstenen. Met de introductie van de roe en de zak van Zwarte Piet gaf Schenkman bovendien een pedagogisch aspect aan het verhaal van de Sint.

Ghesquière: ‘Op de afbeeldingen in Sint-Nikolaas en zijn knecht draagt de Sint een rode mijter zonder kruis. Voor een deel beantwoordt dit beeld aan de normen van de katholieke Kerk, anderzijds speelt in die prenten het conflict met de protestantse Kerk in Nederland.’ Het protestantisme zette zich onder meer af van de katholieke Kerk door het gebruik van het Hugenotenkruis, dat meer gestileerd is dan het katholieke.

Dat conflict tussen protestantisme en katholicisme speelt niet zo sterk in Vlaanderen. Ook al wijkt hij hiermee af van de omgekeerde T, de Sint kan hier zonder gêne een kruis dragen op zijn mijter. Sinds het begin van de twintigste eeuw doet hij dat ook op de meeste Vlaamse prenten, onder meer op de tekeningen van Felix Timmermans. Vandaag hangt de keuze van de Sint voor een mijter met of zonder kruis deels af van waar zijn stoomboot aanmeert: boven of onder de Moerdijk.

‘Dat kruis heeft bij ons vooral een functionele waarde’, verklaart Ghesquière. ‘Het moet kinderen duidelijk maken dat de persoon op de afbeelding een heilige is. De stelling dat het kruis er is gekomen na de commercialisering van de Sint, waarbij men toch de religieuze link wilde behouden, gaat iets te kort door de bocht. De afbeelding met kruis bestaat al langer.’

De echte oersint draagt dus geen mijter, en als hij er al een zou dragen, dan staat er een omgekeerde T op en is de mijter wit. Maar die kleur zou minder passen bij de rest van zijn outfit.

Nikolas Vanhecke is redacteur binnenland.
www.standaard.be/analyse

Getcha job : Hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft

Hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft

 

Archimandriet Job Getcha

 

De vraag : hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft is niet gemakkelijk te behandelen, maar zij blijft niettemin actueel. Wij pretenderen niet hierop een antwoord of antwoorden te hebben. Daarom stellen wij voor hier samen over na te denken, door stil te blijven staan bij vier punten : de kracht van de christelijke boodschap, de zwakheden van de Kerk in haar missie, de beschikbare middelen voor de christelijke missie in de wereld van vandaag en tenslotte de zwakheden van de hedendaagse wereld.

De kracht van de christelijke boodschap

Indien men vandaag iemand vraagt wat het christendom is, dan kan men zich in het beste geval aan een antwoord verwachten als : “Het christendom is een monotheïstische religie, gesticht op het leven en de leringen van Jezus van Nazareth”. Men stelt in feite het christendom voor als één van de drie monotheïstische religies, als één van de drie religies van het boek, en deze definitie doet ons onmiddellijk denken aan een tekst, aan de stichter van het boek, aan een reeks regels, wetten, bevelen, leringen.

Maar in feite is het christendom geen religie. Het komt niet voort uit een stichter van een boek. Het is ook geen eenvoudige filosofie uitgewerkt door een groot meester. Het is vóór alles een gebeurtenis, vooreerst dat van de Incarnatie, van het binnendringen van God schepper in de schepping, in de geschiedenis, alsook van zijn heilswerk die gerealiseerd is in de dood en verrijzenis van Christus. Sint Paulus zegt ons : “Indien Christus niet is verrezen, dan is onze prediking ijdel, en uw geloof ook” (1 Kor.15,14). Het christendom is dus een boodschap van hoop en een bron van vreugde voor de mensheid : dit van de verlossing uit de boeien van de dood en de zonde . Het is daarom dat de heilige Serafim van Sarov, telkens hij iemand ontmoette, hem groette zeggende : “Mijn vreugde, Christus is verrezen !”.

Alhoewel geïncarneerd in de wereld, introduceert het christianisme ons in het eeuwige leven. “Welnu, het eeuwig leven, – vertelt ons het evangelie volgens Johannes, is dat ze u erkennen, u de enige ware God en hem die gij gezonden hebt, Jezus Christus” (Joh.17,3). Het christendom geeft ons de mogelijkheid tot een nieuw leven. In het christendom is niets onmogelijk. De geïncarneerde God is geen boosaardige God, veeleisend, maar integendeel, Hij die de mensheid komt genezen, ze vernieuwen,  de zonden vergeven en ze redden. Het heil, in christelijk perspectief, zoals het wordt naar voor gebracht bij de oosterse Vaders, is een proces van genezing en verzoening.

Eén van de sterke punten van de christelijke traditie, bijzonder dierbaar aan de oosterse traditie, is het idee van déificatie en divinisatie. Het is gebaseerd op de woorden van de apostel Petrus die ons oproept om “deelgenoten van de goddelijke natuur” te worden (2 Petrus 1,4). Deze uitnodiging werd op de volgende manier geïnterpreteerd door Ireneüs van Lyon : ” Het Woord van God is mens geworden, en de Zoon van God, de Zoon des mensen opdat de mens, door zich te vermengen met het Woord en aldus  het aangeworven verwantschap op zich te nemen, Zoon van God te worden” . De heilige Athanasios van Alexandrië wordt op zijn beurt de woordvoerder van deze theologie van de divinisatie door aldus zijn verhandeling over de Incarnatie samen te vatten : ” (God) is mens geworden opdat wij god zouden worden” (Athanasius van Alexandrië, de L’Incarnation du verve, 312).

Het patristisch thema over de déificatie of de divinisatie (qevwsi”)  is op een bijzondere wijze tot een erepunt van gemaakt vanaf de VIe eeuw in het Corpus Dionysion. Immers ,voor  de auteur die zich identificeert als Dionysios de Areopagiet, is het heil (swthriva) “slechts mogelijk  door de déificatie van hen die gered zijn (qeoumenwn). En de divinisatie (qevwsi”) is gelijken op God en ons verenigen met Hem voor zover wij het kunnen”. Nadenkend over de kerkelijke hierarchie als wijze van overdracht van de goddelijke energieën, is Dionisios van mening dat de déificatie zich realiseert door de sacramenten van de Kerk Hiervan geeft hij een commentaar in zijn verhandeling : ” Het is door de tastbare symbolen (aijsqhtw’n sumbovlwn) dat wij ons zo  veel als wij kunnen verheffen tot aan de goddelijke contemplaties” .

Het is op hetzelfde plan van de déificatie of de divinisatie (qevwsi”) dat de hesychasten, vanuit deze dionissische traditie, in de XIVe eeuw het heil van de mens zullen plaatsen. De heilige Gregorios Palamas zegt ongeveer hetzelfde als de heilige Athanasios wanneer hij zegt : ” Door mens te worden en de dood op zich te nemen, vormt Christus de mensen om tot zonen van God, door hen te doen communiceren aan de goddelijke onsterfelijkheid (koinwnou;”poihvsa” th’ “qeina”ajqanasiva”)”. Aldus doet zich het heil voor in het dynamisch perspectief van de vereniging van de mens met God, een vereniging die slechts mogelijk is vanaf het moment dat God geïncarneerd is.

De hesychastische  byzantijnse monniken van de 14e eeuw leggen de nadruk op het feit dat het gebed en de sacramenten van de Kerk de twee middelen zijn waarvover de mens beschikt om zijn vereniging met God te realiseren. “Welnu, men verenigt zich met Hem”, zegt ons de heilige Gregorios Palamas, “zoveel als mogelijk is, door met hem gelijke deugden te delen, en door de vraag en de vereniging in het gebed met God te delen”. In verband met de sacramenten schrijft de heilige Gregorios Palamas : ” Hij verleent een volmaakte  verlossing, niet alleen aan de natuur die hij ons verleent in een onvergankelijke vereniging, maar aan iedereen die gelooft in Hem.. Met dit doel stelde hij het goddelijk doopsel in, hij bepaalt de wetten die leiden tot het heil, hij predikt aan allen de vergeving en communiceert zijn eigen lichaam en zijn eigen bloed. Het is niet eenvoudigweg de natuur, maar de hypostase van elke gelovige die het doopsel ontvangt, die leeft volgens de  goddelijke geboden en Hij communiceert ons met het vergoddelijkend brood  en de kelk”. Hieruit blijkt dat, om de liturgische theologie van de hesychasten te karakteriseren, het passend is dat men zich richt op het gebed en de sacramenten, zonder de vasten te vergeten die vanaf de antieke monastieke traditie een bepaald ritme geeft aan de ontmoeting van de mens met God.

Cabasilas zal van zijn kant zal het heil van de mens plaatsen op het plan van de deificatie of de divinisatie (qevwsi”). Sprekend over de christelijke initiatie, schrijft hij : ” Kan er een groter teken van goedheid en filantropie bestaan dan deze door dewelke wij, badend in het water, hij de zonden bevrijdt van de smet, door de zalving met myron, regeert hij vanuit het koningschap dat in de hemelen is en ontvangt aan zijn tafel, door zijn lichaam en zijn bloed te offeren ? Mensen worden goden en zonen van God, onze natuur ontvangt de eer die wij aan God verschuldigd zijn, en het stof is opgewaaid tot een zo hoge glorie dat zij zelfs de eer en de goddelijkheid verkrijgt van de goddelijke natuur zelf”.

Daaruit volgt dat het sterke punt van het christendom niet zodanig een doctrineel systeem is, een morele code, een f
ilosofie van het leven, maar een ervaring van persoonlijke ontmoeting met God die elke mens kan doen doorheen de liturgie. In een middeleeuwse Slavische tekst, de Kroniek van het verleden, vertelt men ons dat het beslissende moment van de bekering van het Russische volk de ervaring was die de legaten van prins Vladimir van Kiev hadden tijdens de liturgie in de Haya Sophia te Constantinopel : ” wij wisten niet meer of we in de hemel waren of op aarde, want er is beslist niets op aarde boven deze schittering de schoonheid . Wij kunnen het niet beschrijven. Het enige wat wij weten, is, dat God midden de mensen woont, en dat hun liturgieën alle andere cultussen overtreft. Wij kunnen deze schoonheid niet vergeten”.

Maar zo een ervaring is niet gereserveerd voor de Middeleeuwen, maar blijft, ook vandaag nog, actueel. Vele van onze tijdgenoten kunnen ervan getuigen, zoals bijvoorbeeld de metropoliet Kallistos Ware het deed in verband met zijn ontdekking van de orthodoxe Kerk, toen hij nog een jong student was :

 Ik ging de kerk van de heilige Pilippus binnen – zo was de naam van de kerk (russisch orthodoxe kerk te Londen), het eerste wat met trof, was dat ze leeg was. Buiten op straat scheen de zon, maar binnenin was het fris, hol klinkend en somber.  Al naar gelang mijn ogen gewend raakten aan het halfdonker was een zekere afwezigheid het eerste wat mijn  aandacht trok. Er waren geen banken, noch stoelen die netjes op een rij stonden; het geboende parket strekte zich voor mij uit als een grote lege ruimte. Plotseling realiseerde ik mij dat de kerk niet geheel leeg was. Er waren enkele gelovigen, het merendeel ouderen die verspreid waren over het schip en de dwarsbeuk. Op de muur brandden lampen voor de iconen, alsook kaarsen voor de iconostase naar het oosten gericht. Een onzichtbaar koor zong in de zijkant. Op een zeker ogenblik kwam een diaken uit het heiligdom en kwam de gehele kerk, de iconen  en de gelovigen bewieroken. Ik merkte dat zijn kledij van brokant oud en versleten was. Mijn indruk van een afwezigheid werd plotseling omgevormd in een gevoel van aanwezigheid. Ik voelde dat de kerk, verre van leeg, vervuld was met een menigte van onzichtbare gelovigen die mij van alle kanten omringden. Intuitief realiseerde ik mij dat wij, de zichtbare gemeenschap, deel uitmaakten van een veel grotere gemeenschap, en dat wij naargelang wij baden, wij weggevoerd werden in een daad die veel groter was dan de onze, in de onzichtbare celebratie die alles omvat, die tijd en eeuwigheid verenigt, de dingen van hierbeneden met de dingen van hierboven”.

Metropoliet Kallistos spreekt ons ook over een Godservaring doorheen de liturgie. In het Christendom is de leer in feite onscheidbaar van de verheerlijking van God. Voor vader Georges Florofsky, “het christendom is een liturgische religie. De Kerk voor alles een biddende gemeenschap. De liturgie komt eerst, de discipline daarna”. Het is doorheen de liturgie dat de waarachtige verheerlijking een uit uitdrukking wordt van het waarachtige geloof, dat de “lex orandi” (de regel van het gebed) “lex credendi”” (regel van het geloof) wordt. Vader Cyprianus Kern houdt eraan te herinneren dat de religieuze en theologische opvoeding in het oude Byzantium of het oude Rusland vóór alles overgedragen wordt door de liturgie : ” Er bestonden geen seminaries, academieën of faculteiten van Theologie, maar de God en mensdragende monniken en de godvruchtige christenen dronken het levend water van de kennis van God uit de stichieren, de canons, de catechesen, de inleidingen en de syndaxaria. Het koor en het ambon van de kerk vervingen dus de professorenstoel”. Van zijn kant, schrijft metropoliet Kallistos in zijn bekend boek, L’Orthodoxie – L’Eglise des sept conciles : ” Sommige leerstellingen, die niet officieel werden gedefinieerd, zijn door de Kerk ondersteund met een innerlijke overtuiging die zo evident is en zo een serene eenstemmigheid heeft dat dit gelijkstaat met een expliciet geformuleerde formule (…) Deze innerlijke Traditie ‘op mysterieuze wijze overgedragen” is bewaard gebleven in de Kerkelijke celebraties. Lex orandi lex credendi : ons geloof drukt zich vooral uit in ons gebed”. Het is dus doorheen de liturgie dat de mens God kan ontmoeten, kennis ervan kan nemen en hem kennen, niet enkel op een eenvoudige intellectuele wijze, maar op een diepere wijze, meer intiem, existentieel.

Indien het christendom een liturgische religie is, dan is het vooral omdat het chistelijk leven Christo-centrisch is, en dat Christus zich aan ons geeft doorheen de Kerk, doorheen de liturgie, doorheen de sacramenten. Op een bepaald dag vroeg ik aan een higoumen van een groot monasterie die een missionaire en pastorale roeping had over zijn manier van reageren. Hij zei me dat zijn gouden regel was, om Christus aan de wereld kenbaar te maken, om alles samen te brengen in Christus. Hij herinnerde mij eraan dat dikwijls, ongelukkiglijk, de gelovigen van de orthodoxe landen zo veel aandacht schenken aan miraculeuze iconen, aan  relieken van heiligen, aan mirakels enz…, en die zo het christendom  omvormen tot een magische religie. Al deze dingen zei hij, zijn niet slecht op zich onder voorwaarde dat de geest en de reden van bestaan van al deze dingen is : de incarnatie en de verrijzenis van Christus en het nieuwe leven die hij ons in hem schenkt. Het christelijk leven is een leven in Christus. Nicolas Cabasilas heeft zijn werk over het spirituele en sacramentele leven de titel gegeven “Het leven in Christus”. Ook de heilige Johannes  van Krohnstadt (1829-1908) zal ongeveer dezelfde titel gebruiken ” Mijn leven in Christus” voor zijn persoonlijk dagboek. De verrezen Christus doen kennen aan de wereld die niet gelooft is zonder twijfel de meest fundamentele zending van de Kerk.

De zwakheden van de Kerk in haar missie

Deze opdracht lijkt duidelijk voor ons, men moet bekennen dat de Kerk van vandaag goed de moeilijke positie van haar missie kent. Wij moeten bewust zijn van onze zwakheid in onze missie indien we er iets willen aan doen. Als voorbeeld blijven we even stilstaan bij vier zwakke punten die ons typisch lijken.

Het eerste zwak punt is, dat de Kerk al te dikwijls een gewoon instituut geworden is dat functioneert volgens de regels en de criteria van de mensen, daarbij vergetend dat zij boven alles het lichaam van Christus is en vol van de Heilige Geest. Al te dikwijls leven wij volgens twee modellen : het ene voor de uiterlijke wereld en de andere voor ons persoonlijk leven, het  ene voor ons leven van de Kerk en het andere voor ons leven van elke dag. Dikwijls gelijken wij op de missionaris die zei : “Doe wat ik je zeg en niet wat ik doe”. Welnu, met zo een hypocrisie  kan onze zending niet productief zijn. Hoe kan men in de wereld het vuur aansteken van het Woord van God, indien dit vuur in ons hart is uitgedoofd ? Indien wij de wereld willen raken , dan moeten wij dat doen met de vurigheid van ons hart, door onze gepassioneerde liefde voor Christus en door de uitstraling van de Heilige Geest in ons hart.

Ten tweede, dikwijls komt het christendom  naar voor, en dit vooral in het westen, als een morele code .Het is dit zwaarwegend moralisme, al te dikwijls hypocriet, dat de westerse wereld heeft verworpen, en vooral in de landen waar het geworden is tot een “verbod om te te gebieden”. Maar dit is niet vreemd aan de christen van het Oosten. Men spreekt nu meer en meer in de landen met een orthodoxe traditie van de sociale leer van de Kerk en men slooft zich uit om dikwijls de christelijke waarden van Europa te verdedigen. Dit alles heeft natuurlijk zijn plaats, haar reden van bestaan, voornamelijk in het pol
itieke domein, maar indien dit alles niet wordt beleefd en geïncarneerd is in onze bestaanswijze, in ons leven, dan blijft alles dode letter.

Al te dikwijls hechten we meer belang aan regels, aan het canonisch recht, dan aan het Evangelie en de Geest. Er is een anekdote die ons vertelt dat een priester biechtvader slechts twee boeken in zijn leven gebruikt : het Pidalion (verzameling van canons) en het Evangelie. Maar het blijkt dat het Pidalion het meest gebruikte boek is. Welnu, dit is geen fictieve geschiedenis. Een vriend vertelde mij op een dag dat hij biechtvader was. Na de biecht, vroeg hij aan de priester of hij kon communiceren. De priester antwoordde hem van niet, want hij had gedurende meerdere dagen niet gevast, hij had niet voldoende gebeden en canons opgezegd, en hij dus onwaardig was om te communiceren omwille van zijn zonden. Mijn vriend zei hem : ” Maar mijn Vader, zegt Christus ons niet : Diegene die mijn vlees eet en mijn bloed  drinkt heeft het eeuwige leven…

Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt blijft in Mij en ik in Hem” (Joh.6,54.56) ?  Daarop antwoordde de priester : “Maar wat komt Christus hier doen bij dit alles ?”.

Wat komt Christus hier doen bij dit alles ? Het is een vraag die wij ons dikwijls kunnen stellen in onze houding ten overstaan van  de Kerk en voornamelijk in onze benadering van de zending. Té dikwijls wordt het christendom samengevat als een oppervlakkig leven volgens  regels. En té dikwijls is het dit beeld dat wij geven aan de wereld die niet gelooft en die in het geheel niet wil leven volgens regels.

Een groot spiritueel uit de 20e eeuw, Geronda Porphyrios de Cavsokalivite die een groot deel van zijn leven aalmoezenier was van de polykliniek  van Athene hield eraan te onderlijnen dat een Christen niet moet leven uit verplichting, maar uit liefde. Hij verduidelijkt dit in een verhaal dat hij vertelde aan één van zijn leerlingen, de monnik Agapios :

“Een jong meisje kwam naar hier om te biechten. Zij zat in het eerste jaar van het lyceum. Op een bepaald moment zei ze mij :

-Vader, ik hou van een jongen en ik kan hem maar niet vergeten. Mijn geest is steeds bij hem. Je zou zeggen dat hij altijd daar is (zij toont de top van haar vinger). Als ik wil studeren : Niko is daar, ik eet, slaap, ik doe wat dan ook, Niko is daar. Wat moet ik doen Vader ?

-Mijn kind, zeg ik haar, jij bent nog jong. Heb een beetje geduld, tot wanneer je uw studies hebt beëindigd, en daarna zal Niko bij jou zijn. Span je nu  in om je studies te volgen.

Een week later is zij teruggekomen en zei mij :

-Mijn Vader, ik slaag er maar niet in mij te concentreren gedurende de lessen. Gans de dag, zonder ophouden,  is mijn geest en mijn hart bij Niko. Mijn Niko is aan mij geplakt en ik kan er mij niet van losmaken (…)

En nu ben je bezig te zeggen : Wat heeft dit alles met mij te maken ? Nochtans, antwoord mij, ik smeek het u. Heeft het kleine meisje zichzelf pijn gedaan om haar geest Niko in de herinnering te houden ? geheel niet. Dit alles overkwam haar op natuurlijke wijze, zonder dwang, uit liefde.  Het is ook dit wat ons overkomt als we van Christus houden met een gepassioneerde, goddelijke  liefde Dus, zonder de noodzaak om onszelf pijn te doen, ons te forceren of er de neiging toe te hebben, roepen wij met liefde Zijn heilige Naam…”.

Zo moeten wij niet leven volgens de regels, wij moeten ons niet gedragen als formalisten, niet handelen vanuit een geest van legalisme, maar wij moeten aangegrepen worden door de liefde van Christus die de waarachtige bron is van onze vreugde welke op haar beurt de wereld die niet gelooft zal doen ontbranden. Daarom moet de verplichting plaats maken voor de vreugde zoals de Geronda Porphyrios ons ergens anders uitlegt :

“Wat ge ook doet door u te forceren, het brengt een innerlijke tegenstand in uw ziel teweeg, het is schadelijk voor u. Ik heb dit meermalen gezegd. Ik heb verschillende  monniken en personen op leeftijd gezien die zich van de Kerk van God afscheidden omdat zij de innerlijke spanning of de spanning veroorzaakt door andere personen niet meer konden verdragen. Omwille van deze druk, stelt de mens zich niet alleen op tégen de Kerk, maar wil er ook niets meer van horen. Dit alles oefent op hen geen goede indruk uit, draagt geen enkele vrucht (…). Indien je je forceert met bidden dan zal je op een bepaald moment vermoeid worden van de druk die je op jezelf uitoefent, je zal het gebed laten vallen, en dan ? Indien je het doet uit verplichting, dan forceert je jezelf, en dan gaat alles terzijde. Een dergelijke druk kan er zelfs toe leiden dat je niet meer naar de kerk gaat. Ga op een andere manier naar de kerk : niet uit verplichting of uit druk, maar uit vreugde. Opdat dit zo zou zijn, moet men opmerkzaam zijn, opmerkzaam voor de diensten en zich verheugen, zich verheugen over de troparia, de lezingen, de gebeden. Wees waakzaam voor elk woord,  voor de zintuigen. Kan je dit begrijpen ? Het is hier dat de vreugde begint”.

Te dikwijls willen wij in onze zending regels opleggen, regels over de manier van zijn, zonder de liefde van Christus te beleven en te cultiveren. Zoals ons de Geronda Porphyrios aantoont, kan dergelijke houding in onze zending alleen maar tegenstand en het verwerpen van de wereld die niet gelooft opwekken.

Maar er is ook nog een derde punt in onze moeilijke positie. Het gaat vooreerst om onze taal en ons spreken. Het is belangrijk dat we de twee onderscheiden. Het lijkt  ons evident  dat wij niet aan zending kunnen doen  in een taal die voor onze toehoorders niet begrijpelijk is- de geschiedenis van de zending onder de slaven door Cyrillios en Methodios die een alfabet ontwikkelden en de liturgische  en heilige teksten vertaalden in een inheemse taal is er om ons eraan te herinneren -, het gebruik van een taal die gesproken wordt volstaat niet om begrepen te worden. Welnu, dikwijls spreken wij in onze zending een taal die slechts door ons alleen begrepen wordt. Om dit te illustreren, zal ik hiervan slechts één voorbeeld geven. Op een bepaalde dag, vroeg een kleine jongen aan zijn vader : “Papa, waarom zijn de tomaten rood?” De vader, een bioloog van beroep, antwoordt : “Omdat ze in hun vlees rode pigmenten bevatten zoals de beta-caroteen, licopeen, of vitamine b12” Het kind keek zijn vader met grote ogen aan en zei : “tot wie spreek je Vader ?”.

Papa, tot wie, spreek je? Het is een vraag die de wereld die niet gelooft ons zelfs niet durft stellen…. De christelijke boodschap is zeker de erfgenaam van een ganse cultuur en is doorgegeven doorheen een bepaalde cultuur. Zij gebruikt veel symbolen. Welnu, ongelukkiglijk, de antieke filosofische cultuur en de erfenis van het judeo-christianisme ontsnapt aan vele van onze tijdgenoten. Vader Cyrianus Kern maakte reeds de vorige eeuw duidelijk dat de liturgische byzantijnse diensten, met al haar rijkdom en haar hymnografie,  dikwijls onbegrijpelijk lijken te zijn voor de moderne mens. Dit onbegrip is dikwijls gebonden aan het gebruik van een oud liturgische taal, zoals het slavisch of het oude grieks, tegenwoordig onbekend voor de meerderheid van de gelovigen. Maar de moeilijkheid komt ook dikwijls voort uit een gebrek aan cultuur,
of veeleer, uit het feit dat wij leven in een andere cultuur : “gewoon aan het realisme van de ‘peredvizhnechestvo’ en de schoolsheid, wij begrijpen de waarachtige schoonheid niet meer van de niet aardse figuren van onze iconen en van de goddelijke openbaringen die uit een andere wereld komen. Opgevoed in de hedendaagse poëzie van de decadentie, begrijpen we de kerkelijke poëzie niet meer, noch de diepte van haar betekenis. Wij kennen zelfs de vitale, reële betekenis van onze goddelijke officies niet meer. Wij verstaan de interne inhoud ,die zeer rijk is, van onze liturgische theologie niet meer. De dienst heeft opgehouden om voor ons een bron van kennis van God te zijn. Teruggekeerd naar de kerk begrijpen wij niet meer wat gezongen wordt. Het moet dus uitgelegd worden, van een commentaar voorzien.

Tenslotte, een vierde moeilijke situatie kan verbonden zijn aan onze aarzeling om de uitdaging te trotseren van de moderniteit. Zeer dikwijls, associëren wij

het christendom, de christelijke boodschap of simpelweg de Kerk met een persoonlijke vorm uit het verleden. Men kan zich bijvoorbeeld inbeelden, dat de orthodoxe Kerk slechts goed kan functionneren dan in een monarchistisch regime, dat slechts een bio of vegetarisch regime aan de christenen toekomt, of nog, aangezien de cybernetische revolutie een plaag is voor de mensheid, leven wij in de laatste tijden sedert de opkomst van de computers en de draagbare telefoons op de Athos berg ! En dit heeft zijn weerslag op onze wijze van communiceren met de wereld die niet gelooft. Als we een schifting maken van de publicaties die onze kerken verspreiden met het doel om te missioneren , dan zal men merken dat zij dikwijls heruitgaven zijn van oude publicaties – zelfs uit de 19e eeuw –  of dat zij levenswijzen weerspiegelen die niet meer spreken tot de hedendaagse wereld. Bijvoorbeeld,  verschillende russisch orthodoxe tijdschriften brengen beelden van vrouwen  bedekt met een hoofddoek, wat aan de wereld van de ongelovigen doet geloven dat het christelijk leven kan samengevat worden tot een achteruitgaande mode of simpelweg gezegd, zich reduceert tot een folklore. Zelfs de grootste werken van de Kerkvaders, die hun frisheid en actualiteit bewaren, zijn niet onmiddellijk toegankelijk voor de wereld die niet gelooft omdat zij erom vragen omgezet te worden in een andere context.

De mogelijke middelen voor de missionering

Na kennis genomen te hebben van onze fouten, trachten wij nu na te denken over de middelen die ter onzer beschikking staan in onze zending.

Het eerste middel en het meest doeltreffende is zonder twijfel het getuigenis door ons voorbeeld. Als men de hypocrisie zoals in vele gevallen het geval is willen verhelpen, dan moeten wij in datgene wat wij prediken, zelf het goede voorbeeld geven. Om de waarheid te zeggen, het persoonlijk getuigenis is het meest doeltreffend middel om Christus te verkondigen. Dikwijls is het beter om het goede voorbeeld te geven dan iets aan te tonen met een briljante uiteenzetting. In dit verband kan men in de Apoftegmen van de woestijnvaders het volgende lezen : ” Drie Vaders hadden de gewoonte om elk jaar bij de gelukzalige Antoine te gaan. De twee eersten ondervroegen hem over de gedachten en over het heil van de ziel; de derde hield er een volledige stilte op na, zonder ook maar iets te vragen. Na enkele jaren, zei Abba Antoine hem : het is nu reeds zolang dat je hier komt en je stelt me geen enkele vraag ? Hij antwoordde hem : het volstaat me om jou te zien, Vader !”. Als een beeld zoveel waard is hoeveel te meer dan een beleefd voorbeeld !

Een tweede voorbeeld gaat samen met de ervaring, met een persoonlijke ontmoeting die verbonden is aan de heiligheid, aan de spirituele vreugde wanneer iemand de ervaring van de Heilige Geest meedeelt dan is dit in zekere zin de voortzetting van het persoonlijke voorbeeld. Eén van mijn vrienden die bekeerd is tot het christendom op oudere leeftijd heeft mij verteld wat voor hem bepalend was in zijn bekering. Het was niet zozeer het evangelie die hij gelezen had of de boeken die hij had geraadpleegd, maar de ervaring die hij gehad had met zijn spirituele vader. Wanneer hij student was in een militaire school,ontmoette hij een jonge priester die regelmatig de studenten kwam bezoeken. Hij preekte weinig, gaf hen geen les in moraal, deed ook geen lange uiteenzettingen, trouwens,  hij had geen bijzonder talent om overtuigend te preken. Maar hij organiseerde uitstappen, bezoeken, bedevaarten naar de kerken, naar de monasteria, naar de heilige plaatsen. En het is doorheen deze bezoeken dat mijn vriend de ervaring opdeed van heiligheid en de tegenwoordigheid van de Heilige Geest die hem naar Christus leidde en die hem aanzette om het evangelie te lezen en zich te interesseren in het leven van de heiligen en de geschriften van de Kerkvaders. Het is dat wat Sint Paulus overkwam, de ervaring van Christus op weg naar Damascus. Mijn vriend vroeg het doopsel na de heiligheid ervaren te hebben. Immers, zonder een metaphysische ervaring is het moeilijk om de transcendentie van God te begrijpen. Zonder de ervaring van de goddelijke openbaring, kan geen enkele mens op eigen kracht God kennen.  Naar aanleiding hiervan, herinneren wij ons de episode uit het leven van de heilige Séraphim van Sarov, wanneer hij aan zijn leerling Motovilov uitlegde dat het doel van het christelijk leven, de verwerving van de Heilige Geest is, terwijl zijn gezicht straalde van het goddelijke licht …. De ervaring van de heiligheid en de ervaring van de Heilige Geest kunnen de ongelovige tot het geloof brengen, beter dan met mooie uiteenzettingen.

Dit alles leidt er ons toe een derde middel in beschouwing te nemen. Het gaat over het monastieke leven als paradigma van het evangelisch leven. De oorsprong van het monastieke leven is het diep verlangen om de voorschriften van het evangelie in het dagelijks leven te beleven. Vader Georges Florofsky hield eraan om het monachisme te definiëren als een “hoogste vorm van evangelisch leven”, terwijl Vader Placide Deseille graag spreekt van een “evangelie in de woestijn” om het leven van de eerste monastieke Vaders te illustreren. De monasteria met  hun roeping van onthaal, zijn dikwijls doorheen de tijd, en dit vooral in het christelijke Oosten, waarachtige huizen van het volk geworden. ” Ga niet naar een psycholoog, ga naar een monasterie” zou men iemand kunnen horen zeggen tegen een depressieve vriend. En dit is niet nieuw. Alle Russische intellectuelen verbleven in monasteria. Dit was vooral het geval met Optina Pustyn, die niet alleen het Rusland van de 19e eeuw voorzag van grote staretsen, maar die tegelijk, door hen, grote denkers van de slavofiele beweging beïnvloedde, zoals o.a. I. Kireievski, en het was ook de bron van inspiratie voor de roman van F.Dostojevski, ‘De gebroeders Karamazov’. In dit verband zei Kireievski : ” Er is iets dat veel belangrijker is dan alle boeken en ideeën die mogelijk zijn : het voorbeeld van de starets, aan wie je al je gedachten kan zeggen, van wie je geen persoonlijke mening kunt aanhoren, maar de stem van de heilige Vaders”.

Het is daarom dat het monastieke leven, doorheen het voorbeeld van de incarnatie in het dagelijks leven van de evangelische leefregel, een beslissend getuigenis kan zijn voor de wereld die niet gelooft. Wij zullen hier slechts één recent voorbeeld geven, dit van het monasterie van de “Protection de la Mère de Dieu” van Solan in Frankrijk. Buiten het werk, de liturgische diensten en het onthaal die karakteristiek zijn voor elk monasterie, hebben de zusters van dit monasterie gekozen voor
een activiteit in de landbouw. Geïnspireerd door de oproep van de oecumenische patriarchen Dimitrios en Bartholomeüs voor het behoud van de schepping, hebben zij een exploitatiemethode ontwikkeld met de hulp van specialisten voor methodes die het leefmilieu respecteren. Hun project van bio-landbouw zal de aandacht trekken van velen in de regio, in de meerderheid ongelovigen. Zo is een vereniging ontstaan, de ‘Amis de Solan’. Het essentiële doel bestaat erin de zusters te helpen in het beheer en de exploitatie van hun landbouw domein en in de sensibilisatie voor het behoud van de natuurlijke omgeving. Zij zijn gevoelig voor de ethische en spirituele aspecten van de ecologische crisis. Echter, telkens wanneer meerdere personen, niet-gelovigen,het monasterie bezoeken, dan zijn het niet meer alleen de ecologische kwesties die hen in beslag nemen, maar ook de spirituele, de vragen over het geloof. En zo wordt een monastiek ecologisch project een vorm van getuigenis van het christelijk geloof in een wereld die niet gelooft en die de ongelovigen bekeert tot het christelijk geloof.

Een vierde en laatste middel waarover men beschikt, maar onze lijst is eigenlijk onuitputtelijk, is het internet. Dit middel is een uitstekend middel om jongeren te bereiken. Op een bepaalde dag zei een orthodox bisschop mij : “Indien je de jongeren wilt raken in uw zending, dan moet je naar daar gaan waar jongeren te vinden zijn. En waar leven de jongeren van vandaag ?  Zij leven in een virtuele wereld. Zij brengen hun dagen door met op het internet te surfen !”. De woorden van deze bisschop zijn waar. Op een bepaalde dag bracht ik een bezoek aan aan monasterium dat moeilijk te bereiken was, totaal verloren in de bergen. Ik vroeg aan de higioumen wie die de jongste monnik was en die ik niet kende ?. Hij zei me dat het een jongere was uit de hoofdstad die naar het monasterium gekomen was toen hij nog geen christen was, die het doopsel had gevraagd en die vervolgens was binnengetreden in het monasterium. “Maar hoe is hij ertoe gekomen om u hier te vinden?” vroeg ik aan de higoumen. “Het is eenvoudig” antwoordde de higoumen. “Hij heeft ons gevonden op het internet'”. Indien de technische vooruitgang indrukwekkend is, hoeveel te meer nog Gods voorzienigheid, voor zover wij het weten ten dienste te stellen van Hem!

De zwakheden van de wereld van vandaag

Bewust van deze middelen waarover wij beschikken, dan nog moeten wij de dorst van de wereld van vandaag kennen en zich realiseren wat zij van ons verlangt als Kerk. Het lijkt ons dat de wereld lijdt aan vier voornamelijke kwalen;

De eerste kwaal is het materialisme. De wereld van vandaag, zoals je weet is zeer gehecht aan materiële waarden : rijkdom, sociale slaagkansen, lichamelijk welzijn. Niettemin ervaren onze tijdgenoten al vlug, wanneer zij getroffen worden door ziekte of geconfronteerd worden met de dood van een naaste, dat dit alles maar voorbijgaand is, dat “alles maar ijdel” is. Ondanks het materialisme dat onze wereld kenmerkt is er toch een zoektocht naar spirituele waarden, zoals men kan merken uit de opkomst van “new age”, bouddhisme, zelfs de Islam. Het feit, dat een president van een lekestaat die openlijk zegt dat hij atheïst is, zoals François Mitterand, maar toch regelmatig naar de Sinaï trok, toont dit goed aan. Men moet zich bewust zijn van deze spirituele dorst en er een gepast antwoord op trachten te vinden.

De tweede kwaal is het relativisme. In onze wereld wordt alles in vraag gesteld, en vooral datgene wat als een evidentie wordt geaffirmeerd. Maar het relativisme heet experiment. Vanaf het moment dat men iets anders heeft kunnen ervaren dan wat gesteld werd kunnen wij een nieuwe theorie ontwikkelen. Vanaf dan, zelfs al is het gemeenplaats te bevestigen dat God niet bestaat. Indien iemand een Gods ervaring heeft gehad, dan kan hij het tegenovergestelde beweren, zoals Frossard : “God bestaat, ik heb Hem ontmoet !”.

De derde plaag van onze maatschappij is het individualisme. De urbanisatie en de globalisatie die de ontwikkeling van het individualisme begunstigen  stellen dikwijls de definitie in vraag van de mens als “een zijn in communio”, om de uitdrukking van metropoliet Jean van Pergame te hernemen. De technologische vooruitgang maakt, dat geleidelijkaan de machines en de automatische verdelers  het werk van de mens gaan overnemen. De revolutie van het internet heeft er voor gezorgd dat de communicatie zich voltrekt door bemiddeling van een computer. Dit alles draagt er toe bij om de menselijke relaties te des-humaniseren ofwel zijn de rechtstreekse ontmoetingen vervangen door ontmoetingen van individu tot machine. Dit heeft tot gevolg dat de wereld van vandaag lijdt aan eenzaamheid. De Kerk kan helpen hieraan iets te doen indien zij de kunst bezit om de vriendschap als alternatief aan te bieden. Op een bepaalde dag vroeg ik aan een missionaris die onder de jongeren werkt hoe hij handelde. Hij heeft mij iets zeer eenvoudigs gezegd : vóór alles, zelfs vooraleer zelfs te spreken over wat dan ook, zoek ik op de eerste plaats hun vriend te zijn. Vrienschap kan veel. Indien wij onze broederlijke liefde weten over te zetten op iemand die eenzaam is, dan zal hij zich voor ons openstellen en veel gemakkelijker onze boodschap aanvaarden.

Ten slotte kunnen wij als vierde malaise, het hedonisme naar voor brengen. De secularisatie die vandaag de dag de wereld overspoelt en een visie op de wereld voorhoudt zonder relatie met God, stelt grote problemen, want vertrekkende vanuit het principe dat de mens door God geschapen is naar Zijn beeld, is God ontkennen, eenvoudigweg de mens ontkennen. Wij constateren in onze maatschappij de groei van angst en vrees, isolement en eenzaamheid, individualisme en het afgesneden zijn van een maatschappij die de technische ontwikkeling in onze cybernetisch tijdperk met zich meebrengt. Deze verschijnselen kunnen de oorzaak vormen van conflicten, kunnen de haat aanmoedigen, depressies veroorzaken die dikwijls naar zelfmoord leiden en alle soorten van afhankelijkheden teweegbrengen, zij het alcoholisme, toxicomanie, seksuele ontsporingen of andere. De Kerk kan dit helpen verhelpen indien  zij een verspreider van de waarachtige vreugde weet te worden, de vreugde van Christus.

Het is dit wat de Geronda Porphyrios de Cavsokalivite ons uitlegt : “De vreugde is in Christus. Christus omvormt het lijden in vreugde. Dit is onze kerk, onze vreugde, dit is alles voor ons. En het is dit waarnaar de mens van vandaag op zoek is. Het is daarom dat hij vergift en drugs neemt opdat hij in die wereld van vreugde zou kunnen delen, maar het is een valse vreugde. Hij wordt ‘iets’ gewaar op dat moment, maar de volgende morgen is hij gebroken. Dit drukt hem voortdurend op het hart, het knaagt, het bedroeft hem, het verteert hem. De mens echter die zich volledig aan Christus geeft is geheel vernieuwd, vervuld van vreugde, ervaart de kracht en de grootheid en verheugt zich in het leven”.

Hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft ?

Het moment is aangebroken om te besluiten. Wij waren in staat om te antwoorden op de vraag : “Hoe getuigen van Christus in een wereld die niet gelooft ?” Zonder twijfel is deze uiteenzetting niet volledig.

Maar één zaak is zeker. Om te getuigen van Christus tegenover wie niet gelooft, moet men hem Christus leren kennen en niets anders. Men moet getuigen door zijn  eigen voorbeeld, door onze wijze van bestaan, door te communiceren, door te lev
en, zonder hypocrisie en zonder formalisme.  Men moet hem Christus leren kennen die geneest, die vergeeft en die bevrijdt. Voor alles moet men luisteren, aandacht hebben voor de noden van de wereld, en vervolgens moet men weten te spreken in een verstaanbare taal, weten te antwoorden op de vragen die hem kwellen.

Men moet geen schrik hebben voor de uitdagingen van de moderniteit. De uistralingen die er waren en de voorbeelden van de athonitische sprirituelen van de 20e eeuw, zoals de Gronda Porphyrios of de Geronda Païsios waar gans de wereld naar opkijkt maken duidelijk dat zij de inhoud van de ervaringen van de Kerk hebben weten door te geven in een taal en in categorieën die een antwoord waren op de op de bezorgdheden en de angsten van de moderne mens.

 Daarom, moeten wij vooral Christus willen dienen en tempels worden van de Heilige Geest. Indien wij zo de vrede verwerven, dan zouden miljoenen gered worden rondom ons, om de woorden van de Heilige Seraphim van Sarov te herhalen.

Vertaling : Kris Biesbroeck

23e zondag na Pinksteren : Genezing van een bezetene

23e zondag na Pinksteren

“genezing van een bezetene”

genezing van een bezetene - manuscript 1413-16 - Muzée Concé, Chantilly

Genezing van een bezetene

Manuscript 1413-16

Musée Condé, Chantilly

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.
     Inderdaad,
aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

 

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene
     Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan

Isaak de Syriër :Het koninkrijk Gods is bij u

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overweging, 1e serie.

Isaak de Syrier bisschop van NBinive

“Het koninkrijk Gods is bij u”

      De demonen zijn er beducht voor, maar God en de engelen verlangen naar de mens die dag en nacht God zoeken met ijver in hun hart, en die de aanvallen van de vijand ver van zich wegduwt. Het geestelijk land van deze zuivere mens in zijn ziel is binnenin hem: de zon die in hem schijnt is het licht van de heilige Drie-eenheid; de lucht die de gedachten die hem bewonen inademen, komt van de Heilige Trooster Geest. En zijn heilige engelen blijven bij hem. Hun leven, en hun vreugde zijn in Christus, licht van het licht van de Vader. Een dergelijk mens verheugt zich ieder moment om de contemplatie van zijn ziel, en hij verwondert zich over de schoonheid die hij er ziet, honderd keer lichter dan de straling van de zon.

      Het is Jeruzalem. Het is “het koninkrijk van God verborgen in ons”, volgens het woord van de Heer. Dat land is de wolk van de heerlijkheid van God, waar alleen onze zuivere harten binnengaan om het gelaat van hun Meester te schouwen (Mt 5,8), en hun begrip zal verlicht worden door de stralen van zijn licht.

Bron : Dagelijks evangelie : www.evangelizo.org

Over de innerlijke vrede

OVER DE INNERLIJKE VREDE

 Door Vader Victor ( Higoumen van het monasterie van La Faurie – Frankrijk)

    Wij kennen het woord van de Heilige Seraphin, ” verwerf eerst de innerlijke vrede en velen zullen in uw nabijheid rust vinden”. Dit is vandaag  een belangrijk woord want wij leven in een maatschappij van activisme en consumptie. Wij hebben wel een goede wil, wij zijn edelmoedig, maar wij willen vooral “doen”. Welnu, het belangrijkste is eerst en vooral iemand te “zijn”.

   Laten wij ons dus bevragen over deze toestand van innerlijke vrede. Gewoonlijk kennen wij twee soorten van vrede : vooreerst de afwezigheid van oorlogen tussen landen, afwezigheid van conflicten op het niveau van de mensen Deze  geheel negatieve houding waar men niet wil lastig gevallen worden of in de war worden gebracht is zeker positief.  “Bouwen wij aan de vrede,laat ons in rust leven” ! Maar er is een derde soort vrede “die geen afwezigheid van oorlogen inhoudt, maar een deugd is die ontstaat vanuit de kracht van de ziel”. Het is de filosoof Spinoza die er ons een goede definitie van geeft. Een deugd : “Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u, niet gelijk de wereld die geeft”(Joh.14,27), verkondigt het Evangelie . Het bevestigt dat de vrede die wij moeten zoeken zich moet vestigen in het binnenste van onszelf, en voortkomt uit “God, de vader van het licht”. “Voor de vrede die van boven komt en het heil van onze zielen, vraagt de liturgie van de Heilige Johannes Chrisostomos: laat ons de Heer bidden”.

  Deze vrede die van boven komt en die bezit neemt van het menselijk hart is zeker een genade, wat van ons afhangt is simpelweg onze beschikbaarheid om ze te aanvaarden. Dit is de synergie, de ontmoeting tussen de menselijke inspanning en de goddelijke Genade : “God werkt en de mens ademt”, zal men grappig zeggen. Welnu, wat is er in het binnenste van onszelf, dat ons hindert bij deze innerlijke vrede ?

   Als we ons richten tot de vaders, zoals bijvoorbeeld tot de Heilige Gregorius van Nyssa, zullen we er  ontdekken dat deze vrede van het hart, noodzakelijk om de Geest te kunnen ontvangen, vooral gehinderd wordt door onze gedachten. De gedachte blijft een ambivalent fenomeen, een tegenstrijdigheid (antinomie), want enerzijds is zij het merkteken van God in de mens, maar tezelfdertijd is zij het die de mens van Hem scheidt.

 Wanneer wij bijvoorbeeld willen bidden, dan zullen twee vormen van gedachten bij ons binnendringen : phantasmate en logismos die duidelijk omschreven bekoringen doen naar voor komen en die elk om een specifieke bestrijding ervan  vragen.

  Eerst de “Phantasmata’, van het griekse woord “beeld zonder bestendigheid”. Het zijn beroeringen, verstrooiingen die onze aandacht gaan versnipperen. Er komt een herinnering, een zorg, een beeld… te voorschijn, woekerende gedachten die, in het uiterste geval ons de indruk geven van “dat denkt in ons”,

  Naast deze tegenstrijdige gedachten, komen de “logismoi” , passionele gedachten van angst, verlangen, woede, of andere. Zij zijn nog meer fijnzinnig en  verwarrend, zij brengen ons in een staat van emotionele opwinding.

  Wij moeten dus, voor zover het in onze macht ligt en zonder te vergeten onze toevlucht te nemen tot de Goddelijke genade, er de strijd mee aanbinden, om ons zo in staat te stellen deze innerlijke vrede te verwerven, die zo belangrijk is om de Geest te ontvangen.

Hoe ?

   Voor wat de phantasmata betreft, het zijn mentale beelden die voortkomen uit onze herinneringen die opnieuw gaan opduiken. Wij weten het maar al te goed, dat wij in de  samenleving van vandaag bijna ononderbroken beïnvloedt worden door alle soorten beelden, voorstellingen, opinies, publiciteit of propaganda, enz..Het is van al deze zaken dat wij ons moeten ontlasten, en daarom blijft een zekere onthouding van de zintuigen en de gedachte onontbeerlijk. Dit zal  waarden als eenzaamheid en inkeer doen ontstaan. Evenzo wast en  zuivert de liturgie ons van een geheel van beelden, gewaarwordingen en indrukken die ons niet direct naar God voeren, zelfs al kunnen  ze ons soms verblinden. Wij kunnen bijvoorbeeld dikwijls menen dat het zich solidair voelen met de lijdende wereld, dat bidden voor het menselijke verdriet en ontreddering, ons zou verplichten om op de hoogte te blijven en te weten wat er in de wereld gebeurt, om er op een oprechtere manier te kunnen voor bidden, terwijl God weet wat de mens nodig heeft, waaraan hij lijdt. Onze voorbede houdt zeker in, dat wij een luisterend oor zijn voor de zijnden, maar niet noodzakelijk is dit voor gebeurtenissen of anekdotes van het dagelijks bestaan.

  Wat betreft de “logismoi” : inwendige opwellingen van emoties, gehechtheid of revoltes, zij zijn ergens opgewekt door verlangens of uit angsten die nogal dikwijls voortkomen uit een verafgoding van zichzelf., verkrampt door de eigenwil. Zich hiervan gelijdelijkaan los te maken, is proberen  dit woord van het “Onze Vader”, dat de essentie uitmaakt van het Evangelie zelf : “dat Uw wil geschiede op aarde als in de hemel”, volkomen te “leven”.

  Wij stellen de geboden gelijk met de Wil van God, en dit is in zekere zin juist, maar we vatten het op een té legalistische manier op in plaats van een spirituele. Het is belangrijk, dat wij hier inzien dat er tussen de Decaloog en de Zaligsprekingen een totale ommekeer van zienswijze bestaat : “gij zult niet doden”, bijvoorbeeld, zal worden “zalig de zachtmoedigen”.Welnu, de zachtmoedigheid  is niet slechts het respect voor sommige regels, het is een manier van “zijn”. Daaruit volgt dat de geboden voor een Christen geen morele regels meer zullen zijn, maar een omschrijving, op een humane wijze, van de eigenschappen van God. De goddelijke eigenschappen in zich opnemen, niet om Christus in Zijn handelen na te bootsen, maar om te handelen volgens Zijn Geest, of beter om de H.Geest te laten handelen, “het is niet meer ik die leef, het is Christus die leeft in mijzelf”, dat is het doel. Maar hoe onbegrijpelijk de wil van God ook is, zij is nog wat zij is. Want niets ontsnapt aan Zijn almacht. Maar de realiteit is dikwijls moeilijk aanvaardbaar voor ons.Er is een werkelijkheid die wij niet willen aanvaarden, maar waarvan we ons rekeninschap geven dat dit te wijten is aan onze beperkingen, onze passies en onze zwakheden.En deze bewustwording roept in het binnenste van onszelf gevoelens op, niet van een daadwerkelijk berouw,zoals dat van de tollenaar, maar van een ontevredenheid in de zin van :”hoe kan een persoon en ook wijzelf zulke lelijke dingen doen”. En het is vanaf dat moment dat er in ons alle soorten van angsten, schuldgevoelens,wroeging en uiteindelijk verzet en ontkenning van zichzelf gaat ontstaan. Terwijl zijn naaste  beminnen als zichzelf een juiste zelfkennis veronderstelt.

  Wij kunnen de realiteit dus weigeren uit zwakheid en er zich zelfs bewust van zijn, maar wij kunnen de realiteit ook weigeren  vanuit goede bedoelingen, vanuit het besef dat deze weigering een deugd is ! Hoe kunnen wij deze
oorlogen aanvaarden, dit onheil, deze miserie, deze wereld met mensen die voortdurend met elkaar in de clinch liggen ?….Hoe kunnen wij deze ziekten,onvolkomenheden, epidemieën aanvaarden ?…Dit alles lijkt ons schandalig en nochtans ! Het gaat er niet om het kwaad in de wereld op te hemelen, maar om te erkennen dat Christus de vrede niet preekt in de zin waarop wij het verstaan” Er zullen oorlogen zijn en onlusten, en de mensen zullen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, maar gij, verheug u en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing komt nabij” (Lc.9.26.28), zegt het Evangelie nog. Verheug u, niet over het kwaad in de wereld, dit is duidelijk, maar op de voorafgaande tekens van dat wat het waarlijk goede zal zijn., het komende Koninkrijk : dit Koninkrijk van God dat binnen in onzelf is.

    In dit perspectief is er in de menselijke orde een kwaad, volgens de Heilige Cassianus, die in de ogen van de Eeuwigheid niet noodzakelijk negatief is. Het is alleen een kwestie van bevrijding, onthechting en beschikbaarheid. Het is een gemeenplaats van te zeggen dat vele mensen die opgesloten zaten in de goulags getuigd hebben van het feit dat het juist in deze omstandigheden was dat zij het meest tot vrede kwamen en dicht bij God. Men is verplicht om te erkennen dat het niet altijd in de meest menselijk gelukkige omstandigheden is dat wij ons diepste  en rijkste “innerlijk” leven leren kennen. Het gaat hier niet om masochist te zijn, om ascese en zelfkastijding te verwarren, wat vanuit het standpunt van de orthodoxie de ketterij dicht benadert, maar het gaat om het op zoek te gaan naar het énig noodzakelijke, zonder zich te laten beïnvloeden door moeilijkheden en problemen, wetend, dat het lijden dat ons kan overkomen daar is als hoeksteen om ons onze innerlijke toestand te laten zien. Het lijden dat ons overkomt zal dan beleefd worden als een teken van onze inspanningen, van onze mislukkingen. Het zijn onontkoombare beproevingen op onze weg die leidt naar God.

    En voor ons, monniken en monialen, is er wellicht een derde niveau van de wil van God. Soms hebben wij ons in Gods dienst gesteld zonder ons veel rekenschap te geven of wij ons geplaatst hebben in Zijn dienst zoals  Hij het van ons verwacht of zoals wij hem zouden willen dienen. Wij  kunnen ons dikwijls realiseren dat wij in de loop van ons bestaan, ongemerkt een spiritueel project hebben opgebouwd. Een project, dat zeker waardevol is, bewonderenswaardig zelfs, maar dat uiteindelijk slechts ons eigen project was. Op dat moment kunnen wij ons geconfronteerd weten met neerslachtigheid, conflicten, ontredderingen, en ons op de rand voelen van een echte spirituele crisis. Maar het is juist dan dat wij het werkelijke begin kunnen naderen, dat, waartoe God ons uitnodigt.

   En daar onze uiteenzetting deze is over de innerlijke vrede, kan men , om te besluiten eraan herinneren, dat wanneer Christus  na Zijn verrijzenis verschijnt aan zijn leerlingen Hij verduidelijkt, dat Hij het doet :  “alle poorten waren gesloten”, hun zeggende “Vrede zij met u”. Het is pas als we ontdekken dat alle uitwegen, alle menselijke verwachtingen gesloten zijn, en dat we geen enkele hoop meer hebben, deze van de wereld, deze van ons verstand, deze van ons spirituele droombeeld zelf, het is op het moment van deze grote nederlaag, deze tegenslag, als wij het kunnen aanvaarden als de wil van God, dat wij  kunnen ontdekken dat Christus werkelijk aanwezig is en dat Hij op het dieptepunt van onze ontreddering ons zegt : “de Vrede zij met U”

 Vertaling : Kris Biesbroeck

Gregorios de Grote : ik ben het zelf. Raak mij aan

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie, nr 26; PL 76, 1197

 

Gregorios de grote 813

 

“Ik ben het zelf. Raak Mij aan”

      Hoe kan het dat het lichaam van de Heer, toen het eenmaal verrezen was, een werkelijk lichaam bleef, terwijl Hij bij de leerlingen door gesloten deuren binnenkwam? Wij moeten weten dat de goddelijke handeling niets bewonderenswaardig zou hebben als de menselijke rede het kon begrijpen, en dat het geloof geen verdienste zou hebben als de rede experimentele bewijzen zou leveren. Over dergelijke werken van de Verlosser, die op zichzelf absoluut onbegrijpelijk zijn, moet gemediteerd worden in het licht van zijn andere handelingen, zodat wij meegenomen worden om te geloven in die wonderlijke feiten, door andere feiten die nog wonderlijker zijn. Want dat lichaam van de Heer die de leerlingen bezoekt ondanks dat de deuren gesloten zijn, is hetzelfde als bij zijn Geboorte, waarbij Hij zichtbaar werd voor de mensen toen Hij uit de gesloten schoot van de Maagd kwam. Men moet zich dus niet verbazen als onze Verlosser, na verrezen te zijn om voor eeuwig te leven, binnengekomen is ondanks de gesloten deuren, aangezien toen Hij in de wereld kwam om te sterven, Hij uit de Maagd kwam zonder haar te openen.

      Aangezien het geloof van hen die naar het zichtbare lichaam keken, bleef aarzelen, heeft de Heer hen voorgesteld om het vlees dat Hem door de gesloten deuren had laten gaan, aan te raken… Welnu, wat je aan kunt raken, is noodzakelijkerwijze vergankelijk, en wat niet vergankelijk is, kun je niet aanraken. Op een wonderlijke en onbegrijpelijke wijze heeft onze Heer het ons gegeven om na de verrijzenis van zijn lichaam een tegelijk onvergankelijk en tastbaar lichaam te openbaren. Door het onvergankelijk te laten zien, beloonde Hij ons; en door zichzelf te laten aangeraken, bevestigde Hij ons in het geloof. Hij laat zich dus tegelijkertijd tastbaar en onvergankelijk zien, om daarmee goed te tonen dat na de verrijzenis zijn lichaam van dezelfde aard bleef, maar dat Hij in een geheel andere heerlijkheid was opgenomen.

Bron : Dagelijks evangelie : www.evangelizo.org

feest van Boris Bobrinskoy

Feest naar aanleiding van de 50e verjaardag van het  priesterschap van Vader Boris Bobrinskoy en zijn op rust stelling

Boris Bobrinskoy
 

Zondag 18 october is Monseigneur Gabriël naar de Crypte van de heilige Drie-eenheid gegaan ( Crypte van de Kathedraal) om het 50 jarig priesterschap te vieren van protopresbyter Boris Bobrinskoy en zijn opruststelling als rector van de parochie.

Hij was omringd, natuurlijk door Vader Boris, en van alle priesters die dienen op de parochie, of er geweest zijn : aartspriester Renié Dorenlot, aartspriester Alexis Struve, hiëromonnik Elisée (Germain), priester Faniël Cabagnols, alsook archimandriet syméon (Cossec) en de aartspriester Jean Breck, de aartspriester Serge ZSollogoub, priester Christophe D’Aloïsio, priester André Jacquemot, protodiaken Joseph Queremaye, diaken Dominique Beaufils en hiërodiaken Athanase (Buk).

Na de lezing van het Evangelie begon Monseigneur met te vermelden (Monseigneur had hem de vorige dag ontmoet in de Phanar) dat patriarch Bartholomeüs de zegen geeft aan Vader Boris. Monseigneur Gabriël herinnerde ook aan de gehechtheid van Vader Boris aan de gemeenschap van gelovigen en haar betekenis, alsook aan zijn theologische bijdragen, vooral over de Drie-eenheid en de Heilige geest. “Dank zij u is  deze parochie een moeder geweest voor vele gemeenschappen en parochies – en ik hoop dat het zo in de toekomst ook zal zijn – fransen, nederlanders en zelfs duitsers, aldus Monseigneur Gabriël (…) Gij behoort tot diegenen die de orthodoxie hebben overgedragen, maar een levendige orthodoxie, creatief, volgens de wil van de Heer (…) Ik heb de bijzondere manier bewonderd waarop gij het college van priesters van de crypte hebt geleid. Gij hebt altijd met uw liturgische medewerkers deze communautaire geest beleefd die zo belangrijk is, die zo dierbaar is voor de Kerk”.