8e zondag na Pinksteren : Petrus zinkt

8e zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

Petrus - zinkt

Lezingen :

1 Kor,1,10-18:

Verdeeldheid in de gemeente
     Maar in de naam van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, doe ik een beroep op u: wees allen eensgezind laat er geen verdeeldheid onder u zijn; wees volkomen één van zin en één van gevoelen.  Ik heb namelijk van Chloë’s huisgenoten gehoord, broeders en zusters, dat er onenigheid onder u heerst.  Ik* bedoel dit: Ieder van u schijnt zijn eigen leus te hebben: ‘Ik ben van Paulus.’ ‘Ik van Apollos*.’ ‘Ik van Kefas*.’ ‘Ik van Christus*.’ Is Christus dan in stukken verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u gedoopt in de naam van Paulus?  God zij dank dat ik niemand van u gedoopt heb, behalve dan Crispus en Gajus. Dus niemand kan zeggen dat u in mijn naam gedoopt bent.  O ja, ik heb ook nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder zou ik niet weten dat ik iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; en dat niet met geleerde* woorden, want dan had het kruis van Christus zijn kracht verloren.

De wijsheid van de wereld
     Want de boodschap van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is het een kracht Gods.

Evangelie :

Matth.14,14-22 :

 Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte. Hij had zeer met hen te doen en genas hun zieken. Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen Hem zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats en het is al laat geworden. Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf in de dorpen eten gaan kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg te gaan. Jullie moeten hun te eten geven.’  Zij zeiden Hem: ‘Wij hebben hier niets anders dan vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng die hier.’ Hij verzocht de mensen op het gras te gaan zitten, nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen.  Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden de brokken op die over waren, twaalf korven vol. [Afgezien van vrouwen en kinderen waren het zo’n vijfduizend man die gegeten hadden.

Tegenwind op het meer
      Meteen hierna dwong Hij de leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.

Ambrosius : David zelf noemt Hem Heer

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar
Sermon over psalm 36,4-5

Ambrosius van Milaan 1

“David zelf noemt Hem Heer”

       Laten we eens aandachtig kijken naar het mysterie van Christus! Hij is uit de schoot van de Maagd geboren, tegelijk als Dienaar en als Heer; Dienaar om te werken, Heer om te bevelen, om in het hart van de mensen een Koninkrijk van God te vestigen. Hij heeft een dubbele oorsprong, maar Hij is één wezen. Hij is niet een ander als Hij van de Vader komt en een ander  als Hij uit de Maagd komt. Hij is dezelfde uit de Vader geboren voor de schepping die in de loop van de tijd het lichaam heeft aangenomen van de Maagd. Daarom wordt Hij zowel Dienaar als Heer genoemd; om ons Dienaar; maar om de eenheid met de goddelijke substantie, God uit God, Oorsprong uit Oorsprong, Zoon gelijk aan de Vader, zijn gelijke. De Vader heeft immers niet een Zoon die vreemd aan Zichzelf is, geboren laten worden, deze Zoon waarvan Hij verklaard heeft: “In Hem heb Ik al mijn liefde gelegd” (Mt 3,17)…

      De Dienaar bewaart overal zijn waardigheid. God is groot en groot is de Dienaar: in het vlees verliest Hij niet deze “grenzeloze grootheid” (Ps 145,3)… “Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens” (Fil 2,6-7)… Hij is dus gelijk aan God, als Zoon van God; Hij heeft de gestalte van een slaaf aangenomen door mens te worden; “Hij heeft de dood geproefd” (Hb 2,9), Hij van wie “de grootheid grenzeloos is”…

      De gestalte van de Dienaar, die ons allen heeft bevrijd,  is goed! Ja, zij is goed! Zij was Hem, “de naam die boven alle namen is”, waard! Deze nederigheid is goed! Ze heeft verkregen dat “in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader” (Fil 2, 10,11).

Kaarsen en hun symboliek

Kaarsen in de Kerk

Hun symboliek

 Prof.Aleksei I. Georgievsky

 kaars

Kaarsen en waaklichten hebben een byzondere symbolische betekenis in de Kerk.

In het oude Testament toen de eerste tempel Gods gebouwd werd op aarde – als tabernakel van het getuigenis -, werden er lampen gebruikt tijdens de erediensten, zoals de Heer zelf verordend had (cf. Ex.40,5-25). In navolging van het voorbeeld van het Oude Testament, werd het aansteken van kaarsen en waaklichten geïntroduceerd in de diensten van de Nieuwtestamentische Kerk.

De Handelingen der Apostelen vermelden het aansteken van lichtbronnen gedurende de diensten in de tijd van de Apostelen. In Troas, waar de tijd van de leerlingen van Christus samenkwamen op de eerste dag van de week, de zondag, voor het breken van het brood (tttz, om sz Heilige Liturgie ten vieren) “bevonden zich vele lampen in de zaal waar ze vergaderd waren”(Hand.20,8). De verwijzing naar vele lampen betekent dat deze niet enkel gebruikt werden voor de verlichting, maar omwille van hun spirituele betekenis.

De primitieve Christelijke ritus, waar men een lamp gebruikte, knoopte aan bij onze vespers, met hun geëigende intredezang en het zingen van de hymne “Vriendelijk Licht”, die de christelijke leer uitdrukken van het licht, dat overeenkomstig is met genade. De Metten zijn eveneens verbonden met het idee van het Ongeschapen Licht van Christus, tot uitdrukking gebracht in Zijn Menswording en Zijn Verrijzenis.

“Wij hebben nooit een dienst gevierd zonder kaarsen”,zegt Tertullianus (2e eeuw), “en we gebruiken ze niet enkel om de duisternis van de nacht te verjagen; we vieren ook diensten bij daglicht. Maar we hebben de bedoeling met deze brandende kaarsen Christus voor te stellen, het Ongeschapen licht, in het welke wij wandelen, zowel bij volle dag als bij duisternis”

“In alle Oosterse Kerken” schrijft de Zalige Hiëronimos in de 4e eeuw, “worden kaarsen aangestoken, zelfs bij volle dag, op het ogenblik waarop men aanvangt met het lezen van het Evangelie. Niet om de duisternis te verjagen, maar als teken van vreugde….” Om in dit licht het licht terug te vinden waarvan sprake is in de psalm (119,105):“Uw woord is een lamp aan mijn voeten en een licht op mijn weg”.

“De waaklichtjes en de kaarsen stellen het Eeuwige Licht voor en eveneens het licht dat de rechtvaardigen omstraalt”, zegt de Heilige Sophronios, Patriarch van Jeruzalem (7e eeuw)

De heilige Vaders van het 7e Oecumenisch Concilie hebben besloten dat in de Orthodoxe Kerk de Heilige Iconen en Relieken, het Kruis van Christus en het Heilige Evangelie geërd moeten worden met wierook en brandende kaarsen : (Handelingen van het 7e Oecumenisch Concilie; zie V. Bolotov, (“Istoriya Drevnei Tserkvi : Geschiedenis van de Primitieve Kerk” – Vol.IV p.560)

De gelukzalige Simeon van Thessaloniki (15e eeuw) schrijft dat men “ook kaarsen aansteekt voor de iconen van de heiligen om zo hun goede daden weer te geven die schitteren in deze wereld”.

De Orthodoxe gelovigen die het huis van God bezoeken en zich in gebedsverband begeven  met God, Zijn Alzuivere Moeder  en de heiligen, steken kaarsen aan voor hun iconen. De brandende kaars voor de icoon is een teken van ons geloof en onze hoop op genezende hulp, die steeds vrijgevig besteed wordt aan al wie zich tot de Heer en Zijn Heiligen wendt.

De brandende kaars is tevens symbool van onze brandende erkentelijke liefde voor God. De Kerkelijke richtlijnen voorzien waar en op welke momenten tijdens de dienst het aansteken van kaarsen gebruikelijk is (Typikon hst.24 en 25).

Gedurende bepaalde diensten zetten de gelovigen niet enkel kaarsen voor de iconen, maar ze dragen zelf ook kaarsen rond. Zo zegt het Typikon op 26 september, het feest van de Heilige Johannes de Evangelist : “Kaarsen worden aan de broeders uitgedeeld”. (gedurende het Polyeleos).

Tijdens de Metten van Palmzondag dragen we, na de lezing van het Evangelie en de wijding van de palmen, samen met de palmtakjes, die het symbool zijn van de Verrijzenis, brandende kaarsen als teken van het grote belang van dit feest en van het onvergankelijke licht van ons geloof in de Opstanding en in het Eeuwige Leven.

Bij de lezingen van Grote Vrijdag (die in het algemeen aanvangen op donderdagavond) met de twaalf Evangeliën van het lijden, steken de gelovigen kaarsen aan en houden die vast, waarbij ze van het begin tot het einde de pijnigingen van Onze Heer meeleven, brandend van liefde voor Hem. Een oud Russisch gebruik wil dat de gelovigen een brandende kaars met zich naar huis meenemen vanuit de Kerk en daarmee een kruisteken maken over hun deuren, om het lijden van de Heer te herdenken en om zich tegen het kwade te beschermen.

Tijdens de vespers van Grote Vrijdag, wanneer zich de processie met het Epitaphos afspeelt en tijdens de Metten van Paaszaterdag voor de graflegging van Onze Heer, houden alle aanwezige gelovigen voor het Epitaphos brandende kaarsen vast, als teken van liefde voor de Gekruisigde Christus en van geloof in Zijn stralende Opstanding. Op Palmzondag, vanaf het moment waarop zich de processie in beweging zet rondom de kerk, tot nagedachtenis van de Myrondraagsters, die zich naar het graf van Onze Verlosser begeven hadden met brandende lampen en kaarsen tot aan het einde van de middernacht liturgie, om zo hun grote vreugde en geestelijke overwinning tot uitdrukking te brengenn : “Christus is Verrezen, de vreugde is eeuwig”.

Gedurende de pontificale diensten wordt al sinds lange tijd speciale kandelaars gebruikt. De gelovigen buigen het hoofd terwijl de Bisschop hen zegent met het Dikirion, dat de twee eigenschappen van Onze Heer Jezus Christus voorstelt – Zijn Goddelijkheid en Zijn Menselijkheid – en met het Trikirion, dat de Heilige Drie-eenheid voorstelt. Voorts steekt men een primikerion aan , dat door de Hypodiaken vastgehouden wordt nabij de heilige poorten, voor de kruispoorten.

Ook tijdens de Heilige Eucharistie worden kaarsen aangestoken.

Het doopsel wordt gevierd door de priester in vol ornaat en “met alle kaarsen aan”. Bij de doopvont worden driekaarsen gezet, om aan te duiden dat het Doopsel voltrokken wordt in de naam van de Drie-eenheid. De dopeling en zijn geestelijke ouders dragen brandende kaarsen bij de processie rond de doopvont, na de zalving, als getuigenis van vreugde voor de intrede van een nieuw lid in de Kerk en in eeuwige eenheid met Christus.

Er bestaat een oud gebruik in de Russische Kerk waarbij de boeteling, wanneer hij de priester benadert voor de biecht, dat doet met een brandende kaars die hi
j draagt als offerande aan God en als teken van hoop op vergeving van zijn zonden.

Bij de verloving van de toekomstige gehuwden maakt de priester “drie keer het kruisteken over hun hoofden en geeft hen brandende kaarsen” vooraleer ze de Kerk binnentreden voor het sacrament van het huwelijk. Deze kaarsen symboliseren hun wederzijdse liefde en hun verlangen om te leven met de zegen van de Kerk.

Bij het sacrament van de ziekenzalving is het gebruikelijk in de Kerk van zeven kaarsen aan te steken rondom de ampul die de Heilige Olie bevat, wals teken van de kracht van de Gaven van de Heilige geest. De zieke – indien mogelijk – en iedere aanwezige, houdt een brandende kaars vast, om daarmee hun geloof tot uitdrukking te brengen en hun hoop dat de genade Gods de zieke moge omringen en dat hij zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid moge terugvinden.

Bij het binnenbrengen in de Kerk van het lichaam van de overledene, plaatst men vier kaarsen aan de hoeken van de kist, om door het kruis dat aldus gevormd wordt aan te duiden dat de gestorvene een Christen mens was. Gedurende de “Panichida” en de begrafenisdienst dragen de gelovigen brandende kaarsen mee om aan te tonen dat de ziel van de overledene deze wereld verlaten heeft en opgegaan is in het Rijk der Hemelen – het Luisterlijk licht van God. (Tegenwoordig is het gebruikelijk om de kaarsen na de canon te doven).

Als teken van verbintenis met de overledene door het gebed, plaatsen we gedurende de herdenkingsdienst kaarsen op de “kanoun”, (kleine tafel met kruisbeeld, waarop kaarsen en koutia geplaatst worden, een gebak van rijst of van gekookte gerst of tarwe, met daarin rozijnen of gekonfijt fruit). Men steekt ook kaarsen aan voor het Kruisbeeld en het Epitaphios van de Verlosser en de Moeder Gods. Eveneens voor de heilige Voorafgewijde Gaven.

Bij de Kerstwake en die van de Theofanie steekt men een kaars aan voor de icoon van dat feest, die midden van de Kerk geplaatst is, om ons te herinneren aan de geboorte en de verschijning op aarde van Christus onze Verlosser die Licht is. Dit gebeurt terwijl de priester en het koor het troparion van het feest zingen (deze ritus wordt voltrokken bij de wake van elk groot feest).

Eveneens  bevinden er zich kaarsen op het altaar en op de prothesis (bij de slaven plaatst men een kandelaar met zeven waaklichten achter het altaar). Men zet een kaars of een lamp op de prothesis na de Proscomidie en wanneer men de Heilige gaven van het altaar naar de prothesis brengt na de communie.

Tijdens de Goddelijke Liturgie, wanneer de celebrant “de Heilige Gaven voor de Heiligen” plaatst men een brandende kaars voor de Koninklijke Poorten “in aanbidding van het Lam en van Zijn Lijden” en om er de communicanten aan te herinneren dat ze de Heer moeten benaderen zoals de Wijze Maagden in het Evangelie met de toortsen van het geloof ( I. Dmitrevsky “Izasneiye na Lotourgiyou” – De gecommentarieerde Liturgie, St. Petersburg 1856 – p.335).

Vaak bewaren de Orthodoxen als gewijd voorwerp de kaars van de Epiphanie, die geconsacreerd werd tijdens de waterwijding. Velen onder hen doen dat ook met de kaarsen van de Metten van de Passie en de Paaswake. Anderen weer houden hun Doop en Huwelijkskaarsen bij, die later in hun kist zullen geplaatst worden.

Zo worden er dus kaarsen aangestoken bij elke religieuze dienst. Dit heeft een grote variëteit aan spirituele en symbolische waarden. Het is immers zo dat God die gezegd heeft : “dat uit de duisternis het licht verschijne”, diezelfde God die in onze harten brandt, om de kennis van Zijn glorie te doen weerstralen, die weerstraalt van Christus gelaat, (2 Kor.4,6). Dat de wereld verlicht met Geestelijk Licht (Joh.1,9 ; 8-12). De brandende kaarsen in de Kerk zijn tegelijkertijd de uitdrukking van de aanbidding der gelovigen en van hun liefde voor God, van het offer dat zij Hem brengen en van de Kerk. Terwijl ze opbranden roepen de kaarsen het schitterende Licht op dat de zielen der rechtvaardigen verblijdt in het Hemelrijk.

In de orthodoxe Kerk worden de kaarsen meestal uit zuivere bijenwas vervaardigd.

De kaasen en alle andere gewijde voorwerpen, zoals het vaatwerk, worden door de Kerk gewijd voordat ze in gebruik genomen worden. Er bestaat een speciale dienst voor de wijding der kaarsen. Ze worden op een tafel uitgesteld in het midden van de Kerk. De priester, bekleed met een epitrachilion en felonion zingt : “Gezegend zij onze God…” en de lector of het koor antwoordt “Amen”. Vervolgens komen de “Ere zij God”, “Hemelse Koning enz..Na het “Onze Vader” zingen de priesters “Vriendelijk Licht”, terwijl de celebrant in kruisvorm  de kaarsen en de aanwezige gelovigen bewierookt. Vervolgens zegt hij : “Laten wij God bidden” en hij reciteert het volgende gebed : “Heer God, Schepper van alle dingen, die door Uw Naam alle kwaad en alle smet geneest en die alles zegent, wij bidden U : kom en zegen deze kaarsen door Uw Heilige Geest, want Gij zijt ons Licht en wij noemen U, Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”. Vervolgens besprenkelt hij de kaarsen met Gewijd water, in de naam van de Vader (+) en van de Zoon (+) en van de Heilige Geest (+). Dan geeft hij de eindzegen aan de aanwezigen.

Theologische Academie van Moscou

“Journaal van het Patriarchaat van Moscou” Nr.10-1977 – pp.73-76.

Vertaling : Leen V.

 

 

Holarius van Poitiers : Deze is waarlijk de profeet die in de wereld moet komen

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Matteüs 14, 11 ; PL 9, 999

 

Hilarius van Poitiers2 (480 x 360)

“Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld moet komen!”

      De leerlingen zeggen dat ze slechts vijf broden en twee vissen hebben. De vijf broden betekenden dat ze nog onderworpen waren aan de vijf boeken van de Wet, en de twee vissen dat ze gevoed waren door het onderricht van de profeten en van Johannes de Doper… Dat hadden de apostelen in eerste instantie te bieden, aangezien ze nog op dat punt waren; en van daaruit is de prediking van het Evangelie vertrokken…

      De Heer nam de broden en de vissen. Hij hief zijn ogen op naar de hemel, zei de zegen en brak ze. Hij dankte de Vader omdat Hij het Goede Nieuws in voedsel had veranderd, na de eeuwen van de Wet en de profeten… De broden werden ook aan de apostelen gegeven: door hen moesten de gaven van de goddelijke genade teruggegeven worden. Vervolgens zijn de mensen gevoed met de vijf broden en de twee vissen en toen ze eenmaal verzadigd waren, bleef er zo’n grote hoeveelheid aan stukjes brood en vis over dat er nog twaalf manden mee gevuld werden. Dat wil zeggen dat de menigte vervuld is met het woord van God dat van de Wet en de profeten kwam. Het overschot aan goddelijke kracht, resterend voor de heidense volken, bleef over als gevolg van het opdienen van het eeuwig voedsel. Ze vormt een volheid, dat van het getal twaalf, evenals het aantal apostelen. Welnu het blijkt dat het getal van hen die gegeten hebben dezelfde is als dat van de komende gelovigen, namelijk vijfduizend (Mt 14,21; Hand 4,4).

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Eigen priester voor orthodoxe gemeenschap in Kollumerpomp

Eigen priester voor oosters-orthodoxe gemeenschap in Kollumerpomp ‘Orthodoxie biedt ruimte en vrijheid’

Kollumerpomp – De orthodoxe gemeenschap van de Heilige Panteleimon in Kollumerpomp leeft al maanden toe naar een bijzondere dag. Na tweeëntwintig jaar krijgt de kerk maandag een eigen priester. De aartsbisschop uit Parijs komt diaken Nikolaas (75) uit Kollumerpomp wijden.

Door Hanneke Goudappel. Aartsbisschop Gabriël komt er voor uit Parijs. De priesterwijding betekent een grote verandering voor de gemeenschap van Kollumerpomp. ,,In principe kunnen we nu iedere zondag en op alle grote feesten de Goddelijke Liturgie vieren”, vertelt diaken Nikolaas, in het dagelijks leven Frans Lucassen. Lucassen heeft de kleine orthodoxe gemeenschap in Fryslân samen met zijn vrouw Joke gesticht. De schuur achter hun afgelegen boerderij bouwden ze in 1988 om tot kapel van de Kerk van de heilige Panteleimon. Deze heilige was geneesheer aan het keizerlijk hof en is in het begin van de vierde eeuw als martelaar gestorven. ,,In mijn jonge jaren stond ik eens in een kerk toen mijn oog viel op een fresco die mij zo vriendelijk aankeek. Bij navraag bleek dit de H. Panteleimon te zijn. Ik ben over hem gaan lezen en kreeg steeds meer bewondering voor hem. Wij kozen hem als patroon.” Naast de wekelijkse lekendiensten, hield de kleine oosters-orthodoxe gemeenschap – met een vaste kern van zes mensen – er tot nu toe maandelijks de Heilige Liturgie (de eucharistie). Vaker kon niet, want er moest een priester voor uit St. Hubert, vlakbij Nijmegen, komen. Jarenlang kwam er zelfs een priester helemaal uit Maastricht, de Vlaamse priester Guy de Vijlder. Toen hij in 2003 aartsbisschop in Parijs werd, nam vader Boris uit St. Hubert zijn taak over. ,,Omdat het voor vader Boris wat veel werd, heb ik twee jaar later – ik was inmiddels al lector en hypodiaken gewijd – aangeboden om diaken te worden. Daarmee werd het voor hem wat gemakkelijker, want een diaken neemt een deel van de liturgie voor zijn rekening.” ,,Onlangs vroeg vader Boris de aartsbisschop om van zijn taak in Kollumerpomp te worden ontheven”, vervolgt Lucassen. Toen kwam de vraag aan Lucassen of hij bereid was om priester te worden. Hij hoefde daarvoor geen uitgebreid scholingstraject te volgen, want hij heeft de afgelopen jaren al aardig wat praktijkervaring opgedaan. Bovendien is hij in zijn jeugd op een seminarie geweest. ,,De taak van een priester is in de eerste plaats een liturgische”, legt Lucassen uit. ,,Je hoeft als priester geen theoloog te zijn, maar enige basiskennis is natuurlijk wel nodig.” In de Orthodoxe Kerk zijn de uitgebreide riten belangrijker dan de preek, en over die riten heeft hij veel kennis. Bovendien weet hij zich gesteund door zijn vrouw, die als ervaren koorleidster een belangrijk aandeel in de diensten heeft.

Hart van de orthodoxie

Lucassen werd al door de orthodoxie gegrepen toen hij nog maar een jaar of twaalf, dertien was. ,,Het was kort na de Tweede Wereldoorlog toen ik uit nieuwsgierigheid een keer binnenliep in een Russisch kerkje in Amsterdam. De ceremoniën kende ik wel vanuit mijn rooms-katholieke opvoeding, alleen waren ze hier veel rijker. De sfeer trok me aan. Het was een heel eenvoudig immigrantenkerkje, zonder de rijkdom van prachtig geschilderde ikonen. Er waren alleen maar een heleboel met zorg opgeplakte plaatjes, de eerbied echter waarmee daarmee werd omgegaan, sprak mij als kind al aan.” Lucassen ging er vaker heen, en toen hij later naar Frankrijk trok, leerde hij ook daar de orthodoxie kennen. ,,Daar heb ik me er verder in verdiept. Ik ben ook een tijdje in Griekenland geweest. Zeker op de berg Athos kom je in het hart van de orthodoxie. Dat is geweldig.” Het was in de jaren vijftig dat Lucassen in Griekenland was. ,,De Athos telde voor de revolutie veel Russische monniken, maar onder het communisme kwamen er geen jonge monniken bij. De Russische kloosters op de Athos waren dan ook bijna ontvolkt. De spiritualiteit was echter goed. Ik maakte het gebedsleven mee, en woonde de soms heel lange diensten bij.”

Thuiskomen

Begin jaren zestig kwam Lucassen terug in Nederland. ,,Ik moest weer aan het werk en kwam in de automatisering terecht.” Later werd hij organisatieadviseur en dat bleef hij tot zijn pensioen. Lucassen was in die tijd nog steeds rooms-katholiek, maar mede door de liturgische veranderingen sinds het Tweede Vaticaanse Concilie raakte het geloof een beetje op de achtergrond. Inmiddels had hij een tweede huis in Kollumerpomp (1970), en in 1976 besloten Lucassen en zijn vrouw om permanent in Fryslân te gaan wonen. Vlak voor de verhuizing liep hij met zijn zoon zomaar even een Russisch-orthodoxe kerk in Amsterdam binnen. ,,Toen ik daar binnenstapte, was het alsof ik thuiskwam. Ik was in achttien jaar niet in een orthodoxe kerk geweest.” Na de verhuizing bezocht hij met zijn gezin de Russisch-orthodoxe Kerk in Groningen. ,,Op een gegeven moment liep ik ertegenaan dat deze gemeenschap totaal niet georiënteerd was op Fryslân. Er waren geen aspiraties om hier iets te beginnen, of ergens anders in het Noorden.” Terwijl Lucassen de orthodoxie graag ook in Fryslân zag. Priester Guy de Vijlder uit Maastricht had hem beloofd dat wanneer Lucassen iets in Fryslân zou beginnen, hij wilde helpen. Lucassen begon met het Ynformaasje Sintrum foar Ortodoksy, en in 1988 kwam er ,,met behulp van een erfenisje” een eigen kapel. In de omgebouwde schuur is plaats voor ongeveer veertig mensen. Lucassen sloot zich met zijn kleine gemeenschap aan bij het Oecumenisch Patriarchaat van Constantinopel (zie kader), via het aartsbisdom van de Russisch-Orthodoxe Kerken in West-Europa. Nog steeds wil hij graag de orthodoxie bekendheid geven in Fryslân. Hij is er echter niet op uit om zieltjes te winnen. ,,Als mensen zich thuisvoelen in hun protestantse of katholieke kerk, moeten ze daar gewoon blijven. Maar er is zo langzamerhand een gat in de markt. Er zijn zoveel mensen op zoek. Ik heb liever dat ze naar ons komen dan dat ze niets doen, of uitkomen bij allerlei andere rare dingen, zoals heksenkringen, of nog erger, satanskerken.” Kenmerkend voor de orthodoxie waar Lucassen bij hoort, is een manier van omgaan met de traditie, die toegankelijk is voor de praktijk. ,,We passen de regels toe op de West-Europese context.” Dat betekent bijvoorbeeld dat in Kollumerpomp de vieringen altijd in de volkstaal (Nederlands of Fries) worden gehouden, en niet in de oorspronkelijke Griekse, of kerkslavische taal.

Evangelie

Wat Lucassen erg waardeert bij protestanten is hun ,,opvatting en omgaan met de Heilige Schrift”. ,,Al is het alleen al de eerbied voor de Schrift. Tegen mensen uit een protestantse kerk die orthodox worden zeg ik: houd dat vast.” Wat hij mist is de opvatting over de kerkelijke traditie. ,,Protestanten stellen de Heilige Schrift eigenlijk boven de kerk. Dat kan natuurlijk niet. Ook wordt bij ons het Oude Testament meer als een voorafbeelding gezien van het Nieuwe Testament. Het gáát om het Evangelie. Daar staat alles in. Daarom ligt niet de gehele Bijbel, maar altijd een Evangelieboek op de altaartafel.” Het meest typerende van de orthodoxie is de grote vrijheid, zegt Lucassen. ,,We hebben heel veel regels, maar ze worden in vrijheid toegepast. Dat geldt niet voor de geloofsregels, de dogmata; daar wordt niet aan getornd. Maar bij de praktische toepassing speelt die vrijheid een grote rol. Neem bijvoorbeeld de regels voor het vasten. Dat zijn geen wetten, het zijn regels. Als je op zó’n voor jezelf zware manier vast, dat je Pasen niet haalt; dat is niet de bedoeling.” Lucas
sen vergelijkt het met regels die een trainer opgeeft aan een sporter. ,,Ze zijn bedoeld om zijn prestaties te verbeteren. Ik denk ook aan een tv-uitzending laatst, waarin ik zag hoe mensen tegen obesitas streden. Ze moesten zich aan allerlei dingen houden. Toen ze uiteindelijk van die vethoeveelheid af waren, gaven ze aan dat ze zich veel vrijer voelden. Je geestelijk leven wordt ruimer als je je los kunt maken van het lichamelijke. Dat wordt in de eerste instantie overgelaten aan je eigen geweten, maar het wordt wel aanbevolen er met je geestelijk vader over te spreken.” i De bisschoppelijke liturgie, waarin Lucassen gewijd zal worden, begint maandag om 10.30 uur aan de Brongersmawei 15 te Kollumerpomp

7e zondag na Pinksteren : feest van de heilige Panteleimon

7e zondag na Pinksteren

 

Panteleimon de grootmartelaar en genezer (305)

Feest van de H. grootmartelaar Panteleimon, arts en wonderdoener

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Romeinen 15,1-7 :

Hoofdstuk 15
 Wij, die bij de sterken horen, hebben de plicht de gevoeligheid van de zwakken te verdragen, zonder onszelf te zoeken. Laat ieder van ons bedacht zijn op het welzijn en de stichting van zijn naaste.  Ook Christus heeft zichzelf niet gezocht. Er staat immers geschreven: De smaad van hen die U smaden, is op Mij neergekomen. Want alles wat eertijds is opgeschreven, werd opgeschreven tot onze lering, opdat wij door de volharding en de vertroosting die wij putten uit de Schrift, in hoop zouden leven. God, die de volharding en de vertroosting schenkt, verlene u ook de eensgezindheid, die u in Christus past,  opdat u één van hart en uit één mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt.

Samenvatting van de brief
      Aanvaard daarom elkaar, zoals ook Christus u aanvaard heeft, tot eer van God.

EVANGELIE : Mathheüs 9,27-35

 

Twee blinden zien
      Toen Jezus vandaar verderging, volgden Hem twee blinden, die schreeuwden: ‘Zoon van David, heb medelijden met ons.’  Toen Hij thuisgekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus zei tegen hen: ‘Hebt u er vertrouwen in dat Ik dit kan doen?’ Ze zeiden: ‘Ja, Heer.’  Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’ [En hun ogen gingen open. En bars zei Jezus tegen hen: ‘Zorg dat niemand het te weten komt.’  Maar eenmaal buiten, maakten ze zijn faam bekend in heel die streek.

Een stomme begint te praten
     Terwijl zij weggingen, kijk, daar bracht men iemand bij Hem die niet kon spreken, omdat hij in de macht van een demon was.  Toen de demon uitgedreven was, begon de stomme te praten. De menigte zei vol verbazing: ‘Zoiets is in Israël nog nooit vertoond.’  Maar de farizeeën zeiden: ‘Het is de opperdemon waardoor Hij de demonen uitdrijft.’

Aanstelling van de twaalf
     ] Jezus trok alle steden en dorpen rond, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap van het koninkrijk verkondigde, en elke ziekte en elke kwaal genas.

Icoon van de Moeder Gods van Vladimir

ICOON VAN DE MOEDER GODS vAN VLADIMIR

Moeder Gods (Kerkwinkel)

 

Kenmerkend voor deze ikoon is de innigheid tussen moeder en kind, waarbij het kind vragend de ogen opslaat naar zijn moeder – en de moeder nadenkend voor zich uitkijkt. Bijgeschreven staat (in griekse letters) de afkorting voor ‘Moeder Gods’ en ‘Jezus Christus’.

Deze afbeelding van Maria met het kind Jezus gaat volgens de legende terug op een ‘portret’ gemaakt door de evangelist Lucas. De icoon, die als voorbeeld heeft gediend voor de hier getoonde icoon, geldt als de oudste afbeelding van dit type. Lange tijd is men ervan uitgegaan dat deze ‘Vladimirskaya’ dateert uit de 12de eeuw; en dat die ooit is vervaardigd in Constantinopel. Maar meer waarschijnlijk is het, dat dit alleen geldt voor delen van de kleding. Het overgrote deel zou in de 16de eeuw zijn geschilderd (of overgeschilderd).

De Moeder Gods verwijst naar de “grote moeder”, de moeder van alle leven, Moeder Aarde, die lijdt onder onrecht en de machten van het kwaad die dit leven aantasten en bedreigen.

De Moeder Gods verwijst ook naar de solidariteit met de lijdende mensheid: zij is het die voor de troon van Christus pleit voor het behoud en de redding van alles wat verloren dreigt te gaan.

Zo representeert de Moeder Gods ook de kerk: zij draagt in haar armen het kostbare Christusgeheim; en tegelijkertijd ontleent zij haar betekenis aan dit goddelijk kind, dat ons het mysterie heeft laten zien van een God die niet onbewogen is en veraf, maar bewogen en ons ‘genadig nabij’; van een God die troost en bevrijdt, en die ons verzoent met het bestaan door zijn geest; van een God dus, die vernieuwt en uitzicht geeft op toekomst.

De icoon nodigt ons uit tot meditatie: over wat ons is geschonken in het ‘Woord van God’ in deze wereld, en in de geloofsgemeenschap die daarop steunt.
De icoon nodigt ook uit tot meditatie over onze eigen levensopdracht: wat doen wijzelf met alles wat dreigt geschonden te worden of verloren te gaan? Hoe koesteren wij de bronnen van leven?

 bron : Kerkwinkel koinonia met toestemming

Efraïm de Syriër : Het teken van Jonas

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Diatessaron XI, 1-3. SC 121 p. 195-197.

Efraim de syrier222

Het teken van Jonas

      Na alle tekenen die Onze Heer had gegeven zeiden de blinden tegen Hem : “Wij willen een teken zien”. Onze Heer begon toen over de Ninevieten… Jonas had de vernietiging aan de Ninevieten verkondigd; hij had hun vrees ingeblazen, en hij had bij hen verbijstering gezaaid; en zij toonden hem berouw van de ziel en vruchten van de boetedoening.  De naties waren dus uitverkoren, en de onbesnedenen zijn God genaderd. De heidenen hebben het leven ontvangen, en de zondaars werden bekeerd…

      “Ze vroegen Hem om een teken uit de hemel”, bijvoorbeeld de donder zoals bij Samuel (cf 1Sm 7,10)… Ze hadden een verkondiging die van boven kwam gehoord, en ze geloofden het niet; de verkondiging kwam ook nog uit de diepte…”De Mensenzoon zal in het hart van de aarde zijn, zoals Jonas in de walvis was”… Jonas kwam uit de zee en predikte tot de Ninevieten die boete deden en gered werden; zo, na met zijn lichaam uit het dodenrijk te zijn verrezen, stuurde Onze Heer  zijn apostelen onder de naties; ze werden volledig bekeerd en ontvingen de volheid van leven.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Dorotheüs van Gaza : Kom tot Mij

Dorotheus van Gaza (ca. 500-?) monnik in Palestina
Instructies I, 8

 

Dorotheus van Gaza12 (209 x 250)

“Kom tot Mij”

      Als je werkelijk rust voor je ziel wilt vinden, leer dan om nederig te worden ! Dat je gaat inzien dat alle vreugde, alle glorie en alle rust zich daarin bevindt, zoals je in de trots al het tegenovergestelde vindt. En hoe zijn we immers in alle onrust gekomen? Waarom zijn we in al die ellende gevallen? Komt dat niet door onze trots? Door onze dwaasheid? Is het niet omdat we onze verkeerde bedoelingen hebben gevolgd en door ons met bitterheid aan onze wil hebben geketend? Maar waarom is dat zo? Is de mens niet geschapen in de volheid van welzijn, van vreugde, van rust en glorie? Was hij niet in het paradijs? Men schreef hem voor: doe dit niet, en hij heeft het wel gedaan. Ziet u de trots, de arrogantie, de ongehoorzaamheid? “De mens is dwaas, zegt God toen Hij deze onbeschaamdheid zag; hij weet niet hoe hij gelukkig moet worden. Als hij geen slechte dagen meemaakt, zal hij helemaal verdwalen. Als hij niet leert wat smart is, dan weet hij ook niet wat rust is.” Toen heeft God hem gegeven wat hij verdiende, door hem het paradijs uit te sturen…

      Toch heeft de goedheid van God, zoals ik het vaak herhaal, zijn schepsel niet verlaten, maar ze keert zich er weer naartoe en opnieuw herinnert Hij haar:” Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven” Dat wil zeggen: U bent moe, u bent ongelukkig, u hebt het kwaad ervaren van uw ongehoorzaamheid.. Kom bekeer u nu eindelijk, kom erken uw onmacht en uw schaamte, om terug te komen bij uw rust en uw glorie. Kom en leef uit nederigheid, u die dood was door de trots.  “Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden voor jullie zielen.”

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

De opwekking van Lazarus

DE ICOON VAN DE OPWEKKING VAN LAZARUS

Lazarus opwekking 13
 

(zie voor het verhaal: Evangelie van Johannes 11: 1-44)

We zien een ruimte, omgrensd door bergen, stadsmuren en architectonische elementen. Een vreemde werkelijkheid. Wat zijn dit voor een bergen, die daar machtig oprijzen – bedekt met het wit van de stilte? Wat zijn het voor een plaatsen, waar al die mensen vandaan komen? Het zwart doet vermoeden, dat zij in duisternis leven?

Het licht valt op de gestalte, in de opening van een grot. Van links komt een stoet mensen – volgelingen van Jezus. In het midden zien we een andere stoet: toeschouwers, een beetje terzijde. Jezus wordt begroet door twee vrouwen, die hem binnenhalen als een vorst: de ene smekend op haar knieën; de andere voorover in het stof, in aanbidding. Zij hebben in Jezus de Christus, de bevrijder herkend.

Waar zie jij jezelf staan: onder de volgelingen van Jezus?
Onder de mensen terzijde? Of bij de vrouwen in aanbidding?

Of herken jij jezelf in Lazarus: zó ingekapseld en gebonden, dat hij geen kant meer op kan? Dat is geen leven. Ze hebben Lazarus gebracht naar de plaats van zijn onmacht – de plaats waar je, menselijkerwijze gesproken – alle hoop moet laten varen.

Jezus kijkt geschokt: “Kom daaruit!”, roept hij. “Maak zijn windsels los!” Dat is de roep om op te staan, levend te worden, uít te komen.

Waar een mens de plaats van zijn onmacht bereikt, zal blijken of er zoiets bestaat als bevrijding, verlichting, genezing, een andere manier van kijken naar jezelf, naar de anderen, naar Christus – en wie hij was, wie hij is, wat hij doet:
zegenen – hen, die geen kant meer opkunnen.

Vooraan op de ikoon zien we twee harde werkers: zij lijken niet onder de indruk van het wonder. Ze doen wat gedaan moet worden: open dat graf. Weg met die steen. Is dat: geloven op gezag? De armen uit de mouwen: gewoon doen wat gedaan moet worden?

Uit :  Paul Evdokimos : L’art de l’icone – theologie de la beauté, p.257-263

Vertaling : Kris Biesbroeck

Orthodox seminarie in Turkije mogelijk open.

Orthodox seminarie in Turkije mogelijk open

Turkse functionarissen hebben gemeld dat de Turkse regering overweegt het orthodox seminarie Halki te heropenen. Dat zou betekenen dat Turkije tegemoet komt aan de eis van de EU het seminarie te openen.

Onderminister Egemen Bagis, de hoofdonderhandelaar met de EU vertelde in een Griekse krant dat het seminarie open zou gaan om tegemoet te komen aan de behoeftes van niet-moslims. Ook de Russisch orthodoxe patriarch Kirill zei informatie te hebben ontvangen over opening van het seminarie. De diverse meldingen verschenen na het bezoek dat president Obama in april aan Turkije bracht. Hij had de Turken erop gewezen dat het heropenen van Halki een belangrijk teken zou zijn van het garanderen van godsdienstvrijheid.

Oecumenische Patriarch Bartholomeus, ereleider van de 250 miljoen orthodoxe christenen in de wereld toonde zich verheugd over de berichten. Voor Bartholomeus, die zetelt in Constantinopel, het huidige Istanboel, is de priesteropleiding van kapitaal belang voor het voortbestaan van de Grieks-orthodoxe Kerk in haar historische zetel. Als er geen priesters opgeleid mogen worden, kan er geen opvolger voor Bartholomeus gevonden worden, omdat de Turkse grondwet stelt dat de patriarch een inwoner van Turkije moet zijn.

Tegenstanders in Turkije zeggen dat met de opening van het seminarie een soort orthodox Vaticaan in Istanboel zou ontstaan.

Bron : TurksNieuws.NL

De icoon van de Kruisiging

DE ICOON VAN DE KRUISIGING

 

kruisiging 5

 

“Het gekruisigde Lam voor de schepping van de wereld” treedt de geschiedenis binnen om gekruisigd te worden door Pontius Pilatus, te Jerusalem. De enige, zonder vlek of zonde, komt in de zondige wereld. De vijandschap, de ontologische haat van de Verderver jegens de Heilige, de Zuivere, de Onschuldige, bereikt een zodanige densiteit dat het kruis evident en onverbiddelijk wordt, : ” De Zoon der mensen wordt overgeleverd in de handen van de zondaars” (Matth.26,45), in de handen ook van de “god van deze wereld”….

In zijn menswording, heeft  het Woord de volle menselijkheid op zich genomen, iedereen kan er zich in terugvinden. De eerste en de tweede Adam vormen de twee polen, twee centra die samen bestaan in de ganse mensheid en in elke mens. “Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Matth.6,21).Iedereen kan vrij zijn bestaan bepalen. Het objectief en universeel fundament van het heil behelst gans het menselijk geslacht, maar het heil uit zich effectief in de persoonlijke vrijheid van elke mens afzonderlijk, en dit is het immense drama van God zelf. “God kan alles, uitgenomen de mens dwingen om Hem lief te hebben” zegt het beroemde spreekwoord van de  Kerkvaders.

De Zoon van God toont zich ten overstaan van zijn Vader als “Zoon des Mensen”. De tweede Adam identificeert zich met de eerste en zinkt  op Gethsemani weg in de dodelijke nacht van de angst : “Nu is mijn ziel ontroerd….maar daarvoor ben Ik op dit uur ben gekomen!”(Joh.12,27)  Christus wordt tot subject van de vrijwillig geaccepteerde zonde. Ecce homo, en elders : “Het is niet meer ik die leef, maar Christus die leeft in mij”, de menselijke “ikken” van de twee Adams vallen samen, identificeren zich. Het is de “dwaze liefde” (manikon eros volgens de uitdrukking van Nicolas Cabasilas) van de God-Mens, zijn liefde-beperking voor zijn verscheurde broeder.

De Vader reikt de kelk van de menselijke zonde naar Zijn Zoon, verplicht Hem de siddering, de angst van zijn menselijke essentie te overstijgen, niet voor het fysische lijden maar voor de verpletterende last van  de universele Zonde, voor de mysterieuze en geduchte doorgang door de poorten van de dood. Zijn roep om “de kelk te verwijderen” werd niet door de Vader verhoord, Zijn menselijke vrijheid moest het kruis aanvaarden.

“De Vader is de Liefde die kruisigt, de Zoon is de gekruisigde liefde, De Heilige Geest is de onoverwinnelijke kracht van het kruis” heeft de Metropoliet van Moscou  Philaret gezegd. In zekere zin is de kruisiging gemeenschappelijk aan de drie Personen van de Drie-eenheid, elk op zijn eigen wijze nemen ze deel aan het mysterie die de icoon van de Drie-eenheid van Roublev ons toont , sidderend, stil, mysterievol. Anthropomorfisme  dat het Theopaschisme ( Dat in Christus God ook zelf geleden heeft) zal inleiden in de onveranderlijke eeuwigheid van God ? Zeker niet. De Vaders hebben de tegenspraak van God zelf goed gezien. God is méér dan het Absolute want Hij is het absolute zelf en het Andere zelf : de God-Mens, en de naam van God zijn relatief in de wereld. Hoe kan God terzelfder tijd absoluut zijn en relatief, God van de Geschiedenis en God  in de geschiedenis, het is het mysterie van Zijn Liefde die zijn eigen transcendentie transcendeert en vereerd moet worden, door de stilte, door het huiveren…. Het lijden van de menselijke natuur van Christus wordt ervaren in Zijn Hypostase en bezit dus zijn gelijkenis in de Trinitaire eenheid van God. Gans de eucharistische canon met de épiclese gericht tot de Drie-eenheid is het werk van de Drie-eenheid.

“De Heilige Geest is de vreugde waar de Drie gemeenschappelijk voldoening vinden”. Maar de kreet die weergalmt op het kruis : “Vader, waarom heb je mij verlaten”, wil zeggen dat de Geest de Zoon en de Vader niet meer verenigt, de “Gever van het leven” laat zijn Zoon in de steek zoals de Vader hem heeft in de steek gelaten. De Heilige Geest wordt het onuitwisbaar Lijden waar de Drie zich verenigen. De Vader ontdoet zich van de Zoon en de Zoon gaat als in een moment van eeuwigheid naar het oneindig goddelijke van de eenzaamheid. De Heilige Geest, wederzijdse liefde van de Vader en de Zoon, offer zich, maakt zich op zijn manier het Kruis eigen om te worden : “de onoverwinnelijke kracht van het Kruis”…

De wonderlijke icoon van Roublev toont de Hogepriester die het offer offert, gesymboliseerd door de kelk op het altaar van de Drie-eenheid, want “Zodanig heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn enige Zoon heeft geschonken…”

Hoe kan de mens de Liefde begrijpen die evenredig is aan God ? Voor Christus betekent het kruis opnemen binnengeleid te worden in het binnenste van zichzelf, uit medelijden, de Zonde van de wereld als zijn eigen… Het Kruis heeft de onpeilbare diepte  van de onschuld en de afgrond van de duisternissen doen uitmonden in de kreet : Abba Vader….

In de kenose zwijgt de goddelijkheid en de mensheid roept. God neemt het antwoord op zijn eigen gerechtigheid op zich, Hij aanvaardt de ultieme consequentie van zijn scheppingsdaad. De Liefde neemt de zonde van de wereld op zich om allen te kunnen vergeven….

“De prins van deze wereld komt, en hij heeft niets aan mij”(Joh 14,30). “De Vader heeft mij lief, omdat ik mijn leven geef…Niemand neemt mij het af, maar ik geef het uit mijzelf…Ik heb dit bevel van mij Vader gekregen (Joh.10,18). Op sommige iconen ziet men “de man van smarten” in zich verheerlijkend al het lijden van de wereld, de Elkomenos, die zelf de ladder beklimt op het kruis….”Maar dit is uw uur en de macht van de duisternis” (Luc.22,53). Het is een buitensporig geweld en moord, in volle vrijheid geaccepteerd.

God vraagt aan Abraham het offer van zijn zoon zonder enige garantie.  Zonder de totale aanvaarding geplaatst buiten elke garantie, zal het geloof van Abraham zijn uiteindelijke waarheid niet bereiken, zijn doodstrijd. De zo frappante tekst uit de Brief aan de Hebreeën (11,31-39) beschrijft het buitengewoon tragisch noodlot van de profeten. Er is een ganse theologie van het mislukken en van teleurstelling, maar ondanks dit openbaren zich de grootste verwezenlijkingen: “Bijgevolg, God  had blijkbaar iets beters voor ogen”…beter dan een duidelijk zichtbaar  succes. Het bestaan van de profeten geeft ons een voorafbeelding en identificeert zich met het tragisch bestaan van God in de wereld. “Het geofferde Lam vanaf de schepping der wereld” werd opgehangen boven de afgrond ” zonder gedaante noch gestalte”, wat ook zou kunnen betekenen : verstoken van elke garantie. De optimistische theodicees (die pogen aan te tonen dat er een God kan bestaan die het kwaad toelaat .nvdv) construeren altijd het rechtlijnig en rationalistisch systeem van de vrienden van Job. Welnu, de menselijke vrijheid, “de tweede vrijheid” zoals de Vaders het zeggen, moet, om waar te zijn, ’t is te zeggen naar het goddelijk beeld, onvoorspelbaar zijn , zelfs voor God, zodanig dat door dergelijke vrije beslissing er een sluier geworpen wordt op zijn Alwetendheid, de sluier van de kenose. God verlaat het hoogtepunt van zijn stilte en riskeert de waa
nzinnige inzet die zijn liefde bevestigt. Op het Kruis heeft  God tegen God de kant van de mens gekozen. Hij offert zijn Zoon zonder dat ook maar één engel zijn dood tegenhoudt, en bij wijze van garantie : “wanneer de Zoon zal terugkeren, zal hij het geloof op aarde vinden” (Lucas 18,8) ?…

Het levengevend Kruis is het enige antwoord op het proces van het atheïsme op de heerschappij van het kwaad. Er is  plaats om aan God de meest paradoxale notie  te geven, deze van de zwakheid, wat betekent : het heil door de zelfstandige liefde : “God toont zich en verklaart zijn liefde, en bid dat men hem die liefde terugschenkt…verstoten wacht hij aan de poort…Voor al het goede dat hij ons aandeed, vraagt hij slechts als tegenprestatie onze liefde, in ruil voor onze liefde, neemt hij onze schuld weg (Nicolas Cabasilas, La vie en Jesus-Christ, VI)

Ten overstaan van het lijden,  tegenover elke vorm van kwaad, is het enige treffende antwoord  dat we kunnen geven namelijk, dat “God zwak is” en dat hij niets anders kan dan lijden met ons. Zwak, zeker, niet in zijn almacht, maar in zijn gekruisigde Liefde….

Op het Kruis heeft Christus de sterfelijkheid zelf op zich genomen. De macht van de dood ligt in haar autonomie, maar Christus geeft zijn dood aan de Vader, en daarom is het dat in Christus het de dood is die sterft : “door de dood heeft hij de dood overwonnen”. Vanaf dat moment sterft geen mens meer alleen, Christus sterft met hem om met hem te verrijzen. (Vader serge Boulgakov, in zijn Sophiologie van de dood, beschrijft zijn aangrijpend getuigenis van deze co-dood, van deze dood met Christus).

Rond de XIe eeuw ziet men op de iconen te Byzantium, Christus gekleed met een tuniek met korte mouwen, levendig, de ogen geopend en zich licht draaiend naar rechts op het kruis. Het is een erfenis die ons overgeleverd is vanuit Palestina, Syrië en Cappadocië, en het stelt de naakte en dode Christus voor, het hoofd licht gedraaid en het lichaam licht gebogen. Later is het lichaam is naakt, uitgenomen een wit linnen die  de heup bedekt. De elegantie van de plooien, versterken de schoonheid van de vormgeving.  De gesloten ogen duiden op de werkelijke dood, en terzelfder tijd is het hoofd gebogen naar de Theotokos. Dit duidt veeleer op een diepe slaap, wat de dogmatische waarheid illustreert nl. de onvergankelijkheid van het lichaam in de dood : “Het leven is ingeslapen en de hel  beeft van hevige schrik” (Dienst van heilige Zaterdag, sticheron toon 2).(Dikwijls ziet men ook een bloedstraal die een teken is van “blijvend leven” : “Water en bloed stroomden warm uit het Lichaam van de Heer, zelfs na zijn dood”, zegt ons het Concilie van Quinisecte in haar 32e canon. Van deze leer stamt de rite van het Zeon in de byzantijnse liturgie, men voegt een weinig warm water bij het lichaam van Christus, dat levend , warm, gepneumatiseerd bloed is.)

De gekruisigde in het Oosten stelt nooit het vleselijk realisme, uitgeput door de dood voor, noch het dolorisme (leer over het nut van smart en pijn. Nvdv)van de doodstrijd.  Dood en gerustgesteld, heeft hij niets verloren van zijn Koninklijke waardigheid en hij behoudt altijd zijn heerlijkheid, zoals de heilige Johannes Chrysostomos zegt : ” Ik zie de gekruisigde en ik noem Hem Koning”.

Het kruis heeft drie dwarsbalken. De onderste dwarsbalk, onder de voeten van de Heer, is licht gebogen. Dit scabellum pedum (Hand.2,35; Psalm 109) links naar onder gebogen wijst  op het noodlot dat de linkse moordenaar te wachten staat. De andere kant wijst naar boven en verwijst ons naar het noodlot van de rechtse moordenaar. Het troparium van het Negende uur vergelijkt het Kruis met een weegschaal. “Weegschaal van gerechtigheid” en doorbraak van de eeuwigheid : het Kruis is in het midden als de mysterieuze bemiddelaar tussen Koninkrijk en hel.

De icoon van de kruisiging toont ons in haar vertikale lijn het descensus (neerdalen) en het ascensum (het opstijgen)van het woord. “Christus aan het Kruis, zegt Jacques de Saroug (hom.over het visioen van Jacob) houdt zich vast aan de aarde als op een ladder die rijk is aan treden”. Het Kruis is “de levensboom die geplant is op Calvarie “(dienst van de Kruisverheffing), de plaats van grote “cosmische strijd”. De handelingen van Andreas verduidelijken : “een deel is geplant in de aarde opdat de dingen van de aarde en in de hel zouden verenigd worden met de hemelse dingen”. Het is daarom dat op de iconen de voet van het kruis weggezakt is in een donkere grot waar het hoofd van Adam begraven ligt, Golgotha is “de schedelplaats” (Joh.19,17). Deze symbolische detail toont het hoofd van de eerste Adam, en met hem de ganse mensheid,  besproeid door het bloed van Christus.

De architecturale achtergrond toont ons de muren van Jerusalem. Christus heeft geleden buiten de muren van de stad Jeruzalem en de gelovigen moeten hem volgen: “want wij hebbeen hier beneden geen vaste stad” (Hebr.13,11-14). Bovenaan wordt de hemel helder afgelijnd, het onderstreept volgens Athanasios en de heilige Johannes Chrysostomos de cosmische poort van het Kruis die de lucht reinigt van de demonische machten.

De doodsbleke kleur van het lichaam drijft hem in de diepte en als contrast staat het reliëf van het sombere Kruis van het lijden. Het Kruis is stevig geplaatst in de grond, terwijl het opgehangen lichaam een nobele boog vormt die het licht , zwak en als lucht maakt. Het lichaam buigt naar de Maagd toe die zich altijd rechts van het Kruis houdt en ze schijnt naar haar Zoon te willen toesnellen. Haar rechterhand vormt een kruis, haar linkerhand, door zijn immobilisme, onderlijnt de beweging van de rechts, de vingers zijn dicht bij de keel om haar emoties af te breken die veroorzaakt worden door een onuitsprekelijke smart. Alleen zo gaat met haar beide handen de tragische stem van de stilte voorbij. De Moeder kan zich niet bewegen, zij is versteven van droefheid, haar ziel is door het zwaard doorboord. Met haar sombere kledij maakt zij zich los van het bleke en als onwezenlijk lichaam van haar zoon.

Johannes, die heldere kledij aan heeft, bevindt zich links en een beetje verder van het Kruis. Zijn hand volgt het licht gebogen hoofd en schijnt zijn gedachten te richten op de Heer. Hij kijkt voor zich uit, zijn blik is verloren of naar binnen gekeerd, contemplatief bemediteert hij het mysterie van de passie.

De Redder aan het kruis is niet enkel een dode Christus, het is de Kyrios, Meester van zijn eigen dood en Heer van zijn  leven. Hij heeft geen enkele verandering ondergaan door het feit van zijn lijden. Hij blijft het Woord, het eeuwige Leven die zich aan de dood overlevert en haar overstijgt. “Toen gij gekruisigd waart, o Christus, sidderde de ganse schepping van afkeer voor deze aanblik en de fundamenten der aarde beefden voor uw almacht”.

De God-Mens verschijnt in zijn dubbele en onscheidbare dimensie : met God bovenaan en de mensheid onderaan. Engelen zweven boven het kruis, het is de hemel, en de personnages aan de voet van het kruis, een heilige vrouw en de centurion Longin, waren de mensheid.

Door de icoon te be-mediteren denkt men aan de mooie overdenking van Nicolas cabasilas : ” Het is in functie van Christus dat het menselijk hart is geschapen, deze immense kist die groot genoeg is om God zelf te bevatten… het oog is geschapen voor h
et licht, de oren voor de geluiden, alle dingen voor hun doel en het verlangen van de ziel om zich te verheffen tot Christus” (Nicolas cabasilas : La vie en Jesus Christ, p79).

Uit :  Paul Evdokimos : L’art de l’icone – theologie de la beauté, p.257-263

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

 

 

 

Gregorios de Grote : Voor de eerste keer zond Hij ze twee aan twee uit

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar
Homilie over het Evangelie, 17,1-3 ; PL 76,1139

Gregorius de Grote 24378

“Voor de eerste keer, zond Hij ze twee aan twee uit”

      Onze Heer en Verlosser, geachte broeders en zusters, onderricht ons nu eens door zijn woorden, dan weer door zijn handelingen. Zijn daden zelf zijn de geboden, want, als Hij iets doet zonder iets te zeggen, dan toont Hij ons hoe wij moeten handelen. Hier zendt Hij zijn leerlingen dus twee aan twee uit om te gaan verkondigen, omdat er twee geboden van de liefde zijn: de liefde voor God en voor de naaste. De Heer zendt de leerlingen twee aan twee uit om het woord te verkondigen om hiermee aan te geven, zonder het te zeggen, dat degene die geen liefde voor de naaste heeft, absoluut niet het ambt van de verkondiging moet uitvoeren.

      Er is duidelijk gezegd dat “Hij ze twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan” (Lc 10,1). De Heer komt immers na zijn verkondigers, omdat de verkondiging aan Hem voorafgaat. De Heer komt in onze ziel wonen als eerst de richtinggevende woorden gekomen zijn en daardoor de waarheid in de ziel ontvangen kan worden. Daarom zegt Jesaja tegen de verkondigers: “Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God” (40,3). En de psalmist zegt tegen hen ook: “Maak ruim baan voor Hem die opkomt boven de zonsondergang” (Ps 67,5 Vulg). Want de Heer is boven de zonsondergang opgestegen, omdat toen Hij door zijn passie onderging, zich met een nog grotere heerlijkheid openbaarde in zijn verrijzenis. Hij is bij zonsondergang opgekomen, omdat Hij toen verrees, de dood die Hij ondergaan had, overwonnen heeft. Wij banen dus de weg voor Hem die opkomt boven de zonsondergang, als wij zijn heerlijkheid verkondigen aan uw ziel, opdat als Hij vervolgens komt, Hij uw ziel verlicht met de aanwezigheid van zijn liefde.

5e zondag na Pinksteren

5e zondag na Pinksteren

 

 veronica 12 juli

Veronica

LEZINGEN :

Romeinen, 10,1-10

U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons dan 32] Hij zei tegen hen: ‘Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Hoofdstuk 10
[1] Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered worden. [2] Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder inzicht. [3] Met hun miskenning van Gods gerechtigheid* en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. [4] Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

De gerechtigheid uit het geloof
     [5] Zeker, over de gerechtigheid door de wet schrijft Mozes: De mens die haar volbrengt*, vindt door haar het leven. [6] Maar* de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel? Dat is: Christus laten afdalen. [7] Of: Wie zal neerdalen in de onderwereld? Dat is: Christus uit het dodenrijk laten opstijgen. [8] Nee, zegt de Schrift, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen. [9] Want* als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden. [10] Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt de redding.

Evangelie : Mattheüs 8,28;9-1

Genezing van twee bezetenen
     [28] Toen Hij aan de overkant kwam, in het land van de Gadarenen, kwamen Hem vanaf de rotsgraven twee bezetenen tegemoet. Ze waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg durfde te gaan. [29] Ze brulden: ‘Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons dan naar die troep varkens.’ [32] Hij zei tegen hen: ‘Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Weer in Kafarnaüm
[1] Hij stak per boot over en kwam in zijn stad.

Colombanus : Want mijn vlees is waarlijk spijs en mijn bloed is waarlijk drank

Sint Colombanus (563-615), monnik, stichter van kloosters
Geestelijke instructie 12, 2, 3

Columba%20icon

 

“Want mijn vlees is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank”

      Beste broeders en zusters, lest uw dorst aan de wateren van de goddelijke bron waarover wij met u wensen te spreken : lest haar, maar doof haar niet uit ; drink, maar raak niet verzadigd. De levende bron, de bron van leven roept ons en zegt tegen ons: Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke” (Joh 7,37). Begrijp wat u drinkt. Dat de profeet Jesaja u het vertelt en dat de bron zelf u het zegt: “Woord van de Heer, ze hebben Me verlaten, de Bron van Levend water die Ik ben” (Jr 2, 12-13). Het is dus de Heer zelf onze God, Jezus Christus, die de bron van leven is en daarom uitnodigt Hij ons uit om tot Hem te komen opdat wij drinken. Hij die liefheeft, drinkt het, hij die zich voedt met het woord van God, drinkt het… Laten we dus drinken aan de bron die anderen verlaten hebben.

      Opdat we van dit brood eten, opdat we van deze bron drinken…, noemt Hij zich “het levend brood dat leven geeft aan de wereld” (Joh 6,51) en dat we moeten eten… Zie waaruit deze bron stroomt, zie ook waar dit brood uit neerdaalt: het is immers Dezelfde die brood en bron is, de eniggeboren Zoon, onze God, de Heer Christus, naar wie we altijd honger moeten hebben.

      Onze liefde geeft het ons als voedsel, ons verlangen laat het ons eten; vervuld verlangen we het nog. Laten we naar Hem gaan als naar een fontein en laten we altijd drinken in de overvloed van onze liefde, laten we Hem altijd drinken met een nieuw verlangen, laten we vreugde vinden in de zoetheid van zijn liefde. De Heer is zacht en goed. Wij eten Hem en wij drinken Hem zonder op te houden met dorsten en hongeren naar Hem, want wij kunnen dat voedsel en die drank niet opmaken. Wij eten van dat brood, maar we krijgen het niet op; wij drinken aan deze bron, maar ze valt niet droog. Dit brood is eeuwig, deze bron stroomt zonder einde.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Olivier Clement : De orthodoxe Kerk

DE ORTHODOXE KERK

Olivier Clément

Deel 3 (Slot)

10.- De grote beproeving (van 1917 tot 1988).

In de 20e eeuw is het geweld van het atheïsme eerst op de Russische Kerk zijn nefaste uitwerking gehad. Van 1918 tot 1941 heeft ze één van de ergste vervolgingen doorgemaakt welke de christelijke wereld heeft gekend, met tientallen miljoenen martelaren (processen en executies van 1922-1923, verwoesting van het landelijk christendom , van priesters van de dorpen in 1928-1934, de grote stalinistische zuiveringen van 1937-1938) De radicale scheiding van Kerk en Staat en van de school werd ondernomen in het perspectief van de ‘ondergang van de religie’. Het werd gezien als iets onvermijdelijk  voor de officiële ideologie. Monasteria en seminaries werden dus gesloten, elke vorm van catechese verboden. Het dekreet van 2 april 1929 weigerde aan ‘religieuze verenigingen’ elke vorm van intellectuele, culturele, sociale en caritatieve activiteit. Men stond enkel, tegenover de ‘antireligieuze propaganda’ deze van de religieuze ‘cultus’ toe. Deze stellingname werd hernomen door de opeenvolgende Constituties van 1936 en 1977. Na de dood van patriarch Tikhon (1925), kon geen enkele patriarch meer gekozen worden. Het regime bevoordeelde echter een progressief schisma : de ‘levende Kerk’ genaamd, die aan het regime toegewijd was, en deze realiseerde de voorziene hervormingen gedaan in de voorbereidende preconciliaire werkzaamheden. Daardoor zette zij deze hervormingen blijvend in gevaar. (het gebruik van het russisch, bijvoorbeeld).

Alles veranderde met de tweede wereldoorlog. De trouw, het patriottisme, het prestige bij de bevolking van de traditionele Kerk, de noodzaak om alle krachten van het land bijeen te brengen, ook deze om te beantwoorden aan de heropening van vele kerken in bepaalde bezette zones, leidden tot de ‘normalisatie’ van 4 september 1943. Het patriarchaat werd opnieuw ingesteld, vele bisschoppen en priesters kwamen uit de deportatie terug, een beperkte vorm van kerkelijk onderwijs om priesters te vormen werd opnieuw toegestaan , het schisma van links werd ongedaan gemaakt. Na de dood van Stalin, van 1953 tot 1959 kende de Russische Kerk een korte lente. Men telde in 1959, 22.000 parochies (54.000 in 1917) bediend door 30.000 priesters, ongeveer 80 monasteria, 8 seminaries en 3 theologische academiën.

Van 1960 tot 1964, komt gedurende de laatste periode van de regering van Kroutchtchev een nieuwe golf van niet-bloedige maar ‘verstikkende’ vervolgingen tot stand om deze vernieuwingen te breken. In 1961 verliest een priester de leiding van zijn parochie, omdat ze zogezegd toekomt aan een ‘executief lekeorgaan’, waarvan sommige zijn ingesteld door de burgerlijke autoriteiten. De ‘ raad voor religieuze zaken bij  de Raad van ministers van de ussr’ controleert de patriarch en zijn synode. De lokale gevolmachtigden controleerden de priesters. Het aantal open Kerken wordt zo gereduceerd tot ongeveer 7000.

Sedert 1945 hebben alle Kerken van Zuid-Oost Europa (buiten die van Griekenland) dezelfde vervolgingen gekend.

11.- Sedert de val van het communisme

Met de val van het communisme kent de orthodoxe Kerk in gans Oost-Europa voor het eerst opnieuw de vrijheid.

Sedert juni 1988, met het ‘Millenium’ van het Russische christendom, dat waardig gevierd werd. Het Russische episcopaat heeft een concilie gehouden die de canonische orde heeft hersteld, eerst en vooral in de parochies. De wet van oktober 1990 heeft de vrijheid van geweten ingevoerd, en de volle mogelijkheid voor de Kerk om zich te organiseren en uit te drukken, dit in een context van een leke-staat. Het aantal parochies is gestegen tot ongeveer 17.000 en men merkt ook een krachtige stijging van het monastieke leven : men telt vandaag de dag ongeveer 450 monasteria, vele monniken en monialen zijn jong en komen dikwijls uit het hoger onderwijs.

De reactie tegen het sluiten van compromissen met het oude regime door het episcopaat, heeft kleine schisma’s veroorzaakt ( de ‘Russische vrije Kerk’, filiaal van een zeer reactionaire  jurisdictie uit de emigratie, telt slechts een vijftigtal parochies), dikwijls zijn deze scheidingen nog niet helemaal opgelost, zoals in Bulgarije. In Roemenië is er in 1990 onrust ontstaan over een soort van restauratie binnen de kerk zoals binnen de Staat, maar jonge bisschoppen die gevormd zijn in West Europa zullen wellicht een nieuwe adem brengen. De talrijke en open christelijke intellectuelen stichten organisaties, tijdschriften worden uitgegeven in nieuwe uitgeverijen. In Rusland werden een dertigtal seminaries en ‘theologische colleges’ om priesters op te leiden geopend door de Kerk. De vrije filosofische en theologische instituten, waar ook leken, voornamelijk vrouwen kunnen studeren,  vermenigvuldigden zich (vijf in Moscou, vier in St.Petersburg).Parochies en ‘fraterniteiten’ ontwikkelen een intense caritatieve en sociale activiteit, dit is welkom in een vervallen maatschappij.

Een zwak punt is echter dat slechts 55 % van de Russen gedoopt zijn, en het praktiseren gaat niet boven de 1,5%. De Russische Kerk ( en het is ongeveer hetzelfde in Roemenië en de Balkan) kiest eerder voor de moderniteit, maakt zich ook zorgen over het proselytisme van westerse religies en stelt zich het probleem van het nationalisme. De moderniteit « a l’americaine » brengt drugs, geweld cultus van het geld en seksuele permissiviteit mee. Amerikaanse en Japanse sekten, rijk en actief, organiseren « opwekkings bijeenkomsten », en verkondigen via de televisie. Katholieken, vooral Polen zijn niet altijd even discreet geweest. In de Baltische staten en in Ukraïne trachten de nationalisten, ondanks de autonomie hen toegekend door Moscou, om autocephale kerken op te richten.

Tegenover zovele bedreigingen, twijfelen de Russen tussen een gesacraliseerd traditionalisme, een bijna magisch ritualisme en een reactie van het zich terugplooien op zichzelf  volgend op deze van het soviet tijdperk, en de eis  van evangelisatie en vernieuwing. Het conflict concretiseert  zich op twee fundamentele punten : de liturgische taal, want bijna niemand verstaat het slavisch nog, en de oecumenische relaties. Ongeveer tot in 1996 probeerde de patriarch het evenwicht te bewaren tussen deze twee tendensen , sedertdien worden de vernieuwers eenzijdig getroffen met maatregelen, excommunicaties bij de vleet ( bv. Kotchetkov, die het russisch gebruikte in de liturgie en een uitgebreid catechumenaat organiseerde voor volwassenen, samen met twaalf medewerkers of de iconograaf Zenon, die gecommuniceerd had met katholieke vrienden…) Boeken van grote theologen uit de diaspora werden verbrand, alsook die van Vader Alexander Men, van joodse afkomst en een groot getuige van het Evangelie in de intellectuele middens van het soviet tijdperk. Hij werd vermoord in september 1990 en men heeft nooit geweten door wie. De verbranding van de boeken van Men, Schmemann en Meyendorff in mei 1998 te Ekatarininbourg, op bevel van de bisschop van de plaats heeft een immens schandaal teweeggebracht en het intellectuele leven van de Kerk neigt ertoe zich in de zijlijn op te stellen.

De politieke
achtergrond van deze evolutie is complex maar onbetwistbaar. Enerzijds zoekt de patriarch meer en meer de steun van de staat op, en hij heeft heel sterk de eindstemming van de herfst 1997 beïnvloedt van  een wet in verband met religieuze verenigingen, die de Orthodoxie begunstigde ten nadele van de andere christelijke belijdenissen. Anderzijds probeert het nationalistische uiterst rechts, anti-westers en antisemitisch om het patriarchaat in hun kamp te krijgen, om zichzelf zo een populaire grondslag te kunnen geven. In werkelijkheid schijnen deze milieus minoritair en de Kerk verliest zelf zo in de maatschappij het prestige die het had gedurende de perestroika.

De wegen van de vernieuwing zijn ook zeer klein in Zuid-Oost Europa, waar de privileges van het oude regime er in geslaagd zijn zich staande te houden doorheen het Marxisme of het nationalisme. De nostalgie, een erfenis van Byzantium, een soort messianisme; de lange dominatie door multinationale Staten, islamitische en vervolgens communistische, hebben de opkomst van moderne staten vertraagd en zelfs verergerd.

De Orthodoxie die de taal en de cultuur van haar volkeren heeft bewaard, wordt door hen gevoeld als een als het ware etnisch toebehoren en niet als een persoonlijk geloof. In het uiterste geval is zij, door een bijzondere vorm van secularisatie, het instrument geworden van het nationalisme. Eén geval is hiervan bijzonder kenmerkend : dit van Servië.

De Serven hebben met geweld een oorlog gevoerd voor nationale eenheid. De buitensporigheden van de « ethnische zuiveringen » ( die zij ook hebben moeten ondergaan) getuigen van een dubbele wraaklust : tegen de Katholieke Kroaten, die tijdens de tweede wereldoorlog ongeveer 700.000 orthodoxe Serven hebben afgeslacht; en tegen de Moslims die de Serven gedurende tien eeuwen hebben gedomineerd en uitgebuit. In het begin van 1992 echter, heeft het regime gebroken met het regime die duidelijk bestond uit crypto-communisten. Vervolgens heeft de Servische Kerk, echter de eenheid van het Servische volk van Belgrado te Pale bevestigend, toch voortdurend een oproep gedaan voor vrede en zij heeft een gematigde positie ingenomen in de crisis rond Kosovo. Patriarch Paul heeft zelfs bevestigt, dat hij geen groot noch klein Servië wil, indien dit ten koste is van misdaad.

De orthodoxe gedachte heeft nochtans vrucht gedragen in dit Europa van het Zuid-Oosten : gisteren, met de grote dogmatische synthese van de Serv Justin Popovic en vooral met de roemeen Dumitru Staniloaë, realisator van grote werken, van een monumentale Philokalia. Vandaag met de Griekse vernieuwing van de grote patristieke traditie, herdacht in een existentieel perspectief : zo ontwikkelde metropoliet Johannes van Pergamo (Jean Zizioulas) een personalisme en een christelijke écologie, gegrondvest op het thema van de communio. De berg Athos, waar de intellectuelen in aantal toenamen, waaronder enkele Westerlingen, telt vandaag meer dan 1500 monniken en, door een waarachtige innerlijke hervorming, ontwikkelden ze een strict communautair leven tegen het individualisme en dikwijls tegen de apathie van de « idiorytmie » (volgens dewelke elke monnik leeft volgens zijn eigen rythme).

In het Midden-Oosten, is het Patriarchaat van Antiochië vernieuwd door de MJO (Orthodoxe jongerenbeweging), waarvan de actie vandaag vooral apostolisch en sociaal is. Deze beweging bracht veel bisschoppen voort waaronder de meest markante van de hedendaagse orthodoxie : zoals patriarch Iggnatios IV (Hazim) en metropoliet Georges Khodr’ en zijn antiochische orthodoxen die zich ingezet hebben voor een dialoog met de Islam.

De twee dromen van een « ontwaken (Nadha) » van het arabisch zijn van de leken, vervolgens van een  socialistische revolutie die niet minder laïc is rondom de Palestijnen, zijn ingestort. Er blijft alleen nog de weg van de « zachtheid » en van de evangelische « vrede », ten koste van het martelaarschap indien dit nodig is. Tijdens de oorlog in Libanon hebben de orthodoxen geen militie gehad, zij hebben onophoudelijk opgeroepen tot verzoening.

De orthodoxe Kerken en de « oude » Oosterse kerken, de «monofysieten » (Armeniërs, Jacobieten, Kopten, Ethiopiërs en  zij uit Zuid Indië) hebben hun eenheid van geloof geproclameerd in 1989 en 1990. Maar de uitwerking van deze unie wordt vandaag afgeremd door heel wat behoudsgezinden en het wantrouwen aan weerszijden.

De patriarch van Constantinopel, Bartholomeüs 1e, verkozen in 1992, een man van groot geloof en van een grote cultuur, probeert de orthodoxe Kerken bijeen te brengen voor een duidelijk en open getuigenis. Hij verzamelt van tijd tot tijd de primaten van de autocephale Kerken voor een consultatieve « synaxe ». Er groeit echter een geweldige spanning tussen Constantinopel en Moscou ( naar aanleiding van het statuut van de orthodoxe Kerk van Estland en in Ukraïne). De laatste tijd echter kwam er weer meer toenadering tussen de twee patriarchaten, oa. Dank zij de onlangs overleden patriarch Alexis II van Moscou die veel welwillendheid aan de dag heeft gelegd.

Eén van de grote spirituele gebeurtenissen van de XXe eeuw is zonder twijfel de ontmoeting van de Orthodoxie met het Westen, dank zij de orthodoxe diaspora, rusland en grieken vooral, maar ook roemenen, serven en mensen uit Antiochië. Het is te Parijs dat de Russische religieuze filosofie haar laatste vruchten heeft gedragen. Het is voor een groot deel te Parijs dat ion de jaren 40 tot 60 de grote neo-patristieke en neo- palamitische synthese werd gerealiseerd (Georges Florofsky, Vladimir Lossky, Myrrha Lot-Borodine, Basil Krivochéine, aangevuld voor de theologie van de iconen door Léonide Ouspensky).

Verder heeft men de westerse orthodoxiën, nu eens door « naturalisatie » de nakomelingen van de emigranten en van westerlingen die zich spontaan tot de Orthodoxie bekeerden. In Noord-Amerika heeft het patriarchaat van Moscou (zonder akkoord met Constantinopel ) in 1970 de « autokephalie » toegekend aan een belangrijke fractie, russisch en Ukraïens van de orthodoxe diaspora.

Dank zij het preconciliaire proces, zijn de verschillende autokephale Kerken in 1993 overeengekomen om de nog verdeelde Diaspora op een betere manier te organiseren in een veelheid van origineel ethnische« jurisdicties », maar die meer en meer multinationaal zijn door hun inworteling in het Westen.  In elk land zal een bisschoppenvergadering opgericht worden die voorgezeten zal worden ex officio  door de vertegenwoordiger van Constantinopel. In Frankrijk, bestaat sedert 1967 een « interepiscopale commissie », een waarachtige « vergadering van bisschoppen ». In 1997 is deze verrijkt met meerdere commissies waar priesters en leken deel van uitmaken. Franstalige parochies van de byzantijnse ritus beginnen zich overal te vestigen, vooral in de Parijse regio en in de streek van Marseille. De orthodoxe fraterniteit probeert de vriendschap te stimuleren  tussen jongeren van diverse origine en ook een betere kennis van hun geloof. Ook min of meer geïsoleerde groepen beginnen zich te vormen, dikwijls marginaal en ietwat sektair. Hierover valt dikwijls moeilijk een oordeel te vellen. De zending, in de enge zin van het woord, onderbroken door de Russische revolutie, is voor een groot deel he
rnomen in Korea en vooral in zwart Afrika.

12. – Waar zijn de orthodoxen ?

Vandaag kan de geografische situatie van de Orthodoxie op de wereldbol aangeduid worden met een soort van kruis. De verticale arm is geworteld in de plaatsen van de bijbelse openbaring en van het originele christendom, met de Arabische orthodoxen van de « apostolische » patriarchaten van Antiochië en Jeruzalem  (ongeveer 3 miljoen). Vervolgens hebben wij de  ongeveer 10 miljoen Kopten, « pre-chaldonische » orthodoxen uit Egypte. Meer in het noorden, op de plaatsen zelf waar Paulus heeft gepredikt, is er de sterke Griekse Orthodoxie (ongeveer 11 miljoen gedoopten van de autocephale Kerken van Griekenland en Cyprus, van de autonome Kerk van Kreta en het « oecumenisch » patriarchaat van Constantinopel, primus inter pares). De vertikale arm van het kruis gaat vervolgens langs de « latijnse » Orthodoxie van Roemenië ( ongeveer 20 miljoen gedoopten)  en de Orthodoxie in de Caucasus van Georgië (3 miljoen), om zich verder uit te spreiden over de Slavische Kerken : Servië en Bosnië (10 miljoen), Macedonië (1 miljoen), Bulgarije (9 miljoen), Slovakije (100.000), Polen (1 miljoen), Wit-Rusland (6 miljoen), en vooral Ukraïne (30 miljoen) en Rusland (100.miljoen). De baltische Orthodoxie (Finland, Estkand) telt ongeveer 100.000 gedoopten.

In het zuiden omvat de verticale arm de griekse diaspora en de zeer levendige missies in zwart Afrika en Madagascar ( ongeveer 500.000 gedoopten), plus de «prechaldoniërs »  van Egypte (10 miljoen) en van Ethiopië (30 miljoen).

De oosterse arm van het kruis geeft de historische weg aan van de Russische missionering : doorheen hoog Azië, tot aan de uitgezaaide Kerken in China, Japan, de Aloueten-eilanden en Alaska. Voor de achtergebleven gemeenschappen en door de griekse Kerk voorzichtig weer tot leven geroepen, en deze van Noord Amerika zijn moeilijk cijfers te geven.

De westerse tak, trouwens een krachtdadige groep, komt overeen met de grote migraties van de  twintigste eeuw, hetzij omwille van economische motieven ( de exodus van Slaven en van mensen uit de streek rond de middellandse zee naar het westerse halfrond), hetzij om politieke redenen ( communistische revoluties, de ineenstorting van  grieks Azië, de Italiaanse veroveringen, de oorlog in Libanon). Men vind ongeveer 2 miljoen orthodoxen in west Europa, waarvan ongeveer 300.000 in Frankrijk ( plus 300.000 Armeniërs (prechadoniërs), 7 miljoen in Noord Amerika, 2 miljoen in Centraal en Zuid Amerika, waaraan we er nog eens één miljoen moeten bijtellen in Australië.

Deze tekst bevat de tekst van het eerste hoofsstuk van het boek van Olivier Clément : « l’Orthodoxie » uit de reeks Que sais-je.

 Vertaling : Kris Biesbroeck