Het bijbels fundament van de icoon

Het bijbels fundament van de icoon

cherubijnen13

De Wet van het oude testament verbiedt afbeeldingen want zij zouden de zuiverheid van de cultus tot de onzichtbare God in gevaar brengen. Alleen de decoratieve kunst van de geometrische vormen vertalen het bewustzijn van de Oneindige. Bij de moslims versterkt de niet-figuratieve, arabeske, veelhoekigeKunst dezelfde notie van een radicale transcendentie van God.

De afstand vergroot op gevaarlijke wijze door het feit dat de mens zich  afgekeerd heeft van zijn oorspronkelijke gelijkenis met God en verduisterd wordt door zijn verscheidenheid. Daarentegen, heeft het engelen – plan haar natuur van ‘tweede licht’ intact weten te bewaren,als een zuivere verzamelplaats van het goddelijk licht,door het feit dat de gebeeldhouwde afbeelding van engelen door God zelf werd bevolen. De hemelse wereld van geesten, bestemd om de mens te dienen vindt , om haar zending te vervullen, haar artistieke uitdrukkingsvorm, haar menselijke vorm op de ark van het verbond. Het Oude testament staat ons toe om het gebeeldhouwd icoon van de Cherubijnen te gebruiken. Deze werden geplaatst in het tabernakel. Hun aanwezigheid op deze plaats drukt de bemiddeling van de liturgen uit, maar dient op geen enkele wijze gezien te worden als een vorm van kunst. Hierin schuilt reeds de ganse filosofie van de religieuze kunst.

Zo was ook, voor de Menswording, en dit  uit vrees voor afgodenverering, elke vorm van het hemelse beperkt tot de wereld van de engelen. Maar men moet goed begrijpen, en dit om niet terug te vallen onder de wet, dat deze beperking alleen maar de uitdrukking  is van een wachten, een profetie op de komst van de icoon in Christus.

 De tekst van Exodus (25,12) zegt : ‘Gij zult u een verzoendeksel maken en aan zijn uiteinden zal je Cherubijnen plaatsen’ ‘Verzoendeksel – Kapporêt – komt van ‘bedekken’ en ook van ‘boete doen”. Deze gouden plank die geplaatst wordt op de ark, volgen de tekst, is de plaats waar ‘Yahweh verschijnt’, en het is daarover dat hij spreekt.

 De icoon van de verrijzenis van Christus ontcijfert dit profetisch symbolisme. Zij toont ons een plank (die het lege graf verzinnebeeldt en die een beeld is van de plank van de ark) waarop de begrafenisgewaden zijn weggelaten, en aan het uiteinde ziet men twee Cherubijnen die tegenover de myrondraagsters staan. Deze exacte reproductie van het ‘verzoendeksel’ openbaart ons nu, in Christus, haar ware betekenis en terzelfdertijd toont het ons dat dezelfde waarde van de Aanwezigheid inherent is aan elke icoon : ‘het is hier dat Yahweh verschijnt en het is van daaruit dat Hij spreekt’.

 Ter gelegenheid van het feest van de orthodoxie, het feest van de icoon, leert de Kerk ons, doorheen de twee Evangelielezingen die zij heeft gekozen, dat de engelen met vele ogen de gave bezitten om het goddelijk licht te aanschouwen. De icoon toont ons dit heel duidelijk.

 Christus bevrijdt de mensheid van de mythologie der afgoden en niet in negatieve zin, door het beeld te supprimeren, maar positief, door de ware menselijke natuur te openbaren. Indien de goddelijkheid alleen ontsnapt aan elke voorstelling en indien de mensheid alleen, gescheiden van het goddelijke, niets meer betekent, dan is het omdat ‘de mensheid van Christus de icoon is van zijn goddelijkheid’, zoals het VIIe concilie verklaart. Lumen de lumine (licht uit licht), de Zoon, de totale Christus is de glans, de afbeelding, de afdruk, de unieke icoon van God. Het menselijke wordt bevestigt in zijn iconografische functie : zichtbaar beeld van het onzichtbare. Zijn bijbels fundament gaat terug op de schepping van de mens ‘als beeld van God’. Onderbroken door de zondeval, is zijn volheid gerealiseerd in Christus en gaat voort in de ‘ge-christifieerden’,  in de Christus-dragers, in hen bij wie Christus gestalte heeft gekregen,op hen die sterk op Hem gelijken’

 God in Zichzelf transcendeert elk beeld, maar zijn Aangezicht dat naar de wereld toe gekeerd is heeft zich het zichtbare eigen gemaakt, vind een passend beeld van het mysterie van Zijn Filantropie : het menselijk beeld.

 Boven de mogelijke afgrond van de val heeft God, volgens de Kerkvaders, het menselijk beeld gebeeldhouwd door in Zijn wijsheid de mensheid van Christus te aanschouwen. ‘Het Woord is nedergedaald op Adam voor alle eeuwen’ zegt Methodius van Alympia en sint Athanasios : ‘God heeft de wereld geschapen om er mens te worden en opdat de mens er god zou worden door zijn genade’

De menswording komt van God, van Zijn verlangen om Mens te worden en om van Zijn Menselijkheid een Theofanie te maken, een plaats en een levende icoon van Zijn aanwezigheid.

 Paul Evdokimov : L’art de l’icone – theologie  de la beauté pp.163-165

Vertaling : Kris Biesbroeck

De heilige Ahmed the Calligrapher

Een voor ons weinig bekende heilige :

De heilige Ahmed  the Calligrapher

ahmed the calligrapher2

De heilige Martelaar Ahmed werd geboren in de 17e eeuw in een Moslim familie in Constantinopel. Hij was copyiist van beroep in de grote Archieven. In overeenstemming met de Ottomaanse wet,daar hij nog geen vrouw had, had hij een Russische vrouw als slavin. Een andere gevangene uit Rusland leefde samen met haar, een oude vrouw, ook een slavin. Beide vrouwen waren heel godsvruchtig.Op de grote feestdagen wilde de oude vrouw naar de kerk gaan, en het gewijde brood of antidoron meebrengen voor de jongere vrouw. De oude vrouw wilde ook voor haar het gezegende water meebrengen om te drinken. Telkens dit gebeurde en Ahmed dicht bij haar was, rook hij een aangename en onbeschrijfelijke geur als een parfum uit haar mond. Hij vroeg haar wat zij at, en waar die geur vandaan kwam. De jonge vrouw wist niet wat er gebeurde en zei dat ze niets at. Ondanks alles bleef hij maar aandringen waar die geur vandaan kwam. Tenslotte zei ze hem dat zij het brood at welke de priesters hadden  gezegend en die de oude vrouw voor haar meebracht telkens ze naar de kerk ging.Toen Ahmed dit hoorde verlangde hij de orthodoxe kerk te zien, en om te zien hoe Orthodoxen het gezegende brood ontvingen. Daarvoor benaderde hij een priester en vroeg hij hem om een geheime plaats voor hem voor te bereiden in de kerk, opdat hij zou kunnen gaan wanneer de Patriarch de Liturgie opdroeg. Wanneer de afgesproken dag naderde, ging hij, gekleed als een orthodox naar het Patriarchaat en volgde de Goddelijke Liturgie. Toen hij in de kerk was zag hij de Patriarch schitterend met licht en op de vloer voortschrijdend vanuit de altaarruimte komen door de heilige deuren om het volk te zegenen. Toen hij zegende kwamen lichtstralen vanuit de toppen van zijn vingers, en alhoewel de stralen op de hoofden van de orthodoxen neerkwamen, ze vielen niet op Ahmeds hoofd. Dit gebeurde twee of driemaal, en iedere keer zag Ahmed hetzelfde gebeuren. Zo kwam Ahmed tot het geloof. Zonder aarzeling vroeg hij een priester, die hem tot een wedergeborene door het heilig doopsel maakte. Ahmed bleef voor een zekere tijd een orthodox ‘in het geheim’, zijn doopnaam geheimhoudend. Dat is de reden waarom hij voor ons weinig bekend was. Hoe dan ook, op een dag was Ahmed  met een aantal edellieden aan het eten. Nadien zaten ze te praten en te roken, zoals het bij Moslims gebruikelijk was. In de loop van hun gesprek begonnen zij te discussiëren over wat het grootste was in de wereld. Ieder gaf zijn mening. De eerste gast zei dat het grootste in de wereld de wijsheid was. De tweede zei dat een vrouw het grootste was in de wereld. En nu zei een derde dat het grootste in de wereld, en verreweg het meest verrukkelijke in de wereld, goed voedsel was – want was dit niet het voedsel van de rechtvaardigen in het paradijs. Dan kwam Ahmed aan de beurt. Allen keerden zich naar hem toe om te horen wat hij zou zeggen. Vervuld van een heilige geestdrift riep hij uit dat het grootste in de wereld het orthodoxe geloof was. En hij beleed zichzelf als een Christen, met grote ijver  de onjuistheid en het bedrog van de Moslims afkeurend. Vervolgens wierpen zij zich respectloos en met een onuitsprekelijke woede op de heilige martelaar en brachten hem voor een rechter, zodat hij ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Hij werd onthoofd en ontving de kroon van het martelaarschap op bevel van de heersers op 3 mei 1682.

 Heilige Martelaar Ahmed, bid voor ons bij God !

Cyrillus van Alexandriê : Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel

Sint Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop, Kerkleraar
Over Jesaja IV, 1

CyrillusAlexandrie258

“Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel”

       “Zing voor de Heer een nieuw lied!” (Ps 96,1) Om zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen, is het lied nieuw; Paulus schreef hierover: “Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen” (2Kor 5,17). Zij die Israëlieten waren door het bloed werden bevrijd van de tirannie van Egypte dankzij de middelaar uit die tijd, de zeer wijze Mozes; ze werden bevrijd van het werken met bakstenen, van onnodig zweet… van de aardse taken, van de wreedheid van hun bewakers, van de onmenselijke hardheid van de farao. Ze zijn door de zee getrokken; in de woestijn hebben ze manna gegeten; ze hebben water dat uit de rots ontsprong gedronken; ze zijn met droge voeten door de Jordaan getrokken; ze zijn het beloofde land binnengegaan.

      Welnu voor ons is dat alles vernieuwd en de nieuwe wereld is onvergelijkelijk beter dan de oude. Wij zijn bevrijd van slavernij, niet de aardse, maar de geestelijke; wij werden niet meer van de taken van deze aarde bevrijd, maar van de smet van de vleselijke begeerte. Wij zijn niet ontsnapt aan de Egyptische opzichters of aan de kwade en meedogenloze tiran, die een mens is zoals wij, maar aan de kwade en onzuivere demonen die aandringen op het zondigen, en aan de chef van hun gebroed, Satan.

      Wij hebben de stromen van het huidige leven doorkruist als door een zee, met zijn lawaai en dwaze onrust. Wij hebben geestelijk manna gegeten, het brood dat uit de hemel neerdaalde en dat leven aan de wereld geeft. Wij hebben water gedronken dat opborrelde uit de rots, welke de zaligheid van het levend water van Christus was. Wij zijn door de Jordaan getrokken dankzij de heilige doop die wij waardig waren om te ontvangen. Wij zijn het Land dat aan de heiligen beloofd was en voor hen bereid, binnengegaan . De Heer herinnert aan dat land, als Hij zegt: “Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten” (Mt 5,4).

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org