Grote Woensdag in de Goede Week

 

GOEDE WEEK

Grote Woensdag

Bleibet Hier….

 Blijft hier en waakt met Mij

Waakt en bidt….


 

Jezus remember me…..

 Jezus, gedenk mij

als je in Uw Koninkrijk komt…..

 

 

Prokimen toon 4

 

Belijdt de God des Hemels, want eeuwig is Zijn barmhartigheid.

Belijdt den Heer der heren, want eeuwig is Zijn barmartigheid.

 psalm 135

 

Prokimen toon 4

 

Heer, Uw barmhartigheid is eeuwig,

Versmaad niet het werk van Uw handen.

Ik wil U belijden Heer, uit heel mijn hart  psalm 137

 

Evangelielezing van de dag : Matth.26,6-16

 

[6] Toen Jezus in Betanië was, in het huis van Simon de melaatse, [7] kwam een vrouw naar Hem toe met een albasten flesje kostbare balsem, en goot dat over zijn hoofd leeg, terwijl Hij aan tafel was. [8] Toen zijn leerlingen dat zagen, zeiden ze verontwaardigd: ‘Waar is die verspilling goed voor? [9] Want dat had voor veel geld verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden.’ [10] Jezus merkte het en zei: ‘Wat maken jullie het die vrouw lastig? Ze heeft namelijk een goed werk gedaan aan Mij. [11] Want de armen heb je altijd bij je, maar Mij hebben jullie niet altijd. [12] Want toen ze die balsem over mijn lichaam goot, deed ze dat met het oog op mijn begrafenis. [13] Ik verzeker jullie, waar ook ter wereld deze goede boodschap verkondigd wordt, daar zal ook ter herinnering aan haar verteld worden wat zij gedaan heeft.’
     [
14] Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de hogepriesters [15] en zei: ‘Wat wilt u me geven, als ik Hem aan u overlever?’ Ze telden dertig zilverstukken voor hem uit. [16] Vanaf toen zocht hij een gunstig moment om Hem over te leveren.

Grote Dinsdag in de Goede Week

 

Goede week

Grote Dinsdag

 Prokimen : Ps.131 toon 6

 

Sta op, Heer, ga in tot Uw rust.

Wend het aangezicht niet af van Uw Christus (Exodus 2,5-10)

 

Prokimen : Ps.132 toon 4

 

Zie wat is zo schoon en verkwikkend als broeders die eendrachtig samenwonen.

Want daar gebiedt de Heer Zijn zegen : Leven tot in eeuwigheid.

Evangelielezing van Grote Dinsdag : Matth.24,36-26,2:

Hoofdstuk 24 :

[36] Maar wanneer die dag of dat uur aanbreekt, weet niemand: de engelen in de hemel niet, de Zoon niet, maar alleen de Vader. [37] Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon. [38] Want zoals in de dagen van de zondvloed de mensen aten en dronken, huwden en uithuwelijkten, tot de dag waarop Noach de ark binnenging, [39] en ze van niets wisten totdat de zondvloed kwam en hen allemaal wegrukte, zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. [40] Dan zullen er twee op het land zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [41] Twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [42] Wees dus waakzaam, want je weet niet op welke dag jullie Heer komt. [43] Want je weet: als de heer des huizes geweten had in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan was hij wakker geweest en had hij het inbreken in zijn huis wel verhinderd. [44] Daarom moeten juist jullie voorbereid zijn, omdat de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht.
     [
45] Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd eten te geven? [46] Gelukkig is de slaaf die de heer daarmee bezig vindt bij zijn komst. [47] Ik verzeker jullie, hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen. [48] Maar als die slechte slaaf bij zichzelf zegt: “Mijn heer blijft nog wel een tijd weg”, [49] en hij begint zijn medeslaven te mishandelen en hij eet en drinkt met dronkaards, [50] dan zal de heer van die slaaf komen op een dag waarop deze hem niet verwacht, op een uur dat hij niet kent, [51] en hij zal hem onthoofden en hem het lot laten delen van de schijnheiligen. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

Hoofdstuk 25
Tien meisjes
[1] Dan zal het met het koninkrijk der hemelen gaan als met tien meisjes, die met hun lampen op weg gingen, de bruidegom tegemoet. [2] Vijf van hen waren dom en vijf verstandig. [3] Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie. [4] Maar de verstandige namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen. [5] Omdat de bruidegom op zich liet wachten, dommelden ze allemaal in. [6] Midden in de nacht klonk er geroep: “Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!” [7] Toen stonden alle meisjes op en maakten hun lampen in orde. [8] De domme zeiden tegen de verstandige: “Geef ons van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” [9] Maar de verstandige gaven ten antwoord: “Nee, er mocht eens niet genoeg zijn voor ons en voor jullie; ga liever naar de verkopers en koop voor jezelf.” [10] Toen ze weg waren om te kopen, kwam de bru
idegom, en de meisjes die klaar stonden, gingen met hem mee naar binnen voor de bruiloft, en de deur ging dicht. [
11] Later kwamen ook de andere meisjes en riepen: “Heer, heer, doe open voor ons.” [12] Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie, ik ken jullie niet.” [13] Wees dus waakzaam, want je kent dag noch uur.

Drie slaven
     [14] Het is als met iemand die naar het buitenland ging. Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe. [15] Aan de een gaf hij vijf talenten*, aan een ander twee en aan een derde één, overeenkomstig ieders bekwaamheid. En hij vertrok naar het buitenland. [16] Degene die de vijf talenten gekregen had, ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij. [17] Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij. [18] Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven en stopte daar het geld van zijn heer in. [19] Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en hield afrekening met hen. [20] Degene die de vijf talenten gekregen had, kwam naar voren met nog vijf talenten en zei: “Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend.” [21] Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer.” [22] Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei: “Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.” [23] Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer.” [24] Ook degene die het ene talent had gekregen, kwam naar voren en zei: “Heer, ik heb u leren kennen als een streng man; u oogst waar u niet hebt gezaaid en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid. [25] Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt. Kijk, hier hebt u uw eigendom terug.” [26] Maar zijn heer antwoordde hem: “Slechte, lamlendige slaaf, je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid. [27] Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten. Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen. [28] Neem hem daarom het talent af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. [29] Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft. [30] Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis.” Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

Het oordeel van de Mensenzoon
     [31] Wanneer de Mensenzoon* komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. [32] Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. [33] De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. [34] Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. [35] Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. [36] Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” [37] Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? [38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? [39] Wanneer hebb
en we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” [
40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” [41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. [42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, [43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” [44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” [45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” [46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’

Hoofdstuk 26
Met het oog op zijn begrafenis
[1] Toen Jezus al deze woorden beëindigd* had, zei Hij tegen zijn leerlingen: [2] ‘Zoals jullie weten is het over twee dagen Pasen*, en dan wordt de Mensenzoon overgeleverd om gekruisigd te worden.’

Grote Maandag van de Goede week

GOEDE WEEK

Maandag

Holy monday stichera in English

Vandaag verneemt Christus

dat Lazarus ziek is

als Hij rondtrekt aan de overzijde van de Jordaan……

Prokimen :

Moge de Heer u zegenen uit Sion.

Zalig allen die de Heer vrezen, die wandelen op Zijn wegen.

Wij zegenen u in de Naam des Heren.

Op mijn rug hebben de zondaars met hamers geslagen, steeds langer duurde hun slechtheid (Psalm 128.)

Evangelielezing van Grote maandag : Mt.24,3-12 :

De komst van de Mensenzoon
     [3] Toen* Hij op de Olijfberg zat, kwamen zijn leerlingen Hem vragen – ze waren onder elkaar – ‘Zeg ons wanneer* dat zal gebeuren en wat het teken is van uw komst en van de voleinding van de wereld?’ [4] Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Kijk uit dat niemand jullie op een dwaalspoor brengt. [5] Want velen zullen optreden in mijn naam en zeggen: “Ik ben de Messias*”, en zo veel mensen op een dwaalspoor brengen. [6] Jullie zullen horen over oorlogen en oorlogsgeruchten. Let op en laat je niet bang maken. Want dit moet gebeuren, maar is het einde nog niet. [7] Want het ene volk zal tegen het andere opstaan en het ene koninkrijk tegen het andere, en er zullen op verscheidene plaatsen hongersnoden en aardbevingen zijn. [8] Dat is allemaal het begin van de weeën. [9] Dan zullen ze jullie prijsgeven aan onderdrukking en jullie vermoorden, en je zult gehaat zijn bij alle volkeren vanwege mijn naam. [10] Dan zullen velen ten val gebracht worden, elkaar uitleveren en haten. [11] Er zullen veel valse profeten opstaan, die veel mensen op een dwaalspoor brengen. [12] Met het toenemen van het onrecht zal de liefde van velen verkoelen.

Hiëronimos : Het huis was vol balsemgeur

H. Hiëronymus (347-420), priester en vertaler van de Bijbel, Kerkleraar

Hieroniùos 457

Commentaar op het evangelie van Marcus ; PLS 2, 125v

 “Het huis was vol van de balsemgeur”

   In het evangelie van Marcus lezen we: “Toen Hij zat te eten bij Simeon de Melaatse in Bethanië, kwam er een vrouw binnen met een kruikje dure balsemolie (14,3). Deze vrouw gaat u allen, die de doop gaat ontvangen, direct aan. Ze heeft het albasten kruikje voor Christus gebroken, de Zalf van de Heer maakt van u christenen door de zalving. Wat in het Hooglied wordt gezegd: “Je naam is als een parfum……. “(1,3-4). Voor zover het parfum opgesloten was, voor zover was God slechts bekend in Judea, voor zover was zijn naam slechts groot in Israël (Ps 75,2) de meisjes volgden Jezus niet. Maar toen de parfumgeur zich verspreidde over de gehele wereld, hebben gelovige zielen de Verlosser gevolgd… Ze brak haar albasten kruikje, zodat allen van het parfum profiteerden…, deze handeling herinnert aan “de graankorrel die als hij niet op aarde valt en sterft, geen vrucht zal dragen” (Joh 12,24): zo ook, als de kruik niet gebroken was, konden we niet zalven met parfumolie.

   Deze vrouw was niet degene die in een ander evangelie genoemd werd door de voeten van de Heer te wassen (Lc 7,38). Want deze vrouw, die tot dan een zondares was met een slecht leven…, overspoelt met haar tranen de voeten van de Heer en droogt het met haar haren; maar ze wast slechts aan de buitenkant de voeten van de Verlosser, want in werkelijkheid wast ze haar zonden..

   Dat het voor u hetzelfde zal zijn als u de doop gaat ontvangen: aangezien we allen zondaars zijn, en “niemand zuiver is, zelfs als het leven kort was” (Jb 14,4 LXX)…, begin daarom met het vastgrijpen van de voeten van de Verlosser, was ze met uw tranen, droog ze met uw haren; als u dat gedaan hebt, dan raakt u pas zijn hoofd aan, zoals de vrouw bij Marcus. Op het moment dat we afdalen in de levensbron met de Heer, moet u leren hoe het parfum op het hoofd van de Heer komt. Want als “Christus het hoofd van alle mensen is” (1 Kor 11,3) dan moet uw hoofd ook geparfumeerd worden; door de doop ontvangt u deze zalving.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Kallistos Ware : God en mens deel 4 : De Heilige Geest

God en mens
Kallistos Ware
 

Deel 4 (slot)

 

drieeenheid145

DE HEILIGE GEEST

 

In hun werkzaamheid onder de mensen vullen de tweede en de derde persoon van de Drieeenheid mekaar aan.

Het werk van de verlossing  in Christus kan niet beschouwd worden buiten het  heiligmakende werk van de H.Geest. ‘ Het woord is vlees geworden’ zegt Athanasius, ‘opdat wij de Geest zouden kunnen ontvangen'(36). Eén van de beweegredenen van de menswording is de  nederdaling van de Heilige Geest met Pinksteren.. De orthodoxe Kerk legt heel sterk de nadruk op het werk van de Heilige Geest. Zoals we hebben gezien , is één van de aanklachten

tegenover het filioque , de tendens om de Geest ondergeschikt te maken en zijn rol te verminderen. Voor de Heilige Sérafim van Sarov, is het enige objectief van het christelijk leven de verwerving van de Heilige Geest, en hij zegt bij het begin van zijn gesprek met Motovilov :

‘Het gebed, de vasten, de waken, en alle andere christelijke praktijken, alhoewel goed uit zichzelf, betekenen zij  geenszins het doel van ons christelijk leven : het zijn slechts noodzakelijke middelen om dit doel te bereiken. Want het echte doel van het christelijk leven is de verwerving van de Heilige Geest. Wat betreft het vasten, de waken , de gebeden,  de aalmoezen en alle andere goede werken die gedaan worden in de naam van Christus, het zijn slechts middelen om de Heilige Geest te verwerven. Let hierbij wel op : het zijn slechts de goede werken, gedaan in de naam van Christus, die ons de vruchten van de Heilige Geest bijbrengen.’

‘Deze bepaling’ zegt V.Lossky, ‘die op het eerste zicht heel simpel lijkt, vat de gehele  spirituele traditie van de orthodoxe Kerk samen (37) . En zoals de Heilige Pacomius, leerling van Théodore het zegt : ‘ Wat is er groter dan de Heilige Geest te bezitten ?’ (38).

Wij zullen de kans hebben om in het volgende hoofstuk de plaats van de Heilige Geest in de orthodoxe ecclesiologie te situeren. In elke sacramentele handeling van de Kerk, en vooral in het hart van het eucharistisch gebed, wordt de Heilige Geest plechtig aanroepen. Bij het begin van elke dag, in  zijn dagelijkse gebeden, plaatst de orthodoxe christen zich onder de bescherming van de Heilige Geest , zeggende : ‘Hemelse Koning, trooster, Geest van waarheid, die overal tegenwoordig zijt en die alles vervult, schatkamer van alle goed, gever van het leven, kom en verblijf in ons, zuiver ons van alle smet en red onze zielen, O algoede'(39)

DEELGENOTEN VAN DE GODDELIJKE NATUUR

Het doel van het christelijk leven, dat Seraphim beschrijft als een verwerving van de Heilige Geest van God, kan ook gedefinieerd worden door de term Déificatie’. Basilius stelt de mens voor als een schepsel die de taak heeft gekregen ‘god’ te worden ; en Anastasius, zoals we weten, zegt dat God mens is geworden, opdat de mens ‘god’ zou kunnen worden. ‘In mijn koninkrijk’ ,  zegt Christus ‘zal ik God zijn en jullie goden met mij ‘ (40). Dit is, volgens de orthodoxe leer, het uiteindelijk doel waarnaar elke christen moet streven : god worden, de ‘theosis’ , de déificatie, de vergoddelijking.. In de orthodoxe terminologie is de verlossing van de mens zijn déificatie.

Achter de leer van de déificatie vindt men de idee van de mens die gemaakt is naar de gelijkheid met God, de Heilige Drieeenheid. ‘ Dat wij allen één zijn’, zegt Christus, ‘zoals Gij Vader in mij en ik in U, dat zij ook één zijn in ons’ (Joh.XVII,21). Op de zelfde manier waarop de drie personen van de Drieeenheid ‘ verblijven de één in de ander’, in een voortdurende  stroom van liefde, zo is ook de mens, geschapen  naar het beeld van de

Drieeenheid geroepen om te ‘verblijven’ in de Trinitaire God. Christus bidt  opdat wij deel zouden hebben  aan het leven van de Drieeenheid, in dezelfde liefdesrelatie als binnen de Drieenheid. Hij bidt opdat wij geworteld zouden zijn in de godheid. De heiligen, zoals Maxime de belijder het zegt, zijn zij die een uitdrukking zijn van de Heilige Drieeenheid. Dit idee van een persoonlijke  en organische eenwording tussen God en de mens is een voortdurend wederkerend thema in het evangelie van Sint Jan; het komt ook voortdurend terug in de brieven van Paulus, die vooral  het christelijk leven ziet als een ‘leven in Christus’.  Dezelfde idee vindt men in de beroemde tekst van de tweede brief van Petrus : ‘ Wij zijn met zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur’ (2 Petr.1,4)

Men heeft dikwijls gezegd, dat de orthodoxe leer van de déificatie elke bijbelse fundering mist. Dit is onjuist, het vindt in de bijbelse teksten een soliede basis, niet enkel  in 2 Petrus, maar ook bij Paulus en in het vierde evangelie.

Wanneer men spreekt over déificatie, moet men altijd het onderscheid voor ogen houden tussen ‘essentie’ en  de ‘goddelijke energieën’. De eenwording met God is een vereniging met de goddelijke energieën en niet met de goddelijke essentie. De orthodoxe Kerk verwerpt in zijn opvatting van vereniging en déificatie, elke vorm van panthéisme.

Er is nog een ander punt, dat evenwaardig is als dit en ermee verbonden is : De mystieke eenwording van God en mens, die een waarachtige eenwording is, is een eenwording waarin

de Schepper en  zijn schepsel zich nochtans niet samensmelten tot één enkel ‘zijn’. In tegenstelling tot de oosterse godsdiensten die leren dat de mens wordt geabsorbeerd door de godheid, heeft de orthodoxe mystiek altijd  de nadruk gelegd op het feit dat de mens, welke zijn verbondenheid  met God ook moge zijn,nooit zijn eigen integriteit heeft verloren. De Mens, zelfs de gedéifieerde, blijft altijd ‘onderscheiden’, maar niet ‘gescheiden’ van God.. Het mysterie van de Drie-eenheid is een mysterie van eenheid in verscheidenheid, en zij , die in zich de Drie-eenheid uitstralen, offeren daardoor hun persoonlijke eigenschappen niet op. Wanneer de Heilige Maxime schrijft : ‘ God, en diegenen die Hem waardig zijn, hebben één en dezelfde  energie’ (41), dan wil hij daarmee niet zeggen dat de Heiligen daardoor hun vrije wil verliezen, maar wel, dat zij als gedéifieerden  vrijwillig en uit liefde zich richten naar Gods wil . Door ‘god te worden’ verliest de mens zijn menselijkheid niet : ‘Men blijft een schepsel, God wordend door de genade, mens wordend door de incarnatie'(42).De mens wordt geen God ‘van nature uit’ maar hij is alleen maar een ‘geschapen god’, een god uit genade.

De déificatie heeft ook met het lichaam te maken, daar de mens een eenheid is van lichaam en ziel. Christu
s heeft  de ganse mens gered, ‘ het lichaam van de mens is vergoddelijkt samen met zijn ziel’ (43). In deze goddelijke gelijkenis, moet de mens zelf zijn lichaam-zijn realiseren.’ Uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest’, schrijft Paulus (1 Kor.,6,19). ‘Ik vermaan u dan , broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer'(Rom.12,1). Maar de volle déificatie kan niet bereikt worden in dit leven. Zelfs de schittering der Heiligen is slechts een innerlijke schittering van de ziel, maar wanneer de rechtvaardigen zullen opstaan en getooid zullen worden met een geestelijk lichaam, dan zal hun heiligheid gemanifesteerd worden.’Op de dag der Verrijzenis, zal de glorie van de Heilige Geest ‘van binnenuit ‘ komen. Hij zal de lichamen der heiligen tooien en bekleden met glorie.Een glorie die ze reeds bezaten, maar echter op verborgen wijze in hun ziel. Datgene wat de mens nu bezit, zal zich naar buiten toe in hun lichaam manifesteren'(44). De lichamen der heiligen zullen uiterlijk getransfigureerd worden door het goddelijk licht, zoals het lichaam van Christus op de berg Tabor. ‘Wij moeten hopen op een ‘lente’ van het lichaam'(45).Maar sommige heiligen hebben reeds in dit leven een  begin ervaren van deze zichtbare glorificatie van het lichaam. Sint Serafim, om de meest vooraanstaande te noemen, is niet de enige die dit ervaren heeft. De leerlingen van  Arsenius de Grote, hebben het gezien ‘als een vuur'(46). En men merkt  bij een andere woestijnvader op :’Zoals Moses  in zich het beeld heeft gegrift van de glorie van Adam, toen zijn aangezicht was verheerlijkt, zo schitterde het aangezicht van Abba Pambo als een lichtstraal en hij was een koning gezeten op zijn troon'(47). En, Gregorius van Palamas in herinnering brengend : ‘Als in de toekomstige tijden, het lichaam geroepen is om met de ziel te delen van de onuitdrukbare gelukzaligheden, dan is het zeker dat het er , voor zover het mogelijk is, vanaf nu reeds deel aan heeft'(48).

Het is vanuit deze overtuiging van heiliging en van transfiguratie van het lichaam met de ziel ,dat de orthodoxen hun onmetelijk respect voor de relieken van de heiligen halen. Zoals de rooms katholieken, geloven zij, dat Gods genade, dat actief is in het lichaam van de heiligen gedurende hun leven, zich ook voortzet in hun relieken, door dewelke God zijn goddelijke kracht manifesteert en waarvan Hij instrumenten maakt tot genezing. Er zijn gevallen, waarin het lichaam van heiligen op ‘wonderbare’ wijze bewaard is gebleven , maar, zelfs al is dit niet het geval, dan nog tonen de orthodoxen een evenwaardige verering voor hun beenderen. Dit respect is niet te wijten aan onwetendheid of  bijgeloof, maar is de vrucht van een verheven theologie van het lichaam.

Maar het is niet alleen de mens, maar geheel de schepping die uiteindelijk zal getransfigureerd worden  ‘ Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want  de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan ‘ ( Apoc. XXI,1). De vrijgekochte mens is niet ontrukt aan de overige schepping , maar de schepping moet behouden en geheiligd blijven met hem (De iconen, zoals wij hebben gezien, zijn de aanvang van deze verlossing van de materie ‘. ‘Want met reikhalzend  verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods….in  hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is ‘ (Rom., VIII, 19-22).

Het idee van deze kosmische verlossing , zoals de orthodoxe leer over het menselijk lichaam en over de iconen, is gebaseerd op een diep verstaan van de rol van de incarnatie : Christus is vlees geworden, iets materieels, en Hij heeft ook de verlossing en de gedaanteverandering (metamorfose) van gans de schepping mogelijk gemaakt, niet alleen van de materiële wereld, maar ook van de lichamelijke.

Deze uiteenzetting over de deificatie, van de cosmische vereniging en transfiguratie, kan ver verwijderd lijken van de courante ervaring ; maar dit is pas zo indien men de orthodoxe opvatting van de theosis verkeerd begrepen heeft. Om elke foutieve interpretatie te vermijden, moeten zes punten extra onderlijnd worden

Ten eerste , de deificatie is niet alleen weggelegd voor enkele ingewijden, maar zij is bestemd voor allen. Voor de orthodoxe Kerk is dit het normale doel van elke christen, zonder uitzondering. Natuurlijk zullen we pas ten volle gedeifieerd worden op de Laatste Dag ; maar voor ieder van ons moet er hier en  nu een begin mee gemaakt worden. Er zijn er  weinigen die deze mystieke vereniging met God  reeds hier en nu  bereiken. Maar ieder ware  christen zal zich inspannen om God lief te hebben en zijn geboden te vervullen. In de mate dat de mens hierin volhardt, hoe zwak zijn pogingen ook mogen zijn, en hoe dikwijls hij ook moge vallen, in diezelfde mate is de mens in zekere zin reeds gedeifieerd.

Ten tweede , Het feit dat de mens gedeifieerd is, wil niet zeggen dat hij daardoor geen zondebewustzijn meer heeft. In tegendeel , deificatie veronderstelt een voortdurend berouwvol hart.  Een heilige, hoe ver hij ook gevorderd is op de weg van de heiligheid, houdt hij daarom op de woorden van het gebed van Jezsus  te gebruiken :’ Heer, heb medelijden met

mij, zondaar ?’. Vader Silouan van de Athosberg had de gewoonte om te zeggen : ‘ Bewaar  uw Geest in de hel, en wanhoop niet’ Andere orthodoxe heiligen  hebben ook herhaald ‘: Allen zullen gered wordt, alleen ik zal veroordeeld worden’. De geestelijke schrijvers uit het oosten hechten ook een groot belang aan de ‘gave der tranen’.De orthodoxe mystieke theologie is een theologie van glorie en transfiguratie, maar ook een theologie van berouw.

Ten derde ,  Er is niets ondoorgrondelijks  (esoterisch) of extravagant gelegen in de methode welke we moeten volgen om gedeifieerd te worden. Als iemand vraagt : ‘ Hoe kan ik god worden ?’ is het antwoord eenvoudig : je moet naar de kerk gaan, regelmatig de sacramenten ontvangen, God bidden ‘in geest en waarheid’ , en Zijn geboden volgen.. Het laatste, Zijn geboden volgen, mogen wij nooit vergeten. De orthodoxie , evenals het westerse christendom, verwerpt iedere vorm van mysticisme die zich vrij wil maken van de morele wetten.

Ten vierde ,De deificatie is geen proces van mij alleen, het is een ‘sociaal’ proces. Wij hebben gezien, dat de deificatie kan bereikt worden door het volgen van de geboden ; Christus heeft ze samengevat in zijn onderricht over de liefde voor God en de naaste. Deze twee vormen van liefde zijn onscheidbaar. Een mens kan zijn naaste niet liefhebben als zichzelf, indien hij God niet liefheeft boven alles, en een mens kan God niet liefhebben als hij de andere mensen niet liefheeft (I Joh 4, 20 ). Er is dus niets egoïstisch aan de deificatie : het is alleen als een mens zijn naaste liefheeft dat een mens gedeifieerd kan worden. ‘Het leven of de dood hangt van onze buur af ‘, zegt Antonius van Egypte, ‘ want als wij het hart van onze buur veroveren, veroveren wij God, en als we een oorzaak van val zijn voor onze buur, dan zondigen wij tegen Christus ‘(49). De mens, gemaakt naar het beeld van de drie-eenheid, kan slechts deze goddelijke gelijkenis realiseren, indien hij op dezelfde wijze leeft als deze van de Heilige Drie-eenheid :

Zoal
s de drie personen van de godheid ‘verblijven’ in mekaar , zo moeten ook de mensen in mekaar ‘verblijven’., niet meer levend voor zichzelf, maar in de anderen en voor de anderen. ‘Indien het voor mij mogelijk was een melaatse te vinden’, zei een Woestijnvader, ‘en hem mijn lichaam te geven en ik het zijne, dan zou ik dit met vreugde doen, want dit is de volmaakte liefde'( 50). Hier hebben we de diepste definitie van wat theosis is.

Ten vijfde , De liefde voor God en de mensen moet actief zijn : de orthodoxie verwerpt elke vorm van quietisme, elke vorm van  liefde die abstract blijft. De deificatie, alhoewel ze de hoogten van de mystieke ervaring nastreeft, heeft ook een  nuchtere en  alledaagse kant. Wanneer wij denken aan deificatie, dan denken we dikwijls aan de hesychasten, die in stilte bidden,  en aan het getransfigureerde gelaat van de Heilige Serafim,.Dit maakt indruk op ons.Maar we mogen de Heilige Basilius niet vergeten die zich bezighield met de zieken in het hospitaal van Césaréa, noch de heilige Johannes de Aalmoezenier die zich inzette voor de armen van Alexandrië, noch de Heilige Sergius die in lompen gehuld, werkte in de groententuin om te kunnen voldoen aan de noden van de gasten van het monasterie. Deze twee aspecten vormen slechts één beeld

Ten slotte , De deificatie veronderstelt een leven in de Kerk, door de sacramenten.De theosis , conform met de Drie-eenheid, veronderstelt een gemeenschappelijk leven, en het is slechts in de Kerk dat wij dit kunnen realiseren. De Kerk en de sacramenten zijn de middelen die God  gegeven heeft aan de mens om de heiligmakende Geest te ontvangen en gevormd te worden naar de goddelijke gelijkenis.

1) V.Lossky,Essa isur la théologie mystique de l’Eglise d’Orient,p64

(2) D.J. Chitty, ‘The doctrine of the holy Trinity told tot the children’, in Sobornost, Séries 4,n° 5,1961,p.241

(3) Gregorius Palamas, P.G.,1176C (p.104)

(4) Sur la Foi orthodoxe, I,4 (P.G.,XCIV,800B,797B)

(5) Onder invloed van het modernisme hebben vele protestanten ‘zo goed als’ verzaakt aan de leer over de Drieeenheid en de menswording. Ik spreek hier over de calvinisten, lutherianen en anglicanen die trouw zijn gebleven aan de formules van het classieke protestantisme van de XVIe eeuw.

(6) Gregorius van Nazianze, Homelies, XXXI,14

(7) Johannes van Damascus, Sur la Foi orthodoxe,1,8 (P.G.,XCIV,809A)

(8) Gregorius van Nazianze, Homélies,XXV,17

(9)Volgens Sabellius, een ketter uit de 2e eeuw, was de Drieeenheid geen vereniging van drie personen, maar vormde ze  één enkele Persoon, één unieke goddelijke essentie die zich manifesteert onder drie opeenvolgende aspecten : Vader, Zoon en Heilige Geest.

(10) P.G., CII,289B

(11) Summa Theologica,I,Question 40,art.2

(12) J.Meyendorff,Introduction à la vie de Grégoire Palamas,p.294

(13) Niet alleen de orthodoxen, maar ook sommige catholieke autoriteiten geloven dat er        een verband bestaat tussen het geschil over het filioque en het vraagstuk over het pauselijk primaat.Zie in dit verband wat Sint Thomas van Aquino hierover gezegd heeft in zijn Contra errores Graecorum  (Y.Congar, Esquisses du Mystère de l’Eglise,Paris,1953,pp.136-137.

(14) Augustinus, Confessiones,I,1

(15) De eerste hoofdstukken van Genesis bevatten religieuze waarheden en mogen niet letterlijk worden opgenomen. Vijftien jaar voor de moderne bijbelkritiek interpreteerden de Kervaders de Schepping en het Paradijs op een meer symbolische dan litteraire wijze.

(16) Sur la Foi orthodoxe,11,12 (XCIV,920 B).

(17) In de septuagint : ps.81 , in de andere vertalingen ps.82.

(18) Démonstration de la prédication apostolique

(19) P.G., CL, 1361C.

(20) Lettre 3 (Collections grèque et latine, 6)

(21) Geciteerd in : P.Evdokimov, L’Orthodoxie,p.88.

(22) Première vie Grèque,22

(23) Stromateis,I,XiX (P.G., LXXIX,1193C).

(24) Sur la prière 123 (P.G.,LXXIX,11936C

(25) P.Evdokimov, L’Orthodoxie, p218.

(26) Een monniik van de Oosterse Kerk, Orthodox Spirituality,p.23

(27) Homélies sur les mots Saul ,Saul 6 (P.G.,LI,144

(28) Homélies catéchétiques, I, 4.

(29) Sur la perfection de la droiture de l’homme, IV,9

(30) Dosithée, Confession, Décret III (comparer avec décret XIV)

(31) Thomas Van Aquino hangt het standpunt van Augustinus aan , maar weerhoudt de idee van een oorspronkelijke schuld.Maar wat betreft de pasgeborenen die niet gedoopt zijn, zegt hij dat ze niet naar de hel gaan, maar naar het voorgeborgte.Dit standpunt is het standpunt van de rooms-katholieke Kerk geworden. Voor zover ik kan nagaan, heb ik binnen de orthodoxie geen enkele schrijver gevonden die gewag maakt van dit voorgeborgte. ; men vindt dikwijls in de theologische literatuur het Augustijnse standpunt over de val, maar algemeen genomen is

(32) P.Hammond, The waters cf Marah,p.20

(33) O.Rousseau, ‘Incarnation et anthropologie en Orient et en Occident” , in Irénikon, vol.XXVI (1953), p.373.(34) Eerste exorcisme voor het sacrament van het doopsel

(35) Johannes Chrysostomos, tweede sermoen over het kruis (P.G.,XLIX,413)

(36) 1. Over de incarnatie en tegen de Ariërs 8 (PG, XXVI,996C)

(37) V.Lossky, Essai sur la théologie mystique de l’Eglise d’Orient,p193

(38) Première vie grecque de Pacôme 135

(39) Gebed dat gebruikt wordt in bijna alle liturgische diensten

(40) Canon van de Metten op Goede Donderdag, Ode 4, Troparion 3.

(41) Ambigua, P.G., XCI,1076C

(42) V
.Lossky, Essai sur la théologie mystique de l’Eglise d’Orientnp84

(43) Maxime, Chapitres gnostiques II, 88 (P.G., XC,1168A)

(44) Homélies de Macairen, v.9.Het is de transfiguratie van dit verrezen lichaam dat de schilder van ikonen symbolisch probeert uit te drukken, aldus de oorspronkelijke en onderscheiden trekken van de Heilige trachtend uit te drukken, hij vermijdt  echter om er een realistisch beeld van te maken (fotografisch). Door de mensen te schilderen in de staat dat ze nu zijn, schildert hij hen in hun zondig ,vleselijke lichaam, en niet in  het hemelse.

(45) Minucius Felix (einde 2e eeuw), Octavius,34.

(46) Apophthegmata (P.G., LXV) Arsenius 27

(47) Apophthegmata (P.G.,Pambo 12 ; Te vergelijken met Apoththegmata, Sisoes 14 en Silvanus 12. Epiphane, in zijn leven van Serge van Radonège, verklaart hij dat het lichaam van de heilige straalde na zijn dood.. Men zegt dikwijls, dat de transfiguratie door het licht correspondeert aan de stigmatisatie bij de westerse Heiligen. Men moet echter niet al te radicaal zijn in de vergelijking : men vindt in het westen gevallen van ‘lichamelijke verheerlijking’, zoals bv. Bij een Engelse vrouw ,Evelyn Underhill (1875-1941), waarvan een vriend getuigt haar getransfigureerde  en lichtend gezicht gezien te hebben(het verhaal doet denken aan dat van Serafim ). En de stigmatisatie, alhoewel het een typisch westers verschijnsel is, is ook in het Oosten bekend. In de Koptische tekst over het leven van de  Heilige Marcarius van Egypte, is beschreven hoe een cherubijn hem verscheen, ‘nam de maat van zijn borst’ en ‘kruisigde hem aan de grond’.

(48) Tomos de la Montagne Sainte (P.G., CL, 1233C).

 (49) Apophthegmata (P.G.,LXV, Antoine 9.

(50) Idem, Agathon.

 

Uit : L’Orthodoxie : L’Eglise des sept conciles, hst.XI, pp. 285-323

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Chrysologis Petrus : Om welk werk stenigt u Mij

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Sermon 108 ; PL 52, 499

“Om welk werk stenigt u Mij?”

      “Ik smeek u door de barmhartigheid van God” (Rm 12,1). Paulus vraagt, of liever door Paulus vraagt God dit, Hij wil liever geliefd dan gevreesd worden. God vraagt omdat Hij minder Heer dan Vader wil zijn… Luister naar het vragen van de Heer: “Elke dag heb Ik mijn handen uitgestrekt” (Jes 65,2). Vraagt men meestal niet door het uitstrekken van de handen? “Ik heb de hand uitstrekken”. Naar wie? “Naar het volk?” Naar welk volk? Niet alleen naar een ongelovig volk, maar ook nog “opstandig”. “Ik heb de hand uitstrekken”.: Hij opent zijn armen, verwijdt zijn hart en toont zijn borst, opent zijn schoot, Hij maakt van zijn gehele lichaam een schuilplaats, om zo door deze smeekbede te tonen hoe Hij een Vader is. Luister hoe God elders vraagt: “Mijn volk wat heb Ik u gedaan of waarin heb Ik u bedroefd?” (Mi 6,3). Zei Hij niet : “Als u mijn goddelijkheid niet kent, zult u dan mijn vlees herkennen? Zie uw lichaam in mijn lichaam, uw ledematen, uw lendenen, uw botten, uw bloed! En als u vreest wat van God is, waarom houdt u dan niet van hetgeen het uwe is? Als u de Heer ontvlucht, waarom rent u dan niet naar de Vader?

      Maar de grootheid van de Passie, waar u de oorzaak van bent, bedekt u misschien met verwarring. Vrees niet! Dat kruis is niet mijn galg, maar die van de dood. Deze spijkers nagelen niet de pijn in Mij, maar ze dringen de liefde die Ik voor u heb, dieper in Mij door. Deze wonden rukken uit mij geen kreten, maar ze brengen u meer op de bodem van mijn hart. De verscheurdheid van mijn lichaam geeft u steeds meer plaats in mijn schoot, het doet niet mijn smeken toenemen. Ik verlies mijn bloed niet, ik vergiet het om het uwe te betalen.

      Kom dus, kom dus terug en herken in Mij een vader, die u het goede voor het kwade ziet teruggeven, liefde voor onrechtvaardigheid, zo’n grote tederheid voor dergelijke wonden.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Efrem de Syriër : Abraham heeft mijn dag gezien en van vreugde gejubeld

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Over Abraham en Izaak

Efraim de syrier222

“Abraham heeft mijn dag gezien en van vreugde gejubeld”

      Omwille van hun leeftijd waren Abraham en Sarah niet meer in staat om leven te geven; in hun beider lichamen was de jeugd uitgedoofd, maar hun hoop op God bleef levend; dat verzwakte niet, het was onverwoestbaar.

      Daarom verwekte Abraham, tegen elke hoop in, Izaak, die vervuld was met de Heer. Het was immers niet natuurlijk dat de reeds dode schoot van Sarah Izaak kon ontvangen en dat ze hem met haar melk voedde; dat was het eveneens toen de Maagd Maria, zonder een man te bekennen, de Heer van de wereld ontving, en het ter wereld bracht zonder haar ongeschonden toestand  te verliezen… Voor de tent zegt de engel tegen de patriarch: “Volgend jaar rond deze tijd, zal Sarah een zoon hebben” (Gn 18,14). De engel zei ook tegen Maria: “U zijt vol van genade en zult een zoon baren” (Lc 1,28.31). Sarah lachte toen ze aan haar steriliteit door haar leeftijd dacht (v.12); zonder het woord te geloven, riep ze: “Hoe kunnen Abraham en ik een kind krijgen? Wij zijn beiden te oud!” Maria dacht aan haar maagdelijkheid die ze wilde behouden, ze aarzelde en zei: “Hoe zal dat gebeuren, aangezien ik geen man beken?” (Lc 1,34) De belofte was zeker tegen de natuur in, maar Degene die, tegen alle hoop in, Izaak aan Sarah heeft gegeven, is werkelijk zelf geboren, in het vlees, uit de Maagd Maria.

      Toen Izaak de dag zag volgens het woord des Heren, waren Sarah en Abraham vol met vreugde. Toen Jezus op de wereld kwam, volgens de aankondiging van Gabriël, waren Maria en Jozef vol met blijdschap… “Wie zou tegen Abraham gezegd hebben dat Sarah op haar oude dag een zoon zou voeden?” riep de steriele vrouw uit. “Wie zou tegen de wereld gezegd hebben dat ik als maagd een kind zou voeden met melk?”, riep Maria uit. De oorzaak dat Sarah begon te lachen, is immers niet Izaak, maar Degene die uit Maria werd geboren; en zoals Johannes de Doper zijn vreugde liet blijken door op te springen in de schoot van zijn moeder, toonde Sarah haar blijdschap door te lachen.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org