Vergevingszondag : Laatste zondag van de voorvasten

VERGEVINGSZONDAG

 Laatste zondag van de voorvasten

 

 

uitdrijving uit het paradijs

Uitdrijving uit het paradijs

LEZINGEN

Romeinen : 13,11-14,4:

Waakzaam zijn
      U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen.  De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht.  Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd.  Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.

Hoofdstuk 14
Verdraagzaam zijn
 Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten.  De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard.  Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

Mattheüs 6,14-21:

 Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven.  Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.
     
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al.  Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht,  opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.

Maak je geen zorgen!
      Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen.  Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen.  Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. 

Irenaeus van Lyon : Zijn tong ging los; hij sprak, en zegende God

H.  Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen III, 10, 1

Irenaeus van Lyon

Zijn tong ging los; hij sprak, en zegende God

      Over Johannes de Doper lezen we in Lucas : “Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer… en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uitgaan met de geest en de kracht van Elia … om zo het volk gereed te maken voor de Heer” (1,15-17). Voor wie heeft hij een volk gereed gemaakt, en voor welke heer was hij groot? Ongetwijfeld voor Degene die gezegd heeft dat Johannes “meer had dan een profeet” (Mt 11,9.11). Want hij bereidde een volk voor, door van te voren aan zijn mededienaren de komst van de Heer te verkondigen en door hen op te roepen tot bekering, opdat, als de Heer aanwezig zal zijn, ze dan allen klaar zijn om vergeving te ontvangen, om terug te komen bij Degene van wie ze vervreemd waren door hun zonde…

      Ja, “dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede” (Lc 1,78-79). In die termen heeft Zacharias God op een nieuwe wijze gezegend, op het moment dat hij bevrijd werd en zijn stem weer had, die hij door zijn ongeloof was kwijtgeraakt, en op het moment dat hij vervuld werd door de Heilige Geest. Want alles was vanaf dat moment nieuw, door het feit dat het Woord door een nieuwe ontwikkeling, het doel van zijn komst in het vlees vervulde, opdat de mens, die van God was afgedwaald, door Hem weer tot de vriendschap met God gebracht werd. Daarom verkondigde deze mens om God op een nieuwe wijze te eren.

Het sacrament van het berouw en de Biecht

HET SACRAMENT VAN HET BEROUW EN DE BIECHT

 

confession

Pastorale bijeenkomst over dit thema te Parijs

 

 Een pastorale bijeenkomst van de clerus van het aartsbisdom van de russische parochies in West Europa (oecumenisch patriarchaat)) werd gehouden in het instituut Sint Serge, de 25e mei, 2006 onder het voorzitterschap van Aartsbisschop Gabriël, die dit diocees leidt.

De bijeenkomst had als thema : “Het sacrament van berouw en de praktijk van de biecht”.  In totaal waren er een zestigtal priesters, diakens, leken, leden van de  aartsbisschoppelijke raad, professoren en studenten van het instituut Sint Serge, alsook afgevaardigden van het servisch bisdom en het roemeens bisdom in Frankrijk aanwezig. Zij waren voor deze gelegenheid speciaal uitgenodigd, om deel te nemen aan deze dag van gebed, bezinning en uitwisseling van ideeën. De bijeenkomst werd geopend in de Kerk van  Sint-Serge met een eucharistische liturgie, voorgegaan door aartsbisschop Gebriël. Op het einde van de dag heeft Michel SOLLOGOUB, secretaris van de aartsbisschoppelijke raad en professor aan de universiteit van Parijs I – Panthéon informatie gegeven over het leven van het aartsbisdom. Hij heeft kennis gegeven van een aantal bijzondere, recente gebeurtenissen, die voor hem wijzen op zoveel “tekenen van vitaliteit”. ( inwijding van nieuwe kerken, de aanwezigheid van nieuwe bedienaars, de ontwikkeling van de electronische communicatie, het inrichten van een catechese voor de nieuwe emigranten uit Oost Europa). Hij is ook ingegaan op de meer “bedroevende problemen” , zoals de poging van het patriarchaat van Moscou en van de Russische Federatie om zich meester te maken van de kerken van Biarritz en van Nice.

  Na de liturgie, in de loop van de morgenzitting, werden drie onderrichtngen gegeven aan de deelnemers. André LOSSKY, professor aan het instituut Sint Serge heeft een uiteenzetting gegeven over : “De biecht : enkele historische kenmerken en hun betekenis voor vandaag”. Hij onderscheidt drie periodes in de praktijk van het berouw in de kerk. Hij heeft eraan herinnerd dat er in de beginperiode van  de Kerk , na zware fouten, geen terugkeer mogelijk was tot de communie . Men moet wachten tot de 3e-4e eeuw, tot de patristieke getuigenissen een bewustwording  kenbaar maken van een mogelijk berouw door middel van een persoonlijke inwendige biecht. De tweede periode, vanaf de 6e eeuw, wordt gekenmerkt door de verschijning van de ascetische codexen van monastieke oorsprong, genoemd “Nomocanons”. Deze canons hadden een dubbele invloed, de één positief, in de mate dat zij er niet alleen in bestonden de zware fouten te herkennen, maar “een instrument werden voor het zoeken naar volmaaktheid of onze opgang naar God”, het andere , negatief , in de mate waarin men  nogal vlug de regels welke de straffen voorschreven in functie van de zwaarte van de fouten, op een “legalistische”wijze werden toegepast. De derde periode, vanaf het begin van de 17e eeuw, is in Rusland althans gekenmerkt door het introduceren van een latijnse absolutie-formule, volgens dewelke de biechtvader spreekt in de eerste persoon. Dit versterkt nog het juridisch karakter van de biecht. Als conclusie heeft André LOSSKY nog onderlijnd dat, onder de “positieve invloed” van de Nomocanons, de biecht moet worden opgevat als een “therapeutische act” die als functie heeft : de ” reïntegratie in de Kerk” van hem die door de zonde van God was verwijderd. Het gaat dus om een ‘daadwerkelijke ervaring van de oneindige barmhartigheid van God , doeltreffend en concreet , weg van elke vorm van juridisme” aldus de spreker..

  In de tweede onderrichting, heeft Vader Nicolas OROLINE, professor aan het instituut Sint Serge een reflexie gegeven over “drie symptomen van een diepe crisis” van de biecht. Hij heeft vooreerste de noodzakelijkheid onderlijnd om het misverstand uit de weg te ruimen tussen de band die vandaag de dag ipso facto bestaat tussen biecht en communie. De regelmatige communie is verbonden met het koninklijk priesterschap, ontvangen door alle gedoopten, er is geen enkel verschil tussen clerici en leken. “Onder westerse invloed denken té veel mensen dat alleen de priester elke zondag mag communiceren zonder voorafgaande biecht”, aldus de spreker, terwijl de clerici in werkelijkheid niets anders doen dan de praktijk van de oude Kerk bestendigen. ” Men kan er zich vandaag de dag alleen maar in verheugen, dat meer een meer gelovigen de frequente communie beoefenen”. Maar dit heeft het verergeren van een  “een gevoel van onbehagen betreffende de biecht”, als paradoxaal  logisch  gevolg. Volgens Vader Ozoline, wordt dit fenomeen verklaard door twee strekkingen.

De eerste strekking heeft te maken met een zuiver “juridische ” benadering, waar de biecht wordt opgevat als een opsomming van overtredingen, en de absolutie als een “magische formule”, die zou werken “zelfs onafhankelijk van de gesteldheid van de penitent”. De tweede benadering is van “psychoanalitische” orde, zij herleidt de biecht of tot een “analyse”, of tot een “spiritueel gesprek”. In beide gevallen, is de biecht beroofd van haar betekenis, want, in het sacrament van het berouw, is de priester geen “voorspreker”, maar “een getuige en een bemiddelaar bij God”.

  Vader Nicolas Ozoline is vervolgens ingegaan op het fenomeen van de “mladostertsy” ( russische term om zeer jonge priesters aan te duiden die zich ten onrechte de rol van bekwame geestelijke vaders aanmatigen), een verschijnsel welke hij heeft gedefinieerd als een poging van sommige jonge priesters, om een macht over de biechtelingen uit te oefenen. Het gaat hier om een wijd verspreide ontsporing in Rusland sinds de val van het communisme en die officieel is veroordeeld door de patriarch van Moscou ALEXIS II en door de heilige synode. Hij heeft nochtans geconstateerd dat deze afwijking  “inherent is  aan het systeem”, want in de actuele russische Kerk zijn de jonge priesters, vanaf het begin van hun ambt “gedwongen om te biechten zonder pastorale of spirituele ervaring”. Dit was niet zo in het oude Rusland (vóór de 18e eeuw), evenmin is dit het geval in de actuele praktijk van de orthodoxe Kerken van Griekenland en het Nabije-Oosten, waar nog altijd de instelling bestaat van de “pneumatikoi” (in het russisch “doukhovniki”), de “biechtvader, vertrouwensman”. Dit zijn priesters welke een bijzondere zegen van de bisschop hebben ontvangen om biecht te horen. “Ik zou willen pleiten voor  de geleidelijke terugkeer naar het systeem van de “doukhovniki”  binnen ons aartsbisdom”, was zijn conclusie, eraan toevoegend : “Het zou ook een dienst betekenen aan hen die in Rusland zich daarvoor inzetten, en dit met vele moeilijkheden; want vanaf het moment dat men spreekt van veranderingen, zijn er oppervlakkig reacties van wantrouwen en verwerping”.

  De derde overweging werd  gegeven door Vader Michel FORTOUNATTO, vroeger priester te Londen, nu op rust in de buurt van Vichy (Allier). Hij h
ad het over de “Spirituele en theologische betekenis van het berouw” Hij heeft vooreerst de nadruk gelegd op de “dynamiek van het berouw” die zich plaatst “tussen zonde en vergeving”. Het gaat dus om een beslissend moment, of juister gezegd over een moment van daadwerkelijke “bekering”. Het berouw is een  ontologisch fenomeen waar het gevallen schepsel zoekt om genezing en om het goddelijk beeld in hem te hervinden”. Vertrekkende vanuit talrijke citaten van de Kerkvaders, maar ook van de Heilige Silouan de Athoniet (20e eeuw), heeft hij getoond hoe het appèl van de berouwvolle mens zich manifesteert, Gods trouw in acht nemend. :“God vergeeft ons en geneest ons door zijn eindeloze liefde”. Het berouw is “een tweede genade, gegeven na de doop” (Heilige Isaak de Syriër), waardoor de gevallen mens zich transformeert, van “een staat van verval” naar “een staat van onverstoorbaarheid”. Vader Michel Fortounato heeft onderlijnd, dat het berouw geen geïsoleerde daad is die gepaard gaat met de biecht . Zij moet “aanwezig zijn in alle etappes op de geestelijke weg”. De Heilige Isaak de Syriër  parafraserend, zou men kunnen zeggen dat “wij berouw nodig hebben gedurende de vierentwintig uren van de dag”.

  De onderrichtingen hebben  de gelegenheid gegeven tot een debat over onderwerpen zoals :het onderscheid tussen het sacrament van het berouw en de openheid van gedachten, het onderscheid tussen de priester biechtvader en de geestelijke leider, de noodzaak van een spirituele rijpheid om biechtvader te zijn maar ook om priester te zijn, de betekenis van het gewijde ambt en de charisma’s binnen de Kerk , de plaats van de biecht als een kerkelijke daad in het kader van de parochie en vooral van de zondagse liturgie, plaats van samenkomst bij uitstek…. De namiddagzitting was gewijd aan ateliers rond reflexie en discussies over verschillende thema’s : “De praktische vormen van de biecht”, “Biecht en eucharistische communie”, “biecht van de jongeren” enz..

Vrij vertaald uit SOP 310 – Juli/Augustus 2006

door Kris B

zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar

Homilie voor het Paasfeest; PG 36, 624

 

 

“Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn”

   Sommigen zijn onzeker geworden door de tekenen van het Lijden op het lichaam van Christus en vragen zich af : “Wie is die Koning der Glorie?” (Ps 23,7). Antwoord hen dat het de krachtige en machtige Christus is (v.8) in alles wat Hij altijd gedaan heeft en altijd zal doen… Laat hen de schoonheid zien van het kleed dat het lijdende lichaam van Christus draagt, dat door het Lijden mooier is geworden en omgevormd door de straling van zijn goddelijkheid. Dit glorieus kleed waarvan God het mooiste en waardigste voorwerp maakt om door de wereld bemind te worden… Is Hij minder omdat Hij zich nederig maakt voor jou? Is Hij verachtelijk omdat Hij als Goede Herder zijn leven geeft voor zijn schapen? (Joh 10,1) Hij kwam het verdwaalde schaap zoeken en toen Hij het gevonden heeft, heeft Hij het op zijn schouders teruggebracht; deze schouders hebben het kruis gedragen voor het schaap. En toen Hij het teruggebracht heeft, heeft Hij het ondergebracht bij de schapen die in de stal zijn gebleven (Lc 15,4v). Acht jij Hem minder groot omdat Hij een doek omdeed om de voeten van zijn leerlingen te wassen en hen daarmee toonde dat de beste wijze om zich te verheffen, zich te vernederen is? (Joh 13, 4; Mat 23,12)… Omdat Hij zich vernederd heeft, zijn ziel naar de aarde boog om hen die onder het gewicht van de zonden gebukt gaan, te verheffen? Verwijt je Hem dat Hij met de tollenaars en de zondaars gegeten heeft omwille van hun heil? (Mt 9,10)

    Hij heeft vermoeidheid, honger, dorst, angst en tranen gekend, toen Hij de wet van de menselijke natuur volgde. Maar wat heeft Hij niet gedaan als God?… Om te leven, hadden wij een God nodig die mens werd en die onsterfelijk werd. Wij hebben in zijn dood gedeeld, die ons zuiverde; door zijn dood deelt Hij met ons de Verrijzenis; door zijn Verrijzenis laat Hij ons delen in zijn heerlijkheid.

 

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Johannes van Damascus : Homilie over de Transfiguratie van de Heer

H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar

Homilie over deTransfiguratie van de Heer, 18 ; PG 96, 573

 

 

“Dit is mijn geliefde Zoon”

   “Een stem kwam uit een wolk en zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, aan wie Ik al mijn liefde heb gegeven, luister naar Hem!” (Mt 17,5). Dit zijn de woorden van de Vader die voortkomt uit de wolk van de Geest: “Dit is mijn geliefde Zoon, Hij die mens is en die de verschijning van een mens heeft. Hij is mens geworden, Hij heeft nederig onder ons gewoond; nu straalt zijn gelaat, dit is mijn geliefde Zoon; Hij bestaat al van voor alle tijden. Hij is de eniggeboren Zoon van de ene God. Hij is door Mij, de Vader, buiten tijd en in eeuwigheid, verwekt. Hij is niet na Mij tot bestaan gekomen, maar Hij is van alle eeuwigheid van Mij, in Mij en met Mij”…

    Het is uit welwillendheid van de Vader dat zijn enige Zoon, zijn Woord, vlees geworden is. Het is uit welwillendheid dat de Vader in zijn Zoon het heil voor de gehele wereld heeft vervuld. Het is uit welwillendheid dat de Vader de eenheid van alles in zijn enige Zoon heeft gemaakt… Werkelijk het beviel de Meester van alle dingen, de Schepper van het Universum, om in zijn enige Zoon, de goddelijkheid en de menselijkheid te verenigen en door haar, elk schepsel, “opdat God alles in allen wordt” (1Kor 15,28).

   “Dit is mijn geliefde Zoon, ‘de straling van mijn heerlijkheid, de afdruk van mijn wezen’ door wie Ik ook de engelen heb geschapen, door wie de hemel bevestigd werd en de aarde gegrondvest. Hij ‘draagt het universum door zijn almachtige woorden’ (Heb 1,3) en door de adem uit zijn mond, dat wil zeggen de Heilige Geest die gidst en leven geeft. Luister naar Hem, want degene die Hem ontvangt, ontvangt Mij (Mc 9,37), Ik heb Hem gezonden, niet omwille van mijn hoogste macht, maar op vaderlijke wijze. Als mens werd Hij immers gezonden, als God blijft Hij in Mij en Ik in Hem… Luister naar hem, want Hij spreekt woorden van eeuwig leven” (Joh 6,68).

 

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Cyrillus van Jeruzalem : Petrus trok Hem terijzede en begon tegen te spreken

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar

Doopcatechese nr. 13, 3.6.23  (vert. brevier)

 “Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken”

  

pETRUS 555

We hoeven niet beschaamd te zijn over het kruis van onze Verlosser. Integendeel we moeten erop roemen. Het woord kruis is een aanstoot voor de joden en een dwaasheid voor de heidenen, maar voor ons betekent het redding. Voor hen die verloren gaan, is het kruis een dwaasheid , maar voor ons die gered worden, is het de kracht van God (1Kor 1,18-24). Want het is geen doodgewone sterveling die voor ons is gestorven, maar de Zoon van God, de mensgeworden God. Het lam dat geslacht werd volgens de opdracht van Mozes, heeft de verderfengel (Ex 12,23) geweerd. Maar heeft het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt (Joh 1,29), niet veel meer gedaan door ons te bevrijden van de zonden?

  Niet onder dwang heeft Hij zijn leven gegeven en evenmin is Hij met geweld ten offer gebracht, maar uit vrije wil. Luister naar wat Hij zegt: “Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen” (Joh 10,18). Vrijwillig geef Ik Mij over aan de vijanden. Als Ik het niet wilde, gebeurde het niet. Hij kwam dus uit vrije keuze tot zijn lijden, blij met zijn buitengewone daad, glimlachend om zijn krans, verheugd over de redding van de mensen, en zonder schaamte over het kruis,, want het was om de hele wereld te redden. Het was geen gewoon mens die leed, maar de mensgeworden God, strijdend om de prijs van gehoorzaamheid.

  Verheug je om het kruis niet alleen ten tijde van vrede, maar bewaar het geloof ook als je wordt vervolgd. Wees niet Jezus’ vriend in tijd van vrede en in oorlogstijd zijn vijand. Nu krijg je de vergeving van je zonden en de geestelijke gave die jouw Koning schenkt. Als de strijd losbrandt, vecht dan moedig voor je Vorst. Jezus die zonder zonden was, is voor jou gekruisigd… Niet jij verleent de genade, want jij hebt het eerst ontvangen. Nu geef jij dank en betaal je je schuld aan Hem die op Golgotha gekruisigd is voor jou.

 

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Hiëronimus : Commentaar op het evangelie van Marcus, 2

H. Hiëronymus (347-420), priester en vertaler van de Bijbel, Kerkleraar

Commentaar op het evangelie van Marcus, 2 ; PLS 2, 125v

 genezing lamme

 “Jezus nam haar bij de hand, en richtte haar op”

“Jezus trad nader, vatte haar bij de hand, en richtte haar op”. Deze zieke kon immers niet zelf opstaan; ze was bedlegerig en kon niet voor Jezus gaan staan. Maar de barmhartige geneesheer ging zelf naar het bed toe. Degene die het zieke schaap op zijn schouders had gedragen (Lc 15,5) trad nu nader tot dit bed… Hij komt steeds dichterbij om nog beter te kunnen genezen. Let op hetgeen hier geschreven werd …”Je had me vast tegemoet moeten komen, je had me moeten ontvangen op de drempel van je huis; maar dan zou je genezing niet zozeer het resultaat zijn van mijn barmhartigheid alswel van jouw wil. Omdat een zo hoge koorts je velt en je belet om op te staan, kom Ik zelf”.

 “En Hij richtte haar op”. Aangezien ze zelf niet op kon staan, richt de Heer haar op. “Hij vatte haar bij de hand, en richtte haar op”. Toen Petrus midden op zee in gevaar was, op het moment dat hij zou gaan verdrinken, greep Hij hem ook bij de hand en Hij richtte hem op… Wat een mooi teken van vriendschap en affectie voor deze zieke! Hij richtte haar op, door haar bij de hand vast te houden; zijn hand geneest de hand van de zieke. Hij pakte die hand vast zoals een geneesheer dat zou doen, neemt de pols en kijkt hoe hoog de koorts is, Hijzelf is tegelijkertijd de geneesheer en het geneesmiddel. Jezus raakte haar aan en de koorts verdween.

  Laten wij ook wensen dat Hij onze hand aanraakt opdat zo onze handelingen gereinigd worden. Dat Hij ons huis binnenkomt: laten we eindelijk uit ons bed opstaan, laten we niet blijven liggen. Jezus bevindt zich aan ons bed en wij blijven liggen? Kom op, sta op!…”Hij, Die gij niet kent, staat midden onder u” (Joh 1,26); “Het Koninkrijk van God ligt binnen uw bereik” (Lc 17,21). Laten we geloof hebben en we zullen Jezus bij ons aanwezig zien.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Klein spiritueel compas voor onze tijd

 

Klein spiritueel kompas voor onze tijd

Een boek van Olivier Clément

 Kruis444

« West Europa zit gewrongen tussen de keuze van het niets en de heiligheid, tussen de dwaasheid en de Drie-enheid… Datgene wat in de zogenaamde christelijke maatschappijen kon blijven voortbestaan stort ineen of verinnerlijkt zich. Een ganse jeugd groeit op, begerig naar een eenvoudig geloof, eenvoudig uitgedrukt….» Hoe kan men ten volle zijn roeping van leek in navolging van Christus «in Christus» op zich nemen ? De zorg voor de armen, de dialoog met andere religies en christelijke belijdenissen ?  En vooral, een ander kijk op de dingen, een welwillendheid van het hart…. « Alleen het christendom dat diep en grootmoedig is kan het kompas vormen die ons moet toestaan te zeilen op de oceaan van deze moeilijke en gecompliceerde wereld », aldus Olivier Clément in de klein boekje dat verschenen is bij uitgeverij Desclée de Brouwer, onder de titel «Klein spiritueel kompas voor onze tijd  (Petite boussole spirituelle pour notre temps) (144 pp., 15 €). Het voorwoord is van Andréa RICCARDI, stichter van de Sint Egidiusgemeenschap te Rome. Het werk brengt meerdere essais samen die tot stand zijn gekomen in het kader van deze gemeenschap. Wij geven hieruit enkele goede bladzijden.

De verwereldlijking, is de werkelijkheid waarin we ondergedompeld zijn. De seculiere maatschappij is in zekere zin onze leefomgeving, de lucht die wij inademen, zelfs wanneer wij slapen. Christen zijn vandaag vertrekt vanuit deze vaststelling.

Elke leek ( van het grieks laikos) is lid van de laos, het volk, in ons geval, van het volk van God. Als gedoopte, gezalfd in de Geest (Chrisma), is hij «koning, priester en profeet». Koning, om zijn bestemming te trachten te ordenen in de diepste betekenis van het woord; priester, om als offergave te zijn voor de mensen en de dingen van de wereld; profeet, om zich in te schrijven in het uitzicht op het meer, het andere, in het dagelijks leven van de mensen, en daardoor hun de toekomst te openen.

Er kunnen geen professionelen zijn van het christendom. Men heeft dit wel zo geloofd in de loop van de eeuwen christendom, met de leidende rol die aan  de clerus werd gegeven, en deze van inspiratie en voorbeeld gegeven aan de monniken.

Vandaag nochtans bemerkt men in ons land dat de clerus geen geprivilegieerde oligarchie meer is maar dat ze samengesteld is uit mensen die moeten gedefinieerd worden als dienaars, onder, veeleer dan boven de anderen . Wat het monnikendom betreft, het vormt nog altijd zoals de heilige Johannes Chrysostomos het uitdrukte, een « heilige afwijking », noodzakelijk geworden door de lauwheid van de christelijke wereld. In de 13e eeuw bijvoorbeeld, wanneer gans de Oosterse wereld was gedoopt, betekende zich bekeren monnik worden. Vandaag betekent dit eerder : trachten christen te worden, ’t is te zeggen, zich ernstig engageren in de Kerk, in dienst van Christus, en dus, in de kracht van de Verrijzenis, in dienst van de anderen.

Tussen de verwereldlijking en de liturgie,

Een verrassende vruchtbaarheid.

De afstand tussen leken en monniken, negatief voor de eerste, is vandaag een afstand geworden tussen atheïsten, agnostici, gnostiekers (is voor niemand nog negatief) en Christenen die hun christen zijn proberen te beleven.

Een christelijke leek is dus volledig verantwoordelijk ( met alle anderen «een stem in het koor»» zoals Siniavski het zei) voor de Kerk en haar uitstraling. Het is dus goed, zelfs al is het moeilijk, dat hij ondergedompeld  wordt in de seculariteit, waaraan hij deelheeft, hoe weinig het ook is, om de vernietigende neigingen af te wenden en de kiemen van het ware leven in zich te verdiepen.

Gedurende vele jaren, ik heb geschiedenis gedoceerd in een groot lyceum van Parijs. Ik heb nooit getracht om mijn leerlingen te bekeren (ik was ertoe gehouden door mijn plicht als leek), maar ik heb wel getracht om hen wakker te schudden, om hen vragen te stellen, hen op weg te zetten. Hun wegen benaderden dikwijls de mijne, soms ook waren ze verder ervan verwijderd.  Er zijn beroepen waar dit onrechtstreekse getuigenis bijna niet mogelijk is; maar men kan het altijd te kennen geven in de arbeidsrelaties. De liturgie wordt, hoe dan ook, het centrum van ons leven; het gebed, die haar interioriseert en haar doet verder beleven, geeft ons de kracht om niet te vervallen in ontmoediging, bitterheid, en dikwijls om een gebaar te stellen, om een woord te spreken, dat de goede richting oppert.

Er is geen recept, het is het feit zelf van te leven tussen de verwereldlijking en de liturgie die aan ons bestaan een onverwachte vruchtbaarheid kan geven. Er zijn ook, in Sant’Egidio bijvoorbeeld, systematische engagementen in de seculariteit om dit getuigenis uit te dragen. Ik heb dat ook meegemaakt, al werkende en naast mijn professionele activiteiten,  om kleine orthodoxe gemeenschappen die in Frankrijk zelf ontstaan zijn te helpen versterken en om hen te richten op een getuigenis en een samen delen. En ik heb het gevoel dat mijn leerlingen geïnteresseerd waren in mijn lessen, juist omdat zij in mij andere bekommernissen voelden, een openheid op een andere dimensie van het bestaan.

De Bijbel doet ons houden van de actualiteit en de geschiedenis

De Bijbel maakt ons niet vreemd aan de geschiedenis . Hij is integendeel een belangrijke onuitputtelijke bron voor alles wat menselijk is. Hij is de bron van de onbewingbare belangstelling van een mensheid in haar verzuchting naar de volheid en de god-menselijkheid.

Het is Friedrich Hegel die het dagblad in onze theologische problematiek heeft binnengebracht. Voor hem realiseert de Geest, het goddelijke zich in de geschiedenis. Een geschiedenis waarvan het dagblad het symbool is. De lezing van het dagblad, zei hij, vervangt vandaag de dag het morgengebed ( men zou kunnen zeggen dat vandaag de televisie het avond gebed heeft vervangen..) Vervolgens hebben de theologen geprobeerd de zaken te regelen door te zeggen dat een christen de Bijbel in de ene hand moeten houden en het dagblad in de andere.

Men zou in de eerste plaats kunnen leren om de bijbel kritisch te laten bestuderen door de geschiedenis en de geschiedenis door de Bijbel ! De Bijbel kritisch laten bestuderen door de geschiedenis is het ontzaglijk werk van de exegese die de menselijke dimensie van de openbaring bestudeert, de oorsprong van de teksten in hun psychosociologische structuren van een bepaald tijdperk. IN de structuren en niet  de teksten die voorgebracht zijn DOOR de structuren : want de ultieme betekenis, het goddelijke deel , om aan het licht te brengen dat  de traditie niets anders is dan de Heilige Geest die aan het werk is in het Lichaam van Christus, dat ontsnapt altijd aan de geschiedenis ( en dus aan de exegese). Het is niet voor niets dat de laatste editie van La Bible de Jérusalem in voetnoot interpretatiesleutels aanreikt die dikwijls ontleen zijn aan de Kerkvaders.

De ultieme betekenis komt toe aan het spirituele

Het zijn in de grond dezelfde overwegingen die wij terugvinden wanneer het gaat over een kritische studie van de geschiedenis door de Bijbel. Men moet eerst en vooral de geschiedenis op de meest  eerlijkste manier bestuderen, door elke ideologische verklaring uit te sluiten.  Bijvoorbeeld de onderbouw en de bovenbouw van de marxistische vulgaat, in de mate dat alle structuren niet ophouden de één over de andere te domineren. Het is een benadering die bruikbaar kan zijn (economisch, sociaal, psychologisch, religieus), zonder dat één ervan, door middel van een gewetensvolle analyse,de pretentie zou hebben het laatste woord te hebben. Voor mij is hét model in dit domein de historische en religieuze anthropologie van Alphonse Dupront.

Ook hier is de ultieme betekenis, de «mèta-historie» zoals Nicolas Berdaev het gezegd heeft :  tegelijk een globale visie en een overschrijding ervan. Een eschatologische verlichting in het weigeren van  elke «ont-menselijking» door het millenarisme of het messianisme.

Maar men moet antwoorden en niet vluchten. Bemin God  met gans uw wezen, zegt Jezus, en de naaste als uzelf. En deze twee geboden kunnen niet gescheiden worden. De mens en vooreerst de armste, is het sacrament van God voor de mens, zegt de parabel van het laatste Oordeel, hoofdstuk 25 van het evangelie volgens Mattheüs. Iedere keer dat je concreet goed doet aan de kleinsten, heb je het aan Mij gedaan. Men kan «beschouwen» zonder zijn naaste te dienen : God zien in het gelaat van de andere, in het arme en naakte gelaat, zo broos (Emanuel Levinas). Indien er tijdens uw gebed een bedelaar een bol soep komt vragen, twijfel niet, stop uw gebed  en maak een bol soep klaar en geef het hem, heeft een Mystieker ooit gezegd (Meester Eckhart, ik geloof).

En wederkerig : geen dienst van de naaste zonder innerlijke openheid op een ander licht. Alleen dit kan uitputting, vermoeidheid en bitterheid vermijden. Alleen dit kan aan de verbeelding onverwachte initiatieven tot stand brengen die dikwijls door anderen als onmogelijk werden bestempeld….

Een theologie van de vriendschap

Er is in onze samenleving een grote aansporing om aan onszelf te denken. En alleen hieraan. Het is de enige mantra die haar lokroep niet vermindert, zelfs in de grote veranderingen die wij nu moeten ondergaan, deze van de denkbeeldige wereld, van de waanzin van de grote steden, op het einde van het optimisme die volgt op 11 september 2001.

De christelijke broederschap kan alleen maar afstand nemen van een gejaagde, individualistische maatschappij. Het veronderstelt tijd en een zekere graad van communio. Het veronderstelt stil te staan dicht bij de ander. De vriendschap is hier een fundamentele dimensie. In het Oud Testament, is «zijn zonder vriend» verwand met « zijn zonder God ». De mens in een liberale maatschappij heeft slechts zelden vrienden : hij heeft relaties, kennissen , waarvan hij gebruik maakt voor eigen belang. Men vindt anderzijds in het Oude Testament, voornamelijk in het boek Ecclesiasticus  en in het boek der Spreuken een gelijkaardige opvatting van vriendschap : De vriend is een steun, een verdediging, maar weldra wordt alles gedragen door een spirituele opvatting van vriendschap. De horizontale lijn, gericht op het nut, wordt afgesneden door de verticale lijn die de transcendentie aanduidt. Zo is een vriend helpen « een offerande aan de Heer » (spr.14,11), « Een broer die gesterkt wordt door een andere broer is sterk als een vesting » (Spreuken 18,19). De vriendschap tussen David en jonathan staat boven elke utilitaire conceptie : « de ziel van Jonathan hecht zich aan de ziel van David, en Jonathan beminde hem zoals zichzelf» (1 Sam.18,1). Een tragisch element verschijnt, als een vooruitlopen op het kruis .

Jezus realiseert in zich de éénheid van alle mensen. Deze eenheid drukt zich uit in verschillende gradaties van bewustzijn en intensiteit om uiteindelijk uit te monden in de persoonlijke vriendschappen van Christus, vooral met Martha, Maria en Lazarus. Het is betekenisvol, dat de enige volwassene die hij van de dood heeft gered, één van zijn persoonlijke vrienden was, Lazarus. Op de drempel van Zijn lijden, noemt hij de apostelen zijn «vrienden». « Wanneer twee of drie in Mijn Naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden» (Matth.18,20).

De vriendschap verschijnt als een voorrecht van de christelijke gemeenschap. Dat wat ook het persoonlijk karakter en niet enkel het gemeenschappijke van de vriendschap van Christus onderlijnt, is, dat Hij Zijn apostelen twee aan twee uitzendt. (…)

De kracht van het gebed

Het is wonderlijk om te zien met welk gemak velen onder ons zich verstoken voelen van het noodzakelijke. Het gaat hier niet om voedsel, maar van het gebed die ons helpt om onszelf terug te vinden, om afstand te nemen en ons dichter te brengen tot het leven en de relaties met anderen in het persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Het is een bron van energie die nooit uitgeput kan geraken.

Het gebed opent de mens op God en opent dus de geschiedenis op God. Tegelijk staat het ons toe om volledig zichzelf te zijn, want in het diepst van zijn wezen is hij in relatie met God, deze God waarvan hij het beeld is. Zo wordt het gebed niet uit ons geboren, maar het is ons gegeven. De Heilige Geest, zegt sint Paulus, bidt in onze harten murmelend «Abba, Vader» (Gal.4,6); Rom.8,15). Zeker «wij weten niet wat we moeten vragen om te bidden zoals het hoort», maar de Geest «komt onze zwakheden te hulp» (Rom.8,26).

Het gebed is altijd dicht bij mij. In een zekere zin is mijn bestaan zelf gebed, maar op een onbewuste manier. Op momenten van crisis, op hoogtepunten of bij een intense stilte kan het gebed opwellen uit het hart. De kerkelijke discipline, het avond en morgengebed, de zondaagse Liturgie, zelfs indien ze beleefd wordt in een zekere dorheid, dragen bij om ons hart te ontlasten van verstrooidheden en zorgen die ons onttrekken aan onze kostbare schat. De meditatie, bij voorkeur uit de Heilige Schrift, kan ons doen openstaan voor de adem van de Geest ( het volstaat om te weerstaan aan de bekoring om voldoening te vinden in zichzelf, in een soort kinderlijke eenwording…) Het gemeenschappelijk gebed, gedragen door de zang, indien zij ten minste niet vervalt in ritualisme of  in de cultus van de schoonheid, is ook een belangrijke weg. Wij zijn geroepen om te worden wat wij in het diepste van onszelf zijn :  «levende gebeden» (André Louf).

Zeker, in onze huidige cultuur is het moeilijk om tot bezinning te komen. Maar wij kunnen elke dag, ’s avonds, met de deur gesloten, telefoon afgehaakt, enkele minuten stilte in acht nemen. Wij moeten onze relatie met de tijd losser beleven om meer en meer tijd vrij te maken voor verwondering, om «de eucharistie te beleven in alle dingen», zoals de heilige Paulus het ons heeft gevraagd. (…)

De liturgie is de vurige gloed van Christus die ons vrij maakt

Wij leven in een overdonderend lawaai en zijn soms niet in staat tot een waarachtig woord over onszelf en de anderen, over de schepping. Er is ook een verdovende stilte, maar zij bevindt zich juist in het innerlijke leven. Ook hiervan moet men zich bevrijden.

Het christelijk leven wordt ervaren en voedt zich door de liturgie.  Het griekse woord betekent «het werk van het volk». Zij is immers de communio die God ons geeft in de mate dat wij ze in ons opnemen door Zijn Woord te horen, door het brood in ons op te nemen die Zijn Lichaam is geworden.  In het hart van elke liturgische ontplooiing  bevindt zich de eucharistie, en dit woord drukt onze dankbaarheid uit : eucharistô in het grieks betekent ook nog vandaag eenvoudigweg : dank u.

Zo is de liturgie fundamenteel het celebreren van de verrezen Christus die de Heilige Geest in ons tegenwoordig stelt. Elke officie, hoe kort ze ook mag zijn, is een zonnestraal van Pasen. Wij aanvaarden het in vriendschap en verzoening, het vereist een «vredeskus». De liturgie is noodzakelijk persoonlijk en noodzakelijk gemeenschappelijk, over de grenzen van elke passiviteit en eenzaamheid heen. Zij offert onze zorgen en ons lijden, zij biedt ons de grote zon die God is aan, en maakt ons vredig en geneest ons. Ze geeft ons ook de sterkte – hoe weinig het ook mag zijn – om te bedaren en te genezen. (…)

De wereld is geschapen om eucharistie te worden. (…) Er is in het hart van de dingen een stille celebratie. Het is aan de mens om er op in te gaan. God vraagt in Genesis om de levenden een «naam te geven ». Want de mens is tegelijk van de hemel en van de aarde.  En God heeft de wereld aan de mens gegeven opdat de twee, God en mens, van de wereld één groot liturgisch gedicht zouden maken (…)

Christus is niet alleen het hoofd, aldus een byzantijns mystieker uit de 14e eeuw, Nicolas Cabasilas, maar hij is ook het hart van de Kerk. Door de eucharistie wordt Hij ons hart. In dit hart, waar het vuur voortaan brandt, is het van belang dat de intelligentie van het hoofd en de vervoering  van de eros zich transformeren in  de smeltkroes van Christus. Dan opent zich, wat de oude asceten noemden het «oog van het hart», het «oog van het vuur», en dit oog, deze kijk openbaart in de menselijke relaties evenals in de relatie tussen de mens en het universum uiterst kleine dingen die nochtans oneindige eucharistische mogelijkheden inhouden.« Brengt dankzegging voor alles» ’t is te zeggen verwezenlijkt eucharistie, zegt de apostel (1 Thess.5,18). Het is wellicht de beste definitie van het christelijk leven.

Een grote nood aan het Evangelie

Er is een grote nood aan het Evangelie in onze maatschappijen. Hoe meer het het patrimonium is geworden van een minderheid, hoe meer we er nood aan hebben, niet als een beknopt handboek van tegengestelde waarheden, maar veel meer als een taal die de absolute liefde van de vader uitdrukt voor de zoon die gans zijn bezit had verkwanseld en zonder enig bezit overbleef.

In de geseculariseerde en ontwikkelde maatschappij ontwikkelen zich tegelijkertijd fenomenen die in contradictie schijnen te zijn met elkaar, maar die sterk met elkaar verbonden zijn :  een gekleurde onverschilligheid  en een zekere vijandschap tegenover het christianisme (…); een verwarrende ideologische handel die het succes van het geld, het verlangen en het vermaak ophemelen (…);  ongebreidelde ideologieën die het accent leggen op de éros en de cosmos, op wetenschappelijk gefundeerde meditaties (…). het gemeenschappelijk punt is het zoeken naar een geheel van gevoelstoestanden, wellicht het hoogtepunt van narcisme; de groeiende oppositie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. (…)

In deze context kan het getuigenis van het Evangelie slechts gaan via het bewustzijn, de vrijheid. Ook via een strijd voor een betere herverdeling van de bronnen van de planeet. Via het voorbeeld en het leven (…)

Gaan naar een nieuwe heiligheid

Wij moeten gaan naar een nieuwe heiligheid, open zowel op de Geest als op gans de complexiteit van het sociale, culturele en kosmisch leven. Maar in dit kader eist het getuigenis ook een grondige verandering van zijn inhoud. Wij maken een fundamentele wijziging mee in het beleven van het christendom.  Een vernieuwd nadenken over het kwaad dient zich aan, over de God van de kénose, over de notie zelf van almacht – en dus over de hel (…)-, over de geschiedenis en de eschatologie, over de eros en over de cosmos, over de persoon en de communio, en dit in het licht van de Drie-eenheid die tegelijk volheid van de eenheid en volheid van de verscheidenheid is. Er moet eveneens een nieuwe bezinning komen over de techniek : want niet alles wat mogelijk is, is ook wenselijk.

De christelijke monniken van Oost en west kunnen ons veel zeggen. Zij kennen de wegen naar de «plaats van het hart», maar zij plaatsen de innerlijkheid altijd in het perspectief van de communio en de kennis in het perspectief van de liefde. De innerlijkheid heft het mysterie van de ander niet op maar openbaart het. Het gezicht en het oneindige zijn gedeeltelijk verbonden. Men moet dus, naar mijn mening, het moderne humanisme onderzoeken en tegelijk de nabijheid van het mysterie in de innerlijkheid levend houden, zoals de kosmische symbolen. Er is geen oppositie tussen deze twee bewegingen van het hart en de geest, zelfs indien wij in het Westen gewoon zijn een soort van natuurlijk scheiding te zien tussen de ruimte van God en de ruimte van de mens alsof het mogelijk was om er een scheidingslijn door te trekken. Maar indien de scheidingswand die er bestaat tussen de eisen om God te ontmoeten door de mens te miskennen of de mens te begrijpen door abstractie te maken van God, afgebroken wordt, zal men ontdekken dat de kosmos en de geschiedenis de enige mogelijke plaatsen en de taal zijn voor hun ontmoeting (…)

Uit SOP 334 – Januari 2009

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Nicolas Lossky : Eucharistische gestvrijheid

EUCHARISTISCHE GASTVRIJHEID

 

Vader Nicolas Lossky

 

Laatste avondmaal ethiopisch

In de inter-confessionele context waarin we leven, wordt dikwijls de vraag gesteld waarom er niet zuiver en eenvoudig vrijheid wordt gelaten op het domein van de deelname aan de Eucharistie. Men weet dat de orthodoxen, die toch deelnemen aan de oecumenische Beweging, en dit sedert het begin van de XXe eeuw, zich hebben verzet tegen wat men moemt de ‘eucharistische gastvrijheid’.  Met uitzondering van een aantal gevallen waar de bisschop of zijn afgevaardigde die de celebratie uitvoert, om pastorale redenen, die deel uitmaken van zijn verantwoordelijkheid tegenover God, toch sommige niet-orthodoxen toelaat tot de communie. De regel wil dat alleen  leden  van de orthodoxe Kerk die niet geëxcommuniceerd zijn toegelaten worden. De uitzonderlijke gevallen waarvan sprake zijn het gevolg van wat de orthodoxen de ‘economia’ noemen, een begrip dat dikwijls verkeerd begrepen wordt. Het gaat hier niet om een  ‘afschaffing’ van een regel, maar om een ‘ niet toepassen’ ervan en dit in specifieke gevallen die voortkomen uit pastorale noodzaak. De regel blijft bestaan. Het is dus van belang om te onderzoeken waarom de orthodoxe Kerk slechts orthodoxen toelaat tot de communie.

De eerste reden  houdt verband met de orthodoxe opvatting van de eucharistie – een opvatting welke de orthodoxen trouwens delen met de katholieken. De eucharistie vertegenwoordigt de ultieme uitdrukking van de eenheid van de Kerk. Zij is de Kerk. Dit impliceert een totale eenheid in de belijdenis van het geloof, voor alles het geloof in de goddelijke Drieeenheid dat zich aan ons geopenbaard heeft in de menswording van Jezus Christus, de God-mens die ‘één is van de Heilige Drieeenheid’. Deze eenheid in de trinitaire geloofsbelijdenis impliceert een juiste ecclesiologie, wat de heilige Paulus uitdrukt als hij schrijft aan de Kerken, bijvoorbeeld ‘tot de Kerk van God te Korintië…'(1Kor.1,2 en 2 Kor.1,1). ‘Kerk van God’ betekent hier wat een weinig later Ignatius van Antiochië zal noemen ‘katholieke Kerk’, niet in de betekenis van ‘universeel’, maar wél de Kerk die de volheid van het geloof belijdt, die de volheid van de Openbaring (kath’olou = volgens alles)ontvangt. Men herinnert zich dat de heilige Ignatius deze uitdrukking gebruikt in verband met het Godsvolk, verzameld rond de bisschop, dat tegelijk universeel is, omdat het in communio is met alle eucharistische  bijeenkomsten ‘die overal de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen’ (1 Kor.1,2).

 De orthodoxe ecclesiologie veronderstelt dus een band tussen het volk van God en de bisschop die voorgaat maar die in zijn hoedanigheid van voorganger niet ophoudt deel uit te maken van dit Godsvolk.

 Dit brengt ons tot een ander aspect van de orthodoxe ecclesiologie, een aspect die ons beter zal toelaten, zelfs als onze christelijke broeders en zusters het er niet mee eens zijn, de zeer belangrijke reden van de orthodoxe  aarzeling ten overstaan van de eucharistische gastvrijheid te begrijpen. De verzameling van het Godsvolk, voorgezeten door de bisschop, is een vergadering die verenigd is in geloof en waar allen mede-verantwoordelijkheid dragen voor dit geloof. Er zijn in de Kerk geen passieve leden. Er zijn  in de orthodoxe ecclesiologie geen begrippen als ‘de lerende Kerk’ en de ‘onderwezene Kerk’. Allen zijn verenigd in een communio die zich aldus uitdrukt (zoals in de Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos) : ‘Laat ons elkander beminnen, om in eenheid te belijden : de Vader, de Zoon en de heilige Geest, Drieeenheid, die éénwezenlijk en ondeelbaar is’. Het gevolg is, dat de verzameling van gelovigen en de clerus geroepen zijn om gericht te zijn naar de eenheid in verscheidenheid (of  naar de verscheidenheid in de eenheid), waarvan het mysterie van de absolute eenheid in de verscheidenheid niet minder absoluut is dan deze van de Heilige Drieeenheid, twee absoluut-heden, wat filosofisch gezien een absurditeit is, een ‘tegenstrijdigheid’ zoals de heilige Gregorius van Nazianze het zegt. Hij wordt dan ook voor niets ‘de Theoloog’ genoemd.

 Indien de eucharistische bijeenkomst geroepen is tot de eenheid in verscheidenheid naar het beeld van de Heilige Drieeenheid, dan impliceert de orthodoxe ecclesiologie, maar dan begrepen als een theologie en niet als een beschrijving van een organisatie of eenvoudigweg een institutie, dat elk lid niet simpelweg een lid is van een Kerkvergadering ; elk lid is dusdanig verbonden met de anderen in Jezus Christus dat hijzelf ‘Kerk’ is. Hieruit vloeit voort, dat waar hij communiceert, het de Kerk is die communiceert. De communie kan dus niet gezien worden als een individuele daad. Als ik in een katholieke, anglikaanse of protestantse Kerk ga communiceren, en dit in het licht van wat boven gezegd is, dan stem ik in met die Kerk. Anderzijds, als men mij zegt dat het slechts een uitzondering is, een ‘profetische’daad, dan vergeet men dat niet ik alleen communiceer maar de ganse kerkelijke gemeenschap waaraan ik deelheb communiceert met mij, want in de Kerk zijn wij geroepen om de staat van individualisme te overstijgen, om een persoon te worden, dit wil zeggen ,een ‘zijn-in-communio’, zoals metropoliet Jean van Pergame (Zizioulas) het uitdrukt. Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om er aan te herinneren dat er binnen de Kerk gaan plaats is voor individualisme.

 Tot besluit kan men zeggen dat, indien men in de orthodoxe Kerk de praktijk van de eucharistische gastvrijheid systematisch en zonder discriminatie zou toepassen krachtens het zo dikwijls geciteerde  principe volgens hetwelke het de Heer is die uitnodigt en  leidt, dit zou betekenen, indien men aanvaard wat gezegd is, dat ieder die men de communie zou geven, of hij het wilt of niet, ingelijft  wordt in de orthodoxe Kerk. Maar men zou niet toelaten dat deze persoon elders te communie gaat.

Vrij vertaald uit ‘Contacts’

No 210 – 2005 door Kris B.

 

Nieuwe Russisch-orthodoxe Patriarch gaat naar Constantinopel

NIEUWE RUSSISCH-ORTHODOXE PATRIARCH NAAR CONSTANTINOPEL

patriarch Kyrill

patriarch Kyrill Bron: ROC

BRUSSEL (KerkNet/Infocatho) – De nieuwe Russisch-orthodoxe patriarch Kyrill gaat in op de uitnodiging voor een bezoek aan Constantinopel, al is nog geen datum vastgelegd. Gastheer is de oecumenische patriarch Bartholomeus. Patriarch Kyrill bezocht Istanbul al eerder, als metropoliet van Smolensk en als Russisch-orthodoxe verantwoordelijke voor de dialoog met de christelijke Kerken. De orthodoxe topontmoeting moet de samenwerking tussen beide patriarchaten versterken en de basis leggen voor een bijeenkomst van alle belangrijke orthodoxe kerkleiders.

(Kerknet)

Izaak de Syriër : Ascetische overweging

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel

Ascetische overweging

 

Isaac_le_Syrien_2B_russes_des_USA

 

“Zeer vroeg in de morgen stond Jezus op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats”

       Niets maakt een ziel zo zuiver en vreugdevol, verlicht de ziel en verwijdert slechte gedachten, als het waken dat doet. Daarom hebben onze vaderen volhard in dat zware werk van waken en ze hebben als regel aanvaard om ’s nachts wakker te blijven gedurende hun ascetische leven. Ze deden dat in het bijzonder omdat ze onze Heer met zijn levend Woord ons op verschillende plaatsen ertoe hoorden uitnodigen: “Wees waakzaam en bid onophoudelijk” (Lc 21,36) ; “Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken” (Mt 26,41) ; “Bid zonder ophouden”(1 Tes 5,17).

      En Hij vond het niet genoeg om ons alleen maar met zijn woorden te waarschuwen. Hij heeft ons ook persoonlijk het voorbeeld gegeven door de praktijk van het gebed boven alle andere dingen te verkiezen. Daarom isoleerde Hij zich voordurend om te bidden, en dat niet op willekeurige wijze, maar door de nacht als tijd daarvoor te kiezen en de woestijn als plaats, opdat ook wij in staat werden om in eenzaamheid te bidden, door de menigte en het lawaai te mijden.

      Daarom hebben onze vaderen dit hoge onderricht over het gebed ontvangen, alsof het van Christus zelf kwam. En ze hebben ervoor gekozen om te waken in gebed, op de wijze van de apostel Paulus, om vóór alles voortdurend in de nabijheid van God te kunnen verblijven door het onophoudelijke gebed… Niets van buiten bereikt hen, want daardoor zou de zuiverheid van hun intellect kunnen veranderen, hetgeen hun waken zou kunnen verstoren. Daarom vervult het waken hen met vreugde en is dit het licht van de ziel.

 Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Gregorius Palamas : Over de heilige iconen

De Heilige Gregorius Palamas : Over de heilige iconen.

 Palamas H 25

Je zal u geen afbeelding maken, noch van iets in de hemel hierboven, noch van iets op de aarde beneden of in de zee’ (Ex.20,4), in deze betekenis dat we ze niet mogen aanbidden en verheerlijken als goden. Want allen zijn schepselen van de ene God, geschapen door hem in de Heilige Geest door Zijn Zoon en Logos van God in deze laatste tijden vlees geworden uit een maagd. Hij is op aarde verschenen en werd deelgenoot van mensen. Hij heeft voor de bevrijding van de mensen geleden, is gestorven en verrezen. Hij is neergedaald met zijn lichaam in de hemelen, en « zit neer aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge »(Hebr.1,3). Hij zal wederkomen met Zijn Lichaam om levenden en doden te oordelen. Uit liefde voor Hem zal je een icoon maken, voor Hem die mens is geworden voor ons, en door Zijn icoon zal je hem in herinnering brengen en Hem aanbidden. Door de icoon zal  uw verstand op een verheven wijze het eerbiedwaardige Lichaam van de Verlosser erkennen.

Op dezelfde wijze zal je ook iconen maken van heiligen en ze vereren, niet als goden – want dit is verboden – maar omwille van onze gehechtheid, onze innerlijke genegenheid en het buitengewoon eerbewijs dat je voelt voor de heiligen. Ons verstand zal doorheen hun icoon hogerop wordt gebracht. Het was in deze geest dat Mozes iconen maakte van de Cherubijnen binnenin het Heiligste der Heiligen( Ex.25,40). Het Heilige der Heiligen zelf was het beeld van de hemelse werkelijkheid (Ex.25,40; Hebr.8,5), terwijl de heilige plaats een beeld was van de gehele wereld. Mozes noemde deze dingen heilig, hij aanbad niet datgene wat geschapen was, maar door het geschapene verheerlijkte hij God, de Schepper van de wereld.  Je moet de iconen van Christus of de heiligen niet aanbidden, maar doorheen de iconen zal je Hem vereren die in de beginnen ons heeft geschapen naar Zijn eigen gelijkenis, en die vervolgens in Zijn onuitsprekelijk medelijden er heeft in toegestemd om aan de mensen gelijk te worden en erdoor te worden gedefinieerd .

Je zal niet alleen de icoon van Christus vereren, maar ook  de gelijkenis met Zijn Kruis. Want het kruis is Christus’ groot teken en de triomf van de overwinning op de duivel en al zijn vijandige krachten. Om deze reden huiveren en vluchten ze wanneer ze de afbeelding van het Kruis zien. Eerder dan het Kruis was de afbeelding verheerlijkt door de profeten en heeft grote wonderen voortgebracht, en wanneer Hij die op het kruis hing, onze Heer Jezus Christus terugkomt om de doden en de levenden te oordelen zal dit groot en verschrikkelijk teken Hem voorgaan, vol van kracht en glorie (Matt.24,30).

Verheerlijk dus het kruis nu, opdat je dapper ernaar mag opkijken en erdoor mag verheerlijkt worden. En je moet de iconen van de heiligen vereren, want de heiligen zijn met de Heer gekruisigd, en je moet voor de verering het kruisteken maken. Zo breng je hun communio met het lijden van Christus in herinnering. Op dezelfde wijze moet je ook hun heilige schrijnen en gelijk welk reliek van het beenderen vereren, want Gods genade is niet gescheiden van deze dingen, zoals ook de goddelijkheid niet gescheiden was van Christus eerbiedwaardige lichaam in de tijd van Zijn leven-gevende dood. Door dit te doen en door hen te verheerlijken die God hebben verheerlijkt – want door hun leven toonden ze zichzelf  volmaakt in hun liefde voor God –  kan ook jijzelf tesamen met hen verheerlijkt worden door God. En met David zal je zingen : «Ik heb Uw vrienden in ere gehouden, o Heer’ (Psalm 139,17 – LXX).

 Van : ‘http://www.monachos.net/library/Gregory_palamas%

 Uit het Engels vertaald door Kris Biesbroeck