Bezinning van de week : Lucas 14,15-24/De goddelijke liturgie van de H. Bazilius- eucharistisch gebed 1e deel

Bezinning van de week

++++++++++++++++

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 14,15-24.

Een der disgenoten, die dit hoorde, sprak tot Hem: Zalig hij, die maaltijd zal houden in het koninkrijk Gods.
Maar Hij zei hem: Zeker iemand gaf een groot feestmaal, en nodigde velen uit.
Tegen het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar, om aan de gasten te zeggen: Komt, want alles staat klaar.
Maar eenparig begonnen allen zich te verontschuldigen. De eerste zei hem: Ik heb een stuk land gekocht, en moet het noodzakelijk gaan zien: ik bid u, verontschuldig me.
Een ander zei: Ik heb vijf paar ossen gekocht, en ga ze keuren; ik bid u, verontschuldig me.
Weer een ander zei: Ik heb een vrouw gehuwd, en kan dus niet komen.
De dienaar kwam thuis, en boodschapte het aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes vergramd, en hij sprak tot zijn dienaar: Spoed u naar de pleinen en straten der stad, en breng de armen en gebrekkigen, de blinden en kreupelen hier binnen.
De dienaar zei: Heer, er is gedaan wat ge bevolen hebt; en nog is er plaats.
Nu sprak de heer tot zijn dienaar: Ga uit naar wegen en heggen, en dwing ze, om binnen te komen; want mijn huis moet vol zijn.
Ik zeg u: Niet één van die mannen, die waren genodigd, zal van mijn feestmaal genieten.

Bron : Petrus Canissius vertaling

De goddelijke liturgie van de heilige Basilius (4e eeuw)  
Eucharistisch gebed, 1e deel

“Ga uit naar wegen en akkers… om mensen binnen te laten komen; want mijn huis moet vol zijn”

      Heilig, heilig, heilig, U bent waarlijk heilig, Heer onze God, er is geen enkele beperking aan uw grootheid: U hebt met recht en gerechtigheid over alle dingen beschikt. U hebt de mens gevormd met het slijk van deze aarde, en U hebt hem vereerd met het beeld van God zelf, U hebt hem in het Paradijs vol met heerlijkheden geplaatst en hem de onsterfelijkheid en de vreugde van eeuwige goederen beloofd, als hij zich aan de geboden hield. Maar hij heeft uw gebod overtreden, ware God, en verleid door de sluwheden van de slang werd hij slachtoffer van zijn eigen zonde, hij heeft zich aan de dood onderworpen. Door uw rechtvaardige oordeel werd hij van het Paradijs verbannen naar onze wereld, teruggestuurd naar de aarde waaruit hij getrokken werd.

      Maar U beschikte voor hen het heil door de nieuwe geboorte in Christus, want U hebt uw schepsel, dat U in uw goedheid had geschapen, niet voor altijd verworpen; U hebt op vele wijzen met de grootheid van uw barmhartigheid, over haar gewaakt. U hebt de profeten gestuurd, U hebt wonderen gedaan door heiligen, die U in iedere generatie aangenaam waren; U hebt de Wet gegeven om ons te redden; U hebt engelen aangesteld om over ons te waken.

      Toen de volheid der tijden kwam, hebt U tot ons gesproken door uw eniggeboren Zoon, door wie U het universum hebt geschapen; Hij is de schittering van uw glorie en het beeld van uw natuur; Hij draagt alles door zijn machtige woord; Hij heeft niet zijn gelijkheid aan God opgeëist, maar de God van de eeuwigheid is op aarde verschenen, Hij heeft met de mensen geleefd, is vlees geworden door de Maagd Maria, heeft zijn toestand als slaaf aanvaard, heeft ons gebrekkig lichaam aangenomen, om ons gelijk te maken aan zijn verheerlijkt lichaam (Heb 1,2-3;Fil 2,6-7;3,21).

      Aangezien door de mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood, heeft uw eniggeboren Zoon, Hij die eeuwig in uw schoot was, O Vader, maar die uit een vrouw geboren is, het zich tot taak gesteld om de zonde in zijn lichaam te veroordelen, opdat zij die in Adam stierven, het leven in Christus hadden (Rm 5,12;8,3). Door in deze wereld te leven heeft Hij ons heilsvoorschriften gegeven, en heeft Hij ons afgekeerd van de vergissingen van de afgoden, en heeft ons gebracht tot het kennen van U, ware God. Daardoor heeft Hij ons voor zich gewonnen als een uitverkoren volk, een koninklijk priesterschap, een heilige natie (1P 2,9).

 communion2a

 

Bron : Dagelijks evangelie  / contact-nl@evangelizo.org

 

 

 

Georiënteerd naar de bron, gekeerd naar de wereld

GEORIENTEERD NAAR DE BRON, GEKEERD NAAR DE WERELD

door 

Vader Boris Bobrinskoy

 mgo11

 

        Onlangs is mij door onze geliefde zusterparochie, de ‘antiocheense’ parochie van St.Etienne (Parijs) gevraagd om te spreken over het thema ‘Orthodox zijn in de westerse wereld’. Het is mij een genoegen om met U het eerste punt, over de  grondbeginselen zelf : Oosten-oosters en Westen-westers te hernemen.

Sedert wij weten dat de aarde een bol is, weten we ook dat er achter een Nabije-Oosten ook een Midden Oosten is ,en nog verder een Verre Oosten. Hetzelfde geldt voor het Westen. Men komt in het Verre Westen en uiteindelijk reiken de extremen mekaar en worden ze zelfs één met mekaar in goed en kwaad, enerzijds in de voorliefde van een ‘orientalisme’ zonder voorbehoud noch gezond verstand, en anderzijds in een versmelting met wat het Westen meedraagt aan vaagheid of aan spirituele vernielzucht.

 Zeker, in de tweeduizendjarige geschiedenis van het Christendom zal men spreken van het Joods-Christelijk, semitische Oosten of het arabisch,  byzantijns,  slavische, in één woord, het orthodoxe Oosten, en het latijnse Westen, germaans, anglo-saksisch, in één woord, rooms katholiek of protestants. Vervolgens de eeuwen van de verlichting, het positivisme, het secularisme, het atheïsme….Tegnwoordig is deze geo-historische afbakening verouderd en de grenzen tussen het Oosten en het Westen zijn voor het grootste gedeelte verdwenen. Het  latijnse of gereformeerde Westen wil zich als ‘universeel’ zien, en de oosterse kerken daarentegen zijn in de 20e eeuw uitgezwermd in een massale Diaspora die in  alle landen van West-Europa en de Nieuwe Wereld  vele parochies en orthodoxe bisdommen hebben doen ontstaan, die, enerzijds, verbonden blijven met hun oorspronkelijke Moederkerk, en anderzijds zoekend zijn om zich te organiseren, te verenigen, zich te structureren in lokale kerken.

Bovendien kent de materialistische secularisatie geen grenzen aan de snelle technologische vooruitgang, die grenzen opheft van landen en zelfs van continenten, en gericht is op een mondialisering waar het begrip natie, vaderland, cultuur in vraag wordt gesteld en voorgesteld wordt als verouderd en achterhaald.

Deze beschouwingen tonen goed het relatief karakter aan van het geografische en historisch besef van het Oosten en het Westen, en nodigt ons uit om dit onderwerp uit te diepen in zijn waarachtige dimensie, deze van de Openbaring van Christus waarin we de ultieme drijfveer vinden om ons te ‘oriënteren’. Vanaf de Christelijke oudheid heeft de Kerk het bewustzijn gehad van het feit dat het waarachtige Oosten, daar waar de zon opgaat, Christus zelf is. Diegene welke de liturgische teksten van de Kerstmis noemen ‘het Oosten uit de hoge’ of ‘de Zon der gerechtigheid’. Hij is het waarachtige Licht van de wereld die hen komt verlichten die in de duisternis zijn.

Wat het Westen betreft, het symboliseert enerzijds de ganse wereld die gevangen is in de duisternis van de onwetendheid, en dus in de verwachting leeft van de verlichting door de goddelijke Zon. Anderzijds zal het Westen ook de plaats zijn van de prinsen van de duisternis, van hem die zich onrechtmatig Christus’heerschappij toeeigent, van hem die Christus zal bekoren in de woestijn en Hem alle koninkrijken der wereld zal geven, van hem ten slotte,  waartoe wij geroepen zijn om eraan te verzaken, en dit vanaf ons doopsel en voor ons ganse leven.Daarom is de catechumeen, tijdens de doop-geloften gericht op het Westen en wordt hij uitgenodigd om aan de Satan te verzaken ; vervolgens richt hij zich op het Oosten en verbind hij er zich toe Christus toe te behoren, wat hij bevestigt door het opzeggen van de geloofsbelijdenis.

De doop-riten bepalen en vervolmaken ons ganse leven, en gans onze weg naar het Koninkrijk is een onophoudelijk en ononderbroken op weg gaan naar het waarachtige Oosten, terzelfdertijd is het een getuigenis tegenover het Westen, ’t is te zeggen tegenover de ganse wereld van het Heilsevangelie. Zo is ‘oosters’ zijn geen voorrecht die men heeft vanaf de  geboorte, of een natie of een cultuur, maar een roeping, een ‘worden’. ‘Men wordt niet als Christen geboren, zei Tertullianus in de 3e eeuw, men wordt het.

 Wij hebben eraan herinnerd, wat de eerste en essentiële betekenis van de begrippen ‘Oost’ en ‘West’ is, nu kunnen we terugkeren naar onze gewone kategorieën, zoeken om in onze orthodoxe traditie datgene af te bakenen wat essentieel en universeel is, maar ook om bij onze ‘westerse’ broeders deze zelfde essentiële werkelijkheden te ontdekken,  dikwijls in kiem , zonder dewelke het christendom zelf niet alleen zijn smaak, maar ook zijn transcendente en eeuwige waarheid verliest.

Welke zijn deze realiteiten die de Orthodoxie zoekt om mee te dragen en over te dragen en die wij waarnemen bij onze broeders. Dit kan wellicht het voorwerp zijn van latere uitgaven, en waarom ook niet een gelegenheid om onder mekaar van gedachten te wisselen.

Vrienden, lezers, orthodoxen in geloof en hart, laten we ons naar het ware Oosten keren, waar we ook zijn, ‘ ver-oosteren’ wij onszelf, ’t is te zeggen, laten we ons verlichten door Hem die het Licht der wereld is, en dan, laat ons geen vrees hebben om ons naar het ‘ Westen’ toe te keren, ’t is te zeggen, naar de wereld, zonder ons nochtans te ‘ver-westeren’ , want het is naar de wereld dat de Heer ons zijn Geest gezonden heeft die zal spreken en getuigen in ons en door ons.

Père Boris

Uit : Bulletin de la crypte n° 351 – Maart 2007-03-23

Vrij vertaald door Kris B.

 

       

 

 

20e zondag na Pinksteren – 6e na de Kruisverheffing

20e zondag na Pinksteren – 6e na de Kruisverheffing

“Van de rijke man en de arme Lazarus”

 

Lazarus en de rijke en de arme man 1

Legende van Lazarus en de rijke :

Naast het huis van een rijke man leefde Lazarus, de arme. Maar de rijke gaf Lazarus nooit te eten. Beide stierven en Lazarus gaat naar de hemel en zit er naast Abraham, en de rijke naar de hel. De rijke was in staat om Lazarus en Abraham te zien en vroeg hem een druppel water. Maar Abraham weigerde zeggend dat hij gedurende zijn leven voldoende had gehad, terwijl Lazarus slechts wat slecht was kreeg. Dan zij hij dat Lazarus nu een welstellend man was, terwijl de rijke nu gebrek leed. Er is geen groter wonde  die niet kan geheeld worden. Toen vroeg de rijke aan Abraham dat hij Lazarus tot zijn familie zou zenden om hen te waarschuwen, maar ook dat werd gewijgerd…

LEZINGEN :

Galaten, 1,11-19 :

11 Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht 12 – ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd – maar dat Jezus Christus mij is geopenbaard.

13 U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien. 14 Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht. 15 Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, 16 zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd 17 en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. 18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19 Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Evangelie : Lucas 16,19-31

19 Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde. 20 Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren. 21 Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten. 22 Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. 23 Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. 24 Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.” 25 Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn. 26 Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” 27 Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt, 28 want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.” 29 Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!” 30 De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.” 31 Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’